B. HET JACHT OUWERKERK.

Het schip Hollandia [370] kwam uit het vaderland den 14en Dec. 1626

te Batavia (Dagr. Bat. bl. 299) en vertrok 12 Nov. 1627 weder van

daar naar Nederland (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).

Den 3en Mei 1626 was (evenals de Hollandia onder commando van Wijbrant

Schram van Enkhuizen) [371] uitgezeild het jacht Ouwerkerk (groot

50 lasten, schipper Jouke Piers) dat 18 April 1627 [372] te Batavia

aankwam (Dagr. Bat.).

Onder de vlag en het commandement van Pieter Nuijts (bij Res. 30 April

1627 benoemd tot Gouverneur van Formosa), vertrokken 12 Mei 1627

van Batavia naar Taijouan, het schip Heusden en de jachten Sloten,

Ouwerkerck, Queda en Cleen Heusden. (Dagr. Bat. bl. 316). Ouwerkerck

kwam 23 Juni 1627 te Taijouan en had den 16en t.v. "een joncque

ontrent 200 lasten groot, comende van Sangora [373] naer Cochin-China,

soo de Chinesen seijden, ende in de riviere Chincheo [Amoij] thuis

hoorende, met stijff 150 lasten peper ende partije nagelen geladen,

aengehaelt, ontrent 70 Chinesen daer uijt gelicht ende 16 van sijn

volck [onder wie de stuurman en zijn broeder] met noch 80 Chinesen

daer in latende, met intentie om ons alles hier [Taijoan] ter handt

te stellen; gemelte joncque is door storm van haer geraeckt ende tot

op dato niet geparesseert, beduchtende verongeluckt is". (Miss. Gouvr

Nuijts aan Gouvr Generaal dd. 22 Juli 1627; zie ook Miss. wd Gouvr

Joannes van der Hagen dd. 29 Oct. 1627).

De jachten Slooten, Ouwerkerck, Cleijn Heusden en Queda werden 28

Juli 1627 van Taijoan uitgezonden om te kruisen op de Portugeesche

navetten, welke--naar was bericht--voornemens waren van Macao naar

Japan te zeilen. Bij Res. Taijoan dd. 12 Oct. 1627 werd besloten

"de twee cruijssende jachten Ouwerkerck ende Cleen Heusden na de

rivier van Chincheo [Amoij] te ontbieden", terwijl bij Res. Taijoan

dd. 25 Oct. 1627 o.a. wordt gezegd: "alhier geen behoorlijke macht

(door het verdrijven van de jachten Ouwerkerck en Cleen Heusden) en

zijn hebbende". Den 29en Oct. 1627 berichtte de wd Gouvr van Taijoan

naar Batavia dat "Ouwerkerck ende Cleen Heusden noch niet en sijn

weder gekeert dat ons geen goet bedencken en geeft".

Blijkens Res. Taijouan 6 Nov. 1627 was het jacht Cleen Heusden toen

te Taijouan terug; de Ouwerkerck is echter nooit weer terecht gekomen:

"Van Teijouhan sijn uijt cruijssen gesonden, omtrent Lamo ende Pedra

Branca, de jachten Ouwerkerck, Slooten, Cleen Heusden ende Queda;

maer hebben gants niet verricht, t Jacht Ouwerkerck is niet weeder

gekeert; van de chineesche roovers hebben verstaen dat Ouwerkerck

omtrent Maccauw des nachts door eenige Portugeesche fusten overrompelt

ende verbrant is; achttien coppen souden daervan gevangen, gelijck

mede t' geschut becomen hebben, sijnde t' resterende volck alt'samen

verongeluckt." (Gen. Miss. 6 Jan. 1628).

"Het jacht Ouwerkerck is ontrent Maccau van 5 galliotten, daerop

toegemaeckt, besprongen; het hadde boven los cruijt gestroeijt dat

als sij geentert wierden in den brant werden gesteecken, daerdoor

de galliotten met verlies van veel volck mosten afleggen doch den

brant gedaen zijnde ende haer zelven wat gerepareert hebbende, sijn

alle gelijck hem aen boort gecomen ende soo veel volcx overgesmeeten

dat sij 't selve verovert souden hebben ende alsoo Sr Ketting met

haer van't quartier sprack dat alreede gegeven was, is van een

Portugees doorsteecken; het ander volck dit siende, sij weder om

laege gesprongen en hebben het cruijt in brant gesteecken soo datter

seer veel Portugijsen sijn gebleven ende evenwel noch tusschen

20-30 duijtschen in Maccau gevangen gebracht. Dus vertellen't de

Poortugijsen; naer ick kan bemercken is 't Jacht tegens eenich riff

comen vast te sitten; sij hebben naer 't jacht verbrandt was noch

eenige stucken geschuts met duijckers daerwt becoomen soo dat Jan gadt

niet weijnigh roncqueert". (Miss. Opperhoofd Firando dd. 12 Aug. 1628;

Vgl. ook Dagr. Bat. 1628, bl. 389).

Gouvr Pieter Nuijts (24 juli 1627 van Taijoan naar Japan vertrokken en

3 Dec. 1627 van daar naar Taijoan teruggekeerd) schreef 16 Juni 1628

van de Stad Zeelandia aan Sr Nijenrode, Opperhoofd te Firando: "'t

Jacht Ouwerkerck met Sr Nicolaas Ketting is in een rivier verbrant en't

volck in Macao gevangen, zulks dat als wij met Woerden op den 20en dag

na het vertrek van costi hier quamen te arriveeren, een zeer desolaten

stand en plaetze zonder eenige navale macht vonden". (Valentijn IV,

2e stuk, 4e boek, 4e hoofdst., bl. 52. Vgl. ook Dagr. Bat. 1 Juni 1628,

bl. 334 en 389).

.... weshalven de schepen die van Taijouan nae Macao ordonneert, wel op

hoede dienen te wezen, opdat geen affront incurreren off door branders

g'abordeert worden, gelijck Ouwerkerck ao 1627 overvallen ende vernielt

wierde (Miss. Regeering Batavia naar Taijoan dd. 2 Aug. 1641) [374].

"Sr Melchior van Santvoort [een vrij handelaar te Nagasaki] heeft

desen nevensgaende brieff aen mij gesonden; is hem secretelijck

behandicht door een Portugees van Maccou; daer wert seer ernstelijck

antwoort van Sr van Santvoort geeijst; 't is [n.l. de schrijver

van den brief] een man van 't jacht Ouwerkerck, soo do Portugees

weet te seggen". (Miss. Firando dd. 16 Nov. 1631 aan d'E Willem

Jansen. Kol. Arch. no. 11722) [375].

Onder de 47 Hollanders die werden uitgewisseld tegen Portugeesche

gevangenen en 21 Mei 1632 met het schip Buren van Makasar te Batavia

werden aangebracht (Gen. Miss. 1 Dec. 1632 en Miss. aan de Kamer

Hoorn van denzelfden datum, Kol. Arch. No. 759) zullen ook opvarenden

van de Ouwerkerck zijn geweest. (Vgl.: Dagr. Bat. 1631, bl. 13 en

"'t Is seecker, naer dat wij uijt d'onse verstaen die in Maccao

hebben gevangen geseten". (Instructie voor Gouverneur Hans Putmans

dd. Batavia ulto Mei 1633. Kol. Arch. VV, I).

Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer En van het wedervaren der schipbreukelingen op het eiland Quelpaert en het vasteland van Korea (1653-1666) met eene beschrijving van dat rijk · 第 37 / 70 题