genoodzaakt de macht en de bestuurbaarheid van dat toestel
tot luchtvaart te bewonderen, zoo lieten zij daarvan toch niets
blijken. Zij zagen slechts uit naar eene gelegenheid om te kunnen
ontvluchten. Zij bewonderden zelfs het prachtige schouwspel niet,
hetwelk zich voor hun oog uitspreidde, terwijl de _Albatros_ langs
de grenzen van Pendjaub stevende.
Aan den voet van het Himalaya-gebergte bestaat een breede strook
moerasgrond, waaruit ongezonde dampen opstijgen. In die streken
bestaat de moeraskoorts in endemischen toestand. Maar zoo iets was
niet in staat om de bewegingen van de _Albatros_ te verlammen, of om
den gezondheidstoestand van haar personeel in gevaar te brengen.
Het luchtschip steeg en verwijderde zich, zonder haast te maken,
in de richting van den hoek, dien Hindostan met hare aanraking met
Turkestan en China maakt. Den 29sten Juni opende zich bij het krieken
van den dag voor de opvarenden van de _Albatros_ het onvergelijkelijke
dal van Cachemir.
Ja, die vallei mag onvergelijkelijk heeten. Zij ligt tusschen het
groot en klein Himalaya-gebergte, wordt doorsneden door honderden
voorgebergten, welke de middenketen tot in het waterbekken van
den Hydaspes uitzendt, en die daar als het ware in de vlakte
uitsterven. Die vallei wordt toch besproeid door de grillige
kronkelingen van den stroom, die het samentreffen van de legers van
Porus aanschouwde, dat wil zeggen van de legers van Indië en van
Griekenland, die te midden van Centraal-Azië handgemeen raakten.
Die Hydaspes is nog altijd daar; maar de beide steden, door den
Macedoniër ter herinnering aan zijne overwinningen gesticht, zijn
zoodanig verdwenen, dat de plaats, waar zij gestaan hebben, niet meer
aan te wijzen is.
De _Albatros_ stevende dien ochtend boven Szinagar, meer bekend onder
den naam van Cachemir. Uncle Prudent en zijn makker zagen eene trotsche
stad welke zich langs de beide oevers der rivier uitstrekte en waarbij
hare houten bruggen, die den stroom overspanden, zich als spinrag
vertoonden. Zij ontwaarden hare chalets, met balcons van houtsnijwerk
versierd, hare wandelplaats door hooge populieren belommerd, hare met
zoden bedekte daken, die wel eenigermate het uiterlijk van molshoopen
hadden, hare veelvuldige kanalen, waarop de schuitjes als notendoppen
en de voerders als mieren schenen, hare paleizen, hare tempels,
hare kiosken, hare moskeeën, hare bungalows bij het binnenkomen der
voorsteden. En dat alles spiegelde in het water en vertoonde alzoo een
dubbel beeld. Daarna verscheen hare oude Citadel van Hari Parvata,
op den nok van een heuvel gelegen, alsof zij even belangrijk ware
als de Mont-Valerien, het belangrijkste der forten rondom Parijs.
"Dat zou Venetië kunnen zijn," zei Phil Evans, "wanneer wij in
Europa waren!"
"Wanneer wij in Europa waren," antwoordde Uncle Prudent, "dan zouden
wij den weg naar Noord-Amerika wel weten te vinden!"
De _Albatros_ vertraagde hare vaart niet boven het meer, waardoor de
rivier stroomt; maar hernam haren tocht door het dal der Hydaspes.
Gedurende een half uur ternauwernood bleef het vaartuig, slechts op een
afstand van tien meters van de oppervlakte der rivier, onbeweeglijk
stil. Daarvan maakte Tom Turner gebruik, om door middel van eene
getah-pertjah buis, die naar beneden gelaten werd, de watervaten van
het vaartuig te vullen. De vloeistof werd opgezogen door eene pomp,
die door den stroom der accumulatoren in beweging gebracht werd.
