stemmetje de vroegmis aan; een oogenblik later valt het groote
klokkenspel van Santa Maria in met een vroolijke aria, door San Miguel
met zwaren galm beantwoord, waarop de klokken van San Millan als
't ware goedkeurend en aanmoedigend beginnen mee te beieren. Als men
denkt, dat de ergste vlagen van den muzikalen orkaan zijn uitgewoed,
beginnen waarlijk de kleinere kerkjes hun beste beentje voor te
zetten; San Esteban, El Salvador, el Corpus, San Antonio en Real
bengelen om het hardst, tot alles overstemd wordt door het daverend
gedreun der klokken van de kathedraal, die de muren der naburige
huizen doen schudden, de ruiten doen rinkelen, en bijna gevaarlijk
zouden worden voor alle glas- en aardewerk, dat niet veilig geborgen
is. En nog geloof ik niet, dat ik de helft der kerken van Segovia
heb opgenoemd; de stad is er vol van; in elke straat is minstens
één kerk of klooster, en in de omgeving der stad is het precies
hetzelfde. Wanneer men zich er eenmaal in heeft geschikt, slechts
drie of vier uren te slapen, en de schade over dag in te halen, is
het wel uit te houden in Segovia. De stad maakt den indruk van een
uiterst effectvol geschilderde tooneeldecoratie. Op een krijtrots
gebouwd, die als de voorsteven van een vaartuig vooruitsteekt in
een zee van groen, omringd door breede wegen, die afdalen naar de
onstuimig stroomende Clamares en Eresma; gekroond door een kasteel,
aan welks voet zich de bogen verheffen van een prachtigen romeinschen
aqueduct, kan de oude castiliaansche stad, wat schilderachtigheid van
ligging betreft, wedijveren met het Alhambra van Granada; al bezitten
beiden schoonheden van zeer uiteenloopend karakter.
Omtrent den oorsprong der stad is weinig bekend. Hercules en
Pyrrhus, zoo verhalen de dichters, namen aan de stichting deel,
en tot dank daarvoor werd de grieksche vorst beloond met de hand
der schoone prinses Iberia, de oudste en geliefde dochter van den
koning van Castilië, die reeds de aanzoeken van andere minnaars,
zoowel uit Afrika als uit Schotland gekomen, had afgeslagen. Zeer
oude geschiedschrijvers spreken van een celtischen oorsprong; anderen
gelooven aan verwantschap met Egypte; doch het meest waarschijnlijk
is wel, dat de stad het toppunt van haar bloei onder de romeinsche
keizers heeft bereikt. Het volk echter, veel meer geneigd, aan legenden
geloof te slaan, dan aan geschiedkundige waarheid, houdt vast aan een
overlevering, volgens welke Satan, de vorst der Duisternis, in eigen
persoon, uit liefde voor een jonge schoone van Segovia, de geheele
romeinsche waterleiding in een nacht uit den grond deed verrijzen,
ten einde zijn beminde de moeite te besparen, elken dag af te dalen
naar de bron. Het eerwaardig bouwwerk, dat waarlijk geen diabolischen
oorsprong verraadt, heeft vele eeuwen achtereen het kasteel en de
stad van frisch water voorzien. Het zijn honderdzeventig bogen,
over een vallei, die achtentwintig meter diep is. Zij dragen de
sporen van herhaalde herstellingen, reeds in lang vervlogen tijden
geschied; zoo zijn bijv. zes en dertig der rondbogen door gothische
puntbogen vervangen, het werk van den architect Juan Escobeda. Vandaar
dan ook, dat Maarschalk Ney opmerkte, toen men hem de legende van
den duivel had verhaald: "Maar hier begint dan toch het werk van
menschenhanden," terwijl hij naar de gothische bogen wees. Thans
wordt het kasteel niet meer op deze wijze van water voorzien, doch
wel het lager gelegen gedeelte van de stad. Het Alcazar, dat hier
boven op de rots gebouwd is, was van den beginne een uiterst gewichtig
strategisch punt. Als men de fondamenten ziet, die hier en daar als
één schijnen met de rots waaruit zij verrijzen, begrijpt men, dat zij
naar alle waarschijnlijkheid uit nog veel vroeger tijd dateeren, dan de
romeinsche booggewelven. Langzaam werd de eene versterking na de andere
aan de vesting toegevoegd, die, op honderd mijlen afstand van Burgos
gelegen, in de dagen van Alfonsus VI als het ware de wachter was aan
de grenzen des rijks, en een veilig toevluchtsoord voor zijn vorsten.
