"Men heeft voorzeker niet vergeten de ijverzucht, welke de t

Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed

Proofreading Team at http://www.pgdp.net/

WONDERREIZEN.

JULES VERNE

ROBUR

DE VEROVERAAR

AMSTERDAM

UITGEVERS-MAATSCHAPPY "ELSEVIER"

1915

I.

WAARIN DE GELEERDEN EN OOK DE DOMKOPPEN MET DE HANDEN IN HET HAAR

ZITTEN.

"Pang!...."

"Pang!...."

De twee pistoolschoten gingen als het ware tegelijkertijd af. Eene

koe, die op een afstand van vijftig passen ongeveer rustig graasde,

kreeg een der kogels in de bovenrugwervels. Toch, dat moet erkend

worden, had zij aan het geheele geval hoegenaamd geene schuld. De

onschuldigen boeten in den regel voor de schuldigen.

Geen der beide vechtenden was geraakt geworden. Zoo gaat het gewoonlijk

in de wereld.

Wie waren die twee heeren, die daar op elkander geschoten, die naar

elkanders leven getracht hadden?

Wij weten het niet. En toch was, dunkt ons, de gelegenheid schoon,

om hunne namen aan de vergetelheid te ontrukken, om die namen voor

het verre nageslacht te bewaren. Alles wat hier evenwel medegedeeld

kan worden is, dat de eene, de oudste, Engelschman, en de andere,

de jongste, Amerikaan was.

Vraagt men of wij de plek kunnen aanduiden, waar de doodonschuldige

herkauwster haar laatste bosje gras gegraasd had? Niets gemakkelijker

dan dat. Dat viel voor op den rechteroever van de Niagara, niet heel

ver van die hangende brug, welke de verbinding daarstelt van den

Amerikaanschen met den Canadaschen oever, op ongeveer drie mijlen

beneden de beide watervallen.

De Engelschman trad toen met vasten tred op zijn tegenstander den

Amerikaan toe:

"En toch, in weerwil van alles, houd ik steeds vol, dat het de _Rule

Britannia_! was," zeide hij.

"Neen, gij vergist u. Het was de _Yankee Doodle_; ik verzeker het u,"

hernam de andere.

De twist zou waarlijk weer losgebroken zijn, toen een der

getuigen--waarschijnlijk in het belang van het grazend vee--meende

tusschenbeiden te moeten komen.

"Kom, kom," zeide hij, "laten wij aannemen, dat het de _Rule Britannia_

en de _Yankee Doodle_ was, dan hebt gij beiden gelijk, en dan kunnen

wij ten minste gaan ontbijten, niet waar? Vindt gij dat geen prachtig

voorstel?"

Dat compromis tusschen de beide vaderlandlievende volksgezangen van

Noord-Amerika en van Groot-Brittannië werd tot aller tevredenheid

door beide partijen aangenomen.

Amerikanen en Engelschen gingen stroomopwaarts langs de Niagara en

namen plaats aan de gastvrije tafel van het Goat-Island-hôtel, hetwelk

op eene strook neutraal grondgebied tusschen de beide watervallen

opgetrokken was.

Nu zij eenmaal voor hunne gekookte eieren, voor hunne traditioneele

ham, voor hun koud roastbeef, dat met brandverwekkende mixed pickles

smakelijk gemaakt werd, voor hunne thee, die bij stroomen vloot, om

de beroemde watervallen jaloersch te maken, gezeten waren, nu zullen

wij hen met rust laten. Wie weet daarenboven, of er over die mannen

nog in dit verhaal zal gehandeld worden.

Wij voor ons gelooven aan die waarschijnlijkheid wel het allerminst.

Maar, wie had nu gelijk? De Engelschman, of de Amerikaan?

Dat was zeer moeielijk uit te maken. In ieder geval was dit tweegevecht

een bewijs te meer, hoe hartstochtelijk opgewonden de gemoederen niet

alleen in de Nieuwe maar ook in de Oude Wereld waren ter zake van

een onverklaarbaar verschijnsel, hetwelk sedert een maand ongeveer,

al de hersenen in de war bracht.

.... _Os sublime dedit coelumque tueri_

zegt Ovidius Naso ergens in zijne onvergetelijke gedichten ter

verheerlijking van het menschelijk schepsel.

Inderdaad, nimmer had men, sedert de mensch op den aardbol verschenen

was, zooveel en zoo bestendig naar den hemel gekeken als in deze

laatste dagen.

Nu had juist gedurende den voorafgaanden nacht nog, eene luchttrompet

hare schrille koperklanken door het luchtruim laten weergalmen, vlak

boven dat gedeelte van Canada, hetwelk tusschen het meer Ontario

en het meer Erie gelegen is. De een had duidelijk het _Yankee

Doodle_ gehoord, de andere het _Rule Britannia_. Vandaar die twist

tusschen Anglo-Saksers, die met een stevig ontbijt te Goat-Island

eindigde. Misschien hadden zij, alles wel beschouwd, niets van die

vaderlandlievende gezangen gehoord, maar, wat door niemand betwijfeld

werd, was dat dit vreemde geschetter zeer zonderling uit den hemel

naar de aarde scheen neder te dalen.

Moest er aan een hemelsche trompet gedacht worden, die door een engel

of een aartsengel bespeeld werd?.... Had men niet eerder te denken aan

vroolijke en opgeruimde luchtreizigers, die dit klankrijke instrument,

waarvan de Faam een zoo luidruchtig gebruik maakt, bespeelden?

Neen, waarlijk niet. Men kon kijken en turen, zooveel men

maar wilde. Er was geen ballon, en er waren bijgevolg ook geen

luchtreizigers te bespeuren. Een buitengewoon natuurverschijnsel deed

zich in de hoogere luchtlagen vernemen.

Dat was een luchtverschijnsel, waarvan men noch den aard noch den

oorsprong wist aan te wijzen.

Heden werd het boven Amerika vernomen en acht-en-veertig uren later

boven Europa, acht dagen later in Azië boven het Hemelsche Keizerrijk.

Maar als nu die trompet, welker toon zeer duidelijk vernomen werd,

niet die van het laatste oordeel was, welk soort van blaasinstrument

was het dan?....

Dat natuurverschijnsel veroorzaakte in alle landen en streken van

het aardrijk, in de verschillende keizerrijken, koninkrijken of

gemeenebesten eene zekere mate van onrust, die bestreden moest worden.

Wanneer gij in uw huis vreemde en onverklaarbare geruchten zoudt

vernemen, zoudt gij dan niet zoo spoedig mogelijk den aard van die

geruchten willen leeren kennen? En als die nasporingen mislukten, zoudt

gij dan uw huis niet verlaten, om een ander, meer rustig, te betrekken?

