dat is:
Dit huis Gods, is gebouwd Ao. 1803.
Bij het binnentreden bemerken wij dadelijk, een zonderlinge
constructie, zelfs zoo, dat niet het minst bij de bouwing aan symboliek
schijnt gedacht te zijn, gothiek is er trouwens geen stip aanwezig. In
deze kerk bevind zich 1 altaar, dat niet oostwaarts gerigt is,
doch op fraaiheid aanspraak mag maken, de communiebank wordt als een
meesterstuk van beeldhouwkunst geroemd; zij bestaat echter slechts uit
gedeelten van de communiebank uit eene kerk van IJsselstein. Zijn wij
wel onderrigt, dan heeft men die eertijds aldaar publiek geveild en
bij die gelegenheid welligt voor spotprijs alhier aangekocht. Het orgel
heeft een clavier is zonder pedaal en onaangenaam van toon. Het jaartal
van zijn bouw, alsmede de vervaardiger zal men er niet op vinden.
Om in de behoeften der steeds grooter wordende gemeente te voorzien,
heeft men voor eenige jaren de kerk vergroot, zoodat er zich nu een
groot getal gemeentenaren in kunnen vereenigen. De harmonie in het
gebouw toen nog aanwezig, heeft echter zeer veel door dien herbouw
geleden.
De kerk der Bisschoppelijke Clerezie.
Dit kerkje, dat zich nog in wel onderhouden toestand bevindt, is zijn
beziens van binnen om zijn fraaiheid niet onwaardig, het heeft echter
eveneens slechts een altaar, het orgel heeft slechts een clavier
en bezit geen pedaal, het is zwak, en niet zeer aangenaam van toon
terwijl vervaardiger noch jaartal op hetzelve uitgedrukt staan. De
oudste patroon van deze kerk is St. Michiel; doch door de opheffing
der gemeente van Polsbroek in 1842 toen ook de bezittingen der kerk
aldaar aan die onzer beschrijving gekomen zijn, is St. Johannes den
Dooper, die patroon van de kerk in Polsbroek was, als tweede patroon
alhier aangenomen.
Van buiten zou men bezwaarlijk eene kerk in dit gebouw herkennen,
ware het niet, dat aan haren ingang, een houten kruis was aangebragt,
waarop het volgende te lezen staat: