Toen nu de _Albatros_ op het punt stond de grenzen van het koninkrijk

Dahomey te overzweven, was de souverein Bahadon juist gestorven en de

geheele bevolking was bij elkander gekomen, om tot de verkiezing van

een opvolger over te gaan. Vandaar dat er eene zeer groote beweging

in het land waar te nemen was, eene beweging, die Robur niet ontgaan

kon en hem ook niet ontgaan was.

Inderdaad, geheele gelederen van Dahomeysche landlieden richtten hunne

schreden naar Abomey, de hoofdplaats des lands. Goed onderhouden wegen,

die tusschen uitgestrekte vlakten, met reuzengras overdekt, tusschen

onmetelijke maniokvelden, prachtvolle bosschen van palmboomen, van

kokosboomen, van betelboomen, van mimosa's, van oranjeboomen, van

mangaboomen, enz. enz. kronkelden; ziedaar het land, dat zich voor

den opgetogen blik van de opvarenden van het luchtschip ontwikkelde,

en waaruit de welriekende geuren der keerkringsgewassen tot bij die

bewonderaars opstegen, terwijl zij parkieten en kardinaalvogeltjes

in zwermen van duizenden, in het dichte loof van die wouden konden

zien rondvliegen en ronddartelen.

De ingenieur Robur lag over de verschansing gebogen en scheen in zijne

overpeinzingen verzonken te zijn. Hij wisselde slechts van tijd tot

tijd eenige woorden met zijn eersten officier, zijne rechterhand,

Tom Turner.

Het scheen daarenboven niet dat de _Albatros_ de eer genoot de

aandacht van die saamgepakte menigte op te wekken. Dat was daaraan

toe te schrijven, eensdeels dat die inboorlingen soms geheel onder

het ondoordringbaar loofdak verscholen waren, anderdeels omdat het

luchtschip op eene vrij aanzienlijke hoogte zweefde, waar het zich

te midden van een licht wolkendak bewoog.

Maar tegen elf uur in den voormiddag, verscheen de hoofdplaats met

haren gordel van walmuren, die door een aaneengeschakeld stelsel van

voorgelegen grachten, welke een omtrek van twaalf mijlen omgaven,

verdedigd werden. De waarnemers konden breede straten opmerken, die

regelmatig aangelegd waren, waartoe zich de effen grond uitstekend

geleend had. Aan de noordzij der stad was het paleis des konings

gelegen.

Het uitgestrekte geheel van dat paleis met zijne bijgebouwen wordt

beheerscht door een terras, in welks nabijheid de hut der offeranden

gelegen is.

Van de hoogte van dit terras worden gedurende de dagen der

festiviteiten gevangenen, die in teenen manden gebonden zijn, aan

het volk toegeworpen. Moeielijk is het, zich een begrip te maken van

de wreedheid en de verwoedheid, waarmede deze rampzaligen in stukken

gescheurd worden.

Op een gedeelte der pleinen, die de onderdeelen van het paleis des

souvereins van elkander afscheiden, zijn vierduizend strijdhaftige

vrouwen gehuisvest, die een der afdeelingen en waarlijk niet de minst

moedige van het koninklijk leger uitmaken.

Al kan ook betwist worden, dat er Amazonen langs de rivier van

dien naam in Zuid-Amerika aangetroffen worden, in Dahomey bestaat

daaromtrent niet de minste twijfel. De eenen dragen een blauw hemd met

een blauwen of rooden sjerp, eene witte met blauw gestreepte pantalon,

met eene patroontasch aan den buikgordel vastgehecht; de anderen als

olifant-jageressen, zijn gewapend met een dolkmes met korte kling,

en hebben het voorhoofd versierd met twee antilopen-hoorns, die

met een ijzeren band om het hoofd vastgemaakt zijn. Weer anderen,

die als artilleristen dienst doen, zijn gekleed met een wapenrok,

die half blauw en halfrood is, en hebben tot verdedigingswapen

een tromblongeweer, welks trechtervormige loop van gegoten ijzer

vervaardigd is. Eindelijk nog het bataillon der maagden, met hare

blauwe wapenrokken en hare witte pantalons; dit zijn ware vestalen,

kuisch en rein als Diana, en evenals deze godin gewapend met boog

en pijlen.

Wanneer nu de lezer in gedachte bij deze afdeeling Amazonen eene

andere afdeeling van vijf of zes duizend mannen in korte pantalons,

met hemden van katoen en eene soort sjerp om het middel gebonden, zal

gerekend hebben, dan zal hij zich een denkbeeld van het Dahomeysche

leger kunnen vormen.

De stad Abomey was dien dag geheel en al verlaten.

De souverein, het koninklijk gezin en bedienden-personeel, het

vrouwelijk en mannelijk leger, daarenboven de geheele bevolking hadden

de woonplaats verlaten, om zich naar eene opene plek te begeven, die

op eenige mijlen afstand te midden van prachtige bosschen gelegen was.

Op die vlakte moest de erkenning en de huldiging van den nieuwen

koning geschieden.

Daar zouden ettelijke duizenden krijgsgevangenen, bij de laatste

strooptochten buit gemaakt, ter eere van dien jongen vorst opgeofferd

worden.

Het was ongeveer twee uur in den namiddag, toen de _Albatros_ boven

die vlakte aankwam en te midden van eenige dampen, die haar voor het

oog der Dahomeyers verborg, begon te dalen.

Minstens waren daar zestigduizend menschelijke wezens bij elkander,

die van alle kanten van het rijk, van Widah, van Kerapaij, van Adrah,

van Tombory en zelfs van de verst verwijderde dorpen gekomen waren.

De nieuwe koning--een stevige kerel, Bon Nadi genaamd, en vijf en

twintig jaren oud,--was gezeten op eene hoogte, die door wijdvertakte

boomen overvloedig beschaduwd was. Vóór hem was zijne nieuwe

hofhouding verzameld, alsook zijn mannelijk leger, zijne amazonen en

het geheele volk.

Aan den voet van de hoogte speelden een vijftigtal muzikanten op

hunne barbaarsche instrumenten. Dat waren uitgeholde olifantstanden,

die een vreemden en ruwen toon bezaten; dat waren trommen vervaardigd

van uitgeholde boomstammen, van botervaatjes, van kalebassen, die

met bokkenvellen overspannen waren; dat waren guitaren van holle

houtblokken, die van een paar snaren voorzien waren; dat waren klokjes,

die met een ijzeren tongstuk bespeeld werden; dat waren bamboe fluiten,

welker scherpe toon boven alles uitklonk. En daartusschen werden ieder

oogenblik geweer- en donderbusschoten vernomen, ook losbrandingen van

kanonnen, die hunne gebrekkige affuiten deden opspringen, waardoor voor

het vrouwelijke bedienings-personeel van die artillerie veel gevaar

geboren werd om verpletterd te worden. Dat alles veroorzaakte zulk

een spektakel, dat het voorzeker den hevigsten donder had overstemd

en in het niet doen zinken.

In een hoek van de vlakte lagen de gevangenen, bewaakt door eene sterke

gewapende wacht soldaten. Dat waren de rampzaligen, wier lot het was

den overleden koning in het leven hiernamaals te vergezellen. Die vorst

mocht toch na den dood geen zijner koninklijke prerogatieven missen.

Bij de begrafenisplechtigheden van Ghozo, vader van Bahadon, had deze

hem als goede zoon eene lijfwacht van drieduizend man medegegeven. Bon

Nadi kon niet minder voor zijn voorganger doen.

Waren er niet talrijke boodschaploopers noodig om niet alleen de

Geesten, maar al de bewoners van het hemelrijk uit te noodigen,

ten einde aan den stoet van den vergoodden monarch deel te nemen?