Uncle Prudent en Phil Evans hadden een blik met elkander gewisseld. Een
zelfde gedachte was hun door het brein gevaren. Zij waren slechts
op weinig meters boven de oppervlakte van den Hydaspes verwijderd,
en de oevers waren binnen hun bereik. Want beiden waren goede
zwemmers. Een kopje-onder kon hen de vrijheid hergeven, en hoe zou
Robur hen weer vatten, wanneer zij onder water verdwenen waren. Was
hij niet verplicht, ten einde zijne voortstuwingswieken alle vrijheid
van omwenteling te kunnen geven, om zich op minstens twee meter boven
de wateroppervlakte te houden?
In een ondeelbaar oogenblik had zich het voor en tegen in hun geest
ontwikkeld en hadden zij het overwogen. Eindelijk wilden zij over de
verschansing springen, toen verscheidene handenparen hen grepen.
Men hield hen in het oog. Zij werden in de onmogelijkheid gesteld om
te kunnen ontvluchten.
Maar ditmaal gaven zij zich niet zonder tegenstand te bieden over. Zij
wilden hen, die hen vasthielden, terugstooten. Maar het waren stevige
kerels, die mannen van de _Albatros_!
"Heeren," vergenoegde de ingenieur zich tot hen te zeggen, "wanneer men
het pleizier smaakt te reizen in gezelschap van Robur den Veroveraar,
zooals gij hem terecht genoemd hebt, en dat nog wel aan boord van zijne
bewonderenswaardige _Albatros_, dan verlaat men hem zoo niet.... met
de Noorderzon! Ik voeg er zelfs bij, dat men hem dan in het geheel
niet meer verlaat!"
De secretaris Phil Evans voerde zijn verbolgen lotgenoot heen, die
op het punt stond zich aan betreurenswaardige daden van geweld over
te geven.
Toen beiden in de roef teruggekeerd waren, vormden zij het onwrikbare
besluit om te vluchten, om het even waar, om het even of de poging
hun het leven zou kosten.
De _Albatros_ had haren tocht in westwaartsche richting hervat.
Gedurende dien dag had zij het grondgebied van Kaboulistan, waarvan
men gedurende een oogenblik de hoofdstad had kunnen ontwaren, bij
matige snelheid overgestevend. Daarna werd de grens van het koninkrijk
Herat, op een afstand van elfhonderd kilometer van Cachemir gelegen,
overschreden.
In die streken, welke nog steeds zoo betwist worden, als de open
toegangsweg voor de Russen tot de Engelsche bezittingen in Indië,
werd men eene groote opeengepakte menigte van volk gewaar. Men zag
er kolonnes, convooien, in één woord alles, wat het personeel en
het materieel van een leger op marsch te zamenstelt. Men hoorde ook
kanonschoten en het geknetter van geweervuur.
Maar de ingenieur Robur mengde zich nooit in de zaken van anderen,
vooral wanneer de gerezen kwestiën zich voor hem niet als vraagstukken,
de eer en humaniteit rakende, voordeden.
Hij stevende voort.
Al was Herat ook al de sleutel tot centraal Azië, zooals men beweert,
dan kon hem dat bitter weinig schelen, of die sleutel in handen der
Britten of der Moscovieten was.
De aardsche belangen konden den stoutmoedige, die van het luchtruim
zijn domein gemaakt had, niet meer bekoren. En zoo iets was wel
begrijpelijk.
Daarenboven, de streek zou weldra verdwijnen in een orkaan van zand,
zooals er in die gewesten zoo vaak ontstaan. Zoo'n orkaan wordt
"tebbad" genoemd. Deze vervoert de koortskiemen tegelijkertijd met
de onvoelbare en de onweegbare stofwolken, die hij op zijn doortocht
allerwege doet opstuiven.
En hoeveel karavanen komen niet in die zandstormen om, en vinden
daarin niet een rampzalig uiteinde!
De _Albatros_ steeg, om aan die stofwolken te ontkomen, die de
fijnheid van bewerking zijner kamraderen en zijner cilindervormige
drijfassen hadden kunnen bederven, tot ongeveer tweeduizend meters,
om een zuiverder dampkring op te zoeken.
