Wi Willaem Graue &c: maken cont allen luden, dat wy Dirc Batenburg
van Oudewater gegeven hebben onse huys, dat ons ane gecomen es van
de Lombaerts binnen onse Poirte van Oudewater in rechten liene van
ons te houden in der maniere, wair dat saeke dat die Lombairts
weder quamen ende wise in dat huys voirsz. weder setten mitter
woone, soo souden wi Dirc voirsz. sinen cost en sinen scade,
dien hi aen den huse gedaen hadde, gelden, ende dair meede waer
die manscap quite. In oirconde &c: Gegeven tote Scoenhove op
Sinte Martynsdach in de Somer in 't jaar ons Heeren MCCC drie
en twintich.
Daarna werd ten zelfde jare het volgende bevel aan den Magistraat
gegeven, om de nagenoemde Lombaarden in deze Stad te ontvangen en
Burger-regt te laten genieten.
Wi Willaem Gratie &c: onsen lieven en getrouwen Schout, Schepenen,
ende Raed van onser Poirte van Oudewater, saluyt ende onse goede
jongste; Wi doen u te weten, dat wi in onse beschermte en geleyde
genomen hebben, en nemen dese Lombairden, die hier na geschreven
staan, dat es te wetene, Dammaes en Philips Asinier, broeders,
en de Hore Maysinden om te wonene en te blivene in onser Poirte
van Oudewater van onser Vrouwe dage in den Mairte die naestcomet,
twaalf jaer daer na volgende, ende sullen coipmanscip driven ande
hoir oirbair doen mit haren gelde, geliken onse andere Lombarden
die wonen ende bliven in onse goede Poirten van Hollant; En
ombieden ju naerenstelicken, dat ghi se ontfaet over uwe Poerters
ende hem helpet, vordert en starket in alle hore rechten, gelike
juwe Poerters die jairscarende durende voirsz. ende des en laet
niet. Gegeven in die Hage op den Jairsdach in 't Jaer ons Heeren
M. CCC. en drie en twintich.
In het jaar 1595 werd van wege de regering van Oudewater aan Jaques
de Causa Michielsz., een piemontees, octrooi verleend tot het houden
van de »tafel van leeninge" binnen Oudewater. Aan ieder die omtrent
de aanstelling van zoodanigen tafelhouder, de voorwaarden waarop de
verpanding en bij niet lossing, den verkoop der panden plaats greep,
iets meer weten wil, verwijzen wij naar de beschrijving van Oudewater
door G. R. van Kinschot bladz. 439-450.
Nog omstreeks de helft der voorgaande eeuw, vindt men vermeld, dat
de Bank van leening, met het daarbij van ouds behoorende woonhuis,
onder de accijnsen der stad, voor zekere jaren verpacht werd.
Uit een en ander zien wij, dat Oudewater nevens alle andere steden
in Holland en West Vriesland geprivilegieerd was, zoodanige bank te
mogen hebben en verpachten, met uitsluiting van alle andere plaatsen
in het platte land [281] zijnde zelfs ingevolge deze volmagt, de
steden niet gehouden, eenige tafelen toe te laten, al hadden zij ook
eertijds octrooijen daarvoor verkregen [282]. Volgens resolutie der
staten van Holland 3-12 Maart 1594 mogt door den Lombardhouder van
de zes gulden, een halve stuiver in de week geheven worden.
Het laatste Lombardhuis te Oudewater bevond zich op de Donkere Gaard
en is tegenwoordig bekend onder nummer 491. Sedert een groot aantal
jaren, werd dit huis verkocht, en wordt het door particulieren bewoond.
Alleen het stadswapen met het bijschrift: