Uncle Prudent zweeg, niet uit vrees, maar hij stikte bijna van woede,

en wel zoodanig, dat Phil Evans hem naar zijne hut moest geleiden.

Intusschen was sedert een uur het weder aanmerkelijk gewijzigd

geworden. Er deden zich voorteekenen voor, waaromtrent zich niet te

vergissen viel. Een onweder was op til. De electrische oververzadiging

van den dampkring was tot zulk eene hoogte gestegen, dat Robur tegen

twee uur getuige was van een natuurverschijnsel zooals hij vroeger

nimmer waargenomen had.

In het noorden, van welken kant het onweder aankwam, stegen

dampkrullen omhoog, die als het ware lichtgevend waren, hetgeen

voorzeker veroorzaakt werd door het uiteenloopende van de

electriciteits-spanning, die tusschen de verschillende wolkenlagen

bestond.

De weerschijn van die lichtgevende wolkjes, deed op de zee

duizenden en honderdduizenden schitterende vonkjes verschijnen,

welker uitstralend vermogen des te scherper waargenomen kon worden,

naarmate het uitspansel al donkerder en donkerder werd.

Het zou niet lang duren, of de _Albatros_ zou het natuurverschijnsel

ontmoeten, en dat des te spoediger, daar zij elkander te gemoet kwamen.

En wat gebeurde er intusschen met den neger Frycollin?

Welnu, Frycollin werd steeds door de _Albatros_ op sleeptouw gehouden.

Ja, op sleeptouw gehouden, dat is het ware woord. Want de sleeptros of

de kabel vormde door de snelheid van honderd kilometers, waarmede het

luchtgevaarte zich toen bewoog, en waardoor de balie, waarin de neger

zich bevond, achteraan kwam, een vrij stompen hoek met het gangboord

der verschansing, waaraan de kabel vastgemaakt was.

Men kan over den angst en de ontzetting van den neger oordeelen,

wanneer men verneemt dat de bliksemstralen rondom hem de luchtruimte

doorkliefden en de donderslagen ratelden, alsof zij de onmetelijkheid

der hemelen hadden willen doen splijten.

Het geheele personeel aan boord sloeg in de gegeven omstandigheden

de handen aan het werk, hetzij om boven het onweder te stijgen,

hetzij om het door dolsnelle vaart te midden der beneden-luchtlagen

te ontvluchten.

De _Albatros_ bevond zich toen op hare gemiddelde hoogte--zoo omstreeks

op duizend meters boven de oppervlakte der zee, toen plotseling

een bliksemstraal met verschrikkelijk geweld knetterde. De rafelbui

verdubbelde in woede, en binnen weinige seconden stortten zich vurige

wolken over het luchtschip uit.

Phil Evans kwam toen bij den ingenieur Robur, om een goed woord voor

Frycollin te doen en droeg het verzoek voor, dat de arme drommel

binnen boord gehaald zoude worden.

Maar Robur had die tusschenkomst niet afgewacht. Hij had zijne bevelen

reeds gegeven en men was begonnen met het inpalmen van den tros,

waaraan de neger bengelde, toen zich plotseling eene onverklaarbare

vertraging in de omwentelingen der schijven van de opstijgende

schroeven deed gevoelen.

Wat zou dat zijn?

Robur ijlde, ja vloog naar de centrale schroef.

"Volle kracht!.... Volle kracht!...." riep hij den machinist

toe. "Volle kracht!.... Wij moeten zoo spoedig mogelijk boven de

onweerswolk stijgen!"

"Onmogelijk, master!" zeide deze.

"Wat onmogelijk?"

"Ja, onmogelijk!"

"Wat is er dan?"

"De stroomingen zijn verstoord!...."

"Mijn God!"

"En er doen zich daarin tusschenpoozen voor!"

En inderdaad, de _Albatros_ daalde merkbaar.

Zooals het wel eens gedurende onweders met den stroom door de

telegraafdraden gebeurt, zoo geschiedde het ook thans op het

luchtschip, namelijk de electrische stroom der accumulatoren werkte

slechts zeer onvolkomen. Maar, wat slechts eene wederwaardigheid kan

genoemd worden, wanneer het telegrammen of berichten geldt, was hier

een schrikkelijk gevaar. Dat stond hier gelijk met een neerploffen in

de zee, zonder dat er iets te doen was, om het gevaar te kunnen keeren.

"Laat naar beneden gaan!" riep Robur. "Laat naar beneden gaan, om

buiten de werking der electrische zone te geraken! Kom, jongens,

de handen uit de mouwen en koelbloedigheid!"

De ingenieur was op de gezagvoerders-brug gestegen.

De manschappen stonden op hunne posten, gereed om zijne bevelen uit

te voeren.

Hoewel de _Albatros_ reeds ettelijke honderd voeten gedaald was,

zoo was zij toch nog door de onweêrswolk omgeven. Zij bevond zich

te midden der bliksemstralen, die zich rondom haar kruisten als de

schitterende vonken van een prachtig vuurwerk. Het was een verheven

gezicht; toch wekte het een angstig gevoel op, want het gevaar was

groot, om door den bliksem getroffen te worden.

Helaas, de schroeven vertraagden hare omwentelingen nog meer, en wat

tot nu toe slechts op eene ietwat snelle nederdaling geleken had,

dreigde thans een val te worden.

Om kort te gaan, het stond bij een ieder vast, dat het vaartuig

binnen eene minuut de oppervlakte der zee zoude bereikt hebben. En

eenmaal daarin neergeplompt, zou geene macht in staat zijn, het uit

dien afgrond te voorschijn te halen.

Eensklaps verscheen de electrische wolk boven het gevaarte.

De _Albatros_ was toen nog slechts op zestig voeten van den kam der

golven verwijderd. Binnen een paar seconden zou zij ondergedompeld

zijn.

Maar Robur, gebruik makende van het gunstige oogenblik, stormde

naar de centraalroef, greep de hefboomen, die het werk in beweging

moesten stellen, en gaf den vollen stroom, die niet meer door de

electrische spanning van den omringenden dampkring geneutraliseerd

werd, gelegenheid zich te ontwikkelen.... De schroeven hadden dadelijk

hunne normale snelheid van omwenteling herkregen.... de _Albatros_

hield op met vallen en was weldra, door hare voortstuwingsschroeven

voortgezweept, en terwijl zij op geringe hoogte zwevende bleef,

verre verwijderd van het onweder, dat zij voorbij gestevend was.

Het zal wel onnoodig zijn te verhalen, dat Frycollin gedurende

die bedrijven een onvrijwillig bad--al was het ook maar gedurende

weinige seconden--genomen had. Toen hij aan boord opgeheschen was,

was hij kletsnat en wel dermate, alsof hij tot op den bodem der zee

ondergedompeld was.

Het zal niet ongeloofelijk voorkomen, wanneer hier verhaald wordt,

dat hij voortaan niet meer schreeuwde.

Daags daarna, den 4den Juli, had de _Albatros_ de noordelijke grens

van de Kaspische zee overschreden.

XI.

WAARIN DE TOORN VAN UNCLE PRUDENT, VOORZITTER VAN WELDON-INSTITUTE,

AANGROEIT ALS DE VIERKANTEN VAN SNELHEID VAN DE ALBATROS.

Als ooit de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans

de hoop voelden tanen, om te kunnen ontvluchten, dan geschiedde

dat zeker gedurende de eerste vijftig uren, die nu volgden. Duchtte

Robur, dat de bewaking zijner gevangenen veel minder gemakkelijk zoude

zijn gedurende dien overtocht over Europa? Dat is mogelijk. Hij wist

evenwel en was er innig van overtuigd, dat zij vastbesloten waren,

alles te ondernemen, alles te wagen om te ontvluchten.