Daarna verdwenen de grenzen van Perzië met zijne uitgestrekte vlakten,
die voor onze reizigers onzichtbaar bleven. De vaart was zeer gematigd,
hoewel geen enkele klip, geen enkel gevaar te vreezen was.
En inderdaad, geeft de topographische kaart des lands ook al eenige
terreinverheffing aan, dan bedraagt die niet veel en blijft zij geheel
en al binnen de grenzen der middelmatigheid.
Maar toen men de hoofdstad naderde, moest men er op bedacht zijn,
het Damavend-gebergte te mijden, welks top, met sneeuw en ijs bedekt,
zich op zesduizend-zeshonderd meters verheft. Daarna diende men de
Elbrous-bergketen te mijden, aan welker voet Teheran gebouwd is.
Bij het aanbreken van den dag op den 2den Juli, kwam eindelijk dat
Damavend-gebergte in het gezicht, dat als uit een orkaan van zand te
voorschijn trad.
De _Albatros_ regelde haren koers zoodanig, dat zij over de stad,
die door den heerschenden wind in een wolk van fijn stof gehuld werd,
heenstevende.
Evenwel omstreeks tien uur in den voormiddag, begon men de breede
grachten te ontwaren, die den omheiningswal omgeven. En te midden
daarvan bespeurde men het paleis van den Shah, welks muren met tegels
van gebakken aardewerk bekleed waren. Men kreeg de badplaatsen te
zien, die zich voordeden, alsof zij in onmetelijke groote turkooizen
van een schitterend blauwe kleur uitgehold waren.
Dat was slechts als een droomgezicht. Als een zeer schoon droomgezicht,
wel is waar.
Van dat verkenningspunt wijzigde de _Albatros_ haren koers en
stevende toen bijna zuiver noord. Eenige uren later bevond zij zich
boven eene kleine stad, in een der noordelijk uitspringende hoeken
van de Perzische grens aangelegd, op de boorden van eene groote
wateruitgestrektheid, waarvan men noch in het noorden, noch in het
oosten de oevers vermocht te bepalen.
Die stad was de havenplaats Ashourada, het meest vooruitgeschoven
Russische station in zuidelijke richting.
Die wateruitgestrektheid was eene zee. Het was de Kaspische zee.
Toen werden geene stofwolken meer waargenomen. Men had nu een
gezicht op een samenraapsel van huizen, volgens den Europeeschen
stijl gebouwd, welke langs een laag voorgebergte geschaard stonden
en door een klokketoren beheerscht werden.
De _Albatros_ daalde tot bijna rakelings op de oppervlakte dier zee
neder, welker waterpas op driehonderd voeten beneden dat van de Zwarte-
en van de Middellandsche zee gelegen is.
Het luchtschip stevende tegen het vallen van den avond langs die kust,
welke vroeger tot Turkestan behoorde, maar thans Russisch is en zich
naar de Balkangolf ombuigt.
Daags daarna--den 3den Juli--zweefde het op honderd meters ongeveer
boven den spiegel der Kaspische zee.
Geen wal was in het gezicht, noch aan den kant van Azië, noch aan
dien van Europa. Op de oppervlakte der zee werden eenige witte
zeilen ontwaard, die door de bries bevallig gezwollen waren. Dat
waren inlandsche vaartuigen, die gemakkelijk aan hunnen vorm te
herkennen waren, zooals "keseby's" met twee masten, "kaijuks",
oude zeerooversvaartuigen met een mast, of "teimils", eenvoudige
visscherssloepen. Hier en daar stegen rookwolken op, die de _Albatros_
bereikten. Zij werden uitgebraakt door de schoorsteenpijpen van de
stoombooten van Ashourada, welke door Rusland, ter uitoefening van de
politie in de Turkomansche wateren, op de Kaspische zee onderhouden
werden.
