AANBIDDING.

"Uw oogen zijn Koningsoogen

Uw lokken zijn godenblond,

Op uw lippen vol honingtogen

Drink ik mijn nooden gezond.

Uw armen zijn marmeren zuilen

Uw lichaam mijn levend altaar,

Mijn droefenis kan ik ontschuilen

Mijn blijdschap belijd ik u daar.

Gij straalt, marmerblank aan de poorte

Van mijn scheem'rende vrouwenziel,

't Is het uur mijner wedergeboorte

Het uur, waarop ik viel

Omvattend, uw blanke knieën

Kussend uw Koningsvoet,

U zingend de litanieën,

Waarmee, men de Godheid begroet."

* * * * *

Gedichten(#15273) · 第 17 / 100 题