In 1256 stortte een gedeelte van het kasteel in, en deze ramp
werd als de gerechte straf beschouwd, welke volgde op een al te
hoogmoedige uitspraak van Alfonsus X, door zijn tijdgenooten de
Wijze bijgenaamd. De vorst had zich namelijk eens in een gesprek met
verschillende geleerden en wijsgeeren laten ontvallen: "Als God mij
geraadpleegd had, toen hij de wereld schiep, zou Hij allicht eenige
vergissingen hebben vermeden."
Van scherts hadden de Castilianen geen begrip en zelfs eens vorsten
humor viel bij hen niet in goede aarde. Eenige dagen later kwam
een Franciskaner broeder Alfonsus zijn godsbelastering verwijten, en
eischte, dat hij daarvoor boete zou doen. Toen de koning dit weigerde,
brak een verschrikkelijk onweer los; de bliksem sloeg in het kasteel,
waarvan muren instortten, terwijl de vertrekken der koningin in
brand geraakten, en in de zaal, waar zich de vorst bevond, een
streep langs den wand zichtbaar werd, waar deze door het hemelvuur
was geschroeid. De kroniekschrijver voegt erbij, dat de koning,
hevig verschrikt, zijn schuld erkende, en deze openlijk beleed,
in tegenwoordigheid van Fray Antonio van Segovia.
Herhaaldelijk kwamen de Cortes samen binnen de muren dezer burcht,
waar de hoogste belangen van het rijk werden overwogen. In 1383 werd
hier besloten, de christelijke jaartelling aan te nemen. Zes jaar later
ontving de koning van Castilië er den armenischen vorst Leon, en kort
daarop stichtte hij hier ter plaatse de orde van den Heiligen Geest,
welker ordeteekenen bestonden uit een keten van zilveren stralen,
waaraan een duif hing van wit émail.
Juan II, de vader der groote Isabella, gevoelde groote voorliefde voor
dit verblijf, waar hij zijn jeugd had doorgebracht, onder voogdijschap
zijner moeder, Catharina van Lancaster. Onder de beroemde feesten,
die hier toen ter tijde werden gevierd, wordt een tournooi beschreven
van twintig castiliaansche edellieden met twintig duitsche ridders,
waarbij de eersten de voldoening smaakten, als overwinnaars uit den
strijd te voorschijn te treden. Aan de vreemde gasten werden door
den koning kostbare geschenken uitgedeeld; doch zij weigerden deze
en verzochten enkel om de gunst, de orde van Escama te ontvangen. De
koning liet toen voor ieder der deelnemers een prachtige zilveren keten
vervaardigen, en schonk de beide dappersten dit eereteeken in goud.
Segovia was de eerste stad, die Isabella van Castilië als koningin
begroette, toen na den onverwachten dood van haar broeder Enrique IV,
de jonge vorstin den troon moest betwisten aan haar zoogenaamde nicht,
la Bertraneja (dochter van Bertrand.)
Philips II bewoonde het Alcazar met zijn zusters Dona Maria en Dona
Juana, toen hij troonopvolger was, en ook Philips III vertoefde er
dikwijls; o. a. ten tijde der verschrikkelijke pest in het jaar 1600,
en later, toen hij de stad een bezoek bracht met zijn schoondochter,
Isabella van Bourbon. Bij die gelegenheid werd een beroemde historische
en geographische optocht gehouden, waarin niet alleen de verschillende
volken werden voorgesteld; doch ook de vier windstreken, de vier
elementen, de vier werelddeelen, de zeven planeten en de twaalf
sterrebeelden van den dierenriem.
