der bestuurbaarheid van de luchtballons geloofden, aan te moedigen,
ja in vuur en vlam te zetten; en toch, hoeveel degelijke breinen
waren er niet, die bepaald weigerden aan de bereiking van dat doel te
gelooven! En inderdaad, al vindt de luchtballon ook al een steunpunt in
de lucht, dan toch mag daartegenover niet uit het oog verloren worden,
dat hij door die middenstof geheel en al omgeven wordt, en dat hij als
het ware daartoe behoort en daarmede voortbewogen wordt. En hoe zou
nu onder die omstandigheden zoo'n massa aan de dampkringsstroomingen
kunnen weerstand bieden? Hoe zou zij den kamp kunnen aanvaarden, al
was het ook maar met matige winden, hoe machtig hare voortstuwende
schroefomwenteling ook mocht zijn?
Dat was en bleef het groote vraagstuk van den dag. Men hoopte het
evenwel op te lossen, door het bezigen van toestellen van zeer groote
uitgebreidheid.
Nu had zich een omstandigheid voorgedaan, dat Noord-Amerikanen, in dien
wedstrijd van uitvinders, bij het zoeken naar eene machtige en lichte
voortstuwende kracht, het zoozeer nagejaagde doel het meest nabij
gekomen waren. En inderdaad, een dynamo-electrisch toestel, gegrond
op het gebruik eener nieuw gevonden batterij, welker samenstel nog in
een geheimzinnigen sluier gehuld was, was gekocht geworden van zijn
uitvinder, een scheikundige van Boston, die tot op dat tijdstip geheel
onbekend was gebleven. Berekeningen, met zeer veel zorg uitgevoerd,
diagrammen, met de meest mogelijke nauwkeurigheid vervaardigd, hadden
aangetoond, dat met dit toestel, hetwelk eene schroef van behoorlijke
afmetingen in beweging bracht, eene snelheid of beter eene verplaatsing
van achttien tot twintig meters in de seconde te verkrijgen was.
Waarlijk, dat zou prachtig geweest zijn. Dat moet iedereen erkennen.
"En de onkosten daarvan zijn niet hoog," had Uncle Prudent er aan
toegevoegd, terwijl hij den uitvinder tegen kwitantie in behoorlijken
vorm, het laatste pakje van honderdduizend dollars in bankpapier
overhandigde, waarmede men hem zijne uitvinding betaalde.
En dadelijk toog Weldon-Institute aan het werk. Er mocht geen oogenblik
verloren gaan.
Wanneer het eene proefneming geldt, die een degelijk practisch nut
kan opleveren, dan hebben de Amerikanen, in tegenstelling met vele
andere natiën van de beschaafde wereld, daar veel geld voor over. De
fondsen stroomden dan ook toe, zonder dat het zelfs noodig was eene
maatschappij met aandeelen op te richten.
Drie maal honderdduizend dollars--hetgeen zoo ongeveer met zevenhonderd
vijftigduizend guldens, Nederlandsche munt, overeenkomt--waren bij
de eerste oproeping reeds in de kas van de club bijeengebracht.
De werkzaamheden werden toen onmiddellijk begonnen onder de directie
van den meest beroemden luchtvaartkundige van de Vereenigde Staten
van Noord-Amerika, den heer Harry W. Tonder, die inderdaad de
onsterfelijkheid verworven heeft door drie opstijgingen, merkwaardig
onder duizenden.
Bij de eerste daarvan steeg hij tot eene hoogte van twaalf duizend
meters op, dus veel hooger dan Gay-Lussac, dan Coxwell, dan Sevel,
dan Crocé Spinelli, dan Tissandier en dan Glaisher deden.
Bij de tweede trok hij geheel Noord-Amerika, in zijne volle breedte,
van New-York tot San Francisco door en overtrof daarbij de luchttochten
van Nadar, van Godard en van zooveel anderen, met ettelijke honderd
mijlen, zonder daarbij de reis te rekenen van John Wise, die een
afstand van elf honderd en vijftig geographische mijlen had afgelegd
van Saint Louis naar het graafschap Jefferson.
