Twee uren later wiegelde het een oogenblik, terwijl het de baai

van Napels beheerschte, te midden der krullen van de rookwolken van

den Vesuvius.

Eindelijk na de Middellandsche zee in schuinen koers overgestevend

te zijn, werd de _Albatros_ door de kustwachters van de Goulet op de

Tunische kust geseind.

Na Amerika had het luchtschip Azië bezocht. Na Azië, Europa. Dat waren

meer dan dertigduizend kilometers, die door het bewonderenswaardige

luchtgevaarte in minder dan drie-en-twintig dagen afgelegd waren.

En nu, nu was het op het punt om de reis boven de bekende en onbekende

streken van het Afrikaansche vasteland te ondernemen.

Misschien verlangt de lezer te weten, wat er van de beruchte snuifdoos

geworden is, nadat ze door Uncle Prudent buiten boord geworpen was?

Die snuifdoos was in de Rivoli-straat vlak voor het huis, dat nummer

210 voert, neergekomen. Die straat was toen geheel verlaten. Den

volgenden morgen werd die doos door eene eerlijke straatveegster

opgeraapt, die haar naar de Prefektuur van Politie bracht.

Daar werd zij aanvankelijk als eene kleine helsche machine beschouwd,

met ontplofbare stoffen gevuld. Zij werd eerst uiterst voorzichtig

uit den linnen lap, die haar omwikkelde, ontrold, en toen met nog

meer voorzichtigheid geopend.

Ja, eene soort uitbarsting had plaats.... De Chef der algemeene

veiligheid, met die opening belast, had een vreeselijk niezen niet

kunnen weerhouden.

Maar, daarna werd de brief uit de snuifdoos te voorschijn gehaald en

tot algemeene verbazing las men het navolgende:

"Uncle Prudent en Phil Evans, de voorzitter en de secretaris

van Weldon-Institute te Philadelphia zijn geschaakt en ontvoerd

door het luchtschip van den ingenieur Robur.

Doet daarvan mededeeling aan de vrienden en bekenden!

(w.g.) _Uncle Prudent_ en _Phil Evans_."

Thans was het onverklaarbaar luchtverschijnsel eindelijk aan de

bewoners der Beide Halfronden verklaard. Daardoor werd de rust en

de kalmte aan de geleerden der talrijke Sterrenwachten, die over de

geheele aarde verspreid zijn, weergegeven.

XII.

WAARIN DE INGENIEUR ROBUR TE WERK GAAT, ALSOF HIJ WIL MEDEDINGEN NAAR

DEN MONTHYON-PRIJS.

Op dit punt van de rondvliegreis der _Albatros_ gekomen, zal het

zeker wel geoorloofd zijn de navolgende vraagpunten te stellen:

Wie was die Robur toch, wiens naam alleen men tot nog toe vernam?

Bracht hij zijn leven in de boven luchtlagen door? Rustte zijn

luchtvaartuig nooit?

Bezat hij geen toevluchtsplaats in den een of anderen ontoegankelijken

Staat, alwaar hij aanleggen kon, al was het dan niet om uit te rusten,

dan toch om zijn mondvoorraad en andere benoodigdheden voor zijn

luchtschip te vernieuwen?

Het zou vreemd genoemd moeten worden, wanneer het niet zoo was. De

vliegende dieren, met den krachtigsten wiekslag bedeeld, hebben toch

ergens eene schuilplaats, hebben toch ergens een nest.

Maar, wat dacht de ingenieur Robur met zijne twee gevangenen te

doen, die wel is waar hinderlijk, maar toch voor hem slechts bijzaak

waren? Was hij van plan ze in zijne macht te houden en hen zoo tot

eene eeuwigdurende vliegreis te doemen?