Ongetwijfeld, niet waar? Zoo zou ieder verstandig redelijk wezen

handelen.

Maar in het onderhavige geval gold het niet uw huis, maar den geheelen

aardbol.

Men kan dien bol maar niet zoo verlaten, om naar de Maan, naar

Mars, naar Venus, naar Jupiter of naar eene andere planeet van ons

zonnestelsel te verhuizen.

Men moest dus opsporen wat er omging, niet in de onmetelijke

luchtledige ruimte, die onzen aardbol omgeeft, maar in de atmosferische

lagen, welke zich tusschen die ruimte en den bol bevonden.

En, inderdaad, zonder lucht, geen geluid. En daar er toch geluid

vernomen werd van die trompet, zoo moest het natuurverschijnsel

plaats vinden te midden van de luchtlaag, welker dichtheid afnemende

en verminderende is, zoodat zij zich op niet verder dan twee uren

gaans van ons aardrijk uitstrekt.

Natuurlijk bespraken duizenden dagbladen, weekbladen en tijdschriften

de zaak en behandelden haar en bekeken haar van alle kanten. Poogden

zij het natuurverschijnsel toe te lichten, zoo benevelden en

verduisterden zij het ook vaak. Zij verkondigden valsche of ware

berichten, stelden hunne lezers gerust of beangstigden hen, naarmate

dat in hun kraam en in het belang van de grootte hunner oplage te pas

kwam, en prikkelden de menigte, die toch al niet erg op haar gemak

was, hartstochtelijk.

Waarachtig, de staatkunde leed er door, hoewel de zaken over het

algemeen niet minder gedreven werden en noch handelsman, noch

nijverheidsman redenen van ontevredenheid hadden.

Maar, in Godsnaam, wat had er dan toch in dat luchtruim plaats?

Men raadpleegde de sterrenwachten van de geheele wereld. Van Parijs,

van Greenwich, van Berlijn, van Rome, van Leiden.... in een woord

allen. En toen die wetenschappelijke inrichtingen het antwoord

schuldig bleven, vroeg men zich af, waartoe die sterrenwachten,

die zooveel geld kostten, toch wel dienden.

Wanneer sterrenkundigen in staat zijn om sterren in dubbelsterren, in

drievuldige sterren, op duizenden, op honderd-duizenden uren afstand

te ontleden, waarom konden zij den aard en den oorsprong van een

eenvoudig kosmisch natuurverschijnsel niet verklaren, dat toch maar

plaats kon hebben binnen een straal van slechts weinige kilometers?

Waarlijk, de vraag kan gegrond heeten: waartoe dienen die

sterrenkundigen?

Wat er dan ook maar op een telescoop, op een verrekijker, op een bril,

op een neusknijpertje, op een tooneelkijker geleek, werd opgeduikeld om

naar den hemel te turen, zelfs de _monocles_, de eenoogige brillen zou

men ze kunnen noemen, waarvan de fatten zich zoo bevallig bedienen,

werden gebruikt om gedurende die fraaie zomernachten het uitspansel

te bespieden. Allen, die maar oogen en een brilleglas ter beschikking

hadden, waren in de weer, en inderdaad hun getal was ontelbaar. Zonder

overdrijving kon hun aantal, die gezichthelpende instrumenten van

alle lengten en alle dikten bezigden, gerust op honderdduizend, ja

op veel meer begroot worden. Er waren meer waarnemers dan sterren

die aan de hemelsche transen met het bloote oog te zien waren.

Neen! nimmer was aan eene zons- of maansverduistering, die toch

in het belang der wetenschap van alle punten van de beschaafde en

onbeschaafde landen van het geheele aardrijk bespied wordt, zulk

eene eer, zulk eene waarneming ten deel gevallen. Het was, alsof alle

sterrenkundigen, ja alle natuurkundigen het hoofd verloren hadden.

Eindelijk kwam er antwoord van de sterrenwachten. Maar het was er

ook naar.

Het was trouwens te voorzien. Zet twee geleerden bij elkander, dan

kibbelen zij. Breng er drie bij elkander, dan twisten zij; zijn

er vier bijeen, dan vechten zij. Bij groote bijeenkomsten worden

geregelde veldslagen geleverd.

Iedere sterrenwacht diende een antwoord in; maar die antwoorden

klopten volstrekt niet met elkander. Ieder gaf zijne meening ten

beste; maar ieders meening verschilde hemelsbreed met die van zijn

collegialen buurman.

Natuurlijk werd daaruit een binnenlandsche oorlog tusschen de geleerden

geboren, die van de laatste weken van April tot in de eerste weken

van Mei duurde en met de meeste hartstochtelijkheid gevoerd werd.

De sterrenwacht van Parijs nam eene zeer gereserveerde houding

aan. Geen harer sectiën leverde eene bepaalde uitspraak. In den

diensttak der wiskunstige sterrenkunde had men hooghartig nagelaten uit

te kijken en waarnemingen te doen; in dien van de meridiaanwaarnemingen

had men niets bijzonders opgemerkt; in dien van de natuurkundige

waarnemingen had men niets gezien; in den geodesischen diensttak had

men niets vernomen; in den meteorologischen had men zelfs niets gegist,

en eindelijk in dien der berekenaars had men zich--ongeloofelijk,

niet waar?--in de eenvoudigste formulen vergist. De bekentenis was

openhartig ten minste, dat moet erkend worden.

Diezelfde openhartigheid werd ook door de sterrenwacht te Montsouris en

door den magnetischen waarnemingspost te Saint-Maur betracht. Dezelfde

hulde werd aan de waarheid gebracht door het Bureau des Longitudes.

Waarachtig: Fransch stamt af van Frank. En frank beteekent: vrijmoedig,

waarheidlievend.

In de departementen week men eenigszins van dat openhartigheidsstelsel

af.

Misschien was er in dien nacht van den 6den op den 7den Mei een

lichtstraal gezien, die als een electrisch verschijnsel, hetwelk

hoogstens twintig seconden mag geduurd hebben, kon opgenomen worden.

Op den Pic du Midi, een der hoogste toppen van het Pyreneeëngebergte,

was die lichtstraal des avonds tusschen negen en tien uur waargenomen

geworden.

Op den meteorologischen waarnemingspost van Puy de Dôme, een der

toppen van het Hoogland van Auvergne, was dat licht na middernacht

tusschen een en twee uur gezien geworden.

Op den Mont-Ventoux, niet ver van Avignon in de Provence, was dat

licht des ochtends tusschen twee en drie uren ontwaard.

Te Nizza, aan de Middellandsche zee, had die lichtstraal zich tusschen

drie en vier uren vertoond.

Eindelijk op den Semnoz-Alp, tusschen Annecy, le Bourget en het meer

van Genève gelegen, had men dat licht bespeurd, toen de dageraad

reeds de kim verlichtte.

