Een levend beeld is nu verrezen
En vult mij gansch met klaarder pracht
Dan ooit de droom een wereldsch wezen
't Verlangend hart te binnen bracht.
Ik zie de glorie van twee oogen
Mij voorgaan, waar mijn voet ook treed',
En 't hart, als nooit voorheen bewogen,
Al wat het eens bewoog, vergeet.
En allen--O! ik kon mijn armen
Om heel de wereld henenslaan,
Want in mijn ziel is een erbarmen
Met al wat leeft, in bloei gegaan,
Behoefte om ieder troost te geven,
Die thans nog in zijn duister schreit,
Te zeggen: zie, vertrouw op 't Leven
Ook U is de ure straks bereid.
* * * * *