Of wel zou hij hen, na ze over centraal-Afrika, over Zuid-Amerika,

over Australië, over den Indischen Oceaan, over den Atlantischen

Oceaan, over de Groote Stille Zuidzee rondgevoerd te hebben, om

hen ondanks hen zelven te overtuigen omtrent de mogelijkheid van

uitvoering der luchtvaart, de vrijheid weergeven en zich vergenoegen

met hen te zeggen:

"En nu, heeren, hoop ik, dat gij in de toekomst wat minder ongeloof

zult toonen met betrekking tot het 'zwaarder dan de lucht.' Gaat nu

in vrede en zondigt voortaan niet meer door eenvoudige ontkenning."

Het is ons vooralsnog onmogelijk op die vragen te antwoorden. Dat is

het geheim der toekomst. Wellicht zal dat eenmaal ontsluierd worden.

In ieder geval, al bestond dat nest, dat toevluchtsoord, die

ververschingsplaats, zoo beijverde Robur zich niet die op de noordkust

van Afrika te zoeken. Hij vergenoegde zich met het einde van dien dag

te besteden aan het overstevenen van het Regentschap Tunis, van Kaap

Bon of Raz Addar af tot Kaap Karthago, nu eens grillig fladderende,

dan weer nauwelijks zwevende. Een weinig later werd zuidwaarts gestuurd

en volgde de _Albatros_ het bewonderenswaardige dal der Medjerda,

waarbij zij het geelachtig water van die rivier, hetwelk te midden

van cactus- en laurierroos-struiken kronkelde, in het oog hield.

Overal deed zij honderden parkieten opvliegen, die op de

telegraafdraden rustten en daar de berichten schenen af te wachten,

om ze onder hare vleugelen mede te nemen.

Toen de nacht inviel, zweefde de _Albatros_ boven de grenzen van

Kroumerijë, en bevond zich toen nog een enkele Kroumir buiten,

dan bleef die voorzeker niet in gebreke om ter aarde te vallen, het

aangezicht in het stof te verbergen en Allah om bijstand te bidden

bij het verschijnen van dien reusachtigen adelaar.

Den volgenden morgen ontwaarde men Bone en de bevallige heuvels in de

omstreken van die stad gelegen. Daarna verscheen Philippeville, thans

reeds Klein Algiers genoemd, met hare nieuwe boogvormige kaden, hare

bewonderenswaardige wijngaarden, welker groene twijgen het geheele

landschap overdekken, hetwelk daardoor het uiterlijk verkrijgt,

alsof het uit de Bordeaux- of Bourgogne-streken geknipt ware.

Die tocht van vijfhonderd kilometers over Groot en Klein Kabylië

bereikte tegen het middaguur zijn eindpunt ter hoogte van de Kasbah

van Algiers.

Welk schouwspel toen voor de passagiers van het zwevende luchtvaartuig!

Die reede, welke zich tusschen Kaap Matifou en Pescadospunt opende;

die kuststrook, welke bezaaid was met paleizen, met marabouts en met

villa's; die grillige dalen, welke met wijnstokken als met mantels

bekleed waren; die Middellandsche zee, zoo blauw van water, waarop

de paketbooten stevenden en waarvan de grootsten, de Transatlantische

niet veel grooter dan eenvoudige stoombarkassen schenen!

Zoo bereikte men Oran, de schilderachtige, welker bewoners, die zich

in hunne tuinen verlaat mochten hebben, de _Albatros_ te midden van

een schitterenden sterrenhemel konden ontwaren.

Uncle Prudent en Phil Evans vroegen zich af, aan welke gril

de ingenieur Robur gehoorzaamde, toen hij hunne zwevende of

beter vliegende gevangenis zoo liet zweven boven het Algerijnsche

grondgebied, dat als eene voortzetting van Frankrijk aan de overzijde

van die zee, welke terecht den naam van Fransch meer draagt, kan

beschouwd worden. Wanneer het een gril was, dan was die gril twee

uren na zonsondergang waarschijnlijk bevredigd. Want toen richtte de

roerganger met eene enkele beweging van het stuurrad de _Albatros_

zuidwestwaarts, en den volgenden ochtend, toen het luchtschip het

Tell-gebergte overschreden had, zagen de passagiers de zon boven de

Sahara, die uitgestrekte zandwoestijn, opgaan.

Ziehier, welke koers den dag van den 8sten Juli genomen werd.

Vooreerst kreeg men uitzicht op Geryville, een klein gehucht,

hetwelk evenals Laghouat op de grenzen der woestijn gesticht werd,

tot vergemakkelijking der gemeenschap bij de latere verovering van

Kabylië. Daarna trok men den bergpas van Stillen door. Dit ging met

eenige moeielijkheid gepaard, daar de wind, die hevig doorstond,

tegen was. Vervolgens stevende men over de woestijn, nu eens langzaam

zwevende over de groene oasen of ksarren, dan weer voortijlende met

een stoute vaart, die de gypaëten in hunne vlucht voorbij-ijlde. Men

moest zelfs verscheidene malen vuur geven op die vreeselijke vogels,

die er niet voor terugdeinsden zich bij troepen van twaalf tot

vijftien stuks op het luchtschip te werpen, tot grooten schrik van

den armen Frycollin.

Maar, konden de gypaëten slechts met vervaarlijke kreten die

geweerschoten beantwoorden of met hunne scherpe bekken en gierenklauwen

dreigen, de menschelijke inboorlingen van het land, niet minder woest

dan het gedierte, grepen hunne geweren en spaarden hunne kogels niet,

vooral toen het luchtschip den Zoutberg voorbijkwam, welks groen en

violetachtig geraamte door zijn witten sneeuwmantel heenscheen.

Men beheerschte toen de Groote Sahara.

Daar kon men nog de overblijfselen van de bivouacs van Abd-el-Kader

bespeuren.

Daar is de streek steeds gevaarlijk voor den Europeeschen reiziger,

vooral wanneer hij verzeild raakt op het grondgebied van het

bondgenootschap der Beni-Mzal.

De _Albatros_ moest toen in hooger luchtlagen stijgen, om aan

een doorkomen van den simoun, dien gevaarlijken woestijnwind, te

ontsnappen. De stormvlaag joeg toch golven van roodachtig zand over

den bodem voort, zooals de vloed bij het doorstaan het schuim van

den Oceaan bij het naderen van ondiepe stranden opjaagt.

Later verschenen de treurige hoogvlakten van Chebka, alwaar zich

geheele velden van een zwartachtigen lavatrachiet tot aan het groene

en schoone dal van Ain-Massin uitstrekten.

Men kan zich moeielijk de verscheidenheid voorstellen dier streken,

die door den blik in haar geheel omvat werden.

Op de heuvelrijen, met groen geboomte en struiken bedekt, volgden

lange grijsachtige terreinplooien, die zich als een arabische burnou

uitstrekten en welker prachtige plooiwrongen den bodem tot een zeer

geaccidenteerd terrein maakten.

In de verte werden "oueds", die bergstroomen met hare woelige wateren

ontwaard, daarbij palmboombosschen, groepen hutten, geschaard op eene

heuvelverheffing, die zich daar, bij den horizon rondom hunne moskeeën

geschaard, voordeden als gebakjes, op den bodem rondom een tulband

uitgespreid. Zoo kreeg men gezicht op Metlifi, waar een godsdienstig

opperhoofd, de groote Marabout Sidi Chiek verblijf houdt.

Verscheiden honderd kilometers werden, voordat de nacht inviel, boven

een uitgestrekt grondgebied, hetwelk door groote duinen doorsneden

was, afgelegd.

Wanneer de _Albatros_ had willen aanleggen, dan had zij voorzeker het

anker geworpen in de laagvlakte der oase van Ouargla, welke in een

onmetelijk woud van palmboomen verscholen ligt. De stad vertoonde

zich zeer duidelijk met hare drie afzonderlijke kwartieren, met

het paleis van den Sultan, eene soort van versterkte Kasbah, met

hare huizen, opgetrokken in bouwsteenen, welke in de zonnewarmte

gebakken waren, en met hare artesische bronnen, die in den dalbodem

geboord waren, en waaruit het luchtschip zijn voorraad water had

kunnen vernieuwen. Maar de afgelegde reis was met zulk eene snelheid

volvoerd, dat het Hydaspes-water, in de vallei van Cachemir opgepompt,

nog zoo overvloedig in de waterketels van de _Albatros_ aanwezig was,

dat aan geen water-innemen daar te midden van de woestijnen van Afrika

gedacht werd.