Dien ochtend stond de eerste officier van de _Albatros_, Tom Turner,
met François Tapage, den kok van boord, te praten en antwoordde op
eene vraag van dezen het navolgende:
"Ja, zeker; wij zullen gedurende ongeveer acht en veertig uren boven
de Kaspische zee blijven stevenen."
"Dat is overheerlijk," antwoordde de kok, zich vergenoegd in de
handen wrijvende.
"Mag ik u vragen, wat overheerlijk is, master Tapage?" vroeg Tom
Turner deftig.
"Wel, dat wij zoolang boven die zee blijven."
"En waarom is dat overheerlijk? Ik begrijp niet...."
"Wel, dan zal ons wel verlof gegeven worden om te visschen," zei de
kok. "Zou het niet, master Turner?"
Deze knikte bevestigend.
"Daar zegt ge zoo iets," hernam hij. "Ik zal alles in gereedheid
doen brengen."
En inderdaad, daar men ongeveer veertig uren noodig had, om
de uitgestrektheid van zes honderd vijf en twintig mijlen af te
leggen, welke deze zee, die twee honderd mijlen breed is, over hare
lengte-as meet, mochten daarbij nog wel eenige uren gevoegd worden
ter vischvangst, gedurende welke de snelheid van vaart der _Albatros_
zeer gematigd, ja zelfs nul zou kunnen genoemd worden.
Het antwoord van Tom Turner was door den secretaris van
Weldon-Institute, die zich in dit oogenblik vooruit bevond, gehoord
geworden. Dat gaf hem eene welkome afleiding.
Hij werd toch in dit oogenblik door den knecht Frycollin bestormd
met eindelooze klaagliederen over zijn verblijf aan boord en met
hartverscheurende smeekbeden, om toch zijn tusschenkomst te verleenen
bij Uncle Prudent, opdat deze mocht toestaan, dat zijn neger ergens
"aan wal" gezet werd.
Zonder op dat zotte gekakel van den zwartkop te antwoorden, greep
Phil Evans de gelegenheid aan en spoedde zich naar het achterschip,
om den voorzitter van Weldon-Institute op te zoeken. Daar maakte hij,
na alle voorzorgsmaatregelen genomen te hebben, ten einde niet gehoord
te worden, dezen bekend met de woordenwisseling tusschen den eersten
officier Tom Turner en den kok François Tapage.
"En wat denkt gij er van?" vroeg hij ten slotte aan Uncle Prudent.
"Wat ik er van denk?..." antwoordde deze. "Wel, dat wij ons geene
droombeelden te scheppen hebben omtrent de gedragslijn van dien
ellendeling ten onzen opzichte!"
"Neen, waarlijk niet," hernam Phil Evans. "Hij zal ons eerst wanneer
hem dat zal behagen de vrijheid weergeven.... als hij ze ons ooit
weergeeft!"
"Dus in ieder geval moeten wij alles beproeven, om de _Albatros_
te ontvluchten!"
"Het is toch een bewonderenswaardig toestel...."
"Wat?.... Wat is bewonderenswaardig?" vroeg Uncle Prudent onstuimig
en verwoed.
"Die _Albatros_.... Ja, zij is bewonderenswaardig, dat moet erkend
worden, niet waar?"
"Dat is mogelijk!" riep Uncle Prudent grimmig uit. "Maar die _Albatros_
is het eigendom van een schavuit, die ons wederrechtelijk gevangen
houdt. En van die zijde beschouwd, levert dit luchtvaartuig een
voortdurend gevaar op voor ons en onze vrienden. En als wij er niet
in slagen om het te vernietigen...."
"Laten wij beginnen met te vluchten!...." antwoordde de secretaris
Phil Evans. "Later kunnen wij zien...."
"Ja.... het zij zoo!" hernam Uncle Prudent, "....en laten wij iedere
gelegenheid benutten, die zich zal voordoen."
"Goed, dat zullen wij."
"De _Albatros_" ging de voorzitter van Weldon-Institute voort,
"zal blijkbaar de Kaspische zee overstevenen, en daarna boven Europa,
hetzij in het noorden boven Rusland, hetzij in het westen boven mildere
landstreken zweven. Welnu, waar wij ook voet aan wal zullen zetten,
zullen wij wel terechtkomen en onzen weg wel weten te vinden. Wij
moeten dus ieder oogenblik van den dag of den nacht gereed zijn."
