ALS IK RUST.

Als ik rust op 't doodekussen,

Als mijn oogen niet meer zien,

Als mijn ooren niet meer hooren,

Zal er éen, o éen misschien

Brand van ziel en zinnen blusschen

Loopend tusschen 't zonnig koren

Met mijn verzen 't leed te' ontvliên.

Verzen, duizend verzen schreef ik

Voor mijn ziel gestalte kreeg,

Nú was 'k al te zeer van woorden

Dán van leed en vreugde leeg;

Maar thans in mijn verzen leef ik,

Ziel en woord bijeenbehoorden

Sinds uw schoon beeld tot mij neeg.

Loop ik hier: 't is 't blauw der luchten,

Loop ik ginds: 't is 't groene woud;

Waar ik ga, of klare stroomen

Baden in het middaggoud,

Hoor de donkre dennen zuchten

Zwatelen de klaterboomen,

Waar het blad nooit ruste houdt;

't Ruischt en suizelt in de klanken

Van mijn lied, waar fonkelend

Als de weerschijn van rivieren

Verten vindend onbekend,

Schitteren met prismaspranken

Woorden, die de weelde vieren,

Van de zon-doorblonken Lent'.

Laat mij zonder taal of teeken

Schoonheid, nimmer van U zijn;

Laat mijn lied ten einde klinken,

Kan 't in vreugde, als 't moet in pijn;

Laat de beker nimmer breken,

Andren menschen lang doen drinken

Teugen van mijn levenswijn.

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 50 / 100 题