Werd de _Albatros_ door de Arabieren, door de Mozabiten, door

de Touaregs, door de negers, die de oase van Ouargla bewonen,

bespeurd? Voorzeker, daar zij met honderden geweerschoten begroet werd,

welker kogels machteloos naar beneden vielen, zonder het gevaarte te

hebben kunnen bereiken.

Daarna viel de nacht in, die stille nacht in de woestijn, welks

geheimen door Felicien David zoo dichterlijk in welluidende klanken

als muziek vertolkt zijn.

Gedurende de volgende uren werd zuidwestwaarts gestuurd en sneed men

den weg naar El Golea, die in 1859 door den onverschrokken Franschman

Duveyrier verkend was.

De duisternis was zwart en dik. Men kon nog niets ontwaren van de

Transsaharasche spoorbaan, die volgens het project Duponchel ontworpen

is. Dat zal een lange ijzeren band zijn, die Algiers langs Laghouat

en Gardaia met Tombouctou in verbinding moet brengen en bestemd is,

om later aan de Bocht van Guinea aan te sluiten.

De _Albatros_ kwam nu in de equatoriaalstreken aan en overschreed

den Kreeftskeerkring.

Op een afstand van duizend kilometers van de noordelijke Saharagrens

bereikte zij den weg, alwaar de majoor Laing in 1846 den dood

gevonden heeft.

Zij sneed het pad, hetwelk door de karavanen van Marokko naar Soudan

gevolgd wordt, en zweefde over dat gedeelte der woestijn, hetwelk

door de Touaregs afgeschuimd wordt. De passagiers van het luchtschip

hoorden het "zandgezang", een soort van zacht en klagend gemurmel,

hetwelk aan den bodem schijnt te ontsnappen.

Een enkel voorval deed zich voor. Eene wolk van sprinkhanen steeg

uit de vlakte in de ruimte op, en er viel eene zoodanige menigte van

aan boord van het luchtvaartuig, dat het gevaar liep om "te gronde

te gaan". Maar men haastte zich, dat overwicht over boord te werpen,

behalve een paar honderdtallen, die door François Tapage uitgezocht en

verzameld werden. Hij bereidde ze op zoo smakelijke wijze, dat toen

Frycollin ze proefde, deze zijne gewone angsten voor een oogenblik

vergat.

"Drommels, die zijn even lekker als garnalen," zei de neger.

Men bevond zich toen op een afstand van achttien kilometers van de

oase Ovaryla, en naderde de noordergrens van het onmetelijke rijk,

dat Soudan genoemd wordt.

Tegen twee uur in den namiddag verscheen dan ook eene stad, die aan

de bocht, welke door een grooten stroom gevormd wordt, gelegen is.

Die stroom was de Niger.

Die stad was Tombouctou.

Tot heden was dat Afrikaansche Mekka slechts door reizigers,

afkomstig van het Oude Wereldrond, bezocht geworden. Daaronder telde

men mannen als: Bazouta, Khazan, Imbert, Mungo Park, Adam, Laing,

Caillé, Barth, Lenz, enz. enz. Maar dien dag voerde het grootste

toeval twee Amerikanen derwaarts, die alsnu bij hun terugkeer in hun

vaderland,--wanneer zij daar ooit wederkeerden,--over die stad _de

visu_, _de auditu_ en zelfs _de olfactu_ zouden kunnen getuigen.

_De visu_:--omdat hun blik kon waren over al de punten van den

driehoek, metende vijf of zes kilometers oppervlakte, die de stad

vormt.

_De auditu_:--omdat het dien dag groote marktdag was en er een

verschrikkelijk groot spektakel gemaakt werd.