Philips IV voerde hier als iets geheel nieuws de stierengevechten te
water in, waarbij in het riviertje de Eresma fraai gekleede edellieden
in lichte bootjes zich te water begaven, om de stieren te bestrijden,
die in de rivier werden geduwd, terwijl anderen, met lansen gewapend,
aan den oever stonden, om de dieren te beletten, hun vijanden te
ontsnappen. Het schouwspel vond grooten bijval en werd als een
aangename afwisseling beschouwd.
Toen Madrid eenmaal de hoofdstad van Spanje was geworden, en de
vorsten den zomer in het Escuriaal doorbrachten, begon de glorie van
Segovia te tanen, en het kasteel, dat eerst als staatsgevangenis had
gediend, werd later gebruikt als artillerie-kazerne. Zoo raakte het
langzamerhand in het vergeetboek, tot in 1862 de aandacht erop werd
gevestigd door een verschrikkelijken brand, waarbij de heerlijkste
kunstschatten, hier in den loop van vele eeuwen verzameld, een prooi
der vlammen werden. Al die kostbare manuscripten, kunstvoorwerpen,
beschilderde glazen, smeedwerk, wapens en tapijten, buitgemaakt
gedurende vele oorlogen, in Granada, Italië, Vlaanderen, Bourgondië
en Duitschland, gingen bij deze ramp verloren, evenals een geheele
reeks beschilderde beelden, waaronder vele gelijkende portretten,
die al de koningen van Castilië voorstelden, een onherstelbaar verlies.
Omstreeks twintig jaren geleden is men begonnen met den herbouw van
het kasteel, waarbij men de oude plannen volgde, al zijn thans in de
buitenmuren meerdere vensteropeningen aangebracht, zoodat de kadetten,
die er thans gehuisvest zijn, vrij kunnen genieten van het prachtig
uitzicht over het landschap aan den voet der rots.
Een verblijf van zes maanden in Segovia zou ternauwernood voldoende
zijn geweest, om ons in staat te stellen, een beschrijving te geven
van de vele adellijke paleizen, waarop de stad met recht trotsch
is. Hier ontdekt men een verrukkelijk binnenplein met zuiver moorsche
versiering; daar een monumentale trap met prachtig gesmede leuning,
overwelfd door een zoldering van kostbaar ingelegd hout; elders weer
heerlijke plafonds en wandbekleedingen, beschilderd met voorstellingen,
ten nauwste verbonden aan het verleden der stad. Een van deze paleizen
trekt in 't bijzonder de aandacht door zijn merkwaardigen voorgevel,
die op geheel oorspronkelijke wijze is versierd met lange rijen in
steen gehouwen spijkerknoppen. Het wordt de Casa de los Picos, of
het huis met de punten genoemd, en diende eertijds om de naburige
poort van St. Martin te verdedigen in oorlogstijd. In dit paleis
legden ook de vorsten, die de stad bezochten, den eed af, de fueros
of privilegiën van Segovia te zullen eerbiedigen. In de 16de eeuw
behoorde het aan den Castiliaanschen geschiedschrijver Don Pedro de
Ayala; thans is het het eigendom van den graaf van Santibanez.
Onder de woningen, waaraan historische herinneringen zijn verbonden,
is er een, tegenover het oude romaansche klooster St. Martin gelegen,
die nog beroemder is dan het huis met de punten, doch waarin zich menig
drama heeft afgespeeld. Het is een schilderachtig gebouw, met zijn
luchtige galerij, zijn wapenschild en zwaarbeslagen poortdeuren. Doch
als men het opschrift leest, dat eenige jaren geleden in den gevel
werd aangebracht, voelt men zich treurig gestemd. Hier toch woonde
de dappere communero Don Juan Bravo, die den 24sten April 1521 te
Villalar werd onthoofd; dezelfde, die het Alcazar had belegerd,
en daarbij was gevangen genomen. Niet zonder aandoening kan men den
bloedigen strijd herdenken, door zoovele dappere mannen gevoerd tegen
wat zij als een inbreuk op hun rechten beschouwden; het heftig verzet
der Spanjaarden tegen de onrechtvaardige bevoorrechting der Vlamingen,
dat door Karel V slechts in een bloedbad kon worden gesmoord.
