VOORMALIGE EN TEGENWOORDIGE PUBLIEKE EN MERKWAARDIGE GEBOUWEN.

"De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene,

omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren

van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene

geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een

geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en

bij ons opwekken; zij verhalen ons juist niet al het gebeurde,

maar zij leeren ons kennen hoe het voorgeslacht leefde, dacht

en gevoelde, en dat heeft voor het minst even zoo veel waarde

als de vermelding van eene reeks gebeurtenissen."--

W. N. ROSE.--Verhandeling, uitgesproken ter algemeene

bijeenkomst van de leden der maatschappij "tot bevordering

der bouwkunst" van 23 Junij 1854.

De groote of oude parochie-kerk met toren.

Zij zijn het overwaard, die trotsche gothische gebouwen, dat

wij bij den aanvang dezer groote, en voor Oudewater interessante

afdeeling, voor hen het eerst de aandacht des vriendelijken lezers

verzoeken.--Immers, wat al jaarkringen werden sedert hunne stichting,

steeds door anderen vervangen. Wat al eeuwen rolden sedert henen om

zich spoorloos, en voor altijd op te lossen in den peilloozen oceaan

des tijds!

En de gebouwen onzer beschrijving? Zij weêrstonden den sloopenden

tand des tijds, gelijk zoo velen hunner zusteren uit dat tijdvak, als

tuigden zij eenpariglijk van den vromen Godsdienstzin onzer vaderen.

En, wanneer nu de oudheidminnende naneef, den drempel van ons statig

kerkgebouw overschrijdt, neen, dan blijft de indruk der schoone

kerkgothiek bij hem niet achterwege, dan wordt hij gestemd tot

hooger, dan ook denkt hij onwillekeurig aan hare stichting, zijn

geest ontrukt zich van het tegenwoordige en vliegt over eene klove

van eeuwen en eeuwen, en met genoegelijken weemoed en stillen ernst,

doolt hij vervolgens rond over de menigte grafzerken, die hem als

toefluisteren van 't grijs verleden en den rappen tijdstroom.

Wanneer wij de kerk uit de vele oogpunten wilden beschouwen, die

wij konden en het allezins waardig zijn, zou ons bestek overschreden

worden, daarom doen wij het slechts uit eenigen, en bij voorkeur uit

die, met hare geschiedenis in betrekking staande. Het geleidelijkst

kunnen wij naar onze meening beginnen met:

a. DE STANDPLAATS VAN KERK EN TOREN.

Hieromtrent kunnen wij echter kort zijn, daar zulks in ons mythologisch

gedeelte reeds eenigzins beschreven is, alwaar wij aantoonden, dat

genoemde plaats reeds ten tijde van het heidendom een sepulchrale

bestemming had, begunstigd, door de oude waard waarop zij lag.

Was er echter bij die begraafplaats nog een gedeelte aan eenige

andere mythologische vereering gewijd?--wie zegt het--zeker echter

is het--zoo als in den loop der vroegere schets reeds werd opgemerkt,

dat vele heidensche offerplaatsen bij de christen-prediking, ook tot

christelijke vereeringsplaatsen werden ingerigt. [140]

Deze overgangen--ook dit toonden wij reeds meermalen aan--waren

ook in Nederland niet zeldzaam en een tal van voorbeelden pleiten er

voor. Genoeg, dat wij de zekere overgang van heidensche op christelijke

begraafplaats alhier hebben aangetoond; en weet men nu daarbij, dat

die op een deel derzelfde plaats is, waar nu kerk en toren staan,

dan wordt dit nog te meer aannemelijk.

Met zekerheid mogen en kunnen wij echter niets hieromtrent ter

neder schrijven--de gordijn is gevallen.., en welligt onherroepelijk

gevallen.

Oudewater en omtrek, Geologisch, Mythologisch en Geschiedkundig Geschetst · 第 82 / 178 题