HEL EN HEMEL.

"Ik kan u niet van mij weren

Die mijn Hel en mijn Hemel zijt,

Ik moet uw omarming begeeren,

Tot den dag, dat de Dood mij verbeidt:

O! neem, als een vrucht, die levend

Rijp-rood voor u is gegroeid

Mijn mond, waarin, zich gevend,

Mijn hartstochtleven vervloeit!

En, kwam al God daartusschen

En wees op zíjn Hemel, zíjn Hel,

Ik zou u kussen en blusschen

Mijn gloed aan die Liefde-wel.

Al mocht mijn ziel verderven

En ter eeuwige marteling gaan,

Ik zou u verheerlijkend sterven

En trotsch voor Gods trone staan."

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 18 / 100 题