NAJAARSOCHTEND.

Najaarsochtend. Wijd en wijder

Wijkt de hemel zilverblauw;

Om den morgen blijde glijdt er

Door 't nog scheem'rig bosch-gebouw,

Waar de zon met lichte stijlen

Straks de stammen schoren zal,

Vogelkwinklen over 't ijle

Loover schijnend als kristal.

Op de heide drijft een herder

Langs het vochtig morgenspoor

Vroeg-vergaarde kudde verder

In des ochtends gouden gloor;

Tot hij voor den bleeken schijn der

Westerkimme in 't bosch verdwijnt

En opnieuw de ledige einder

Eindloozer dan eindloos schijnt.

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 55 / 100 题