De vorming van veen, derrie, ijzeroer, enz. gaat steeds haren
gang. Reeds voorlang zijn duizenden planten van een kort bestaan en
los weefsel, vervangen door een aantal krachtige boomsoorten, in zulk
eene menigte bij elkander staande, dat zij den naam van "woudreuzen"
ten volle waardig zijn.
Alomme doorkruisen talrijke rivieren ons land, en de schoone Europesche
rivier de Rijn, door onzen Borger "de grootvorst van Europa's stroomen"
genoemd, splitst zich in verschillende armen, als wilde hij de geheele
landstreek in eenen vruchtbaren beemd herscheppen. Ook de Hollandsche
IJssel was een tak des statigen Rijns; ook deze omtrek deelde dus in
het voorregt, zijne met allervruchtbaarste slib bezwangerde wateren,
over zijne bedding te laten heenvlieten.
Ofschoon hij--de IJssel--nu van tijd tot tijd deze zijne bedding
eenigzins verlegt--want alle rivieren deden dit--blijft hij zijne
rigting toch door deze streek houden, en de loop bijna dezelfde.
Men wete echter, dat de rivierstroom toen niet zoo snel voortschoof
als tegenwoordig: de boschrijke gesteldheid dezer streek, waardoor
hij zich doortogt baande, was daarvoor groote hindernisse.
Zacht alzoo, stuwde de IJssel zijne wateren door woud en beemden
en over veengrond immer voorwaarts, tot in den breeden schoot des
woelenden oceaans. De slib waarmede de vloed beladen was, bleef
op, of langs struiken en boomen hangen en vestigde zich goeddeels,
gehoorzaam aan de wetten der zwaartekracht, op zijne bedding: deze
slibtoevoer of dit kleibezakken is de rivierbezinking.
Weldra was dan ook geheel deze streek met eene breede streep klei
doorweven, zeer afstekende bij den veengrond, waarop zij zich gevestigd
had en die haar omringde.
Immer hield deze nieuwe alluviale vorming aan; ja met zulke snelheid
ging de opeenstapeling van rivierslib op rivierslib voort, dat zij zich
spoedig tot op eene aanmerkelijke dikte had nedergelegd. Hierdoor
ontstond land, dat men met den naam van Waardland, of ook wel
kortweg met dien van Waard bestempelde. Dit woord is verwant met
ons tegenwoordig werkwoord worden, zoodat men door waard gerustelijk
aangeslibt, of geworden land kan verstaan.
De Uiterwaarden langs den IJssel gelegen, herinneren nog aan dezen
naam. In Oudewater nu was,--te oordeelen naar de zich soms 3,10
Ned. el in den grond bevindende kleilaag--dat landworden reeds vroeg
begonnen. De bewoners, die zich hier gevestigd hadden, bemerkten dit,
en ziende, dat--niettegenstaande er reeds vele plekken waren, die bij
gewone vloeden niet meer aan overstroomen onderworpen waren--er toch
nog steeds nieuwe of jonge waarden gevormd werden, noemden zij daarom
de plaats hunner vestiging--om ons van de tegenwoordige spelling der
taal te bedienen--Oude Waarden. Hoogstwaarschijnlijk sprak men den
naam dezer plaats naderhand Oudewaerten uit, doorliep vervolgens den
overgang Oudewaeter, en behield daarna zijnen tegenwoordigen naam. En
zie hier den