1. 't Jacht de Sperwer (door Mr. Pieter van Dam in zijne Beschrijvinge
van de O.I. Compagnie een "pinas" genoemd), zeilde 26 April 1648 voor
de Kamer Amsterdam uit Texel (Uitloopboekje, Kol. Arch. no. 4389)
en kwam 28 Dec. 1648 te Batavia aan (Dagr. Bat. en Gen. Miss. 18
Jan. 1649). Bij Res. 6 Febr. 1649 werd de Sperwer naar Amboina bestemd;
ging 28 Februari daarheen (Instructie en Seijlaets order 27 Febr. 1649
in Kol. Arch. no. 776); na lang op zich te hebben laten wachten (zie
Res. 19 Mei 1649 en Miss. Bat. Regeering naar Taijoan dd. 11 Juni
1649) den 29 Mei 1649 te Batavia teruggekeerd (Miss. Bat. Regeering
naar Amboina dd. 14 Febr. 1650); uitgezet naar Suratte (Res. 30 Juni
1649); daarheen vertrokken 13 Aug. 1649 (Instructie 12 Aug. 1649); 14
Juni 1650 van daar te Batavia terug (Miss. Bat. Regeering naar Suratte
dd. ulto Aug. 1650); vertrekt 30 Juli 1650 naar Choromandel, Malabar
en Perzië (Instructie 29 Juli 1650); komt over Suratte 25 Aug. 1651
terug te Batavia (Miss. Bat. Regeering naar Perzië dd. 14 Sept. 1651);
vertrekt 15 Sept. 1651 naar Perzië; komt 12 Nov. 1652 van daar terug
te Batavia; wordt bij Res. 15 Nov. 1652 bij provisie aangelegd naar
de Custe Choromandel en bij Res. 29 Nov. 1652 naar Banda; vertrekt 14
Jan. 1653 (zie Dagr. Bat. bl. 4) over Japara, waar het 18 Jan. 1653
aankomt (zie Miss. Japara naar Batavia 27 Jan. 1653) en van waar het
1 Febr. 1653 de reis voortzet (zie Miss. Japara naar Batavia 2 Maart
1653) naar Banda (zie Res. 18 Maart 1653) en komt, over Amboijna,
16 Mei 1653 terug te Batavia (zie Dagr. Bat. bl. 65); vertrekt 18
Juni 1653 naar Taijoan; komt 16 Juli d.a.v. te Taijoan aan; vertrekt
van daar 29 Juli naar Japan en vergaat 15 Aug. bij Quelpaerts-eiland.
In het vaderland is de Sperwer niet terug geweest. Door eene onjuiste
lezing van den aanhef van een der gedrukte journalen (uitg.-Saagman)
of door den Franschen vertaler te volgen, kwam Tiele tot de volgende
aanteekening in zijn Mémoire bibliographique, bl. 274: "Parti des
Pays-Bas le 10 Janvier 1653, le Yacht de Sperwer (l'Epervier) arriva
le 1er Juin de la même année à Batavia." Geen Compagnie's schip is
trouwens op eerstgenoemden datum uit het vaderland vertrokken noch
op laatstgenoemden datum te Batavia aangekomen.
2. Seijlaas ordre voor d'Opperhoofden vant Jacht de Sperwer, waer naer
hun in't zeijlen van hier naer Taijouan sullen hebben te reguleeren.
Batavias reede verlatende, sult moeten Cours nemen benoorden
d'Eijlanden van Ontongh Java naer de straet Palingban, trachtende die
bij oosten Lucipara in te loopen ende op't spoedichst te passeeren
mitsgaders soo voorts bij oosten Poulo Linge ende Bintangh na Pulo
Lauwer zeijlen, makende t'selve te verkennen ende Pulo Candor in't
gesicht te loopen om des te rechter tussen Pulo Cecier de mair ende
terra (mits wel uijtsiende naer de droochte die daer een weijnich
besuijden omtrent middelwaters is leggende, door te seijlen, van waer
de Cambodiase Champas ende Quinamse wal int gesicht sult houden, om
voor de Pracels bevrijt te zijn, dan voorts Pulo Champello tracht
te verkennen om vandaer Aijnam in't gesicht te loopen, vermits de
stroomen door de Wester winden soo hart uijt de Golf van Conchinchina
om de Oost gaen, dat daer mede door stilte, doch noch meer bij storm
op de versz. Pracels getrocken zout worden, zoo godt betert ao 1634
in Julio aen Grootenbroeck is gebleecken [366].
