naar onze bescheiden meening het best verklaard. Gelijk het echter
met de meeste afleidingen van plaatsnamen gaat, wier oorsprong
niet dadelijk tastbaar is, zoo ook vindt men hiervoor verschillende
redenen opgegeven.--S. van Leeuwen [6] en Franc. Halma [7] zijn dan
ook de waarheid het meest nabij als zij zeggen, dat het eigenlijk
af zou komen van Oudewaarden als in een oud eiland of oude waard
liggende. M. Z. Boxhorn [8] spreekt er aldus over: "Oudewater soude
moeten ghenaemt worden Oudewaerten, ist dat ghy haer eerste beginsel
aensiet. Oudewaerdt en beteekent niet anders, als een oud Eylandt ofte
Contreye. Ende sy schijnt also geseyt te worden tot onderscheyt van
die waerde daarbijliggende ende wort hedensdaeghs Nieuw ghenoemt" Ook
Lud. Smids [9] is--op gezag van dezen laatste, schijnt het--dezelfde
meening toegedaan.
Men ziet dus, dat velen dit gevoelen aankleven. De heer van Kinschot
[10] en velen na hem, willen echter liever, dat dit plaatsje zijn naam
van den IJssel, als oud water zou ontvangen hebben; daarmede stemmen
wij dus evenmin in, als met hetgeen wij elders in eene noot lazen [11],
dat de Romeinen het ook daarom den naam van Aquae Veteres zouden hebben
gegeven; maar zijn het ten volle eens met de »Tegenwoordige staat
der Vereenigde Nederlanden", waarin wij lezen: »Uit de latijnsche
benaming van Aquae Veteres--alleen eene letterlijke vertaling van
den tegenwoordigen naam--zien wij niet dat eene afleiding te haalen
is." [12] En hoe vele plaatsen wijders zijn aan oude wateren gelegen,
en toch bestaat er in geheel Nederland, voor zoo verre wij weten,
slechts één plaatsje, dat Oudewater heet.
Voor de stelling, dat de naam Oudewater wezenlijk van bovenvermelden
geologischen oorsprong is, zou nog kunnen aangevoerd worden, dat men,
behalve de zoo even genoemde Uiterwaarden nog in den omtrek vindt,
Snelrewaard als boerenbuurt, en de hooge Woerd of Waard daarinliggende;
voorts: Barwoutwaarder, het dorpje Waarder, en misschien mag het
nabijgelegen Woerden hier ook gerangschikt worden als synoniem met
Waarden. In alle gevallen, onze meening is bovenstaande; men voegde,
wij houden het (altijd onder verbetering) vol, bij onze plaats slechts
oude tot onderscheid dier andere waarden.
Het zij in het voorbijgaan gezegd, dat wij ons om deze reden, ook niet
met de meening van den oudheidkundigen heer Buddingh kunnen vereenigen,
die de namen van waard- en woerdplaatsen zoo gaarne eene mythologische
beteekenis wil toegevoegd hebben.
Vooralsnog dient evenwel teruggekeerd, tot Oudewater's geologie, en wij
beginnen dus weder met den Hollandschen IJssel, die, gelijk bekend is,
zoo veel heeft toegebragt tot de vorming van ons alluvium; waarom wij
ons niet kunnen onthouden, voor het reeds verhandelde en nog volgende
van ons onderwerp, de volgende regelen gedeeltelijk toe te passen:
»Het schijnt, dat de ondermaansche dingen
Zijn wonderlijk van aard en vol veranderingen:
Ik zag het vaste land met water overdekt
En weder uyt de plas het vaste land verwekt.
't Is vreemd, dat verre van de zee en van de gronden
Het zeegewas en rare schulpen zijn gevonden,
En dat een anker lag in 't hooge dorre land,
In plaats van in de zee of aan den waterkant." [13]
Tot dat ondermaansche »wonderlijk van aard en vol veranderingen"
behoorde ook de Rijn, en als gevolg van dien, wederom de IJssel.
Nadat de eerste eeuwen lang steeds zijne wateren in den magtigen oceaan
had uitgestort, werd hij aan zijne monding verstopt, en 't natuurlijk
gevolg was, dat zoo wel de tak, die den naam van Rijn behouden had,
als zijne overige armen verandering in hunnen loop moesten ondergaan.