Klaarblijkelijk konden die verschillende waarnemingen niet verworpen

worden.

Ongetwijfeld was dat licht achtereenvolgens in de tijdruimte van

weinige uren op al die waarnemingsposten gezien geworden. Dus, òf die

lichtstraal was door verscheidene lichtbronnen veroorzaakt geworden,

die zich door de bovenste luchtlagen bewogen; òf slechts door eene

eenige. Maar als zij aan eene eenige lichtbron toegeschreven moest

worden, dan moest deze eene snelheid van voortbeweging bezeten hebben,

die de tweehonderd kilometers per uur zeer nabij bereikte.

Maar had men bij daglicht iets abnormaals in den dampkring ontwaard?

Neen! Dat was nimmer geschied.

Had men ten minste de trompet bij daglicht in de bovenste luchtlagen

vernomen?

Ook dat niet, dat moest een ieder, zelfs de meest nauwkeurige

waarnemer bekennen.

Nimmer had dat trompetgeschal tusschen zonsopgang en ondergang

weerklonken.

Men was in het Vereenigde Koninkrijk zeer overstuur. De sterrenwachten

daar konden maar tot geene overeenstemming komen. Greenwich twistte

met Oxford, hoewel beiden beweerden en stokstijf staande hielden,

"dat er niets was." Zelfs die twistende overeenkomst was merkwaardig.

"Een optisch bedrog!" zei de eene en klampte zich daaraan halsstarrig

vast.

"Een akoustisch bedrog!" antwoordde de andere en was in zijne meening

niet minder hardnekkig.

Vandaar de twist! Vandaar het dispuut! Hoewel beiden erkenden,

dat er zinsbedrog bestond. Of het nu de oogen of de ooren waren,

die het bedrog pleegden? Ziet, dat moest uitgemaakt worden.

De Nederlandsche sterrenwachten te Utrecht en te Leiden behandelden

de quaestie leuker. Daar had men eenvoudig hoegenaamd niets

waargenomen. Men hield zich als neutrale mogendheid buiten den twist.

Tusschen de sterrenwachten te Berlijn en te Weenen dreigde de quaestie

tot internationale verwikkelingen aanleiding te geven. Wat zij evenwel

waargenomen hadden, was zoo Duitsch geleerd, zoo Duitsch verward, zoo

nevelachtig, dat zij zelve er geen touw aan vastmaken konden. Maar

de directeur van de Russische sterrenwacht te Poultawa bewees hen

toch, dat zij beiden gelijk hadden. Het gold alleen volgens hem het

standpunt, hetwelk ieder hunner tegenover het natuurverschijnsel

innam. In theorie was dat natuurverschijnsel onmogelijk aan te nemen;

in de praktijk was het evenwel mogelijk en bestaanbaar.

In Zwitserland, namelijk op de sterrenwachten van Bern, van Genève en

van Zurich, op de waarnemingsposten op den Santis, op den Gaebris in

het kanton Appenzeil, op den Rigi, in het kanton Lucern, op den Sint

Gothard, op den Sint Bernard, op den Julier-top, op den Simplon, op den

Sombliek in de Tyrolsche Alpen, nam men eene groote terughoudendheid

in acht omtrent dat natuurverschijnsel, hetwelk niemand nog had kunnen

waarnemen of bevestigen.

En ieder nadenkend wezen zal moeten erkennen, dat zulk eene

terughoudendheid wezenlijk verstandig was.

In Italië daarentegen, aarzelden de wachters op de meteorologische

waarnemingsposten op den Vesuvius, op den Etna, deze laatste

ingericht in de oude Casa Inglese, op den Monte Cavo, niet, om de

daadwerkelijkheid van het natuurverschijnsel aan te nemen. En de

geleerden hadden op een helderen dag iets waargenomen, dat veel

weg had van een gekruld, dicht opeengerold wolkje, en gedurende

een helderen nacht iets, wat veel geleek op eene vallende ster. Een

hunner had zelfs bij die gelegenheid, waarschijnlijk om zijn Fransch

te luchten, uitgeroepen:

_Encore une étoile, qui file, qui file et disparaît,_

en daardoor bewijzen gegeven, dat hij zijn Béranger niet vergeten had.

Wat die Italiaansche geleerden eigenlijk gezien hadden; ja, zij

moesten erkennen, dat zij het niet wisten.

Waarlijk, dat geheimzinnige natuurverschijnsel begon den geleerden

de keel uit te hangen, en zij zouden het hunne geëerde aandacht

onwaardig verklaard hebben,--hunne gewone taktiek, wanneer zij

tegenover onverklaarbare feiten gesteld worden,--wanneer niet de

nederigen en onwetenden, die steeds de overgroote meerderheid van het

menschelijk geslacht uitgemaakt hebben, die nog uitmaken en steeds

zullen uitmaken, wat volgens onze bescheiden meening een zeer wijze

natuurwet is, niet hartstochtelijk opgewonden en beangst geworden

waren. Nu moest men er wel eenige aandacht aan blijven wijden.

Maar toen bekoelde de ijver der sterrenkundigen en der meteorologen in

zooverre, dat zij besloten de oplossing van het vraagstuk als hopeloos

op te geven, toen in den nacht van den 26sten op den 27sten op de

sterrenwacht te Kautokeino in de Noorweegsche provincie Finmarken,

en in den nacht van den 28sten op den 29sten op die van Isfjord op

Spitsbergen, de Noorwegers op het eene punt en de Zweden op het andere,

geheel en al overeenkomstig met elkander waargenomen hadden, dat te

midden van een prachtig noorderlicht een groote vogel, een soort van

luchtmonster verschenen was. Het is waar, men had den vorm, de soort,

de familie en het geslacht van dit monster niet kunnen bepalen, door

zijne snelheid van verschijnen en verdwijnen; maar daarin kwam men toch

overeen, dat het kleine lichaampjes uitgeworpen had, die met een knal

uit elkander gesprongen waren, alsof men met bommen te doen had gehad.

Gelukkig voor die brave Noordsche geleerden, was men zoo welwillend

in het overige geleerde Europa, om hunne verklaring niet te

betwijfelen. Wat evenwel daarbij hoogst opmerkenswaardig was, dat was

dat Zweden en Noorwegers in eenig punt tot eene overeenkomst hadden

kunnen geraken. Zoo iets was nog nimmer geschied, zoolang de aarde

bestond en zoolang daarop Scandinaviërs geleefd hadden.

Maar die Europeesche welwillendheid werd door de overige geleerden

niet betracht. Men lachte over die vermeende waarneming op alle

sterrenwachten van Zuid-Amerika, bij voorbeeld op die van Brazilië,

van Peru, van La Plata. Men lachte ook op de sterrenwachten van

Australië, op die van Sydney, van Port-Adelaïde, van Melbourne. En

het Australische lachen is aanstekelijk evenals eene bacteriën-ziekte.