Aijnam gepasseert zijnde is t best ruijme zee te houden om door
beloop van eenich onweer op geen lager wal beset te worden, alsoo
de gemte. tuffons [367] gemeenlick met uijtschietende winden comen,
zulcx dat het seer schadelick is bij storm de wal ofte anckerplaets
te soecken als aen Buiren, Bommel, Goa ende Bleijswijck ao 1634
mede is gebleecken [368], die onder Sanchoan voor 3. anckers een
musquet-schoot van lant op 9 vadem geset leggende van de Opperwal
afgedreven zijn, hun ankers verliesende ende duijsent prijckel
uijtstaende. De Portugesen die met haer costelicke navetten van
Macauw op Japan hebben gevaren, hielden in storm al ruijme zee, soo
oock dede de Manijlas vaerders, als naer Macao quamen, daer hun door
ervarentheijt best bij bevonden. Hoe Vl. vorders hebben te gedragen
zoo int Cours stellen als om de Piscadores ende Taijouan bequaemst
aen te soecken mitsgaders binnen desselfs canael te seijlen, wert
bij nevensgaende Instructie vanden piloot-maijoor Frans Visser als
de vordere geconcipieerde ordre, ende seijnbrief aengewesen, die wij
Vl.s bevelen wel te examineeren ende na vermogen t'achtervolgen.......
Alsoo rechte voort seijlveerdich zijt leggende, soo sult op morgen
vroech naer gedaene monsteringe u ancker lichten, ende in godes naem
in zee steecken, om uwe reijs volgens de bovengesze. zeijlaas ordre
naer Taijouan te bevorderen.
Alsoo uijt d'advijsen onser Hrn Principale ons aengekundicht sij
dat wederom met de Portugees, ende Engelse regeeringe in openbaren
oorloge vervallen sijn, zoo sult geduijrich op hoede sijn, om van
deselve niet overrompelt nochte door vreemde teijkenen niet misleijt
en werde, maer bij rescontre deselve vijantl: aentasten, soo doenlick
overmeesteren ende alhier ofte naer andere Comp.es comptoiren daer
oordeelen sult meest verseeckert te sijn, opbrengen; bij overwinninge,
zult u wel vande gevangens verseeckeren, de goederen ende ingeladen
coopmanschappen in goede bewaringe houden, de luijcken versegelen,
ofte naer gelegentheijt van saecken het cargasoen overnemen, maer
insonderheijt sult u hebben te wachten van alle onbehoorlicke
plunderagie dat u ten hoogsten gerecommandeert blijft alsoo het
selve voor onsen raet sult moeten verantwoorden. Voorts blijft u
de goede zorge over de scheeps regieringe ende de goede mesnagie
over de provisien te houden, bevolen, als mede de administratie van
Justitie over de quaetdoenders, conform den generalen articulbrief
waer in met kennisse van raade naer gelegentheijt van saecken sult
hebben te handelen. Hier mede wensen uls met het gantse scheepsvolck
een behouden varen, ende beveelen gesamentl: inde bescherminge des
Alderhoogsten die u ter gedestineerde plaetse geleijde.
In't Gasteel Batavia desen 15 Junij 1653. Onder stont Ter ordinans:
van haer Eds ende was geteeckent Adriaen Willeboorts Secretaris.
3. Naer dat op den 18en Junij passado van VE.des mijn affscheijt
becomen hadde, hebben wij ons met 't Jacht den Sperwer (inde naame
Godes) omtrent de middach onder zeijl begeven om onse reijse naer
Taijouan te vervorderen, alwaer op den 16en Julij tegen den middach,
buijten op de Zuijder rheede van Taijouans Canael (Godt loff)
geluckelijck quamen te arriveren, hebbende enpassant alleen aengedaen
Poulo Auwer, alwaer in der ijll onse vaeten vol water haelden, soodat
daer mede eenen halven dach 'tsoeck brachten, zonder meer. Wij
hebben geduijrende onse reijse zeer bequaam weder aangetroffen,
ende is niets verhaelens waerdich comen voor te vallen.................
