II.

"Ik heb aan U gerechtigheid gedaan,

"Gij liet mij geen gerechtigheid weervaren,

"Ik gaf aan U mijn schoonste levensjaren,

"En wat deed gij mij aan?

"Mijn liefde heeft uw peluw glad gestreken,

"Mijn lippen 't gloeiend voorhoofd koel gekust,

"Waarom, waarom moest gij mijn leven breken,

"Was dan mijn leed úw lust?

"Mijn welkom was een witgeplooide bloeme

"Die nog de sporen droeg van haar ontvouwenis,

"Mijn afscheidswoord zal U niet nú verdoemen,

"Maar ééns zult gij mijn naam nog noemen

"In de ure der benauwenis.

"Gedenk mij dan, zooals ge in de eerste stonde

"Mij hebt gekend: mijn deernis blijft U bij;

"De tijd gaat snel: straks heelen de oude wonden,

"Wanneer de lange nacht ons beiden heeft gevonden,

"Die rust geeft U... en mij.

* * * * *

II. Verzen uit het Boek

"Natuur en Leven".

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 65 / 100 题