Maar, hoe het ook zij, iedere poging zou thans met zelfmoord gelijk

staan. Men kan uit een sneltrein, ja zelfs uit den Vliegenden

Hollander [1], of uit een bliksemtrein, die met eene snelheid van

honderd kilometers in het uur voortijlt, springen, dat is alles

wel beschouwd slechts het leven op het spel zetten; maar uit een

vervoermiddel springen, dat tweehonderd kilometers in het uur aflegt,

dat is de dood willen.

Nu was het die snelheid,--de grootste die zij kon erlangen,--welke aan

de _Albatros_ medegedeeld was. Zij overtrof de vlucht van de zwaluw,

die honderd tachtig kilometers in het uur bedraagt.

Aan boord van het luchtschip had men moeten opmerken en ook

inderdaad opgemerkt, dat de noordoosten wind bestendig was blijven

doorstaan. Dat was voor den koers zeer gunstig geweest, daar deze

steeds in dezelfde richting, namelijk westwaarts, was geweest. Maar

die wind begon te vallen en weldra werd het onmogelijk om op het

dek van het luchtvaartuig te verwijlen, omdat de snelheid van vaart

de ademhaling belette, ja, als het ware afsneed. De beide gevangenen

zouden zelfs op een gegeven oogenblik over boord zijn geworpen, wanneer

zij niet door de luchtdrukking tegen hunne roef geplakt waren geworden.

Gelukkig bespeurde de roerganger door de traliën van zijn hok, in welk

gevaar zij verkeerden. Hij drukte op een knop, die eene electrische

schel in het logies der manschappen deed weerklinken.

Vier hunner slopen of beter gleden toen al kruipende over het dek

naar het achterschip.

Dat zij, die zich gedurende een storm op een zeeschip bevonden hebben,

hetwelk met den wind op den kop bijgedraaid lag, hun geheugen eens

raadplegen, dan zullen zij eerst begrijpen het geweldige van zoo'n

drukking. Hier echter was het niet de storm, maar de _Albatros_ zelve,

die haar door hare onvergelijkelijke snelheid deed ontstaan.

Om kort te gaan, de vaart moest verminderd worden, hetgeen aan Uncle

Prudent en aan zijn secretaris Phil Evans veroorloofde om hunne hutten

te gaan opzoeken.

De _Albatros_ vervoerde in het innerlijke harer roeven, zooals de

ingenieur Robur terecht verzekerd had, eene in allen deele bruikbare

lucht.

Maar welke stevigheid bezat toch dat toestel, dat het aan de drukking

bij eene dusdanige plaatsverandering weerstand kon bieden? Die was

buitengewoon!

Wat de voortstuwingsschroeven aan het voor- en het achterschip betreft,

die bezaten eene zoodanige snelheid van omwenteling, dat men ze zelfs

niet meer kon zien draaien. Met eene onmetelijke kracht van indringing

schroefden zij zich als het ware in de luchtlaag.

De laatste stad, die men van boord waargenomen had, was Astrakan

geweest, welke op een korten afstand van den noordelijken oever der

Kaspische zee gelegen is.

De Ster der Woestijn--zooals haar een Russisch dichter genoemd

heeft--is van den eersten rang, dien zij weleer innam, tot den vijfden

of zesden afgedaald. Die eenvoudige hoofdplaats eener provincie had

een oogenblik hare oude walmuren, bekroond met nuttelooze schietgaten,

hare vervallen torens, te midden der stad gelegen, hare moskeeën, die

aan meer moderne kerken grensden, hare kathedraal met vijf koepeldaken,

die verguld en met blauwe sterren bezaaid waren, alsof zij uit een

stuk van het firmament geknipt waren, in de verte vertoond; en dat

alles was voorgekomen, alsof het in dezelfde waterpas gelegen was van

de monding der Wolga, die daar ter plaatse eene breedte van ruim twee

kilometers bedraagt.

