Inderdaad, zoo iets was wel geschikt, om alle tongen in rep en roer

te brengen, om alle hoofden op te winden.

Dat geschiedde dan ook in ruime mate te Philadelphia, zoowel als in de

zes en dertig overige Staten van de groote Amerikaansche Republiek. En,

om der waarheid getrouw te blijven, moeten wij er bijvoegen, dat

hetzelfde ook in het oostelijk halfrond gebeurde.

Maar, hoe vermeerderde die opgewondenheid, die spanning nog, toen

het in den avond van den 13den Juni bleek, dat noch de voorzitter,

noch de secretaris van Weldon-Institute in hunne woningen wedergekeerd

waren. Zij stonden toch bekend als degelijke, verstandige en eervolle

lieden, die zich tot geen verkeerde sprongen zouden hebben laten

overhalen.

Den avond te voren hadden zij het zittingslokaal verlaten als rustige

burgers, die er slechts aan dachten, om stil en bedaard naar huis te

gaan, als ongehuwden, die bij hunne tehuiskomst geen zuur en betrokken

gezicht van de gade te duchten hadden.

Zouden zij door een toeval genoodzaakt kunnen zijn, om uithuizig

te zijn?

Neen, zeker niet. Althans geen woord was hen ontvallen, dat zoo

iets kon doen gissen. Zelfs was er afspraak gemaakt, dat zij den

volgenden dag weer in de club zouden verschijnen, de een om zijn

zetel als voorzitter, de ander om dien van secretaris in te nemen,

in het vooruitzicht, dat in de vergadering het voorgevallene van den

vorigen avond zou behandeld en heftig bediscussiëerd worden.

Maar, niet alleen waren die twee zoo belangrijke personen van den Staat

Pensylvanië spoorloos verdwenen, men was ook zonder berichten omtrent

den knecht Frycollin. Evenmin als zijn meester kon men hem op het spoor

komen. Neen, nimmer had een neger, sedert de geschiedkundige personen

van Toussaint-Louverture, Soulouque en Dessaline, zooveel van zich

doen spreken. Hij zou eene belangrijke plaats innemen, niet alleen

onder de vermaardsten zijner collega's van den dienstbaren stand,

maar ook onder de zonderlingen van iederen maatschappelijken stand

of huidkleur, die zich door de een of andere excentriciteit in het

zoo fraaie land van Amerika weten op den voorgrond te dringen.

Den volgenden dag alweer geen tijdingen!

Noch de beide clubgenooten, noch de neger Frycollin waren voor den

dag gekomen.

Toen werd men ongerust.... Toen werd men zenuwachtig.... En

eene dicht opeengepakte menigte vatte post in de nabijheid van de

Post-and-Telegraph-Offices, om het eerst bij de hand te zijn, wanneer

er tijdingen mochten aankomen.

Maar, niets, niets!

En toch had men ze beiden gezien, toen zij te zamen Weldon-Institute

verlieten.

Men had ze tot elkander met luider stem hooren praten. Men had hen

Frycollin hooren roepen. Daarna had men hen langs Walnutstreet zien

voortstappen, om zich naar den kant van Fairmont-Park te begeven.

Jem Cip, de fabrikant van verduurzaamde groenten, had den voorzitter

zelfs de hand gedrukt en hem gezegd:

"Tot morgen!"

En William T. Forbes, de fabrikant van suiker uit lompen, had een

hartelijken handdruk van den secretaris Phil Evans gekregen, die tot

twee malen tot hem gezegd had:

"Tot ziens!... Tot ziens!..."

Miss Doll en miss Mat Forbes, die door banden der reinste vriendschap

zoo innig aan Uncle Prudent verknocht waren, konden zich onmogelijk bij

die verdwijning neerleggen en beijverden zich, om toch maar tijdingen

van den afwezige te erlangen, nog meer te babbelen dan gewoonlijk.