Een vol uur werd er besteed om redevoeringen, toespraken en palabers

te houden, die afgewisseld werden door dansen, ten uitvoer gebracht

niet alleen door in het vak doorkneedde bayadèren, maar ook door

de amazonen, die daarbij eene zeer oorlogszuchtige bevalligheid ten

toon spreidden.

Maar het oogenblik der hekatombe naderde eindelijk.

Robur, die de bloedige gebruiken van Dahomey kende, verloor de

rampzalige gevangenen, die uit mannen, vrouwen en kinderen bestonden,

en tot die slachting bestemd waren, niet uit het oog.

De "mingham" stond aan den voet van de hoogte gereed. Hij zwaaide met

zijn sabel, een waar beulswapen met kromme kling, voorzien van een

metalen bol aan de punt, in den vorm van een vogel, waardoor eene soort

van topzwaarte verkregen werd, die den slag onfeilbaar moest maken.

Maar de mingham was ditmaal niet alleen. Hij zou het werk onmogelijk

afkunnen.

Bij hem stonden dan ook een honderdtal helpers, die als beulsknechten

eene zekere mate van behendigheid in het afslaan van hoofden in één

slag verkregen hadden.

De _Albatros_ naderde intusschen in schuine richting en langzamerhand,

door de omwentelingen zijner opstuwende en voortstuwende schroeven

te matigen. Weldra trad het luchtgevaarte uit de wolkenlaag, die het

tot op honderd meters afstand van de aard-oppervlakte omsluierde,

te voorschijn, en verscheen plotseling voor het eerst.

In tegenstelling van hetgeen bij zoo'n gelegenheid gewoonlijk gebeurde,

verbeeldden die wreedaardige inboorlingen zich een hemelsch wezen te

zien nederdalen met het bijzondere doel, om hulde aan hunnen overleden

koning Bahadon te komen bewijzen.

Toen barstte er eene onbeschrijfelijke geestdrift los. Het vaartuig

werd onophoudelijk aangeroepen, en gebeden werden gericht tot dat

bovennatuurlijke luchtpaard, een waar hippogrief, hetwelk voorzeker

het lijk van den overleden souverein kwam opnemen, om het naar boven

in den Dahomeyschen hemel over te brengen.

In dit oogenblik flikkerde het zwaard van den mingham en vloog het

eerste hoofd van een armen gevangene van den romp. Toen werden andere

krijgsgevangenen bij honderdtallen tot hunne afgrijselijke beulen

voorgebracht.

Plotseling knalde een geweerschot van de _Albatros_.

De minister van justitie viel dood en met het aangezicht ter aarde

neer.

"Goed gemikt, Tom!" zei Robur goedkeurend.

"Ba!.... zoo in den dichten hoop! Dan is raken geen kunst," zei de

eerste officier.

De overige bemanning stond ook met geweren gewapend, gereed om op

het eerste sein van den ingenieur vuur te geven.

Maar in de meening van die verzamelde menigte was eene wijziging

gekomen. Zij had het thans beter begrepen. Dat gevleugeld monster

was geen goedgunstige Geest, maar dat was een geest met vijandige

bedoelingen jegens dat goede volk van Dahomey bezield. Toen de mingham

dan ook dood ter aarde viel, steeg een vreeselijk wraakgeschreeuw

allerwege op, en een hevig geweervuur knetterde weldra over de vlakte.

Die bedreigingen en dat schieten verhinderden de _Albatros_ niet,

om stoutmoedig tot op honderd vijftig voeten van den grond te naderen.

De voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris konden in weerwil van

hunne vijandelijke gezindheid jegens Robur, niet anders doen dan den

ingenieur bij zijn menschlievend streven ter zijde staan.

"Ja, laten wij de gevangenen bevrijden!" riep Uncle Prudent uit.

"Juist, laten wij de gevangenen bevrijden!" juichte Phil Evans.

"Dat is mijn plan!" antwoordde de ingenieur.