Ende voor de tweede ofte laetste besendinge is mede op den 29en d.o
naer Japan affgeveerdicht 't Jacht de Sperwer met een cargasoen ter
montuijre van f 38819:14:15 bestaende uijt naervolgende, te weten:
20007 cattijs poetsjoek
20037 cattijs aluijn
3000 stucx elantshuijden
19952 stucx Taijouanse hertevellen
3078 stx steenbocx vellekens ende
92000 cattijs poeijersuijcker, bestaende in 400 kisten.
.... Insgelijcx zullen VEdes sien in de Resolutie van den 21en
Julij wat ons gemoveert heeft 't Jacht den Sperwer in plaetse van de
fluijt de Trouw derwaerts [Japan] te senden, 't welcke verhoopen bij
VEdes niet qualijck sal werden genomen, alsoo 'tselve seer tijdich
sal connen terugge gesonden werden, om naer Persia ofte Suratta
gebruijckt te werden; derhalven hebben den E. Coijett [Opperhoofd te
Nagasaki] geordonneert 't selvige voorde eerste besendinge herwaerts
te demitteren....
.... Oock is op de ladinge van den Sperwer noch te cort gecomen
427 bossen rottangh.... Schipper Reijnier Egbertsen aengesproocken
zijnde, zecht mede niet meer uijt 't Jacht Sluijs ontfangen te hebben,
daerover op zijn arrivement uijt Japan, om reden te geven, naeder
sullen aenspreecken (Miss. Gouverneur Caesar en Raad van Formosa aan
de Bat. Reg. ddo 24 Oct. 1653).
4. ....tot onser alder harte leetwesen de fluijt de Smient nochte het
schoone Jacht de Sperwer daer [Japan] niet is comen te verschijnen 't
welck bij ons op den 29en Julij laestleden naer Jappan affgevaerdicht
was met een cargasoentie van f 38819:14:15 dat seecker voor de Compe te
[369] groote slaagen zijn voornamelijck t missen van soo veel trouwe
dienaren ende twee soo costelijcke schepen.....Wat ongeval de Sperwer
mach zijn bejegent en connen niet bevroeden; oock en hebben daar van
de minste tijdinge niet becomen. Uijt Jappan werdt geschreven dat de
Fluijt Campen op het noordt eijnde van Formosa een legger Battaviasche
arack in zee hebben gevischt, desgelijck eenige cruijshouten met een
combaers sien drijven, waar door vermoeden het van d.o Jacht moet wesen
dat (godt betert) twee daagen naar desselfs vertreck van dese rede
de selfde storm heeft gerescontreert als wanneer de fluijt de Trouw
op t noorderrif quam te stooten ende masteloos raeckte, insgelijcx
't galjoot Ilha Formosa verdreeff en in Pehoe quam te stranden, oock
onse cleene lootsboot van ondert Fort 't Canaal uijtdreeff en omtrent
Lackemoij is comen te verongelucken; doch het vreemste, dat schier
ons onmogelijck schijnt, is dat daarvan geen tijdinge hebben vernomen
want soo het op de Formosaansche custe ofte aan't noordt eijnde van
Pehouw was comen te verongelucken, ongetwijffelt wij souden daarvan
contschap becomen hebben, zulcx dat niet weten wat hier van sullen
presumeeren. Wij willen echter het beste verhoopen ende godt bidden
dat gem.e Sperwer noch mach comen op te donderen.
.... Dit dus verre geschreven zijnde, comt op den 16en courant des
naar middachs te halff tween de schipper vant Witte Paart Cornelis
Lucesar.... de gemelde vrunden soo vande Gecroonde Liefde als Paert
verclaaren geduerende haere reijse seer quaat weder hebben gehadt
ende dat het niet vreemt zoude wesen dat gemelte Jacht lichtelijck de
cust van China zal aangedaan ende aldaar reede gesocht hebben ofte
anders presumeeren dat bij-gehouden heeft. Wat hier van zij is den
Almogende bekent ende willen t beste hoopen. (Miss. Gouverneur en
Raad van Formosa aan de Bat. Reg. ddo 17 Nov. 1653).
