"Van mijn bezit zal ik U schenken
Het allerschoonste gouden cieraad,
Opdat gij mijns nog zult gedenken
Wanneer gij verre van mij gaat.
Het medaljon aan mijn hals gehangen
Onder den kraag van kanten fijn
Zal van mijn hopen, van mijn verlangen
Een altijd-durend getuige zijn.
Gij moogt daarin het schoonst bewaren
Van wat gij ooit op aarde vond,
Een vlok van mijne donkre haren
Ten teeken van ons ziels-verbond.
Gij moogt dan over de aarde zwerven
En eenzaam dwalen van oord tot oord,
Mijn lief, mijn Liefde zal niet sterven
Zoolang als dit U toebehoort."
* * * * *