Daarna, van dit punt af was de vlucht der _Albatros_ als het ware

niets anders dan een overijlden rit door de hoogere luchtlagen van

den dampkring, alsof zij bespannen ware geweest met die fabelachtige

hippogriffen of gevleugelde paarden, die met een enkelen wiekslag

een uur gaans aflegden.

Het was tien uur des voormiddags van den 4den Juli, toen de _Albatros_

noordwestwaarts opstevende en nagenoeg het dal der Wolga volgde.

Aan beide zijden konden de steppen der Don en der Ural, die

voorbijschoven, ontwaard worden.

Wanneer het mogelijk geweest ware een blik te werpen op dat

uitgestrekte grondgebied, dan zou men ternauwernood tijd gehad hebben,

om de steden en de dorpen te kunnen tellen.

Toen eindelijk de avond gekomen was, passeerde het luchtschip Moskou,

zonder evenwel de vlag, die op het Kremlin woei, te salueeren. In

tien uren tijds had de _Albatros_ de tweeduizend kilometers afgelegd,

die Astrakan van de oude hoofdplaats van het groote Russische rijk

scheiden.

De spoorbaan van Moskou naar Petersburg wordt gerekend twaalfhonderd

kilometers lang te zijn. Dat was dus een reisje van een halven dag. De

_Albatros_, nauwgezet als een sneltrein, bereikte dan ook Petersburg

en de boorden der Newa tegen twee uur in den morgen. De helderheid

van den nacht onder deze hooge breedte, waar de Juni-zon zoo vroeg

opkomt en zoo laat ondergaat, veroorloofde gedurende een oogenblik

van den aanblik dier hoofdstad te genieten.

Daarna volgden de Finlandsche Golf, de Abo-eilandengroep, de

Oostzee, Zweden ter breedte van Stockholm, Noorwegen, ter breedte

van Christiania.

Tien uren slechts voor deze twee duizend kilometers!

Waarlijk, men zou kunnen gelooven, dat voortaan geen menschelijke

macht in staat ware om der snelheid van de _Albatros_ paal en perk

te stellen. Het was alsof zij ten gevolge der resultante van hare

voortstuwingskracht met de aantrekkingskracht der aarde in eene

onveranderlijke baan rondom den aardbol bevestigd was. Het luchtschip

hield evenwel halt juist boven den beroemden waterval, de Rjukanfoss

in Noorwegen. De Gousta-berg, welks top de bekoorlijke streken van

het Telemarksche beheerscht, stond daar als een grenspaal, die niet

overschreden zoude worden.

De _Albatros_ koerste dan ook van dit punt af zuiver zuidwaarts,

zonder evenwel hare snelheid te matigen.

En wat voerde Frycollin gedurende dien merkwaardigen tocht uit?

Frycollin bleef in zijne kajuit en hield zich stil als een muis. Hij

trachtte den geheelen dag te slapen en maakte daarop slechts op de

tijdstippen der maaltijden eene loffelijke uitzondering.

Dan hield hem François Tapage, onze bekende kok aan boord, gezelschap

en maakte gaarne van de gelegenheid gebruik, om met zijne angsten

den spot te drijven.

"Waarlijk, mijn jongen," zei hij, "je schreeuwt dus niet meer?"

De neger bromde iets tusschen de tanden.

"Je moet je anders niet geneeren. Je weet, met een paar uren in

die balie aan een lang touw, ben je er af!... Kan je dat niet

bekoren?.... Niet?"

Frycollin zette een gezicht, alsof hij kiespijn had.

"Met de snelheid, die wij bezitten, moet zoo'n luchtbad een uitstekend

middel voor de rheumatiek wezen! Lijd je aan rheumatiek?"

Frycollin knikte neen.

"Hoe jammer, niet waar? Je zoudt dadelijk genezen worden."

"Mij dunkt, dat bij die snelheid alles uit zijne voegen gerukt wordt,"

jammerde Frycollin.

"Dat is best mogelijk, mijn goede Fry. Maar weet je wat nogal

geruststellend is?"

"Wat dan, master Tapage?"