Bij de derde eindelijk, had hij een gevaarlijken val gedaan van
eene hoogte van vijftienhonderd meter, waarbij hij slechts eene
ontwrichting van den rechterpols opliep, terwijl Pilâtre de Rosier,
minder gelukkig, bij een val van eene hoogte van slechts zevenhonderd
voeten, op de plaats dood bleef.
Weldon-Institute had, zooals de lezer wel reeds zal gegist hebben,
de zaken dus bij het begin van deze geschiedenis kranig aangepakt. In
de Turner-werkplaatsen te Philadelphia kon reeds een luchtballon van
langwerpigen vorm opgemerkt worden, welks stevigheid nog beproefd
moest worden door samengeperste lucht onder eene groote drukking er
in te brengen.
Waarlijk, dat gevaarte verdiende ten volle den naam van monsterballon!
En, inderdaad, hoeveel inhoud meette de _Gérant_ van Nadar? Slechts
zesduizend kubieke meters.
Hoeveel inhoud meette de luchtballon van John Wise? Slechts
twintigduizend kubieke meters.
Hoeveel meette de ballon van Henri Giffard, die op de
wereldtentoonstelling van 1878 prijkte? Slechts vijf en twintigduizend
kubieke meters bij een straal van achttien meters.
Vergelijk nu eens die drie luchtballons met het gevaarte van
Weldon-Institute, welks inhoud veertigduizend kubieke meters bedroeg;
dan zal ten volle begrepen worden, dat Uncle Prudent en zijne medeleden
wel eenigermate het recht hadden, evenals hun ballon opgeblazen van
hoogmoed en trots te zijn.
Die luchtballon was niet bestemd, om nasporingen in de hoogste
luchtlagen van den dampkring te bewerkstelligen. Hij werd ook niet
_Excelsior_ gedoopt, eene qualificatie, die maar al te zeer bij de
burgers van Noord-Amerika gebruikelijk is. Neen! hij werd eenvoudig
_Go ahead_ genoemd, hetgeen "Vooruit" beteekend. Dat gevaarte bleef
dus niets anders over, dan onder de leiding van zijn gezagvoerder
dien naam te rechtvaardigen.
Men was toen op dat tijdstip reeds zoo ver gevorderd, dat het
dynamo-electrische werktuig, hetwelk volgens eene uitvinding, waarvoor
het octrooi door Weldon-Institute aangekocht was, vervaardigd werd,
bijna geheel klaar was. Het was dus te voorzien, dat de _Go ahead_
binnen zes weken zijn tocht door de hemelruimte zou kunnen beginnen.
De lezers evenwel hebben reeds kunnen bemerken, dat alle moeielijkheden
op het gebied van werktuigkunde niet opgelost waren. Zeer veel
zittingen van Weldon-Institute waren gewijd, niet aan de bespreking
van den vorm of van de afmetingen der schroef, maar aan het vraagstuk,
waar die schroef geplaatst zoude worden, achter aan het toestel, zooals
de gebroeders Tissandier gedaan hadden, of aan het voorgedeelte van
het toestel, zooals de kapiteins Krebs en Renard te werk waren gegaan.
Het zal onnoodig zijn er bij te zeggen, dat bij die discussie, de
aanhangers der beide systemen slaags geraakt waren. De groep van hen,
die de aanhechting der schroef aan het voorgedeelte voorstonden,
was in getal aan de andere partij gelijk. Nu had Uncle Prudent,
wiens stem in geval van staking beslissend had moeten wezen, zich als
een echte leerling van de school van Buredon van stemming onthouden,
omdat het voor en het tegen bij hem juist in evenwicht in zijn brein
om den voorrang streden.