En de repeteergeweren van de _Albatros_, aan de beide Amerikanen

in handen gegeven, knetterden even lustig als die der overige

bemanning. Het was een ratelend geweervuur, dat iemand hooren en

zien zou kunnen doen vergaan. Geen enkele kogel ging in die dicht

opeengepakte menschenmassa verloren.

En zelfs het kleine kanonstuk aan boord werd onder een zeer scherpen

hoek gericht en zond ter gewilder tijd eenige kartetsbussen in die

dichte groep, die wonderen verrichtten.

De krijgsgevangenen, zonder evenwel eenig begrip te hebben van die

hulp welke van boven kwam, verbraken dadelijk hunne banden, terwijl

de soldaten, die hen bewaakten, geweerschoten met de bemanning van

het luchtschip wisselden.

De schade, die aan boord teweeggebracht werd, was uiterst gering. Een

der wieken van de voorschroef werd door een schot doorboord; andere

kogels troffen den romp.

Zelfs Frycollin, die zich bij het eerste schot in zijne hut verstopt

had, werd bijna getroffen door een projectiel, dat de omwanding der

roef doorboord had.

"O, zij willen er van proeven," riep Tom Turner uit. "Welnu, zij

zullen er van lusten!"

En meteen liet hij zich naar beneden, naar de kruitkamer glijden en

kwam weldra terug met een dozijn dynamietpatronen, die hij aan de

manschappen aan boord uitdeelde. Op een teeken van Robur werden deze

patronen boven den heuvel naar beneden geworpen, alwaar zij door den

schok op den grond ontploften.

Toen vlood alles, ten prooi aan den hevigsten schrik en de grootste

ontsteltenis. Koning, hofhouding, leger, amazonen, volk, alles, alles

stoof heen, alsof hen de duivel op de hielen zat. Maar, eerlijk bekend,

zoo'n bovennatuurlijke tusschenkomst gaf er wel reden toe!

Allen hadden eene toevlucht onder de boomen gezocht, terwijl de

krijgsgevangenen de vlucht namen, zonder dat iemand er aan dacht,

hen te vervolgen.

Zoo werden de festiviteiten gestoord, die ter eere van den nieuwen

koning van Dahomey hadden moeten plaats hebben. Het was een ruwe

stoornis, die evenwel hare goede zijde had.

Uncle Prudent en Phil Evans moesten erkennen, dat het luchtschip,

waarop zij zich bevonden, een machtig toestel was en dat het in staat

was belangrijke diensten aan de menschheid te bewijzen.

Eindelijk steeg de _Albatros_ weer tot hare gewone hoogte op, stevende

in volle vaart over Wydah heen en had weldra die woeste kust, welke

door de zuidwesten winden met eene ontoegankelijke branding omgeven

wordt, uit het oog verloren.

Het luchtschip zweefde boven den Atlantischen Oceaan.

XIII.

WAARIN UNCLE PRUDENT EN PHIL EVANS EEN GEHEELEN OCEAAN OVERSTEKEN,

ZONDER ZEEZIEK TE WORDEN.

Ja, de Atlantische Oceaan!

De vrees van de beide Amerikaansche gevangenen was bewaarheid.

Het scheen evenwel, dat Robur niet de minste ongerustheid koesterde

om zich boven dien uitgestrekten oceaan te wagen. Zoo iets kon zijn

geest en ook dien van zijne manschappen niet verontrusten; zij moesten

immers aan dergelijke tochten gewoon zijn. Allen waren reeds bij het

intreden van den nacht naar hunne hutten gegaan. Geen nachtmerrie

zou hunnen slaap verstoren.

Waar stevende de _Albatros_ heen?

Zou zij, zooals de ingenieur Robur gezegd had, meer dan de reis rondom

de wereld afleggen?

In ieder geval zou die reis toch ergens moeten eindigen. Het was

bepaald onaanneembaar, dat Robur zijn leven in de lucht aan boord van

zijn luchtschip zou doorbrengen en dat hij nimmer aan wal zou komen.