Om kort te gaan, in Azië was slechts een enkele chef van een

meteorologischen waarnemingspost die behoorlijk een eigen meening

omtrent dat natuurverschijnsel had, en die, in weerwil van al de

veelvuldige scherpe hatelijkheden, welke als puntige pijlen allerwege

afgeschoten waren, had durven verkondigen. Dat was de Chinees Chang Kwa

Ong, directeur van de sterrenwacht Zi Ka Way, welke te midden van eene

uitgestrekte vlakte, op meer dan tien mijlen van de zee gelegen was,

en het voordeel genoot van een onmetelijken horizon en een heldere

en zuivere dampkringslucht te bezitten. Waarlijk, die Chinees Chang

Kwa Ong beschaamde de geheele geleerde wereld!

"Het is toch mogelijk," had deze zoon van het Hemelsche Rijk gezegd,

"dat het zooveel besproken natuurverschijnsel toch niets anders

ware dan een zwevend toestel, eene vliegende machine, in een woord

een luchtschip."

"Wat een uil! Welk een bespottelijke grap!" riep men van alle

kanten uit.

Intusschen, als het twisten in de Oude Wereld hevig was en de meeningen

daar zeer verdeeld waren, dan was het nog een graad erger in de

Nieuwe Wereld gesteld. En daaronder konden de Vereenigde Staten,

die de grootste oppervlakte van Amerika besloegen, meetellen. Het

was waarlijk, alsof men daar dol was!

Men weet, dat een Yankee gewoonlijk recht op zijn doel afgaat. In ieder

geval kiest hij niet den langsten weg, om dat doel te bereiken. Hij

doet dat wel eens wat ruw en onbehouwen; maar hij komt er, en

dat is het voornaamste. De geleerden, aan de sterrenwachten van

het Amerikaansche Bondgenootschap verbonden, aarzelden dan ook

geen oogenblik, om elkander duchtig de waarheid te zeggen. Dat zij

elkander hunne argumenten niet naar het hoofd wierpen, had alleen tot

oorzaak, dat zij die argumenten wilden bewaren, om ze op het juiste

en beslissende oogenblik te kunnen aanwenden. Nog al niet dom van

die Amerikanen, niet waar?

Bij dit zoo heftig betwiste vraagstuk kibbelden de sterrenwachten te

Washington in den Staat Columbia, en te Cambridge in den Staat Duna,

met die van Darmouth-College in den Staat Connecticut en van Ann-Arbor

in den Staat Michigan. Het onderwerp van den twist betrof niet den

aard van het lichaam, hetwelk in denzelfden nacht, in hetzelfde uur,

in dezelfde minuut en in dezelfde seconde door die sterrenwachten

was waargenomen, hoewel de baan, die door het geheimzinnige en

bewegelijke natuurverschijnsel was afgelegd, zich slechts op eene

geringe hoogte boven den gezichteinder verhief. Maar de afstand van

den Staat Connecticut tot dien van Michigan, en van den Staat Duna

tot dien van Columbia, was groot genoeg om die dubbele waarneming,

op hetzelfde oogenblik gedaan, zoo niet onder de onmogelijkheden,

dan toch onder de onwaarschijnlijkheden te doen sorteeren.

Dudley te Albany in den Staat New-York, en West-Point, de Amerikaansche

Militaire Akademie, stelden hunne collega's in het ongelijk, door

middel van eene nota, waarin de rechte opklimming en de trapsgewijze

daling van het waargenomen lichaam op het nauwkeurigst uitgerekend

werd.

Later werd evenwel uitgemaakt, dat die waarnemers zich omtrent het

waargenomen lichaam vergist hadden.

Ontegenzeggelijk was hetgeen zij gezien hadden, niets anders dan een

bolied, een luchtsteen geweest, die onzen dampkring ter halver hoogte

doorsneden had. Dus de gevolgtrekking lag voor de hand: die bolied

kon onmogelijk het onderwerpelijk zooveel besproken lichaam zijn.

Daarenboven, hoe zou een bolied een trompet hebben kunnen bespelen? Het

was om te lachen?

Wat die trompet aangaat, ja, men poogde wel hare schetterende fanfaar

onder de rubriek: akoustisch bedrog te rangschikken. Maar daarin

slaagden de geleerden volstrekt niet. In dit geval waren de ooren

beter te vertrouwen geweest dan de oogen. Men meende iets gezien te

hebben; maar men had zeker iets gehoord.

O, dat kon, dat mocht niet betwijfeld worden! Door niemand! Neen,

door niemand!

In den nacht van den 12den op den 13den Mei--een zeer sombere nacht,

tusschen twee haakjes gezegd--hadden de waarnemers van Yale-College,

de wetenschappelijke school van Sheffield, zelfs eenige maten kunnen

opschrijven van eene muzikalische melodie in ré majeur en in de

vierkwarts maat, die noot voor noot het refrein van het _Chant du

Départ_ weergaf.

"Mooi!" riepen de Amerikaansche grappenmakers, "het is een Fransch

orkest, dat daar boven in de hoogste luchtlagen speelt. Nu hebben

wij le _Chant du Départ_, straks krijgen wij _la Reine Hortense_!"

Maar spotten is niet redeneeren. Dat merkte een waarnemer van de

sterrenwacht te Boston op, welke inrichting door de _Atlantic Iron

Works Society_ gesticht werd. De meeningen van die Society op het

gebied van sterrenkunde en meteorologie begonnen kracht van wet in

de geleerde wereld te verkrijgen.

Toen kwam de sterrenwacht van Cincinnati tusschenbeiden, die in 1870

opgericht werd op den berg Lookout, dank zij der onbekrompenheid

van den heer Kilgoor, die door zijne micrometrische metingen der

dubbelsterren zooveel naam in de geleerde wereld verworven heeft. De

directeur van die inrichting verklaarde met de meest mogelijke goede

trouw, dat er zeker iets bestaan moest, hetgeen als onomstootbaar

moest aangenomen worden; dat een bewegelijk lichaam zich nu en dan en

binnen betrekkelijk korte tijdperken op verschillende punten in den

dampkring vertoond had; maar dat het onmogelijk was omtrent den aard,

de afmetingen, de snelheid van voortbeweging, de loopbaan van bedoeld

lichaam eene uitspraak te doen.