Er bestond dus totale onmogelijkheid, om tot overeenstemming te
geraken en derhalve totale onmogelijkheid, om de schroef op hare
plaats te brengen. Dat zou zeer lang kunnen duren, wanneer namelijk
het gouvernement niet tusschenbeiden trad. Maar men weet het, in de
Vereenigde Staten van Noord-Amerika bemoeit zich het gouvernement zoo
min mogelijk met de particuliere zaken der ingezetenen en heeft er een
afschuw van zich te mengen in zaken, die het niet aangaan. En daarin
heeft dat Amerikaansche gouvernement groot gelijk en onderscheidt
het zich zeer gunstig van anderen, welke die gedragslijn niet volgen.
Zoo was de stand van zaken, en de zitting van den 13den Juni dreigde
geen einde te zullen nemen, of wel zij scheen een gruwelijk einde te
zullen hebben. Want er werden beleedigingen geuit, die met vuistslagen
beantwoord werden. Op die vuistslagen volgden stokslagen en op die
stokslagen revolverschoten, toen, juist terwijl de klok acht uren en
zeven en dertig minuten aanwees, eene afleiding wel te stade kwam.
De portier van Weldon-Institute naderde koelbloedig en bedaard,
als een politie-agent te midden van de stormachtige tooneelen eener
democratische meeting, de tafel van den voorzitter. Hij reikte dezen
een visitekaartje over en wachtte onverstoorbaar kalm de bevelen,
welke Uncle Prudent hem geven zou.
De voorzitter liet de stoomtrompet weerklinken, die dienst als
voorzitters-hamer of voorzitters-bel moest doen. Want bij dergelijke
vergadering zou de klok van het Moskouer Kremlin niet voldoende hare
stem hebben kunnen laten hooren! Maar in weerwil van dat stoomgehuil,
ging het spektakel voort, ja vermeerderde zelfs.
Toen nam de voorzitter den hoed van het hoofd, waarop, dank zij dit
laatste redmiddel, eene gedeeltelijke stilte intrad. Het was waarlijk
tijd ook.
"Eene mededeeling!" riep Uncle Prudent, terwijl hij een kolossalen
greep deed in zijne snuifdoos, die hem nimmer verliet. "Eene
mededeeling, leden van Weldon-Institute!"
"Spreek! Spreek!" riepen negen en negentig stemmen uit, die bij toeval
omtrent dit punt eenstemmig dachten.
"Een vreemdeling, waarde collega's, wenscht in de zaal onzer
vergaderingen toegelaten te worden."
"Nooit!" riepen een groot aantal stemmen, die ook op dit punt
eensgezind dachten.
"Nooit!" riepen de anderen met niet minder geweld.
Zoo iets was nog nooit geschied, dat al de leden van Weldon-Institute
in eenig punt volmaakt overeenstemden.
"Hij stelt voor ons te bewijzen," ging Uncle Prudent voort, "dat de
meening omtrent de bestuurbaarheid der luchtballons het meest domme
en belachelijke droombeeld is, wat in het brein van een sterveling
kan opkomen."
Een dreigend gebrom was het antwoord op die stoutmoedige verklaring.
"Laat hem binnenkomen?.... Laat hem binnenkomen!"
"Ja, laat hem binnenkomen!"
Ook op dit punt heerschte de meest mogelijke eenstemmigheid, hoewel een
oogenblik te voren met de meeste eenparigheid het: "nooit! nooit!" als
protest tegen de toelating door de zaal gedonderd had. De meening
der menigte kan nimmer als rotsvast aangemerkt worden.
"Hoe heet die zonderling?" vroeg de heer Phil Evans, secretaris van
Weldon-Institute.
"Robur," antwoordde Uncle Prudent met duidelijk verstaanbare stem.
"Hoe?" vroegen een aantal leden, die meenden niet goed verstaan
te hebben.
"Robur," herhaalde de voorzitter met nog duidelijker stem, als dit
mogelijk geweest was.
"Robur!.... Robur!.... Robur!" huilden een aantal stemmen met de
hoogst mogelijke opgewondenheid.
"Robur!.... Robur!.... Robur!...." herhaalden de anderen niet minder
onstuimig en woest.