"Maar...." wilde Phil Evans vragen.
"Maar, wat?"
"Hoe zullen wij vluchten?"
"Luister," zei Uncle Prudent, met den meest mogelijken ernst en
deftigheid.
"Ik ben geheel gehoor," antwoordde zijn secretaris.
"Het gebeurt vaak, dat de _Albatros_ gedurende den nacht slechts op
weinige honderd voeten boven den grond zweeft. Nu bevinden zich aan
boord kabeltouwen genoeg van die lengte...."
"Jawel, maar...."
"Shutt!.... Met een weinig stoutmoedigheid zou men zich misschien
naar beneden kunnen laten glijden...."
"Ja," hernam Phil Evans. "Als het geval zich zou voordoen, zou ik
geenszins aarzelen...."
"Ik ook niet," betuigde Uncle Prudent. "Maar, luister verder..."
"Tot uw dienst, master Prudent."
"Ik knoop aan die mededeeling vast, dat des nachts, behalve de
roerganger, die op het achterschip staat, niemand de wacht houdt. En
toevallig ligt juist een der door mij bedoelde kabels vooruit. Mij
dunkt, dat het niet onmogelijk zal zijn om dien, zonder gezien of
gehoord te worden, buiten boord te brengen."
"Opperbest!" zeide Phil Evans. "Ik zie met genoegen, Uncle Prudent,
dat gij kalmer zijt. Dat is noodig, om te kunnen handelen. Maar op dit
oogenblik zweven wij boven de Kaspische zee. Talrijke vaartuigen zijn
in het gezicht. De _Albatros_ gaat dalen om te visschen.... Wellicht
zouden wij van de gelegenheid kunnen gebruik maken om...."
"Maar, men bewaakt ons, zelfs wanneer wij meenen niet bespied te
worden," antwoordde Uncle Prudent.
"Meent gij?"
"Dat hebt gij wel bespeurd, toen wij in de Hydaspes wilden springen,
niet waar?"
"Ja, dat is waar," antwoordde Phil Evans. "En wie verzekert ons,
dat wij ook niet des nachts bewaakt worden?"
"Om het even! Wij moeten er een eind aan maken!" riep Uncle Prudent
uit. "En als het kan: een eind aan de _Albatros_! Maar vooral een
eind aan haren gezagvoerder!"
Zooals men ziet, waren de beide gevangenen--vooral Uncle Prudent--in
eene gemoedsstemming, die hen in staat zou kunnen stellen, om de meest
roekelooze daden te verrichten, daden, die hunne eigene veiligheid
zeer in gevaar zouden kunnen brengen.
Het gevoel hunner onmacht, de versmadende kleinachting, die
op bespotting geleek, waarmede Robur hen behandelde, de brutale
antwoorden, welke hij hun gaf, dat alles bracht het zijne bij om den
toestand, die reeds gespannen was, met den dag ondragelijker te maken.
Dienzelfden dag zou een nieuw voorval het gevaar voor een zeer
betreurenswaardigen twist tusschen Robur en zijne twee gevangenen nog
vermeerderen. De arme Frycollin was er verre van om te gissen dat hij
er de aanleidende oorzaak, de uittarter als het ware, van zoude wezen.
Toen deze zich boven de zee zonder grenzen zag, begon hij weer, als
een echte lafaard, angst te gevoelen. Evenals een kind begon hij te
grijnen, te janken, te protesteeren, te huilen, te schreeuwen en zich
in duizend bochten te wringen, terwijl hij daarbij de afschuwelijkste
gezichten trok.
"Ik wil weg!..." gilde hij. "Ik wil heengaan!... Ik ben geen
vogel!... Ik ben niet gemaakt om te vliegen!... Ik wil dat men mij
aan wal brenge!... En dat wel dadelijk!..."