Zoo stond het vraagstuk, toen een dagblad, welks verspreiding

onmetelijk te noemen is: de _New-York Herald_, van een zijner

geabonneerden de navolgende niet onderteekende mededeeling ontving:

"Men heeft voorzeker niet vergeten de ijverzucht, welke de twee

erfgenamen van de Begam van Ragginahra bezielde, namelijk dien

Franschen dokter Sarrasin, die te Franceville verblijf hield, en den

Duitschen werktuigkundige Herr Schultze, die te Stahlstadt woonde. Die

beide steden lagen, zooals men zich nog wel herinneren zal, in het

zuidelijke gedeelte van den Staat Orégon, die deel uitmaakt van de

Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

"Men zal voorzeker evenmin vergeten hebben, dat Herr Schultze,

zwanger van het denkbeeld, om Franceville te verwoesten, een vreeselijk

projectiel afschoot, met het doel om dat op de Fransche stad te werpen,

ten einde haar met één slag in een puinhoop te verkeeren.

"En nog veel minder zal men vergeten hebben, dat dit projectiel waarvan

de aanvankelijke snelheid bij het verlaten van de monding van het

monsterkanon onnauwkeurig berekend was; door eene kracht zestienmaal

grooter dan die der gewone projectielen voortgestuwd werd,--ongeveer

honderd-vijftig geographische mijlen in het uur,--die het buiten onzen

dampkring voerde, zoodat het niet meer op onze aarde teruggevallen is;

maar dat het thans als een bolied rondom die aarde draait en daarom

in alle eeuwigheid moet blijven draaien.

"En na de herinnering deswege opgewekt te hebben, zal het voorzeker

veroorloofd zijn te vragen, waarom het lichaam, waarover zooveel

rumoer gemaakt wordt en welks bestaan niet geloochend kan worden,

die bolied niet zou zijn?"

Zeer geestig gevonden van dien geabonneerde van den _New-York Herald,_

niet waar?

Maar de trompet dan?.... Hoe die te verklaren?

Er was wel springlading, maar geene trompet in het projectiel van

Herr Schultze!

Dus, al die twisten, al die uitleggingen leidden tot niets. Het moest

erkend worden: al die waarnemers namen al zeer slecht waar. Dat kon

niet ontkend worden.

Bleef dus de hypothese van mijnheer Chang Kwa Ong, den directeur van

Zi Ka Way over.

Maar,.... mocht men wetenschappelijke waarde hechten aan de meening

van een Chinees?....

De oordeelvellingen waren natuurlijk alweer verdeeld. Een nieuwe

oorzaak tot twisten was gevonden.

O, die geleerden! Wie zal de aarde er van verlossen?

De lezer moet nu niet gelooven, dat het publiek zoowel van de

Oude als van de Nieuwe Wereld beu werd van het onderwerp. O, lang

niet! Het gekibbel ging zijn gang, het getwist nam toe, zonder dat

men er in slaagde tot overeenstemming te geraken. Men scharrelde en

schermutselde eindeloos.

En toch had er een soort van wapenstilstand plaats. Het was alsof

den geleerden gelegenheid gegeven werd om tot adem te komen.

Een paar dagen gingen toch voorbij, zonder dat het bewuste lichaam,

bolied of geen bolied, gezien, zonder dat eenig trompetgeschal in

de lucht vernomen werd. Was dat vreemdsoortige lichaam dus op het

een of ander punt van de aarde neergevallen en zou het onmogelijk

geacht moeten worden het weer te vinden? Of lag het in de diepten

van de Groote Stille Zuidzee, of van den Atlantischen Oceaan? Of was

zijn verdwijnen van meer bescheiden aard? Lag het bijvoorbeeld in de

Kaspische zee, of in een der groote meeren op Amerikaanschen bodem?

Wie ter wereld zou dat kunnen uitmaken?

Men zat daar nog over te tobben, toen zich in het tijdperk van den

2den tot den 9den Juni eene nieuwe serie van feiten voordeed, waarvan

de verklaring onmogelijk door het aannemen van een eenvoudig kosmisch

natuurverschijnsel te geven was.

In minder dan acht dagen hadden de Hamburgers op de spits van den

Sint Michiels toren, de Turken op de hoogste minaret van de Sint

Sophia kerk te Constantinopel, de Rouaaneezen aan het uiteinde der

metaalspits hunner kathedraal, de Straatsburgers aan het uiteinde van

hun Munster, de Noord-Amerikanen op het hoofd van het Vrijheidsbeeld,

aan de monding der Hudson-rivier geplaatst, en op den top van het

Washington monument te Boston, de Nederlanders aan de punt der

Phrygische muts der Nederlandsche Maagd op het Plein 1813 te 's

Gravenhage, en aan den Signaalmast van de bastionvormige sterrenwacht

te Utrecht, de Chineezen aan de nok van den tempel aan de vijfhonderd

Genieën te Canton gewijd, de Hindoes op den zestienden omgang van

den piramidevormigen Boeddhatempel te Tanjoer, de Javanen aan den

vlaggestok op den modernen koepel, gebouwd op het platform van den

Boro Boedoer bij Magelang gelegen, de San Pietrini's aan het kruis

van de Sint Pieters kerk te Rome, de Engelschen aan het kruis van de

Sint Pauls kerk te Londen, de Egyptenaren aan den scherpen top van de

Groote Piramide te Gizèh, de Parijzenaren aan den bliksem-afleider van

de IJzeren Toren van de tentoonstelling, die in 1889 zal plaats hebben

en drie honderd meters hoog is, een vlag zien wapperen, die, op elk

dier moeilijk te genaken punten vastgehecht was en in den wind golfde.

En die vlag bestond uit een zwart veld, dat met zilveren sterren

bezaaid was, terwijl in het midden een groote gouden zon prijkte. Welke

was die vlag? Niemand wist daarop een antwoord te geven.

II.

WAARIN DE LEDEN VAN WELDON-INSTITUTE MET ELKANDER KIBBELEN, ZONDER

ER IN TE SLAGEN TOT OVEREENSTEMMING TE GERAKEN.

"En, den eersten, die het tegendeel zal willen beweren, zal ik...."

"Zoo, zoo!"

"En wat zou dat dan?"

"Dien zal ik...."

"Welnu, ik zal het tegendeel beweren, wanneer daar aanleiding toe

bestaat!"

"En ik ook, en dat in weerwil van uwe dreigementen, waaraan ik mij

niets hoegenaamd stoor!"

"Pas op uwe woorden, Bat Fyn! Ik waarschuw u ernstig, hoor!"

"En gij, past gij maar op de uwe, Uncle Prudent! Ik waarschuw u ook!"

"Ik houd staande dat...."

"Wat houdt gij staande?"

"Dat de schroef niet aan het achtereinde moet geplaatst zijn! Dat's

duidelijk, dunkt me!"

"Wij ook!.... Wij ook!.... Wij houden dat ook staande!" schreeuwden

een vijftigtal stemmen zoo valsch mogelijk, waarbij zij evenwel een

volmaakt akkoord vormden.

"Neen!.... De schroef moet aan den voorkant zijn!" riep Phil Evans uit.