Dat de eenstemmigheid bij het hooren van dien naam zoo eensklaps
ingetreden was, kwam daarvandaan alleen, dat geheel Weldon-Institute
hoopte haren wrevel te kunnen koelen op hem, die dien naam droeg.
En inderdaad, die wrevel was ten toppunt gevoerd en kon vergeleken
worden met een boordevollen beker, die door een enkelen droppel tot
overloopen genoopt zoude worden.
De storm was dus voor een oogenblik bedaard--in schijn althans.
Wij zeggen in schijn, omdat een storm bij een volk, dat twee of drie
stormen per maand, in den vorm van windvlagen naar Europa zendt,
zoo maar niet in eens tot kalmte te brengen is.
III.
WAARIN EEN NIEUWE FIGUUR TEN TOONEELE VERSCHIJNT, DIE DEN LEZER NIET
BEHOEFT VOORGESTELD TE WORDEN, OM DE EENVOUDIGE REDEN, DAT HIJ ZICH
ZELVEN VOORSTELT.
"Burgers van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, ik heet Robur,
dat wil zeggen: Kracht. Ik ben dien naam volkomen waardig. Ik ben
veertig jaren oud, hoewel ik er uitzie, alsof ik er slechts dertig
ware. Mijne gezondheid is volmaakt en tegen iederen stoot bestand. Ik
bezit eene buitengewoon groote spierkracht en een maag, die zelfs
bij het struisvogelengeslacht onder een der besten gerekend zoude
kunnen worden.
"Ziedaar, wat het lichamelijk gedeelte van mijn persoon aangaat! Ik
kan nu verder gaan."
Men luisterde naar hem. Ja, zeker! De levenmakers van straks waren
aanvankelijk uit het veld geslagen, door het onverwachte van die
toespraak _pro facie suâ_, die zeer veel van eene lofuiting op zich
zelf had.
Was die man een krankzinnige, of eenvoudig een grappenmaker? Wie kan
dat beantwoorden?
Hoe het ook zij, die krankzinnige of die grappenmaker maakte indruk
en verstond de kunst om de ooren in beslag te nemen. Geen zucht,
geen geritsel werd meer in die vergadering vernomen, waarin weinige
minuten vroeger een ware orkaan van hartstochten huilde. Dat was
waarlijk de kalmte na den storm.
Daarenboven merkte men wel op, dat Robur de man was, zooals hij
zichzelven beschreef. Hij was van middelbare gestalte, maar zoo
regelmatig en evenredig gevormd, dat zijn geheele persoon eene
geometrische figuur mocht heeten, bij voorbeeld een regelmatig
trapezium, waarvan de grootste der evenwijdige zijden, door de lijn der
schouders gevormd werd. Op die lijn verhief zich een kolossaal groot
spheroïdaal hoofd, dat met een breeden stevigen nek op die schouders
geplant scheen. Met welk dierenhoofd zou dat menschenhoofd gelijk te
stelling zijn geweest, om aan de theorie van de hartstochtsvergelijking
eenigermate tegemoet te komen? Aan dat van een stier. Goed, maar
dan toch van een stier met een verstandig uiterlijk. Dat hoofd bezat
oogen, die bij den minsten weerstand, bij de geringste teleurstelling
vuur schoten, en meer dan dat. Die oogen waren overwelfd door een
paar wenkbrauwen, welke, voortdurend in beweging, aan den blik eene
uitermate groote scherpte verleenden en dus van ontembare geestkracht
getuigden. Dat hoofd was bedekt met korte haren, die eenigszins
gekroesd waren en eene soort metaalglans bezaten, zooals een priktol,
van ijzerdraad vervaardigd, zoude vertoonen. Een breede borst ging
met de machtige beweging van een smids-blaasbalg onder dat hoofd
op en neer. De armen, de handen, de heupen, de beenen, de voeten,
dat alles was in volkomen evenredigheid met dat hoofd en die borstkas.
