Wij beginnen met

de voormalige latijnsche school.

Nog tot in het laatst der 17 eeuw [278] mogt Oudewater zich beroemen,

binnen zijne muren eene Latijnsche school te hebben, hetgeen voor

een plaatsje als dit, zeer pleiten kon voor de welgesteldheid

der ingezetenen.--Aangezien deze laatsten echter van tijd tot tijd

verminderden, en men dientengevolge geen genoegzaam getal leerlingen

op dezelve aanbragt, moest dezelve noodwendig vervallen.--Volgens

resolutie der staten van Holland dd. 25 Februarij Ao. 1600, bekwam

Oudewater het regt, op zijne beurt eene »beurssaal" te zenden in

het Theologisch Collegie van Holland binnen de stad Leiden. Deze

beurten moesten echter verwisseld worden tusschen deze plaats in het

naburige Woerden zoodat ten allen tijde een dezer twee steden een

student in voornoemd collegie had, achtervolgens besluit van hunne

Ed. Groot. Mog. in derzelver hooge vergadering genomen, waar omtrent

wij verwijzen, naar de resolutien van Holland dd. 25 Junij 1666.

Deze resolutien en dit regt, werden echter ten jare 1797 vervallen

verklaard en de herinnering, dat Oudewater eertijds een Latijnsche

school bezat, bleef alleen in de geschiedrollen bestaan!

Lombarden.

Reeds in het jaar 1319, drie weken na St. Maarten in den Winter, vindt

men gewag gemaakt, dat het Lombardhuis te Oudewater ter bewoning

gegeven werd aan Vranke Oudekijns, tot 's Graven wederopzeggens

toe. Kort daarop moeten echter de Lombaarden uit Oudewater getogen

zijn, [279] daar men vermeld vindt, dat in het jaar 1323. Dirk

Batenburg verleid werd met het Lombaarthuis te Oudewater, mits het

zelve weder opgevende by de terugkomste van de Lombaarden, &c:

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 122 / 178 题