De maan is achter het huis
Nu moet gij met mij komen!
Over het bladgeruisch
Zijn zilvernachtstroomen....
De tuin ligt blank beneden,
Ziet gij het wel?
O! alles was tot heden,
Het hééle leven, maar spel....
Kom! en geef mij de hand
En laat mij U leiden door lanen,
Waar bloemen aan den kant
Glinsteren nat van tranen.
Kom! en geef mij Uw hand
En ik zal U leiden waar
Ons land als een tooverland
Licht in den maannacht klaar.
De wateren zullen zwijgend zijn,
Diep met murmelend beven,
Waar ik mijn mond uw mond zal geven
Als een dronk van wijn.
Kom! en toef nu niet,
Ik wil niet langer wachten,
Ze zijn zoo vele niet,
De schijnende maannachten....
De maan schijnt wonderhel,
De maan maakt àlles wakker,
De lucht is als een blauwe tent,
Met duizend starren goudelend
Boven den donkren akker....
Het heele leven was maar spel....
O kom! laat mij niet wachten,
Mijn ziel, mijn leven is voor U
Kom met mij mee,... ik geef het U....
Kom mee ... ik *kán* niet wachten.
* * * * *