De man droeg geen knevels en geen bakkebaarden, maar daarentegen een
welgevulden kinbaard, zooals de Amerikaansche zeelieden gewoonlijk
dragen. Daardoor waren de gewrichten van de kakebeenen waarneembaar,
welker kauwspieren eene onmetelijke kracht moesten bezitten. Men heeft
berekend,--wat berekent men toch al niet?--dat de drukking, door de
bovenkaak tegen de onderkaak van een gewonen krokodil veroorzaakt,
gelijkstaat met eene drukking van vier honderd atmosferen. Die van
een grooten jachthond staat gelijk met honderd atmosferen. Daaruit
heeft men de zonderlinge formule afgeleid, dat wanneer een kilogram
hondskracht acht kilogrammen kauwspierkracht ontwikkelt, een kilogram
krokodrillenkracht minstens twaalf kilogrammen kauwspierkracht zou
vertegenwoordigen.
Welnu, onze Robur zou volgens die formule minstens tien kilogrammen
kauwspierkracht kunnen ontwikkelen.
Zij stond dus zoo wat tusschen den jachthond en den krokodil.
Waar kwam die merkwaardige type vandaan? Dat was moeielijk te zeggen.
Zooveel is zeker, dat hij zich vlug en vloeiend in het Engelsch
uitdrukte, zonder dien sleependen tongval te verraden, die de Yankees
van Nieuw-Engeland algemeen kenmerkt.
Na zijne lichamelijke persoonsbeschrijving vervolgde hij aldus:
"Ik kan nu overgaan tot de zedelijke beschrijving van mijn persoon,
niet waar, eerwaarde burgers? Welnu, gij ziet thans voor u een
werktuigkundige, wiens zedelijke waarde niet beneden de lichamelijke
staat. Ik ben bang voor niets en voor niemand. Ik heb eene wilskracht,
die nog voor geen andere ter wereld gebogen of ondergedaan heeft. Als
ik mij een doel gesteld heb, dan kan geheel Amerika, dan kan de geheele
wereld, zelfs als zij een bondgenootschap met elkander aangingen, mij
niet beletten het te bereiken. Als ik een denkbeeld heb, dan verg ik,
dat men het deele en kan volstrekt geene tegenspraak dulden. Ik leg
nadruk op die omstandigheden, eerwaarde burgers, omdat ik vind, dat
het noodzakelijk is, dat gij mij geheel en al kent. Misschien vindt
gij, dat ik een weinig te veel over mij zelf spreek? Daarin kunt gij
gelijk hebben, maar uwe meening daaromtrent kan mij niet schelen. En
nu, denkt goed na, alvorens mijne toespraak te onderbreken; want
ik waarschuw u, dat ik u zaken te vertellen heb, die waarlijk niet
geschikt zijn, om u te behagen."
Een geluid als van eene branding werd vernomen, hetwelk zich langs
de banken der vergadering verspreidde. Dat was een onfeilbaar teeken,
dat die menschenzee weldra stormachtig zou worden.
"Spreek, eerwaarde vreemdeling," vergenoegde zich Uncle Prudent,
te zeggen, terwijl hij de meeste moeite had om bedaard te
blijven. "Spreek; wij luisteren."
En Robur ging voort met spreken in denzelfden trant, als hij gedaan
had, zonder zich verder om zijne toehoorders te bekommeren.
"Jawel, ik weet het! Na eene geheele eeuw doorgebracht te hebben
met proefnemingen, die tot niets geleid hebben, met pogingen,
die zonder uitslag bleven, bestaan er nog slechts in evenwicht
verkeerende breinen, die koppig genoeg zijn, om aan de mogelijke
bestuurbaarheid der luchtballons te blijven gelooven. Zij verbeelden
zich, dat de een of andere voortstuwende kracht door de electriciteit
of door iets anders voortgebracht, op hunne toestellen, die veel
op kussensloopen gelijken, en die zooveel vat aan de atmosferische
stroomingen verleenen, zoude kunnen worden toegepast. Zij verbeelden
zich, dat er een tijd komen zal, dat men een luchtballon in den
dampkring evenzeer in zijne macht zal kunnen hebben, als een vaartuig
op de oppervlakte der zee. En waarom verbeelden zij zich dat?