"Ja, aan den voorkant," riepen vijftig anderen met even valsch

stemgeluid, maar met niet minder krachtige overeenstemming. "Ja,

zeker, aan den voorkant!"

"Neen, aan den achterkant!" protesteerden anderen niet minder krachtvol

en niet minder luidruchtig.

"Neen, noch voor, noch achter, maar in het midden!" riepen anderen

even opgewonden.

"Zoo zullen wij nooit tot overeenstemming geraken! Dat is duidelijk!"

"Neen, nooit!.... Nooit...."

"Waarom dan te redekavelen, waarom dan te kibbelen, waarom dan te

twisten?"

"Wij twisten niet."

"Wat doen wij dan?"

"Wij redetwisten! En, dat moet gij toch bekennen, dat is geheel

verschillend!"

Aan dien redetwist zou geen mensch geloofd hebben, die, meer kalm

van aard, die tegenwerpingen, die scherpe woordspelingen, dat

geschreeuw vernomen had, welke al te zamen de geheele zaal--en die

was ruim--sedert een kwartieruurs vervulden.

Ja, die zaal van Weldon-Institute was groot. Wellicht de grootste

van de geheele stad, zooals Weldon-Institute zelf de grootste en

meest beroemde club was van Philadelphia, de hoofdplaats van den

Staat Pensylvanië, die op zijne beurt een onderdeel uitmaakt van de

Vereenigde Staten van Noord-Amerika.

Nu hadden er daags te voren in die stad, bij gelegenheid van de

aanstelling van een gaslantaarn-ontsteker, publieke betoogingen en

luidruchtige meetings plaats gehad, waarbij over en weer klappen en

slagen gewisseld waren geworden.

Vandaar die opgewondenheid, die nog niet geheel bedaard was. Vandaar

dat onstuimige opbruisen, waarvan de leden van Weldon-Institute thans

nog bewijzen gaven.

En toch gold het hier slechts eene eenvoudige samenkomst van

ballonnisten, die het, wel is waar zelfs in dat tijdstip, steeds

netelige en opwekkende vraagstuk, van de bestuurbare luchtballons

behandelden en trachtten op te lossen.

Dat viel voor in eene stad der Vereenigde Staten van Noord-Amerika,

welker spoedige ontwikkeling zelfs die van New-York, van Chicago, van

Cincinnati en van San Francisco overtrof; in eene stad die evenwel

noch havenplaats, noch middelpunt van het een of andere mijnstelsel

van steenkolen-ontginning of van petroleum-bronnen was, die noch eene

opeenhooping der nijverheids-producten daarstelde, noch eindelijk het

eindstation van een der openbare spoorwegbanen was;--in eene stad,

die grooter dan Berlijn, grooter dan Manchester, grooter dan Edinburg,

grooter dan Liverpool, grooter dan Weenen, grooter dan Petersburg,

grooter dan Dublin was;--in eene stad, die een park bezit, waarin de

zeven parken van de hoofdplaats van Groot-Brittannië te zamen kunnen

ronddraaien;--in eene stad eindelijk, die thans eene bevolking telt

van ongeveer twaalf honderd duizend zielen en die er trotsch op is de

vierde stad der wereld te zijn en dus na Londen, Parijs en New-York

genoemd te worden.

Men kan schier zeggen, dat Philadelphia met hare grootsche huizen en

hare openbare gebouwen, die geene mededinging dulden, eene marmeren

stad is. Het voornaamste en meest belangrijke van al de collegiën

in de Nieuwe Wereld is dat van Girard en dat is te Philadelphia

opgericht. De breedste brug van de geheele wereld is de brug,

welke over de Schuylkill-rivier geworpen is, en deze bevindt zich

te Philadelphia. De fraaiste Vrijmetselaars tempel bevindt zich in

het loge-gebouw te Philadelphia. Eindelijk, de grootste club van de

aanhangers der luchtvaart bevindt zich te Philadelphia.

Ja, de grootste club ter wereld, en wanneer men haar op dien avond

van den 12den Juni met ons wil bezoeken, dan gelooven wij, dat de

lezer daar zeker eenig genoegen zal smaken.

In die groote zaal bewogen zich een honderdtal ballonisten, die

allen met den hoed op het hoofd, gebaren maakten, door elkander

spraken, kibbelden, twistten, schertsten, en dat alles, onder het

hooge voorzitterschap van een president, die bijgestaan werd door

een secretaris en een penningmeester.

Die ballonisten waren geene werktuigkundigen van professie. Neen,

het waren slechts liefhebbers, die behagen schepten in alles wat de

luchtscheepvaart betrof. Maar het waren aartsliefhebbers, die zich

vooral vijandig toonden aan allen, die tegenover de luchtballons

de werktuigen en toestellen plaatsten, die "zwaarder dan de lucht"

waren, zooals vliegende machines, luchtschepen, enz. enz.

Dat die brave lieden ooit eenigen invloed op het besturen van

ballons zouden kunnen uitoefenen, is mogelijk, doch zeer weinig

waarschijnlijk. Zooveel is zeker, dat hun voorzitter wel eenige moeite

had, om hen zelven te besturen.

Die voorzitter was te Philadelphia wel bekend. Het was de beruchte

Uncle Prudent.--Prudent was zijn familienaam, en bijgevolg geen

bijvoegelijk naamwoord, zooals men wellicht veronderstellen kan.

Wat de qualificatie van dat woord Uncle: oom betreft, dat zou vooral in

Amerika geene verwondering baren, waar men oom kan zijn zonder neven

of nichten te bezitten. Men noemt daar iemand Uncle: oom of oompie,

zooals men elders vader tegen personen zegt, die nimmer aanspraak op

het vaderschap kunnen doen gelden.

Uncle Prudent was een belangwekkend persoon, die in weerwil

van zijn naam Prudent: voorzichtig, aangehaald werd voor zijne

stoutmoedigheid. Hij was zeer rijk, hetgeen overal, maar vooral in

de Vereenigde Staten van Noord-Amerika zeer gezien maakt. En hoe zou

hij niet rijk geweest zijn? Hij bezat toch het grootste gedeelte der

aandeelen van de Niagara-watervallen. In dat tijdstip had zich eene

maatschappij van werktuigkundigen te Buffalo gevormd, om de kracht

van die watervallen te exploiteeren.

Dat was eene heerlijke zaak. Oordeelt er over.

De zevenduizend vijfhonderd kubieke meters water, welke de

Niagara per seconde voortstuwt, vertegenwoordigen een vermogen van

zeven millioen paardekracht. Die onmetelijke kracht, behoorlijk

verdeeld over al de fabrieken, welke binnen in een kring van vijf

kilometers opgericht waren, leverde eene besparing jaarlijks van

ongeveer vijftienhonderdmillioen francs, waarvan een goed deel in

de brandkast van de maatschappij en vooral in de zakken van Uncle

Prudent terechtkwam.