Wij behoeven er niet bij te vertellen, dat Uncle Prudent hoegenaamd
geene pogingen aanwendde, om den schreeuwer tot bedaren te
brengen. Integendeel. Dat gehuil begon evenwel Robur zeer te vervelen.
Alvorens Tom Turner zich met zijne varensgezellen onledig zoude
houden met de visscherij-benoodigdheden in gereedheid te brengen,
gaf hij order, ten einde zich van Frycollin te ontdoen, dat deze in
zijne roef zoude opgesloten worden. Maar daar ging de neger als een
uitgelatene te werk; hij schopte en klopte tegen en op de omwandingen,
en schreeuwde en gilde daarbij nog erger dan te voren.
Het was ongeveer middag.
De _Albatros_ zweefde toen op een afstand van ongeveer vijf of zes
meters boven de oppervlakte der zee. Eenige der daarop stevenende
vaartuigen hadden verschrikt de vlucht genomen. Weldra was dit gedeelte
van de Kaspische zee geheel verlaten.
Zooals men wel denken kan, waren de beide gevangenen in die
omstandigheden, waarin zij slechts over boord hadden te springen om te
kunnen vluchten, het voorwerp van een bijzonder toezicht. Al nam men
zelfs aan, dat zij er in geslaagd zouden zijn kopje-onder te spelen,
dan nog zouden zij door de sloep van de _Albatros_ spoedig opgevischt
zijn. Die sloep, van caoutchouc vervaardigd, was licht als een veer
en vloog over het water.
Dus gedurende die vischvangst kon aan geene ontvluchting gedacht
worden. Toch wenschte Phil Evans haar bij te wonen, terwijl Uncle
Prudent, in een voortdurenden toestand van woede en razernij, zich
in zijne hut terugtrok.
Men weet, dat het bekken der Kaspische zee eene vulkanische depressie
is van den bodem. In dat bekken wateren groote stroomen en rivieren
uit, zooals: de Wolga, de Oeral, de Kour, de Roema, de Jemba en
tal van anderen. Zonder de dagelijksche verdamping, die als het
ware het te veel verslindt, zou die zee, welke eene oppervlakte van
zeventienduizend vierkante mijlen heeft, bij eene gemiddelde diepte
van tweehonderd-zeven-en-negentig voeten, de noordelijke en oostelijke
oeverstreken, die laag en moerassig zijn, overstroomen. Hoewel dat
bekken geene gemeenschap heeft met de Zwarte zee of met het meer
Aral, welks waterpas verre boven dat der Kaspische zee verheven
ligt, bezit deze laatste toch een grooten rijkdom aan visschen--van
die soorten evenwel die gewoon zijn aan de bitterheid harer wateren,
eene eigenschap, welke aan de naphta toegeschreven wordt, die haar uit
verscheidene bronnen, in haar zuidelijk gedeelte gelegen, toevloeit.
Bij de gedachte aan de afwisseling, welke die vischvangst in het
dagelijksch menu zoude brengen, kon de bemanning van het luchtschip
haar genoegen niet bemantelen.
"Opgepast!" riep Tom Turner, die met vaste hand een grooten visch
geharpoend had, die veel op een haai geleek.
Het was een prachtige steur van zeven voet lengte, van die soort,
door de Russen Belonga genaamd, welks kuiteieren met zout, azijn en
witten wijn gemengd, de kaviaar vormen. Misschien smaken de steuren,
die in de rivieren gevangen worden, beter dan de zeesteuren; maar
deze soort was toch zeer welkom aan boord van de _Albatros_.
Wat evenwel die vischvangst tot eene zeer overvloedige maakte, was
een driehoekig zakvormig net, hetwelk door het luchtschip gesleept
werd en waarin door elkander krioelden karpers, brasems, zalmen,
zoutwatersnoeken, en vooral eene groote menigte sterletten van
matige lengte, die de vermogende lekkerbekken levend van Astrakan
naar Moskou en naar Sint Petersburg laten overbrengen. Deze, welke
men thans gevangen had, zouden onmiddellijk van uit hun natuurlijk
element zonder onkosten van vervoer in de ketels der kombuis van het
luchtschip overgaan.
De bemanning der _Albatros_ haalde met vreugde de netten in, nadat
het luchtschip ze over de uitgestrektheid van eenige mijlen gesleept
had. De Casconjer, François Tapage, brulde als het ware van plezier
en deed zijn naam wel eer aan. Die vischvangst, welke slechts een uur
geduurd had, was voldoende om de wannen van het luchtschip behoorlijk
te vullen. Daarna werd koers naar het noorden gezet.
Frycollin was gedurende dat oponthoud steeds voortgegaan met schreeuwen
en met op de wanden zijner hut te kloppen en te trappen, in één woord:
een onverdragelijk spektakel te maken.
"Zal die vervloekte neger dan niet zwijgen!" zei Robur, wien het
geduld begon te ontbreken.
"Mij dunkt, mijnheer de ingenieur," meende Phil Evans, "dat hij
recht heeft...."
"Welk recht heeft hij hier aan boord?" vroeg Robur driftig.
"Het recht om zich te beklagen."
"Ja, zooals ik het recht heb, om mijn ooren die marteling te besparen."
"Ingenieur Robur!..." zei Uncle Prudent, die op dit oogenblik op het
dek verscheen.
"President van Weldon-Institute!"
Beiden traden op elkander toe. Beiden keken elkander vlak in de oogen.
Daarna zei Robur, terwijl hij de schouders optrok:
"Geef hem een eindje, Tom."
Torn Turner begreep die weinige woorden. Frycollin werd uit zijn
hut gehaald.
Of de neger ook al schreeuwde, alsof hij geslacht werd, daaraan
stoorde zich niemand. De manschappen van Tom Turner grepen hem en
bonden hem in eene balie, eene soort tobbe, die zij aan het uiteinde
van een kabel vastmaakten.
Dat was juist een dier kabels, waarvan de president Uncle Prudent,
zooals men weet, gebruik had willen maken.
De neger dacht eerst, dat men hem wilde hangen, namelijk om den
hals. Dat was minder juist. Wel werd hij gehangen, maar op eene
andere wijze.
En inderdaad, de kabel werd ontrold en naar buiten over eene lengte van
ongeveer honderd voeten gevierd, zoodat Frycollin in de ruimte zweefde.
Thans kon hij naar hartelust en zonder hinderlijk te zijn, schreeuwen
zooveel hij wilde. Maar de angst schroefde hem de keel dicht en hij
bleef stom als een visch.
Uncle Prudent en Phil Evans hadden zich tegen die handeling, of volgens
hen mishandeling verzet, maar zij werden krachtdadig teruggedrongen.
"Dat is infaam!" zei Phil Evans.
"Dat is lafhartig!" gilde Uncle Prudent, die buiten zichzelven van
woede was.
"Waarlijk?" vroeg Robur hoonend.
"Dat is misbruik van macht maken en daartegen zal ik op andere wijze
protesteeren dan enkel met woorden."
"Protesteert! Wat kan mij dat schelen!"
"Ik zal mij wreken, ingenieur Robur!"
"Welnu, wreekt u, president van Weldon Institute!"
"Ik zal mij wreken op u en op al de uwen!"
De mannen van het personeel van de _Albatros_ waren nader getreden
en legden geene al te teerhartige neigingen aan den dag. Robur gebood
hen evenwel met een gebaar, om zich te verwijderen.
"Ja, ik zal mij wreken!"
"Zooals gij wilt!"
"Op u en op al de uwen!" schreeuwde Uncle Prudent, dien zijn makker
tevergeefs poogde te kalmeeren.
"Wanneer het u believen zal!" antwoordde de ingenieur.
"En met alle mogelijke middelen!"
"Zoo, zoo!"
"Ja, met alle mogelijke middelen."
"Genoeg!" zei Robur toen op dreigenden toon. "Genoeg! Er zijn nog
andere kabels aan boord. Zwijgt nu, of de baas ondergaat dezelfde
straf als de knecht!"