"Dat is, dat wij zoo snel vliegen, dat, al ging de boel uit elkaar,

wij toch niet vallen kunnen."

"Meent gij?"

"Op mijn woord van Gasconjer!"

Dat was het stopwoord van den luidruchtigen Franschman en daartegen

was niets in te brengen.

Om evenwel de waarheid te zeggen en zonder in de overdrijving van

François Tapage te vervallen, dient toch vermeld te worden, dat,

dank zij die overgroote snelheid, de arbeid der opstuwende schroeven

veel gemakkelijker was. De _Albatros_ gleed over de luchtlaag, die

haar droeg, als ware zij een Congrevische vuurpijl.

"En zal dat lang duren?" vroeg Frycollin.

"Alles hangt af van hetgeen gij door lang verstaat."

"Lang, wat men lang duren noemt!"

"Och neen," antwoordde de snaaksche kok. "Eenvoudig gedurende het

geheele leven!"

"O wee!...." riep de neger uit, die met zijne jammerklachten weer

begon.

"Pas op, Fry, pas op!" zei Tapage, terwijl hij den vinger waarschuwend

ophief.

De neger keek hem aan zonder met jammeren op te houden.

"Ja, pas op," vervolgde François Tapage; "want de baas zou, zooals men

in mijn land zegt, je wel weer eens op dien schommel kunnen zetten!"

Daarop slikte Frycollin met de dubbele portie vleesch, die hij in

den mond stak, zijne zuchten in.

Intusschen hadden de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris

Phil Evans, dat waarachtig geen mannen waren, om zich bij nuttelooze

jammerklachten te bepalen, eene beslissing genomen.

Het was buiten kijf, dat eene ontvluchting tot de onmogelijkheden

behoorde. Maar.... was het niet doenlijk om den voet op den aardbol

te kunnen zetten, zoo rees de vraag: of men aan zijne bewoners de

wederwaardigheden kon laten weten, die den voorzitter en den secretaris

van Weldon-Institute getroffen hadden sedert hunne verdwijning, zoo

ook wie hen ontvoerd had en aan boord van welke vliegende machine

zij gevangen gehouden werden, om daardoor wellicht eene stoutmoedige

poging hunner vrienden uit te lokken, ten einde hen uit de handen

van dien Robur te bevrijden? Maar, groote God! op welke wijze moest

die poging ten uitvoer gelegd worden?

Gemeenschap aanknoopen? Maar hoe en door welk middel?

Zou het voldoende zijn de in nood verkeerende zeelieden na te volgen,

die een brief, waarin de plek der schipbreuk bekend gesteld is,

in eene flesch sluiten en die in zee werpen?

Maar hier was de atmospheer de zee. Daarop zou die flesch

niet drijven. Slagen was hier niet denkbaar, tenzij de flesch

op een voorbijganger viel, op gevaar af hem de hersenpan te

verbrijzelen. Neen, zoo'n flesch zou waarschijnlijk niet gevonden

worden.

En toch hadden de beide gevangenen slechts dit middel ter hunner

beschikking, en zij waren op het punt daartoe eene flesch uit

den scheepsvoorraad te bezigen, toen Uncle Prudent een anderen

inval had. Hij snuifde, zooals men weet. En hoewel dat geene fraaie

gewoonte is, zoo kan hem die toch als Amerikaan, die zich aan erger

kon schuldig maken, vergeven worden. In zijne hoedanigheid van snuiver

bezat hij natuurlijk eene snuifdoos,--die op dit oogenblik ledig

was. Die snuifdoos was van aluminium vervaardigd. Wanneer die naar

beneden geworpen was en zij werd door een eerlijk man gevonden, dan

zou hij haar oprapen en haar naar een politie-bureau brengen. Daar zou

men van den daarin besloten brief kennis nemen, die bestemd was om den

toestand der beide slachtoffers van Robur den Veroveraar te onthullen.

Dat werd ten uitvoer gebracht.