De opstand der communeros wordt heden ten dage beschouwd als de uiting
van denzelfden geest van fiere onafhankelijkheid, die ook thans nog
het spaansche volk bezielt, en noopt, zijn rechten en vrijheid tot
het uiterste te verdedigen.
Terugkeerend van de Casa de los Picos, die aan het uiterste einde
der stad is gelegen, gaan wij tusschen het Ayuntamiento aan onze
rechterhand, en links de kathedraal, met het beroemde beeld Piedad,
door Juan de Juni, door de St. Andreaspoort, en bereiken weldra de
overzijde van den Clamares, waar wij een prachtig gezicht hebben
op de stad. Weldra ontdekken wij, tusschen het groen der bosschen,
die zich uitstrekken aan den voet van het Alcazar, het klooster
van Parral. Dit werd gebouwd in het midden der 15de eeuw, onder
de regeering van Enrique IV, en was door milde vorstelijke gaven
een der rijkste kloosters van Castilië geworden. Thans echter is
het van al zijn schatten beroofd; alles wat eenige kunstwaarde had,
is naar het museum te Madrid overgebracht, en niets is gebleven, dan
een schoon altaarstuk, en de prachtige graven der familie de Villena,
in het middenschip der kerk.
Het klooster zelf is slechts een bouwval; in de tuinen en op de
binnenpleinen woekert het onkruid, en in de vroegere kloosterzalen
versperren de ingestorte daken gedeeltelijk den weg.
Al bezit Spanje te veel bouwvallige kloosters, om ze allen weer
in hun vroegere glorie te herstellen, het klooster van Parral was
toch zeker een beter lot waardig geweest. Als in de zomervacantie
de kadetten het Alcazar ontvlieden, richt zich de aandacht der
inwoners van Segovia naar het koninklijk paleis La Granja, waar het
hof elk jaar eenigen tijd pleegt te vertoeven. Het is een bekoorlijk
lustverblijf. Philips V, nog onder den indruk van Versailles, liet
het hier oprichten, te midden van bosschen en liefelijke beekjes, op
de plek, waar Enrique IV reeds in 1450 een hermitage had gebouwd. Het
park heeft heerlijke vijvers en waterpartijen, en als de fonteinen
springen, die beeldengroepen vertoonen van de Gratiën, de Winden,
Amphitrite en Neptunus, komt de bevolking van Segovia en de naburige
dorpen feestvieren in het kleine plaatsje van 3000 inwoners, dat in
de buurt van het koninklijk lustverblijf is gelegen.
Vele adellijke families, die vreezen zouden, onbescheiden te zijn,
als zij zich te dicht in de buurt der koninklijke bezoekers gingen
vestigen, gedachtig aan den wijzen raad van Francisco de Rojas aan
alle hovelingen: "Het vuur, dat op een afstand verwarmt, brandt van
nabij," komen des zomers naar Segovia, waar zij gelegenheid vinden,
hunne Majesteiten althans van uit de verte, te huldigen.
Over 't algemeen moest men de spaansche steden liefst zien bij mooi
weer, blauwe lucht, en helderen zonneschijn. Doch Avila maakt hierop
een uitzondering; het stadje is te oud, zwaarmoedig en mystiek,
om in het volle zonlicht tot zijn recht te komen. Bij de zware
vestingmuren en dreigende wachttorens past beter het geheimzinnig
nachtelijk duister, en het licht der sterren. De geboorteplaats der
heilige Theresa moet niet voor het eerst in het nuchtere daglicht
worden aanschouwd.