_De olfactu_:--omdat de reukzenuw meer dan onaangenaam aangedaan

werd door de geuren, die opstegen van het plein Youboe-Kamo, alwaar

de vleeschhal zich dicht bij het paleis der oude koningen So-Maïs

verhief, en er van hygiënisch staatstoezicht geen sprake was.

Maar, al getuigde ook het meerendeel der zintuigen voor het aanwezen

der Afrikaansche hoofdstad, zoo meende toch de ingenieur Robur,

dat het zijn plicht was, om den voorzitter en den secretaris van

Weldon-Institute in kennis te stellen, dat zij het buitengewone

voorrecht genoten de Koningin van Soudan, die thans in de macht der

Touaregs van Taganet is, te aanschouwen.

"Tombouctou, heeren!" zei hij hen op denzelfden toon, als hij twaalf

dagen vroeger: "Indië, heeren", aangekondigd had.

Daarna vervolgde hij:

"Tombouctou ligt op den 18den graad noorderbreedte en op 5°56'

westerlengte van den meridiaan van Parijs. De stad wordt gerekend zich

op tweehonderd vijf en veertig meters boven den gemiddelden stand der

zeeoppervlakte te verheffen. Zij is niet zonder belangrijkheid, want

zij telt twaalf of dertien duizend inwoners en was vroeger beroemd

door de kunsten en wetenschappen, die er beoefend werden.--Misschien

gevoelt gij aanvechting om er te ontschepen en er eenige dagen door

te brengen?"

Een zoodanig voorstel kon niet anders dan spottenderwijze door den

ingenieur Robur gedaan zijn. En dat was ook zoo; want dadelijk daarop

hernam hij dan ook:

"Maar, volgens mij, zou het voor vreemdelingen uiterst gevaarlijk zijn,

te midden van die Negers, die Berberen, die Foullanen, die Touaregs,

enz. enz. die de landstreek bewonen, te verschijnen. En ik voeg er

bij, dat het des te gevaarlijker zou zijn, nu wij met een luchtschip

in hunne oase zouden nederdalen. Dat zou hun wantrouwen voorzeker in

groote mate opwekken."

"Mijnheer Robur," antwoordde de secretaris Phil Evans op bitsen toon,

"om het genoegen te smaken u te kunnen verlaten, zouden wij het er wel

op willen wagen, door die inboorlingen minder welwillend te worden

onthaald. Wanneer wij tusschen twee gevangenissen te kiezen hadden,

dan zou onze keuze gauw uitgesproken zijn: Liever Tombouctou dan

de _Albatros_!"

"Dat hangt van den smaak af," hernam de ingenieur. "Ik zal in ieder

geval mij wel wachten de proef te nemen, want ik ben verantwoordelijk

voor de veiligheid der gasten, die mij de eer aandoen met mij te

reizen..."

"Dus, ingenieur Robur," zei de voorzitter Uncle Prudent, die van

verontwaardiging trilde en zich niet meer bedwingen kon, "dus gij

vergenoegt u niet met de rol van gevangenbewaarder, die gij zoo

waardig vervult. Bij de misdaad, op onze personen gepleegd, voegt

gij ook nog het beleedigen uwer slachtoffers?..."

"O, mijnheer Prudent, beleedigen!... Welk een woord!... hoogstens

ietwat bespotten."

"Bij den hemel, mijnheer! Pas op!"

"Ik antwoord u zoo kalm mogelijk."

"Zijn er dan geen wapens aan boord?"

"O, wat dat betreft, een geheel arsenaal. De _Albatros_ is goed

voorzien."

"Twee revolvers zouden voldoende zijn!"

"Twee revolvers?... Voldoende... voor wat?"

"Als ik de eene in de hand had en gij de andere, dan..."

"Oh, oh! een duel!" riep Robur uit.

"Ja, zeker, een duel!" krijschte Uncle Prudent meer dan hij sprak.

"Een duel, dat een van ons beiden het leven zou kunnen kosten?"...

"Neen, niet zou kunnen, maar zeer zeker zou kosten!" bulderde Uncle

Prudent in den hoogsten graad van verwoedheid.