De brief was kort, maar deelde toch alles mede, en gaf het adres van

Weldon-Institute op, met het verzoek om hem daarheen te zenden.

Toen de voorzitter Uncle Prudent dat schrijven in de snuifdoos besloten

had, omwikkelde hij deze met een stevigen linnen lap, zoowel om haar

te beletten gedurende den val open te gaan, als om te voorkomen,

dat zij door den schok verbrijzeld zoude worden.

Er bleef thans niets meer over, dan op eene gunstige gelegenheid

te wachten.

En inderdaad, het moeielijkste van de onderneming was, om gedurende

die dolle vlucht over Europa, uit de roef te komen, over het dek te

kruipen, op gevaar af door den snijdenden luchtstroom medegevoerd te

worden. En dat alles moest in het geheim geschieden.

Van eene andere zijde moest gezorgd worden, dat die snuifdoos

niet in eenige zee, meer of ander water viel. In dat geval zou zij

onherroepelijk verloren gaan.

Toch bestond de mogelijkheid voor de twee gevangenen, om door dit

middel gemeenschap met de bewoonde wereld te verkrijgen. Dus het

moest beproefd worden.

Maar het was thans dag. Het was beter den nacht af te wachten, om

dan, hetzij eene vermindering van snelheid, hetzij eene kortstondige

halt te benuttigen, ten einde buiten de roef te kunnen komen. Dan

zou wellicht de verschansing ongemerkt bereikt kunnen worden, om de

kostbare snuifdoos boven eene stad--niet anders dan boven eene stad

te laten vallen.

Maar al waren alle die omstandigheden aanwezig geweest, dan nog zou

het voornemen, althans dien dag--niet uitvoerbaar geweest zijn.

Toen de _Albatros_ toch ter hoogte van den Gousta-berg het Noorweegsche

vasteland den rug of beter den achtersteven toegekeerd had, had

zij nagenoeg zuid gekoerst. Even buiten de kust gekomen, had zij

den lengtegraad van Parijs gevolgd. Het luchtvaartuig stevende dus

over de Noordzee langs hare geheele lengte-as, en veroorzaakte de

grootste verbazing aan boord van de duizenden vaartuigen, die de

kustvaart tusschen Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden, Rusland,

Duitschland, Denemarken, Nederland, België en Frankrijk uitoefenden.

Wanneer de snuifdoos niet op het dek zelf van een van die vaartuigen

viel, dan zou zij ongetwijfeld zinken.

Uncle Prudent en Phil Evans waren dus verplicht een gunstiger oogenblik

af te wachten. Daarenboven zou zich weldra eene voortreffelijke

gelegenheid voordoen.

Het was ongeveer tien uur in den avond, toen de Albatros de kusten

van Frankrijk ter hoogte van Duinkerken bereikte. De avond was vrij

somber. Gedurende een oogenblik kon men de electrische stralen van

den vuurtoren op Griz-nez zich zien kruisen met die van den vuurtoren

van Dover, welker beide lichttoestellen de geheele breedte van het

Pas-de-Calais verlichten.

Daarna stevende de _Albatros_ boven het Fransche grondgebied, terwijl

zij zich op eene hoogte van duizend meters boven de oppervlakte van

den grond hield.

Hare vaart was niet getemperd geworden. Het luchtschip snorde als een

bom boven de zoo talrijke steden, dorpen en gehuchten in die rijke

departementen van noordelijk Frankrijk. Steeds langs den meridiaan

van Parijs voortijlende, waren het nu Duinkerken, Doulens, Amiens,

Creil, Saint Denis, die als het ware daaronder voorbijschoten. Niets

deed de _Albatros_ van hare lijnrechte vaart afwijken. Het was

ongeveer middernacht toen zij boven de Licht-Stad kwam, een naam,

dien Parijs ten volle verdient, zelfs wanneer hare bewoners te bed

zijn of zijn moesten.