5. ....Integendeel hebben wij met hartelijcke droeffheijt in
VE. advijsen gelesen, dat het fluijtschip de Smient en het schoone
jacht de Sperwer, 't eene op de reijse van hier naer Taijoan ende
't ander tusschen Formosa ende Japan nae alle apparentie door storm
sullen wesen vergaen, te meer hier noch elders geen tael noch teecken
daervan vernomen wert, daerbij de E Compe behalven de scheepen,
ende 't verlies van sooveel onnoosele menschen een cappitael van f
110570:11:3 te missen comt, dat al een groote bresse inde Noortse
winsten maeckt, en echter, dewijle van de hant des Heeren comt, niet
als met gedult te versetten is. (Miss. Reg. Bat. aan Gouvr en Raad
van Formosa, ddo 20 Mei 1654).
6. Bezijden vooren geallegeerde goede tijdinge verstaan in contra
tot ons herten leedwezen dat het fluijtschip de Smient van hier na
Taijouan ende 't jacht de Sperwer van daer op umo Julij lestleden naer
Nangasacqui gedepecheert, op het vertreck der voornoemde schepen aldaer
nog niet en waren verschenen. Na de Chinese gerugten in Japan liepen,
soude op 't eijlant Lamoa [aan de kust van Zuid-China, bij Swatow]
een Hollands schip gesneuvelt sijn waervan seecker Hollandtse vrouw,
die eertijts in Taijouan had gewoond, nevens eenige manspersonen,
sonder te seggen hoeveel, gebergt waren. Verders wordt uijt Japan
gerelateert dat de Opperhoofden van 't fluijtschip Campen in 't
zeijlen uijt Toncquin naer Japan, omtrent de noordhoek van Formosa
een legger batavishen arack hebben gevischt, ende eenige cruijshouten
nevens een combaers sien drijven 't welck twee dagen nae't vertreck
van de Sperwer is geweest; zijnde het denzelven storm die de Trouw
(over't noorderrif stootende) mitsgaders de cleijne lootsboot ende
't gallot Ilha formosa hiervoren gementioneert, hebben aengetroffen:
sulcx datwij (God beter't) het sneuvelen van de voorn, schepen niet
dan al te gewis houden.
... Met het sneuvelen van voorn, twee hechte schepen comt de Comp.e
f 110.570.11.3 incoops te missen, hetwelck (God Beter't) aen desen
noordcant, daer ons het ongeluck meest alle jaren treft, except
de schepen ende 't costelijcke volck al wederom een grooten slag
sij. (Gen. Miss. 19 Jan. 1654). [In Gen. Miss. 6 Febr. 1654 wordt
ook weer van het verlies van de Sperwer gewag gemaakt].
7. ... gelijck mede ons ontstelt heeft het verlies van het fluijtschip
Smient en t'jacht de Sperwer met haer volck en ladinge soo gemeent
wort vergaen en gebleven, t'welck wederom een swaeren slach voor de
Compe is, evenwel als van de machtige handt Godes comende met gedult
moet opgenomen worden, t' schijnt dat wij in dat stormende vaerwater
die periculen jaarlijcx onderworpen zijn en te verwachten hebben;
wanneer maer de winsten daer tegens naer advenant mochten wesen, soude
het buijten t'verlies van de menschen noch eenichsints troostelijck
sijn. UE. worden nogmaels aengemaent doch wel te letten op de moussons
en de schepen niet te laet derwaerts aff te senden, alsoo ons daer
uijt groote onheijlen voortcomen. (Patr. Miss. 8 Oct. 1654).
17 Juli 1637 werd trouwens reeds van Taijoan naar Firando geschreven :
"hoe noodich vereijscht wort dat de costelijcke goederen met de eerste
besendinge behoort te geschieden, connen wij wel apprehenderen omme
te ontgaen de stormwinden welcke de scheepen gemeenelijck tegens
ulto Julio & Augustus in 't vaerwater tusschen Taijouan en Jappan
subject sijn". Vgl. "in het westmousson, als het saijsoen sal weesen
verloopen om van Batavia na Japan te kunnen seijlen dat is van half
Augustij tot ulto Maart." (Mr. P. van Dam, Beschrijvinge, Tweede Boek,
Deel 1, Cap. 21 fol. 280).
Intusschen is het fluijtschip Het Witte Paert behouden aangekomen: "Met
de fluijt Witte Paert, 7 Augustus hier aengecomen, is ons wel geworden
het schrijven van d'heer Gouverneur Nicolaes Verburgh gedach-teekent
19 Julij.... Wij blijven verwondert over het langh achterblijven van
het laest verwachtte schip [de Sperwer]" (Nagasaki Nov. Ao 1653).