"Welnu, geachte voorzitter van Weldon-Institute, dat weiger ik."

"Gij weigert?..."

"Ja, ik weiger!"

"Gij weigert te duelleeren?..."

"Zeker, ik geef er natuurlijk de voorkeur aan, om u levend bij mij

te houden!"

"En zelf geen gevaar te loopen, niet waar? Dat is voorzichtig en

uiterst verstandig!"

"Of ik verstandig of niet handel, zijn uwe zaken niet. Hier aan

boord handel ik, zooals ik dat goedvind. Het staat aan u om er over

te denken zooals gij verkiest..."

"Ja, dat geeft ons wat?"

"En, als u dat niet bevalt, dient dan uwe klachten in..."

"Onze klachten?"

"Ja, als gij kunt!"

"Als wij kunnen?... Wel, dat is reeds geschied."

"Waarlijk?"

"Ja, waarlijk. Was het dan toch zoo moeielijk, een brief te laten

vallen, terwijl wij boven het bewoonde gedeelte van Europa stevenden?"

"Hebt gij dat gedaan?" riep Robur, die zich door een onweerstaanbare

opwelling van toorn liet vervoeren.

"En als wij dat gedaan hadden?"

"Als gij dat gedaan hadt, dan zoudt gij verdienen..."

"Wat dan, heer ingenieur?"

"Dat gij uwen brief over boord nagezonden wordt!"

"Welnu, werp ons dan over boord; want..."

"Want?..."

"Want wij hebben het gedaan!" riep Uncle Prudent uit.

Robur trad met gebalde vuisten op de beide Amerikanen toe.

Op een enkel zijner gebaren was Tom Turner aan het hoofd van eenigen

der bemanning toegeschoten. Waarachtig, de ingenieur voelde eene

machtige aanvechting bij zich opkomen om zijne bedreiging ten uitvoer

te leggen, en... ongetwijfeld was hij bevreesd om aan die opwelling

gehoor te geven; want... hij keerde zich eensklaps om en verdween

met rassche schreden in zijne roef.

"Mooi!" zei Phil Evans kortaf.

"Ja, hij is bang," antwoordde de voorzitter Uncle Prudent; "maar bij

den hemel! wat hij niet heeft gedurfd, zal ik durven. Ja! waarachtig,

ik zal het doen!"

De bevolking van Tombouctou verzamelde zich in dat oogenblik

op de pleinen, in de straten, op de terrassen der woningen, die

amphitheatersgewijs gebouwd waren. In de voornaamste en rijkste

kwartieren van Sankore en Sarahama, zoowel als in de conisch-vormige

hutten van het kwartier Raguidi, gilden de priesters van boven

de omgangen der minarets hunne heftigste vervloekingen uit jegens

dat luchtmonster, hetwelk daar aan de hemeltransen verscheen. Die

vervloekingen waren trouwens onschuldig genoeg en minder gevaarlijk

dan geweerkogels.

Tot in de havenplaats Kahara, welke in eene kromming van den

Niger gelegen is, was alles in rep en roer. Waarachtig, als hier

de _Albatros_ geland ware, dan zou zij uit elkander gescheurd,

dan zou zij vernietigd zijn geworden. Maar het luchtschip stevende

voort, en gedurende ettelijke kilometers begeleidden haar geheele

troepen ooievaars, francolynen en ibissen, allen steltvogels, die

met het vaartuig in spoed poogden te wedijveren. Maar de snelheid

van de _Albatros_ was zoo groot, dat zij de luchtbewoners spoedig op

aanmerkelijken afstand achtergelaten had.

Tegen het vallen van den avond steeg een machtig geloei op van

geheele kudden olifanten en buffels, die in deze landstreek, welker

vruchtbaarheid bewonderenswaardig is, tehuis zijn.

Gedurende de volgende vier en twintig uren ontrolde zich voor den blik

van de opvarenden van de _Albatros_, die geheele landstreek, welke

tusschen den Parijzer meridiaan en den tweeden graad westerlengte ligt,

in de bocht, welke de Niger daar vormt.