Bij mijn aankomst scheen de volle maan, die nu en dan wegschuilde
achter een voorbijdrijvende wolk, zilveren schamplichten wierp op de
kanteelen der torens, en lichtopeningen teekende in de kijkgaten der
zware poortdeuren, die des nachts gesloten worden, als bij een vesting
in oorlogstijd. Het gelukte mij zonder veel bezwaar, den drempel
van een dier poorten te overschrijden; door het eenige deurtje,
dat opengelaten was, en waarachter geen gewapende krijgsbende op
den loer lag; doch slechts een moderne douanenbeambte op zijn post
zat. Vóór mij lag toen een warnet van nauwe, bochtige, wonderlijke
straatjes, als verzwolgen in de schaduw der muren van hooge kloosters
en paleizen. De geest der middeneeuwen zelfs schijnt hier te huizen, in
die vensterlooze woningen, met haar strenge torreons op de hoeken, haar
bogengalerijen, en gebeeldhouwde wapenschilden boven de majestueuse
ingangspoort. Kon ik niet elk oogenblik verwachten, de geesten van
Torquemada en zijn handlangers door die verlaten straten te zien
dwalen, vervolgd door de zielen der ongelukkige slachtoffers van hun
dweepzieken godsdiensthaat? Doch neen, ook zij rusten in vrede; als zij
zondigden, dan was het ter goeder trouw, in het geloof, den God, dien
zij vereerden, een welgevallig offer te brengen. Het eenige spooksel,
dat ik hier zag rondwaren, en met den mantel hoog over het gezicht
opgetrokken, gewapend met zijn lantaarn en piek, langs de muren zag
glijden, was een wezen van vleesch en bloed, de goedaardige sereno,
die waakt voor de veiligheid der bewoners, en met luider stem het
nachtelijk uur verkondigt, terwijl zijn eentonige zang, die als een
boetpsalm klinkt, overstemd wordt door het luid en aanhoudend gebengel
der klokken van het veertigtal kerken en kloosters, dat binnen de
muren van het kleine plaatsje is saamgedrongen. Veel beter dan in
Segovia was het hier dus in dit opzicht ook al niet. Toch is Avila
een zeer gezocht uitspanningsverblijf, niet alleen om de zuivere
en versterkende lucht, die men er inademt, maar ook, omdat het zoo
rustig gelegen is. Hier zoeken diegenen verpoozing, welke kalmte
en stilte verkiezen boven het luidruchtig gewoel der drukbezochte
badplaatsen. In den zomer is Avila een plaats van bijeenkomst voor
tal van vertegenwoordigers der hoogste spaansche aristocratie, die
hier hun buitenverblijven bezitten, en voor wie l'Escurial te druk
en te burgerlijk, St. Sebastiaan te kostbaar en verafgelegen is. Al
dat bezoek brengt natuurlijk druk verkeer van buitenaf mede. Zoodra
des morgens de poorten geopend zijn, komen de boeren uit de naburige
dorpen van alle kanten aanstroomen. Van Arevalo ter eener zijde,
van Cerebro aan den anderen kant, komen zij naar de stad getogen,
op hun muilezels of kleine paardjes, en brengen in groote manden
hun mooiste vruchten, versche eieren en melk, lammetjes en kalkoenen
voor de tafel der deftige gasten, die gesteld zijn op goede waar, en
deze hier tegen ongewoon lage prijzen kunnen bekomen. De mannelijke
dorpsbewoners dragen kleederen van grauwe of bruine wol, de vrouwen
zijn echter keurig uitgedost, om haar hoofd dragen zij bonte doekjes,
van een anderen tint dan de meekraproode of saffraangele rokken
van grove zware stof. Zij zijn forsch gebouwd en dikwijls schoon,
ofschoon haar trekken een ietwat mannelijk karakter hebben. Zoodra de
buitenlui zijn aangekomen, haasten zij zich om hun deel te ontvangen
van den watervoorraad, die de stad, wel wat zuinig, aan haar bewoners
gelieft te verstrekken, en daarna begeven zij zich naar de markt, waar
zij de tenten opslaan; die hun sierlijk uitgestalde waren voor de zon
zullen beschermen. Weldra verschijnen, met groote manden gewapend,
de aardige spaansche keukenprinsessen, keurig gekapt, in lichte
japonnetjes, zwierig en frisch, en het loven en bieden begint om de
versche bossen wortelen, meloenen, vette kippen, prachtige forellen,
en risten kolossale uien, genoeg om alle koks van Castilië, ja van
heel Spanje, nacht en dag te laten doorhuilen.