"Omdat eenige uitvinders er in geslaagd zijn bij kalm weer, hetzij
laveerende, hetzij bij zeer zachte bries, tegen den wind in vooruit
te komen.
"En uit die zeer onvolledige proefnemingen maakt men nu
als onomstootbaar vaststaande op, dat de bestuurbaarheid van
luchtvaarttoestellen, die lichter dan de lucht zijn, onder alle
omstandigheden mogelijk zou zijn! Zijn dat geen redeneeringen van
krankzinnigen?
"Ja, ik stel u die vraag in allen ernst, aan u, een honderdtal ongeveer
hier bijeen, die aan de verwezenlijking dier droomen gelooft, aan u,
die bezig zijt, duizenden en nog eens duizenden dollars niet in het
water, maar in de lucht weg te werpen. Welnu, in weerwil van uw aantal,
zeg ik u, dat dit het onmogelijke willen is!"
Waarlijk, het moest als eene overgroote zeldzaamheid, ja schier als
een wonder beschouwd worden, dat de leden van Weldon-Institute, bij
het hooren van die stoutmoedige bewering, geen vin verroerden. Waren
zij dan niet alleen geduldig, maar ook doof geworden?
Of namen zij eene afwachtende houding aan, om te zien, hoe ver die
roekelooze tegenspreker gaan zou?
Robur vervolgde evenwel, in stembuiging en in houding van de meest
mogelijke vastberadenheid getuigende:
"Wat?.... Een luchtballon!.... ik vraag het u, hoe komt het in iemands
brein op? Wanneer een kubieke meter gas noodig is, om een kilogram
op te voeren!.... Wat?.... een luchtballon zou met behulp van zijne
machines weerstand aan den wind kunnen bieden, wanneer de drukking
van eene marszeilskoelte, uitgeoefend op het zeil van een schip,
niet minder mag berekend worden dan op eene krachtsontwikkeling
van vier honderd paarden; wanneer men den ramp met de Tay-brug
gebeurd, nagaat, waarbij de orkaan een krachtdruk van vier honderd
veertig kilogrammen op den vierkanten meter uitoefende! Wat?.... een
luchtballon!.... wanneer men het onder de oogen heeft, dat de natuur
geen enkel vliegend wezen naar dat systeem vervaardigd heeft.... zij
het ook al met vleugels, als de vogels, of met vliesachtige vinnen
of vlerken, zooals sommige visschen of sommige zoogdieren, bedeeld
zijn...."
"Zoogdieren?...." riep een der clubleden uit.
"Ja, zoogdieren," antwoordde Robur. "Ik geloof u toch niets nieuws
te vertellen, dat de vleermuis vliegt. Of weet mijn onderbreker niet,
dat dit vliegend dier een zoogdier is? Of heeft hij ooit een pannekoek
van vleermuizeneieren gegeten?"
Die onderbreker had er dadelijk genoeg van. Hij staakte althans
voorloopig zijne tegenwerpingen, en Robur kon daarna met dezelfde
opgewondenheid voortgaan:
"Die nu uit het voorafgaande zou willen afleiden, dat ik van
meening zoude zijn, dat de mensch er van af zoude moeten zien, om
het luchtgebied te veroveren, ten einde door dat bewonderenswaardig
vervoermiddel de zedelijke en staatkundige omstandigheden van de
beschaafde wereld geheel en al te wijzigen, zou het deerlijk mis
hebben. Neen, ik ben van meening, dat de mensch moet heerschen! En
zoowel als hij de zee beheerscht met zijne vaartuigen, hetzij
die door roeiriem, door zeiltuig, door raderen of door schroeven
voortbewogen worden, zoo zal hij ook de dampkringsruimte beheerschen
door toestellen, die zwaarder dan de lucht zijn. Want alleen de
zwaarderen zullen sterker dan de lucht wezen!"