Waarlijk, wanneer de een of andere aardrijkskundige zoo'n

luchtvaartuig ter zijner beschikking had, met welk gemak zou hij

de topografische opname van dat land niet kunnen verrichten! Met

welk eene nauwkeurigheid zou hij de terreinverheffingen kunnen in

kaart brengen, den loop der stroomen en van hunne schatplichtige

nevenrivieren kunnen aangeven, de juiste ligging der steden en dorpen

kunnen vaststellen! Dan zou men niet meer van die ledige plekken op

de kaarten van midden-Afrika aantreffen; dan zou men niet meer van

die plekken met bleeke kleuren of door gestippelde lijnen aangegeven

ontwaren; niet meer van die onzekere aanduidingen, welke den kartograaf

wanhopig maken!

De _Albatros_ passeerde in den ochtend van den 11den de bergen van

Noordelijk Guinea. Deze landstreek is gelegen tusschen Soudan en de

golf, die naar haar de Bocht van Guinea genoemd wordt.

Bij den gezichteinder bemerkte men de scherpe omtrekken van het

Kong-gebergte, die in het Koninkrijk Dahomey gelegen zijn.

Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich kunnen overtuigen, dat de

richting van de _Albatros_ sedert het vertrek van Tombouctou zuiver

zuid geweest was. Daaruit hadden zij de gevolgtrekking gemaakt,

dat, wanneer de koers niet gewijzigd werd, zij zes graden verder,

de Evenachtslijn zouden bereiken.

Waar zou de _Albatros_ thans weer het vasteland gaan verlaten,

om nu niet eene Behringstraat, eene Kaspische zee, eene Noordzee,

of eene Middellandsche zee over te steken, maar om zich ditmaal over

den Atlantischen Oceaan, een der groote wereldzeeën te gaan wagen?

Dat vooruitzicht was niet bemoedigend voor de beide gevangenen;

want de kansen om te ontvluchten zouden dan hopeloos, ja geheel en

al nul worden.

De _Albatros_ stevende zeer langzaam vooruit. Het was, alsof het

vaartuig aarzelde het Afrikaansche werelddeel te verlaten.

Zou de ingenieur Robur er aan denken, om op zijne schreden terug

te keeren?

Neen, dat niet! Maar zijn geheele aandacht was op het land gevestigd,

hetwelk hij op dit oogenblik overzweefde.

De lezer weet,--en onze Robur wist het ook,--dat het koninkrijk Dahomey

een der machtigste staten is op de Westkust van Afrika. Hoewel het

machtig genoeg was om met zijn buurman het koninkrijk der Ashantis te

kunnen beoorlogen, zijn zijne grenzen toch vrij beperkt, daar zijne

uitgestrektheid van Noord naar Zuid slechts honderd twintig uren gaans

bedraagt en zijne breedte van Oost naar West slechts zestig. Maar zijne

bevolking wordt op achtmaal honderdduizend zielen berekend, sedert

de onafhankelijke Staten van Ardrah en Wijdah er bij ingelijfd werden.

Maar, al is het koninkrijk Dahomey niet groot, toch heeft het dikwijls

van zich doen spreken.

Het is berucht door de verschrikkelijke wreedheden, welke zijne

jaarlijksche festiviteiten kenmerken, door zijne menschenoffers,

door zijne vreeselijke hekatomben, die bestemd zijn om ter eere van

den beheerscher, die op den troon komt, te vallen.

Het is zelfs een beleefdheidsvorm van den koning van Dahomey, dat

wanneer hij bezoek van eenig hoog personage of van een vreemden

ambassadeur ontvangt, dezen met de verrassing van een geschenk

van een dozijn menschenhoofden, ter zijner eere versch afgehouwen,

te verwelkomen.

En die eer geldt voor des te grooter, wanneer het de Minister van

Justitie, de "mingham" zelf is, die de onthoofding verricht heeft,

en die bij dat baantje van beul dan ook zeer handig te werk gaat.

Robur de Veroveraar · 第 12 / 20 段