Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn;
Als zij zóó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.
Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in den zomerdag;
De zomer sterft; de bloem verdort:
Zoo sterft der menschen zang en lach.
Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat zingend of zij zal
Zóó eeuwig zingen zonder leed,
Nu voel ik--of 'k mij zelven wieg
In droomen die maar kort bestaan
't Is beter zoo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droomloos door te gaan--
Nu voel ik zaal'ge vreugde in mij
Bij 't luistren naar heur lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.
* * * * *