Drie, vier, vijf, zes dagen gingen zoo in eene onbeschrijfelijke

spanning en angst voorbij. Daarna werd het eene week... twee

weken... en niets, niets!... Geen enkele aanwijzing, die op het spoor

der drie verdwenen personen kon brengen. Dat was inderdaad om tureluurs

te worden!

Men had de meest nauwkeurige nasporingen in het kwartier

verricht... maar, niets!

Ook in de straten, die naar de haven voerden;... maar, niets, niets!

In Fairmont-Park, onder de boomgroepen, in het dichtste gedeelte van

het struikgewas... Maar, niets! Steeds niets!

Op de groote open plek bevond men evenwel, dat het gras kort

geleden was platgetrapt, hetgeen vooral verdacht voorkwam, omdat het

onverklaarbaar was. Bij den rand van het bosch, hetwelk die open plek

omgaf, werden sporen ontdekt van eene worsteling.

Zou eene bende boosdoeners de beide club-leden op dit late nachtelijk

uur ontmoet en te midden van dat eenzame park aangevallen hebben?

Zoo iets was inderdaad mogelijk.

De politie nam dan ook de verdere taak op zich, om een geregeld

en met de wettelijke langzaamheid overeenkomend onderzoek in te

stellen. Men doorzocht de Schuijlkill-rivier, men dregde haar

bodemvlak, men reinigde hare oevers van de wildgroeiende biezen en

watergrassoorten. Was dat ook al nutteloos voor het beoogde doel,

zoo had die reiniging toch hare goede zijde; want, waarachtig, de

Schuijlkill had het wel noodig, dat zij eens terdege onder handen

genomen werd. Men ging er bij deze gelegenheid toe over, waardoor de

stedelijke bestuursleden van Philadelphia toonden uiterst practische

lieden te zijn.

Toen riep men de publiciteit der dagbladen te hulp.

Advertentiën en reclame-artikelen werden aan alle democratische en

republikeinsche bladen van de Unie zonder onderscheid van partij

of kleur gezonden. De _Daily negro_, het speciale orgaan voor het

zwarte ras, publiceerde een portret van Frycollin, naar het laatste

photographische beeld van den neger genomen.

Belooningen werden uitgeloofd, premiën aangeboden aan ieder, die

eenige tijding van de drie afwezigen zou leveren, en zelfs aan hen,

die eenige aanwijzingen konden doen, welke op hun spoor kon brengen.

"Vijf duizend dollars!... Vijf duizend dollars!... Voor ieder

ingezetene, die..."

Het mocht niets baten!

De thesaurier van Weldon-Institute kwam niet in de gelegenheid,

om die vijf duizend dollars uit te geven.

Onnaspoorlijk! Onnaspoorlijk!! Onnaspoorlijk!!!

Uncle Prudent en Phil Evans, beiden van Philadelphia, waren niet weer

te vinden!

Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de club, door

die onverklaarbare verdwijning van haren voorzitter en van haren

secretaris, geheel in de war was. Al dadelijk werd een maatregel

getroffen, om de werkzaamheden met betrekking tot de constructie van

den ballon _Go a head_ te staken, hoe gevorderd die ook waren. En dat

terecht. Want, hoe zou men bij afwezigheid van hen, die tot dien bouw

aangezet, die daaraan een gedeelte van hun vermogen gewijd hadden,

hun vermogen zoowel in tijd als in geld, dien arbeid hebben kunnen

voortzetten? Hoe zou men hem kunnen beëindigen, nu zij er niet meer

waren, die de noodige inlichtingen moesten verstrekken? Neen, men

moest wachten, men zou wachten. En juist werd er weer gewag gemaakt

van het vreemdsoortige natuurverschijnsel, hetwelk weinige weken te

voren de gemoederen zoo opgewonden had.