Daarenboven, hij was ongetrouwd en leefde hoogst eenvoudig, hetgeen

door de omstandigheid bewezen werd, dat hij slechts één knecht er

op nahield, die Frycollin heette en die waarachtig niet waard was

bij zoo'n stoutmoedigen meester in dienst te zijn, want die knecht

verdiende den naam van lafaard ten volle.

Maar men ziet zooveel van die vreemde dingen op dit ondermaansche.

Dat Uncle Prudent vrienden had, zal wel niet behoeven gezegd te

worden. Hij was, zooals opgemerkt werd, rijk, en dan heeft men altijd

vrienden. Maar hij had ook vijanden, daar hij voorzitter van de

club was. En onder die vijanden behoorden in de eerste plaats allen,

die hem die voorzittersplaats benijdden.

Onder de meest verbitterden van die vijanden behoort de secretaris

van Weldon-Institute vermeld te worden.

Die secretaris heette Phil Evans. Deze was ook zeer rijk, daar

hij aan het hoofd stond van de _Walton Watch Company_. Dat is eene

zeer belangrijke uurwerkfabriek, die per dag vijfhonderd mechanisch

vervaardigde uurwerken voortbrengt, welke behoorlijk afgeleverd,

de mededinging met de beste producten van Zwitserland glansrijk

doorstaan kunnen, en dat wil op het gebied van uurwerkfabrikatie nog

al wat zeggen.

Phil Evans zou dus voor een der gelukkigste menschen van de

Vereenigde Staten van Noord-Amerika, ja van de gansche wereld

hebben kunnen doorgaan, ware de maatschappelijke toestand van Uncle

Prudent hem geen doorn in het oog geweest. Hij was evenals deze

vijf-en-veertig jaren oud, en had evenals deze een ijzeren lichaam

en een ijzeren gezondheid. Evenals deze legde hij eene onbetwistbare

stoutmoedigheid aan den dag, en ook hij was er weinig belust op, om

de zekere voordeelen van het jonggezellenleven te verwisselen tegen

de twijfelachtige geneugten van het huwelijksleven, waarin die twee,

zooals de lezer wel bevroeden kan, zoo'n groot ongelijk niet hadden.

In een woord, het waren twee mannen, die geschapen schenen om elkander

te begrijpen en te verstaan, maar die elkander niet begrepen en

elkander niet verstonden. Daarbij kwam nog, dat beiden zeer heftig van

karakter waren; maar daarin toch van elkander verschilden, namelijk

dat Uncle Prudent warmbloedig en Phil Evans koudbloedig heftig was.

En waarvan had het nu inderdaad afgehangen, dat Phil Evans niet tot

voorzitter van de club benoemd was?

De stemmen hadden gestaakt, dat wil zeggen, dat evenveel leden voor

hem als voor Uncle Prudent gestemd hadden. Meer dan twintig malen

was men tot herstemming overgegaan, zonder te kunnen slagen, om de

meerderheid, al was het ook maar van ééne stem, voor den eenen of

den anderen te verwerven.

Dat was een uiterst moeielijke toestand, die voorwaar langer dan het

geheele leven der beide candidaten had kunnen duren.

Toen stelde een der clubleden een ander middel voor, om tot den

gewenschten uitslag, namelijk om tot eene onevenredige verdeeling der

stemmen te geraken. Hij, die dat middel uitdacht was een sluwe vent,

Jem Cip genaamd, die penningmeester van Weldon-Institute was. Jem

Cip was een vegetariër uit overtuiging, met andere woorden: een van

die groenten-verorberaars, die een eeuwigen haat aan ieder dierlijk

voedsel, aan alle gegiste dranken gezworen hebben, zooals halve

Brahmannen en halve Muzelmannen, en zich tot mededingers opwerpen

van Nieuwmann, van Pitman, van Ward, van Daris en van meer andere

beroemde volgers van de onschadelijke secte der getikten.

In deze omstandigheid werd Jem Cip ondersteund door een ander clublid,

namelijk door William T. Forbes, directeur van eene groote fabriek,

waarin glucose, door de behandeling van lompen met zwavelzuur,

vervaardigd werd. Door deze behandelingswijze werd eigenlijk gezegd

suiker uit oude hemden en onderbroeken verkregen.

Die William T. Forbes was een uitermate deftig man, daarenboven vader

van twee bekoorlijke oude dochters, waarvan de oudste miss Dorothea,

ook wel Doll, en de jongste miss Martha of verkort Mat, genoemd

werd. Die twee oude vrijsters gaven den toon in de beschaafdste

kringen van Philadelphia aan.

Het voorstel van den vegetariër Jem Cip werd dus door den directeur

William T. Forbes en door nog eenige andere clubleden ondersteund,

zoodat men besloot de benoeming van den voorzitter te laten afhangen

van het treffen van het middelpunt.

Waarlijk, die verkiezingswijze zou kunnen toegepast worden in alle

die gevallen, waarin het er op aankomt den waardigste te verkiezen,

en een groot aantal zeer verstandige Amerikanen dachten er reeds aan,

om dat stelsel te gebruiken bij de verkiezing van den president van

de republiek der Vereenigde Staten.

Hoe die verkiezing in zijn werk ging? Ziehier.

Op twee wit geschilderde schoolborden en zonder eenig vlekje, was

een zwarte lijn getrokken. De lengte dier twee lijnen was zuiver

mathematisch aan elkander gelijk; want men had die met evenveel

nauwkeurigheid bepaald, alsof zij de basis zouden uitmaken van den

eersten driehoek eener geographische driehoeksmeting.

Toen dat gedaan was, werden de beide schoolborden in het midden van de

zittingszaal opgesteld, waarbij gezorgd werd, dat zij beide evenveel

door het invallend licht begunstigd werden. De beide mededingers

werden toen met eene uiterst fijne naald gewapend, waarna zij, ieder

van zijn kant, op het schoolbord moesten aanstappen, dat hun door het

lot aangewezen was. Hij, die zijne naald het dichtst nabij het midden

der lijn in het hout plantte, zou tot voorzitter van Weldon-Institute

uitgeroepen worden. Men ziet het, niets eenvoudiger dan dat, inderdaad.

Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat dit naaldplanten

eensklaps, zonder mikken of meten, zonder aarzeling of tasten, maar

alleen geleid door de scherpte van den blik moest geschieden.

Hier kwam voorwaar de volksspreuk: een passer in het oog hebben,

tot haar volle recht.

Uncle Prudent plantte zijne naald in hetzelfde oogenblik, dat Phil

Evans de zijne in het schoolbord stak.