Ditmaal was er geen houden meer aan. Hoe de kreten te beschrijven,
die ontsnapten aan al de kelen, aan al die monden, die op Robur gericht
waren als zooveel geweerloopen, of als zooveel kanonmondingen? Hadden
zij daar niet eene oorlogsverklaring vernomen, die als het ware in
het kamp der ballonisten gesmeten werd? Was dat niet de strijd,
die tusschen "lichter dan de lucht" en "zwaarder dan de lucht"
aangebonden werd?
Robur knipoogde zelfs niet. Hij stond daar met de armen over de
borst gekruist en wachtte stoutmoedig af, dat weer stilte zoude
ingetreden zijn.
Uncle Prudent maakte een gebaar, waardoor hij aan het rollend vuur
van hartstochtelijke uitroepingen een einde maakte. Een zoodanige
onderworpenheid was op zich zelve reeds eene buitengewone gebeurtenis
in Weldon-Institute.
"Ja," hernam Robur met de meest mogelijke luchthartigheid. "Ja, de
toekomst behoort aan de vlieg-machines. De lucht, als men haar maar
weet te gebruiken, biedt een stevig steunpunt aan. Dat men slechts
aan een kolom van die ijle vloeistof eene stijgende beweging wete
mee te deelen van vijf en veertig meters in de seconde, dan zal een
man zich op het bovenvlak van die kolom kunnen handhaven, wanneer
de afmeting der oppervlakte zijner schoenzolen slechts een achtste
gedeelte van een vierkanten meter bedraagt. En wanneer de snelheid
van beweging dier kolom op negentig meters gebracht wordt, dan kan
een man blootsvoets er op blijven."
"Ho! ho!" riepen eenige stemmen ongeduldig uit. "Dat is inderdaad
te sterk!"
"Wanneer men nu," ging Robur onverstoorbaar voort, "eene luchtmassa
door middel van de bladen eener schroef met die snelheid kan
voortdrijven, dan zou men tot denzelfden uitslag geraken."
Wat Robur daar verkondigde, was reeds vóór hem door al de voorstanders
van het vliegen als een vogel verkondigd geworden. En de proefnemingen,
door die mannen langzaam maar zeker verricht, zullen ongetwijfeld
tot oplossing van het vraagstuk voeren. Eer aan de heeren de
Ponton d'Amécourt, de la Landelle, Nadar, de Lazy, de Louvrié,
Liais, Béléguie, Moreau, aan de gebroeders Richard, aan Babinet,
Jobert, du Temple, Salives, Penaud, de Villeneuve, Gauchot en Tatin,
Michel Loup, Edison, Planavergne en aan zooveel anderen, die deze zoo
eenvoudige meeningen verkondigd hebben! Die meeningen, herhaaldelijk
nu eens verlaten dan weer hervat, moesten op een gegeven oogenblik
zegevieren. Aan de tegenstanders van de vogelvlucht, die beweerden,
dat de vogel zich slechts in de dampkringslagen handhaaft, omdat hij
de lucht verwarmt, waarmede hij zich opblaast, bleven de voorstanders
het antwoord niet schuldig. Hadden deze laatsten niet afdoend bewezen,
dat een arend, die vijf kilogrammen weegt, volgens dat stelsel met
vijftig kubieke meters verwarmde lucht gevuld zou moeten zijn, om
slechts zwevende in de dampkringslagen te kunnen blijven? Dat toonde
Robur, hoewel een helsch leven zich allerwege verhief, met een niet
te weerspreken logica aan.
En, ziehier, welke eindconclusie hij die ballonisten naar het hoofd
wierp.
"Met uwe luchtballons kunt ge niets uitvoeren, zult gij tot geen
resultaat geraken; ja, ik ga verder, gij zult er niets mee durven
ondernemen! De stoutmoedigste uwer luchtschippers, John, die namelijk,
hoewel hij reeds een afstand van twaalf duizend mijlen door de lucht,
maar boven het Amerikaansche werelddeel had afgelegd, moest van zijn
voornemen afzien, om den Atlantischen Oceaan over te steken. En
sedert dien tijd is men geen pas, neen, geen enkelen pas op dien
weg vooruitgekomen."