Inderdaad, het geheimzinnige voorwerp was andermaal bij verschillende

gelegenheden in de hoogere luchtlagen gezien of beter vluchtig

ontwaard geworden. Intusschen kwam het bij niemand op, eenig verband

te zoeken tusschen die zoo zonderlinge wederverschijning en de

niet minder onverklaarbare verdwijning van den voorzitter en den

secretaris van Weldon-Institute. Hij, die in die twee feiten eenige

overeenstemming zocht, moest waarlijk met eene buitengewoon groote

dosis verbeeldingskracht begaafd zijn.

Hoe het ook zij, de asteroïde, de bolied, het luchtmonster, of hoe

men het ook zal gelieven te noemen, was weer gezien geworden en

wel onder omstandigheden, die veroorloofden om een beter oordeel te

verkrijgen omtrent zijne afmetingen en vorm. Eerst boven Canada, boven

dat grondgebied, hetwelk zich van Ottawa naar Québec uitstrekt, en dat

wel denzelfden ochtend na de verdwijning van de twee clubleden. Daarna

boven de vlakten van het Far-West, toen dat raadselachtig lichaam in

snelheid wedijverde met een trein van den grooten Pacific-Spoorweg.

Van dien dag af waren de meeningen der geleerden gevestigd.

Dat lichaam was geen voortbrengsel der natuur, het was een vliegend

toestel, vervaardigd met de practische toepassing van de wetten van

het "zwaarder dan de lucht". En als de schepper, de meester van dat

luchtschip voor zijn persoon nog onbekend wenschte te blijven, dan

scheen hij aan die onbekendheid voor zijne uitvinding niet meer te

hechten, daar hij haar op dat grondgebied van het Far-West van zoo

nabij had laten bespeuren.

Wat de werktuigkundige kracht aangaat, waarover hij beschikte, of de

natuur der toestellen, die de beweging moest overbrengen, daaromtrent

kon men zich natuurlijk nog geen begrip vormen.

Wat in ieder geval geen schaduw van twijfel overliet, was dat dit

luchtgevaarte met een buitengewoon gemakkelijk verplaatsings-vermogen

begaafd was. Inderdaad, weinige dagen later was het boven het

Chineesche rijk bespeurd geworden, daarna boven het noordelijk gedeelte

van Hindoestan, vervolgens boven de Kaspische zee en later boven de

onmetelijke steppen van Rusland.

Wie was toch die stoutmoedige mechanicus, die over een zoodanig

verplaatsings-vermogen beschikte, voor wien de Rijken geen grenzen,

de Oceanen geen uitgebreidheid hadden, die over den dampkring den

baas speelde, alsof die zijn eigendom, zijn domein ware?

Kon er aan gedacht worden, dat het diezelfde Robur was, die zijne

theorieën zoo tartend in de vergadering van Weldon-Institute had doen

klinken, die zoo openlijk en ruw die utopie der bestuurbare ballons

in bres gelegd had. Misschien kiemde die gedachte wel in een enkel

scherpzinnig brein. Maar,--en dat was toch wel zeer zonderling te

noemen,--bij niemand kwam de veronderstelling op, dat die Robur eenige

betrekking op de verdwijning van den voorzitter en den secretaris

van Weldon-Institute kon hebben.

Om kort te gaan, dat zou wellicht steeds verborgen gebleven zijn,

wanneer niet een telegraphisch bericht van Frankrijk, van Parijs,

langs den onderzeeschen kabel van New-York op den dag van 6 Juli te

elf uur en zeven-en-dertig minuten te Philadelphia ontvangen was.

Het was de overseining van het te Parijs in een snuifdoos gevonden

briefje, hetwelk licht verspreidde over het verdwijnen der twee

personen, waarover de Vereenigde Staten op het punt waren den rouw

aan te nemen.

Dus Robur was de bedrijver van die schaking! Robur, de ingenieur, die

met het bepaalde doel naar Philadelphia gekomen was, om de theorieën

der ballonnisten in het ei te smoren!