Welke gril bracht den ingenieur Robur er toe om boven die wereldstad

stil te houden? Wie zal dat ooit kunnen ontraadselen? Zooveel is

zeker, dat de _Albatros_ daalde, totdat zij de stad slechts op weinige

honderden voeten naderde.

Robur trad toen buiten zijne kajuit en de geheele bemanning kwam

toen op het dek en rondom de verschansing, zoowel om het heerlijke

panorama te genieten, als om weer eens kalme lucht in te ademen.

Uncle Prudent en Phil Evans wachtten zich wel om de gelegenheid, die

zich aanbood, te laten ontsnappen, zonder haar te benutten. Beiden

zochten, na hunne roef verlaten te hebben, een eenzaam plekje op,

om het meest gunstige oogenblik af te wachten. Vooral moesten zij

vermijden, dat zij gezien werden.

De _Albatros_, aan eene reusachtige tor gelijk, gleed zacht over

de groote stad. Zij doorliep de lijn der boulevards, welke toen zoo

prachtig verlicht waren met de electrische toestellen van Edison. Het

geraas der rijtuigen, die nog in de straten rondreden, steeg tot

bij het luchtschip op, alsook het gerol en geratel der treinen op de

talrijke spoorwegen, die zich als stralen naar Parijs richten.

Daarna kwam het gevaarte ter hoogte van de hoogste monumenten zweven,

alsof het tegen den kogel, die het Pantheon bekroont, of tegen het

kruis der Invaliden had willen stooten. Daarna fladderde het van

de twee minarets van het Trocadero tot aan den metalen toren op het

Champ de Mars, welks overgroote reflector de geheele hoofdstad met

electrisch licht overstroomde.

Die luchtwandeling, dat nachtelijk flaneeren duurde ongeveer een

uur. Het was als een rustpunt in den dampkring, alvorens de eindelooze

reis te hervatten.

En waarachtig, de ingenieur Robur wilde waarschijnlijk aan de

Parijzenaars het schouwspel van een hemellichaam verschaffen, dat niet

door hunne sterrenkundigen voorspeld was. De verlichtingstoestellen

der _Albatros_ werden in werking gebracht en twee schitterende

stralenbundels stortten zich uit over de pleinen, de squares,

de tuinen, de paleizen, over de zestigduizend huizen der stad en

verlichtten den gezichteinder van de eene kim tot de andere.

En de _Albatros_ was ditmaal gezien geworden,--maar niet alleen gezien,

ook gehoord; want Tom Turner had zijne trompet aan de lippen gebracht

en overstelpte de stad met eene schetterende fanfare.

Uncle Prudent boog zich in dat oogenblik over het boord der

verschansing heen, opende de hand en liet de snuifdoos vallen.

Bijna gelijktijdig steeg de _Albatros_ in het luchtruim op.

Maar haar vergezelde in dien Parijschen hemel een oorverdoovend hoerah

der menigte, die nog talrijk was op de boulevards.--Het was een hoerah

van verbazing, hetwelk den grilligen meteoor gold.

Plotseling werden de verlichtingstoestellen van de _Albatros_ buiten

werking gesteld. Het duister heerschte wederom rondom het luchtschip

evenals de vorige doodsche stilte. Toen werd weer vooruit gestevend

met eene snelheid van tweehonderd kilometers in het uur.

Dat was alles wat men van Frankrijks hoofdstad te zien kreeg. Inderdaad

niet veel.

Tegen vier uur in den ochtend had de _Albatros_ het geheele Fransche

grondgebied in schuine lijn overgestoken. Daarbij had zij, om geen

tijd te verliezen met het overstijgen der Pyreneeën of der Alpen,

koers over de Provence gezet tot bij de uiterste punt van Kaap Antibes.

Tegen negen uur stonden de San Pietrini verzameld op het terras van

de Sint-Pieterskerk te Rome en waren onthutst, toen zij het luchtschip

over de Eeuwige Stad zagen heenstevenen.

Robur de Veroveraar · 第 11 / 20 段