Daarna ging men aan het meten, om tot de ervaring te komen, wie der

twee mededingers het middelpunt het meest nabij gekomen was. Die

meting werd met de meest mogelijke nauwkeurigheid verricht.

Maar.... o wonder! De naaldenprikkers waren met zulke juistheid te werk

gegaan, dat de metingen geen waarneembaar verschil aantoonden. Het

is waar, het wiskunstig middelpunt der lijn was niet bereikt; de

afwijking daarvan evenwel, door de beide naalden aangegeven, was

uitermate klein; maar wat het gekste was, die afwijking was voor

de twee naalden even groot of beter gezegd even klein. De beide

afwijkingen waren klaarblijkelijk aan elkander gelijk.

Natuurlijk was de verslagenheid van de vergaderde clubleden uitermate

groot.

Gelukkig stond een der vergaderden, de geleerde Truk Milnor er op, dat

de metingen andermaal zouden geschieden, maar dezen keer door middel

van de gegradueerde liniaal van het micrometrisch instrument van den

heer Peireaux, waarmede een vijftienhonderdste van een millimeter

kan gemeten worden.

Drommels, er moest toen getuurd worden! Met die liniaal, die de

vijftienhonderdste gedeelten van een millimeter, welke met een fijn

diamantsplintertje er op gekrast waren, aangaf, werden de metingen

hervat, en nadat men de verdeelingen en onderverdeelingen met een

mikroskoop nagegaan had, verkreeg men den navolgenden uitslag:

Uncle Prudent had zijne naald op een afstand van zes vijftien

honderdste gedeelten van een millimeter van het middelpunt geplant,

en Phil Evans op een afstand van negen vijftien honderdste gedeelten

van een millimeter.

En, ziedaar hoe Phil Evans slechts secretaris van Weldon-Institute

geworden was, terwijl Uncle Prudent tot voorzitter van die vermaarde

club uitgeroepen werd.

Eene afwijking van drie vijftien honderdsten van een millimeter, meer

was niet noodig geweest, om Phil Evans het onderspit te doen delven,

maar ook om hem een diepen haat, een stillen, maar daarom niet minder

woesten haat tegen Uncle Prudent te doen opvatten.

In dat tijdperk had het vraagstuk van de bestuurbare ballons, sedert

de proefnemingen in het laatste vierendeel van deze negentiende eeuw

gedaan, wel vorderingen gemaakt.

De schuitjes, voorzien van voortstuwende schroefbladen, door de

kapiteins van het Fransche leger Krebs en Renard gebezigd, hadden

resultaten opgeleverd, die niet over het hoofd mogen gezien worden. Die

officieren hadden den langwerpigen vorm van luchtballons, door Henri

Giffard reeds in 1852 uitgevonden, in 1872 door Dupuy de Lôme en in

1883 door de gebroeders Tissandier verbeterd en gewijzigd, behouden

en als het ware volmaakt.

Maar, al hadden die werktuigen, omgeven als zij waren door eene

middelstof, welke zwaarder was dan zij zelven, zich ook al onder de

voortstuwing eener schroefwenteling voorwaarts bewogen, al hadden

zij ook al tegen den wind gekampt, en al waren zij dien ook te boven

gekomen, om tot hun uitgangspunt terug te keeren, zoodat zij zich

werkelijk bestuurbaar betoond hadden, zoo moest toch erkend worden,

dat dit welslagen alleen te danken was aan buitengewoon gunstige

omstandigheden. In uitgestrekte halls, die behoorlijk gesloten en

omwand waren, ging dat natuurlijk uitstekend. In een kalmen dampkring

ging dat ook nog zeer goed. Bij eene zachte bries van vijf of zes

meters snelheid in de seconde, ging het ook nog! Maar verder was,

alles wel beschouwd, niets practisch uitvoerbaar bereikt.

Bij eene zoogenaamde molenbries--van acht meters snelheid in de

seconde--zouden die werktuigen onbeweeglijk op dezelfde plaats

gebleven zijn. Door eene frissche bries--tien meters snelheid in de

seconde--zouden zij achteruit gedrongen zijn. Door een storm--vijf en

twintig of dertig meters snelheid in de seconde--zouden zij als eene

veer heengevoerd zijn. Te midden van een orkaan--vijf en veertig

meters snelheid in de seconde--zouden zij gevaar geloopen hebben

vernield te worden. En eindelijk, bij het heerschen van een cycloon,

die eene snelheid van meer dan honderd meters in de seconde heeft,

zou men er waarschijnlijk geen stuk van teruggevonden hebben.

Het is dus onbetwistbaar, dat zelfs na de zooveel geruchtmakende

proefnemingen van de twee kapiteins, Krebs en Renard, het gebleken is,

dat al hebben de bestuurbare ballons ook al eenigszins in snelheid

gewonnen, die verkregen snelheid ter nauwernood voldoende is, om

onbeweeglijk te blijven tegen eene eenvoudige bries in.

En zoolang de toestand zoo is, mag voorloopig gerust de onmogelijkheid

van die soort luchtscheepvaart beweerd en aangenomen worden. Dat is

duidelijk en onweerlegbaar.

Maar wat er ook van aan moge zijn, naast het vraagstuk van de

bestuurbaarheid der luchtballons, of beter naast het vraagstuk van de

gebezigde middelen, om aan die luchtgevaarten een eigene snelheid,

eene eigene beweging te verleenen, had het andere vraagstuk omtrent

die beweegkracht zelve betrekkelijk veel grootere vorderingen gemaakt.

De stoommachines van Henri Giffard en de aanwending van menschelijk

spierkracht, door Dupuy de Lôme gebezigd, waren langzamerhand vervangen

geworden door electrische motoren.

De batterijen van de heeren gebroeders Tissandier, waarbij de

electriciteit door middel van dubbel chroomzure potasch werd opgewekt,

die elementen van groote spanning opleverden, bereikten eene snelheid

van vier meters in de seconde. De dynamo-electrische werktuigen van

de kapiteins Krebs en Renard, die een vermogen gelijkstaande aan dat

van twaalf paardekracht konden ontwikkelen, bereikten eene snelheid

van zes en een halven meter in de seconde.

En toen eerst hadden werktuigkundigen en electriciteitskundigen, dat

spoor volgende, gepoogd het doel, hetwelk als desideratum bepaald

zoude kunnen worden, namelijk het vermogen van een paardekracht in

eene horlogekast besloten, al meer en meer nabij te komen.

Gaandeweg dan ook werden de verkregen uitkomsten door de batterij,

waarvan de kapiteins Krebs en Renard het geheim zorgvuldig bewaard

hadden, voorbijgestreefd, en na hen hadden de luchtscheepvaarders

motoren weten te gebruiken, welker lichtheid aangroeide met hare

kracht.

Robur de Veroveraar · 第 1 / 20 段