Hij was het, die op het luchtschip de _Albatros_ bevel voerde! Hij

was het, die bij wijze van weerwraak Uncle Prudent, Phil Evans,

en op den koop toe ook den neger Frycollin ontvoerd had!

En men moest dat drietal als onherroepelijk verloren achten, tenzij

hunne aardsche vrienden er in slagen mochten, door het een of andere

middel, door bijvoorbeeld een werktuig te vervaardigen, hetwelk met

het machtige luchtgevaarte zou kunnen wedijveren, hen aan hunnen

gevangenbewaarder te gaan ontrukken en op aarde terug te brengen.

Welke aandoening! Welke vernietigende schrik! Het Parijzer telegram

was aan het adres van Weldon-Institute gericht. Het werd onmiddellijk

aan alle clubleden medegedeeld. Tien minuten later was de tijding door

middel van het telephoonnet over geheel Philadelphia verspreid. In

minder dan een uur was geheel Amerika op de hoogte van het nieuws, dat

zich langs de ontelbare electrische draden over het nieuwe continent

voortgeplant had.

Men wilde er niet aan gelooven, en toch was niets meer zeker dan

dat! Het was eene mystificatie van een minder geestige grappenmaker,

beweerde de een; een ergerlijk boerenbedrog van het meest verdachte

allooi, zeide de ander. Hoe zou zulk eene schaking te Philadelphia

hebben kunnen volbracht worden en dat nog wel zoo geheimzinnig? Hoe

zou die _Albatros_ in Fairmont Park hebben kunnen landen, zonder dat

hare verschijning in den Staat Pensylvanië geseind was?

Dat alles klonk vrij goed, en die argumenten konden voor goede

munt opgenomen worden. De ongeloovigen hadden nog recht om te

twijfelen. Maar zeven dagen na de ontvangst van dat telegrafisch

bericht bezaten zij dat recht niet meer. Toen konden en mochten zij

niet meer twijfelen.

Den 15den Juli toch was de Fransche paketboot _Normandie_ in de

wateren van de Hudsonrivier ten anker gekomen en deze had de beruchte

snuifdoos medegebracht.

Per spoortrein werd zij van New-York naar Philadelphia gezonden.

Ja, dat was wel degelijk de snuifdoos van den voorzitter van

Weldon-Institute. Jem Cip zou voorwaar voorzichtig gehandeld hebben,

wanneer hij dien dag een meer krachtig en hartversterkend voedsel

verorberd had dan zijne groenten; want hij viel schier in onmacht,

toen hij die snuifdoos herkende. Hoe dikwijls had hij daaruit niet

een vriendschappelijk snuifje geput!

Ook miss Doll en miss Mat herkenden die snuifdoos, welke zij zoo

dikwijls met een blik van hoop en begeerte begluurd hadden, om ze

toch eens in haar bezit te krijgen, en er hare lange magere knokkelige

ouwe-juffrouwen-vingers in te kunnen steken!

Vervolgens kwam hun vader William T. Forbes en ook Truk Milnor,

Bat. T. Fyn en nog anderen van Weldon-Institute. En die allen herkenden

de snuifdoos als om strijd. Zij hadden haar honderd keeren tusschen

de vingers van hunnen geachten voorzitter zien open en dicht gaan.

Om kort te gaan, die snuifdoos werd herkend door al de vrienden,

die Uncle Prudent telde, en de goede stad Philadelphia, wier naam er

op duidt, zooals men weet, dat hare bewoners elkander als broeders

liefhebben, bezat er vele van die vrienden.

Er bleef dus geen schaduw van twijfel over.

Niet alleen de snuifdoos van den voorzitter, maar ook zijn handschrift,

voorkomende op het briefje, verbood aan de ongeloovigen om met het

hoofd op ontkennende wijs te schudden. Toen begonnen de jammerklachten,

toen werden wanhopige handen ten hemel geheven. Wat! Uncle Prudent en

zijn lotgenoot Phil Evans waren geschaakt door een vliegend toestel,

en er bestond in het minst geen hoop om hen te kunnen bevrijden!