Hoe zou hij zijn voorraad levensmiddelen aanvullen? En zijne

munitie? Zonder nog te spreken van de noodige grondstoffen tot

het inwerkingbrengen van de machines? Hij moet toch ergens een

toevluchtsoord, eene havenplaats als men wil, in een onbekend en

onbezocht oord van den aardbol hebben, waar de _Albatros_ zich van

het noodige kon voorzien.

Dat de ingenieur Robur iedere gemeenschap met de bewoners der aarde

afgebroken had, was mogelijk; maar dat hij geene gemeenschap met de

oppervlakte der aarde hield, was onmogelijk!

Wanneer echter die redeneering juist was, waar lag dan dat punt? Hoe

was de ingenieur er toe gekomen om het te kiezen? Werd hij daar door

eene kleine kolonie, welker opperhoofd hij was, verwacht?

Kon hij daar een nieuw personeel voor zijn luchtschip aanwerven?

En vooreerst, waarom hadden die lieden, welke van zoo verschillenden

landaard waren, hunne toekomst aan zijn gesternte toevertrouwd?

Dan, eene andere gedachte: over welke middelen beschikte de ingenieur,

om een zoo kostbaar gevaarte, waarvan de samenstelling zoo geheim was

gehouden, te hebben kunnen vervaardigen? Het is waar, het onderhoud

scheen niet duur te zijn. Men leefde aan boord in een soort van

gezellige gemeenzaamheid, een waar familieleven. Die lieden waren

blijkbaar gelukkig en staken dat niet onder stoelen of banken.

Maar, wie was dan toch eindelijk die Robur? Vanwaar kwam hij? Hoe

was het met zijn verleden gesteld? Dat waren allemaal raadselen, die

onmogelijk op te lossen waren; wanneer namelijk de betrokken persoon,

die er het voorwerp van was, niet goedvond een tipje van het geheim

op te tillen en zoo aanleiding tot ontdekking te geven. Maar zou hij

dat doen? Voor onze gevangenen was dat zeer twijfelachtig.

Niemand zal zich dus verwonderen, dat in de gegeven omstandigheden,

die van onoplosbare vraagstukken aan elkander hingen, onze beide

gedwongen reizigers in zeer opgewonden toestand verkeerden. Zoo in

het onbekende voortgevoerd te worden, geen blik in de uitkomst van

zulk een avontuur te kunnen werpen, er zelfs aan te moeten twijfelen

of het ooit een einde zoude nemen, veroordeeld te zijn tot eene

eeuwigdurende vliegvaart, waren dat allen te zamen geen redenen te

over om den voorzitter en den secretaris van Weldon-Institute tot

een verschrikkelijk uiterste te drijven?

De _Albatros_ stevende intusschen sedert dien avond van den 11den

Juli boven den Atlantischen Oceaan.

Toen de zon den volgenden morgen opging, steeg zij boven die

cirkelvormige lijn, welke op zee, daar waar het uitspansel en

de watervlakte elkander schijnen te raken, eene onberispelijke

kim vormt. Geen spoor van land was te bespeuren, en toch was

de gezichtskring, die zich rondom het luchtvaartuig uitspreidde,

onmetelijk groot. De Afrikaansche kusten waren aan den noordelijken

gezichteinder verdwenen.

