»Dat is een geluksvogel; die een ongeluksvogel!" zoodanig gezegde
zult gij, geachte lezer, wel dikwijls vernomen hebben. Doch bij dat
vernemen heeft menigeen er niet aan gedacht, dat men ook hiervan den
oorsprong in de mythologie onzer vaderen te zoeken had.
De priesters der ouden maakten bij het voorspellen van iets, vooral
ook veel gebruik van het geluid en de vlugt der vogels.
Nog is de ooijevaar--elders heileuver--heilaanbrenger, bij sommigen
in hoog aanzien; een ooijevaar immers die het nest op een huis maakt,
brengt, gelijk men wel zegt, geluk aan: het verstoren dier vogels
het tegendeel. Ziet men hem voor het eerst in het lieve voorjaar,
met veel geld bij zich, dan is men geheel het jaar niet zonder.
Ook de zwanen en zwaluwen rangschikken wij, in navolging der geleerden,
onder deze rubriek.
Op het dooden van ooijevaars en zwanen stond eertijds zelfs de
doodstraf. Ziet, zoo hield zich ook deze vereering nog lang staande.
De zwaan was in de natuurleer onzer vaderen aan de godin der liefde
gewijd. Zonder dat ook wij hier juist eene gevolgtrekking willen maken,
is het gebruik der palmpaschen, die dikwijls met afbeeldingen van
zwanen zijn versierd, opmerkelijk. Te opmerkelijker omdat ook die
welligt weder tot kinderspel overging.
»Zwaluwen zou ik niet gaarne verstoren," zeide mij iemand, »want
die staan in de Schrift beschreven." Ook dit zoeken wij als in de
mythologie van origine zijnde: velen toch beschouwen ook zonder deze
uitlegging de zwaluwen als heilaanbrengende vogels.
Ook de haan is van beteekenis evenals de zwaluw; verkondigt de laatste
het naderen der lieve lente: de eerste vermeldt het aanbreken van
den dag. Hoewel dit nog niet als heidensch kan worden beschouwd,
zoo spelen de hanen toch in de Noordsche Mythologie [78] eene rol die
men oppervlakkig niet zou vermoeden. Men kent daarin bij de Trolden
de vuurroode, de gele bij de Asen, en de zwarte in de onderwereld.
Het hanensabalen op de Kaaloorsche kermis bij HOENkoop, het vermeld
vinden van: »offert den goden een haan," en de zeer interessante
bijdrage, die wij nog nergens aantroffen: dat men, bij het verhuren
van landerijen, bij den huurprijs nog een haan moest voegen, als die
leverbaar was, kunnen o.i. allen aan deze vereering doen denken.
Vraagt men: wanneer was de haan leverbaar? wij zeggen, dat men zulks
er voor hield als deze vogel van den grond kon springen op den rand
eens wateremmers.
Koekoek en specht zijn weder voorspellende vogels.
Onheilspellenden zijn welligt raven, eksters, uilen en de roode haan.
Odin wordt voorgesteld met raven bij zich, die hij elken dag laat
uitvliegen, en welke hem daarna vertellen wat nieuws er is; het zal
uitkomen, zegt men immers, al zouden de raven het uitschreeuwen.
Het huilen van nachtuilen wordt bij velen als zeer ongunstig beschouwd.
En de roode haan ten slotte, hoewel ongunstig en overdragtelijk,
en zulks welligt geworden bij de verachting des heidendoms, is al te
wel bekend.
In Oudewater ten minste herinnert men zich het tartende en spijtige
gezegde van van Bossu in 1573, toen hij voor deze plaats met zijne
soldaten en gepreste boeren het hoofd stiet [79]:
»Al eerder een jaar ten einde zou gaan,
Zal ik er door jagen den rooden haan."