De Maatschappij der Niagara Falls, waarvan Uncle Prudent de meest

invloedrijke aandeelhouder was, was op het punt om hare zaken en

daarmede ook den waterval te staken.

De _Walton Watch Company_ was er op bedacht, haar uurwerkfabriek te

liquideeren, nu zij haren directeur Phil Evans verloren had.

Ja, het was een algemeene rouw, en het bezigen van het woord rouw

is geen overdrijving; want eenige dolkoppen, zooals er ook in de

Vereenigde Staten van Noord-Amerika voorkomen, uitgezonderd, was er

niemand, die nog hoopte die beide eervolle burgers weer te zien.

Intusschen hoorde men niet meer van de _Albatros_ spreken, sedert

zij Parijs gepasseerd was. Eenige uren later kwam nog een bericht,

dat zij boven Rome gezien was; maar dat was alles.

Als men zich de snelheid herinnert, waarmede het luchtschip Europa

van het noorden naar het zuiden en de Middellandsche zee van het

westen naar het oosten overgestevend had, dan behoeft men zich

daarover niet te verwonderen. Tengevolge van die snelheid had geen

enkele verrekijker het luchtgevaarte op een enkel punt zijner baan

kunnen waarnemen, hoewel alle sterrenwachten haar personeel nacht

en dag op uitkijk gesteld hadden. De vliegende machine van Robur

den Veroveraar, was zoo ver gestevend, of zoo hoog gestevend volgens

sommigen, dat er aan gewanhoopt moest worden, of er wel ooit een spoor

van weergevonden zoude worden. Anderen beweerden dat het luchtschip

naar het denkbeeldige Ikarië, dus nog verder, gegaan was.

Wij achten ons verplicht mede te deelen dat, indien ook al de snelheid

van het luchtschip boven de kuststreek van Afrika meer gematigd was,

men het toch niet in de bovenluchtlagen van Algiers ging zoeken,

omdat het briefje van Uncle Prudent toen nog niet bekend was.

Het luchtschip werd wel is waar boven Tombouctoe bespeurd; maar de

sterrenwacht van die beroemde stad--als er namelijk eene is--had

den tijd nog niet gehad, om den uitslag harer waarnemingen naar

Europa te zenden. Wat den koning van Dahomey betreft, die zou eerder

twintigduizend zijner onderdanen, en daaronder al zijne ministers,

het hoofd hebben doen afslaan dan te bekennen, dat hij het onderspit

gedolven had in zijn gevecht met een luchtschip. Dat was geheel en

al eene quaestie van eigenliefde.

Na Afrika was Robur den Atlantischen Oceaan overgestevend. Daarna

had hij Vuurland bereikt en vervolgens Kaap Hoorn.

Van daar was hij naar de zuidelijke zeeën gestevend, en verder naar

het onmetelijke domein der Zuidpool, dat hij een weinig tegen wil en

dank passeerde.

Zooals wel begrepen zal worden, kon van die streken geen bericht

ingewonnen worden.

Juli liep ten einde, en geen enkel oog kon er zich op beroemen,

het luchtschip ontwaard te hebben.

Ook de laatste dagen van Augustus verliepen, zonder dat de onzekerheid

omtrent het lot der gevangenen van Robur ook maar voor een weinig

verdreven werd. Men vroeg zich angstig af, of de ingenieur het

voorbeeld van Icarus, den oudst bekenden werktuigkundige in de

geschiedenis, gevolgd had en als slachtoffer van zijne stoutmoedigheid

omgekomen was.

De zeven-en-twintig eerste dagen van September spoedden ook om,

zonder tijding hoegenaamd.