Toen de neger Frycollin zich buiten zijne hut waagde en hij dien

onmetelijken oceaan onder zich zag, greep hem de angst weer bliksemsnel

aan. _Onder zich_, is niet de juiste uitdrukking, beter is: _rondom

zich_; want voor een waarnemer, die zich in de hooge luchtlagen

bevindt, omringt hem de afgrond overal en schijnt de gezichteinder,

die tot zijn waterpas opgestegen is, achterwaarts te wijken, zonder

dat het mogelijk is de grenzen daarvan ooit te berekenen. Frycollin

kon zich natuurlijk dat verschijnsel niet op wetenschappelijke

gronden verklaren; maar het maakte een geweldigen indruk op hem,

en was voldoende om dat "_horror vacui_," dat afgrijzen van het

ledige, hetwelk zich bij sommige naturen en zelfs bij zeer moedigen

openbaart, bij hem op te wekken. Maar de neger achtte het uit een

soort voorzichtigheidsgevoel toch minder raadzaam jammerklachten te

laten vernemen. De tobbe, waarin hij boven de Kaspische zee gebengeld

had, was hem nog niet uit het geheugen. En, zoo iets moest hem eens

boven dien grooten oceaan overkomen! Het was om het te besterven! Met

gesloten oogen en met vooruitgestoken tastende handen sloop hij naar

zijne hut, waarin hij het vooruitzicht had, lang te kunnen verwijlen.

Inderdaad, van de driehonderd vier en zeventig millioen, zeven en

vijftig duizend negen honderd en twaalf vierkante kilometers, welke

door de zeeën ingenomen worden op den aardbol, neemt de Atlantische

Oceaan ruim een vierde gedeelte in [2]. En het bleek volstrekt niet,

dat Robur gehaast was. Integendeel, want hij had geene bevelen

verstrekt om het luchtschip met volle vaart te laten stevenen. Het

was boemelen in den volsten zin des woords, zoo als de reis vervolgd

werd. Daarenboven, de _Albatros_ zou dezelfde snelheid als die,

waarmede zij over Europa gevlogen was, namelijk van tweehonderd

kilometer in het uur, niet hebben kunnen verkrijgen. In deze streken,

waar de zuid-westenwinden heerschen, had zij den wind tegen, en hoewel

die wind nog zwak was, had hij toch vat op het groote vaartuig.

In die intertropische luchtstreek, hebben de jongste verrichtingen van

de weerkundigen, gesteund op een groot aantal waarnemingen, aangetoond,

dat de passaatwinden eene groote baan van afwijking vertoonen, hetzij

naar de Sahara, hetzij naar de golf van Mexiko. Rekent men de streek

der windstilten niet mede, of beter uitgedrukt: buiten het gebied der

windstilten, komen zij òf van het westen en waaien naar Afrika toe,

òf wel van het oosten en waaien naar Amerika,--ten minste gedurende

het warme seizoen.

De _Albatros_ wendde dus geene pogingen aan, om tegen den ongunstigen

wind te kampen. Zij had dat kunnen doen; maar dan had zij hare

voortstuwende werktuigen met volle kracht moeten laten werken. Robur

vergenoegde zich een gematigde vaart te onderhouden, die evenwel toch

nog die der snelste transatlantische stoomers verre overtrof.

Den 13den Juli sneed het luchtschip de evenachtslijn.

Die heugelijke gebeurtenis werd aan het geheele personeel medegedeeld.

Zoo vernamen de voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans,

dat zij van het noordelijk in het zuidelijk halfrond waren overgegaan.

Dat passeeren van de linie bracht geen der beproevingen, ceremoniën

en feestelijkheden mede, zooals aan boord van vele oorlogs- en

koopvaardijschepen gebruikelijk is.

Alleen François Tapage vergenoegde zich een pint water in den nek

van Frycollin te gieten; maar daar die doop onmiddellijk gevolgd

werd door de verstrekking van eenige oorlammen jenever, stelde de

neger zich bereid de linie te passeeren, zoo dikwijls men zoude

verkiezen. Maar zeker niet op den rug van een kunstmatigen vogel,

die hem volstrekt geen vertrouwen inboezemde. Neen, volstrekt niet!

In den ochtend van den 15den Juli stevende de _Albatros_ tusschen de

eilanden Ascencion en Sint Helena, maar bevond zich toch veel dichter

bij het laatstgenoemde, waarvan de hoogste toppen gedurende eenige

uren aan den zuidelijken gezichteinder konden bespeurd worden.

Wanneer ten tijde, toen Keizer Napoleon I zich in de macht der

Engelschen bevond, een luchtvaartuig bestaan had, zooals dat van den

ingenieur Robur, dan zou Hudson Lowe, de Britsche cipier, gevaar

hebben geloopen, in weerwil van zijne onkiesche en beleedigende

voorzorgsmaatregelen, den beroemden gevangene in de lucht te hebben

zien ontsnappen!

Gedurende de avonden van den 16den en 17den Juli werd een

zeer zonderling verschijnsel van avondschemerings-lichtstralen

ontwaard. Wanneer de _Albatros_ zich op hooge breedten bevonden had,

zou men aan het verschijnen van noorderlicht hebben kunnen gelooven. De

zon schoot bij haren ondergang veelkleurige stralen, waarvan sommige

levendig groen getint waren.

Was het eene wolk van kosmische stof, welke de aarde op hare baan toen

doortrok, en welke stofdeeltjes de laatste stralen der dagvorstin

weerkaatsten? Eenige waarnemers hebben gepoogd dien uitleg aan die

schitterende avondschemerings-stralen te verleenen. Maar die geleerden

zouden hunne beweringen niet gehandhaafd hebben, wanneer zij zich

aan boord van het luchtschip bevonden hadden.

Na nauwkeurig voortgezet onderzoek toch werd bevonden, dat in de

lucht heele kleine kristallen van augiet of pyroxeen, kleine glazen

bolletjes, en zeer fijne deeltjes van magnetisch ijzer in suspensie

rondzweefden. Die schier onvoelbare stof was niet ongelijk aan dat,

hetwelk door sommige vuurspuwende bergen uitgeworpen wordt. Geen

twijfel kon toen meer geopperd worden, of een vulcaan moest bij

zijne uitbarsting, die stofdeeltjes uitgestooten hebben, welker

kristalvormige lichaampjes het waargenomen natuurverschijnsel

veroorzaakten [3]. Men bevond zich toen in een wolk van vulkanische

stoffen, die, door de luchtstroomen vervoerd, boven den Atlantischen

oceaan zweefden.

Andere natuurverschijnselen werden bovendien gedurende dit gedeelte

van de reis nog waargenomen.

Het gebeurde bij voorbeeld vaak dat sommige wolken aan het geheele

uitspansel door een zekere grijze tint een zeer bijzonder uiterlijk

verleenden. Wanneer men dan die gordijn van dampen als het ware

voorbij gestevend was, dan verscheen hare oppervlakte als bezaaid,

als geheuveld door krulvormige wolkjes van eene schitterende witheid,

die als het ware met kleine gestolde loovertjes overdekt waren,

hetgeen onder andere breedten aan de vorming van hagel zou hebben

doen denken. Misschien was het dat wel.

In den nacht van den 17den op den 18den Juli verscheen een prachtige

maan-regenboog, die eene groen-geelachtige tint vertoonde. Dit

luchtverschijnsel werd veroorzaakt door den stand, welken het

luchtschip innam tusschen de volle maan en eene dichte gordijn van

zeer fijne regendroppels, die vervluchtigden en verdampten, alvorens

zij de zee bereikt hadden.

Moest uit al die verschillende natuurverschijnselen de gevolgtrekking

gemaakt worden, dat er weersverandering op til was? Wie weet? Het

was wel mogelijk.

Wat er ook van aan mocht zijn, zooveel is zeker dat de wind, die,

sedert het luchtschip Afrika's kust verlaten had, uit het zuidwesten

geblazen had, bij het naderen van de evenachtslijn zeer afgenomen

was. Het was dan ook zeer warm in die keerkringsstreken, reden waarom

Robur besloot in hoogere luchtlagen frischheid en levenslust te

gaan opzoeken. Toch moest men een beschutting tegen de zon zoeken,

welker stralen, rechtstreeks neervallende, onverdragelijk konden

genoemd worden.

Robur de Veroveraar · 第 13 / 20 段