Zeker, men gewent langzamerhand aan alles in dit ondermaansche. Het

ligt in de menschelijke natuur, verhard, verstompt te worden door

geleden leed. Men vergeet, omdat vergeten in onze geaardheid ligt,

omdat vergeten noodzakelijk is. Maar hier dient toch ter eere van

het publiek gezegd te worden, dat het ditmaal niet vergat.

Neen, het werd niet onverschillig omtrent het lot dier beide blanken

en van dien zwarte, die evenals de profeet Elias ontvoerd waren; maar

welker terugkeer door het Heilige Boek niet beloofd of voorspeld was.

En die standvastigheid van gevoelens bij de menigte was te Philadelphia

meer merkbaar dan overal elders. Er kwamen daar nog personeele

angsten bij.

Robur had natuurlijk uit een gevoel van weerwraak den voorzitter

Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans aan hunnen geboortegrond

ontvoerd. Hij had zich derhalve goed gewroken, hoewel die weerwraak

geheel en al als wederrechtelijk te beschouwen was. Maar, zou daardoor

zijn wraakzuchtig gemoed volkomen voldoening genoten hebben? Of zou hij

dat nog verder willen koelen op eenige collega's van den voorzitter en

van den secretaris van Weldon-Institute? En wie kon dan in 's hemels

naam verzekeren, dat hij voor de aanslagen van dien meester van de

lucht beveiligd was?

Inderdaad, zulke angsten waren wel geschikt, om het gebeurde in

levendige herinnering te houden.

Maar gelukkig, den 28sten September verbreidde zich bliksemsnel de

tijding door de geheele stad, dat Uncle Prudent en zijn lotgenoot

Phil Evans in den namiddag in de woning van den voorzitter van

Weldon-Institute teruggekeerd waren.

En wat het meest merkwaardige van dat bericht genoemd kon worden,

was dat het waar was; hoewel sommige verstandige lieden er niet aan

gelooven wilden.

Zij moesten evenwel aan de werkelijkheid toegeven. De beide verdwenenen

waren in vleesch en been terug. Het waren hunne geesten niet...! Zelfs

Frycollin, de neger Frycollin was terug!

De clubleden, daarna hunne vrienden, eindelijk de geheele volksmenigte

verdrongen zich voor de deur van Uncle Prudent. Men juichte de twee

martelaars toe en men gaf ze elkander te midden van oorverdoovende

"hip, hip, hoera's!" van hand tot hand over!

Jem Cip was daar; hij had in alle haast zijn ontbijt, bestaande uit

een gebraad van gekookte kropsalade, gebruikt; ook William T. Forbes

met zijne beide dochters, miss Doll en miss Mat. Dien dag zou Uncle

Prudent, als hij gewild had, en als hij Mormoon geweest ware, ze alle

twee hebben kunnen trouwen; maar dat was hij niet en hij gevoelde

volstrekt geene aanvechting, om het te worden. Truk Milnor en Bat

T. Fyn en al de andere clubleden waren er ook. Het blijft dan ook nog

tot heden een onopgelost vraagstuk, hoe de voorzitter Uncle Prudent en

de secretaris Phil Evans levend uit die armen, uit die handen, waar

zij langs de geheele uitgestrektheid der stad tusschen door moesten,

geraakt waren.

Dienzelfden avond hield Weldon-Institute hare wekelijksche vergadering

en men rekende er op, dat de voorzitter Uncle Prudent en de secretaris

Phil Evans tegenwoordig zouden zijn.

Daar zij tot nu toe nog niets van hunne avonturen verteld

hadden,--misschien had men hen den tijd niet gelaten om te

praten,--hoopte men, dat zij in die vergadering hunne reisindrukken

tot in de kleinste bijzonderheden zouden mededeelen.

En inderdaad, om de eene of andere reden hadden beiden een diep

stilzwijgen bewaard. Zoo had ook Frycollin gedaan, die door zijne

reisgenooten in hunne opgewonden blijdschap van het weerzien, bijna

in stukken gescheurd was.

Maar, wat de beide lotgenooten nog niet hadden verteld of niet hadden

willen mededeelen, was het volgende:

Er behoeft niet teruggekomen te worden op hetgeen men reeds van

het gebeurde in den nacht van den 27sten op den 28sten Juli weet,

namelijk op de stoutmoedige ontsnapping van den voorzitter en van den

secretaris van Weldon-Institute, noch op hunne levendige ontroering,

toen zij den eersten voet op de rotsen van het eiland Chatham zetten;

noch op het geweerschot, op den armen Phil Evans gelost; noch op het

doorsnijden van den ankertros, waardoor de ontredderde Albatros zonder

voortstuwingskracht door de zuidwesten bries naar volle zee gevoerd

werd, maar zich daarbij tot eene aanzienlijke hoogte verhief. Door

zijne electrische seinlantaarns hadden de beide vluchtelingen haar

gedurende geruimen tijd kunnen volgen. Maar daarna was het luchtschip

in de ruimte verdwenen.

Toen hadden de beide Amerikanen niets meer te duchten gehad; want

hoe zou Robur naar het eiland hebben kunnen terugkeeren, daar zijne

voortstuwingsschroeven gedurende ettelijke uren buiten staat waren

om te werken.

Maar, eer die tijdsruimte verstreken was, was de _Albatros_ voorzeker

uit elkander gesprongen en dreef toen als een misvormd wrak op de

oppervlakte der zee; terwijl de opvarenden met verscheurde ledematen

in de diepte van den oceaan, die de lijken niet weergeven zoude,

weggezonken waren.

De wraak was dus in al hare ijselijkheid volbracht geworden.

De voorzitter Uncle Prudent en de secretaris Phil Evans gingen van

het denkbeeld uit, dat zij tot wettelijke zelfverdediging gehandeld

hadden, en ondervonden derhalve hoegenaamd geene wroeging.

Phil Evans was slechts licht gekwetst geworden door den geweerkogel

van de _Albatros_. Niets verzette er zich dan ook tegen, dat zij zich

op weg begaven, in de hoop eenige inboorlingen te ontmoeten.

Die verwachting werd inderdaad niet bedrogen. Een vijftigtal

inboorlingen, die hoofdzakelijk van de vischvangst leefden, bewoonden

de westelijke kust van het eiland Chatham. Zij hadden het luchtschip op

hun grond zien nederdalen en zij onthaalden die drie mannen, welke in

hun oog bovennatuurlijke wezens waren, zoo goed mogelijk. Het scheelde

niet veel, of Uncle Prudent, die de deftigste en dus in hun oog de

voornaamste was, werd als een afgod aangebeden. Men huisvestte het

drietal in de beste hut van het eiland. Maar nimmer zou Frycollin

andermaal eene dergelijke gelegenheid zien geboren worden, om voor

den god der zwarten door te gaan.

Zooals zij voorzien hadden, zagen Uncle Prudent en Phil Evans het

luchtschip niet terugkeeren. Zij moesten daaruit besluiten, dat het in

de bovenluchtlagen uit elkander gesprongen was, en dat men nimmermeer

van Robur zou hooren gewagen, ook niet van het bewonderenswaardige

vaartuig, dat hij en zijne makkers bestegen hadden.

Thans waren de drie vluchtelingen verplicht, eene gelegenheid af

te wachten, om naar Amerika terug te keeren. Nu wordt het eiland

Chatham zeer weinig door zeevarenden bezocht. Zoo ging de maand

Augustus voorbij, en waarlijk de arme drommels begonnen zich de

vraag te stellen, of zij eenvoudig niet van gevangenis verwisseld

hadden. Een hunner evenwel was bovenmate tevreden, dat was Frycollin,

die de aardsche gevangenis verre boven de luchtgevangenis verkoos.

Eindelijk echter kwam er op den 3den September een schip bij de monding

van de kleine rivier van het eiland ten anker, om water in te nemen.

Robur de Veroveraar · 第 18 / 20 段