Iets later op den dag verschijnen de geestelijken der dorpen in
den omtrek, die na de mis hun ezeltje bestijgen en zich naar de
stad begeven, om tegen een geringe vergoeding in de verschillende
kerken te bidden voor de zielen der afgestorvenen, wier familieleden
hunne nagedachtenis op die wijze wenschen te eeren. De klokken zijn
intusschen alweer aan het luiden voor de talrijke godsdienstoefeningen,
die elken dag worden gehouden in de kathedraal, in de oude kerk van
San Vicente, met haar beroemd beeldhouwwerk uit de dertiende eeuw,
en in kloosters en kapellen zonder tal.
De morgens zijn hier niet vroolijk; het is waarlijk, of er een
verschrikkelijke ziekte in de stad heeft geheerscht, zooveel
lijkdiensten worden hier gevierd.
Gelukkig wordt de stemming, na het vervullen dier vrome plichten,
merkbaar opgewekter, en des middags worden, onder het drentelen
langs de galerijen van het marktplein lonkjes over waaiers geworpen,
en met glimlachjes beantwoord, ook al blijft de andere hand het
onafscheidelijk gebedenboek vasthouden, zonder hetwelk zich geen
fatsoenlijke dame in 't openbaar zal vertoonen.
Op den dag van mijn bezoek was er een feest in het klooster St. Thomas,
waar reeds meer dan vier eeuwen, onder de hoede der Dominikaner
broeders, de stoffelijke overblijfselen rusten van Don Juan,
den eenigen mannelijken erfgenaam der katholieke koningen. Welke
droeve herinneringen roept de gedachte aan dien jongen, begaafden
en vurig beminden vorstentelg op! Isabella, die al hare kinderen met
groote zorg opvoedde, had vóór alles getracht, haar zoon vroegtijdig
liefde voor kunst en wetenschappen in te boezemen en zijn karakter te
vormen. Zijn leermeester was Don Franco Diego de Deza, later bisschop
van Toledo. In de boeken der koningin, te Simancas bewaard, staan
nog de titels opgeteekend der latijnsche opstellen, door den prins
gemaakt, evenals zijn vorderingen in teekenen en muziek, en de namen
der personen, die zijn onmiddellijke omgeving uitmaakten. Dit waren
een vijftal volwassen edellieden, en vijf jonge knapen van zijn eigen
leeftijd, die dezelfde vakken moesten bestudeeren als hij.
Dit stelsel van opvoeding, door Isabella zelf uitgedacht, getuigt
van helder doorzicht; want het hield door de mededinging met zijn
kameraden den ijver van den prins gaande; terwijl de tegenwoordigheid
zijner oudere vrienden hem steeds gedachtig deed zijn aan zijn hooge
waardigheid, en de zware verantwoording, welke op hem rustte. De
koningin wenschte zoo vurig, in haar zoon die deugden aan te kweeken,
waarin velen van zijn voorvaderen waren te kort geschoten, dat zij
geen page liet kiezen onder zijn gevolg, zonder nauwkeurig onderzoek
te hebben gedaan naar zijn neigingen en karakter.
Toen Don Juan achttien jaar was, wilde Isabella hem reeds de zorgen
der werkelijke regeering doen leeren kennen; daar zij bij ondervinding
wist, hoe gevaarlijk het is, zonder overgang uit den zorgeloozen
staat der kindsheid geroepen te worden tot het bestuur van een machtig
rijk. Zij schonk hem dan ook toen reeds de voorrechten en den rang,
dien de prinsen van Asturië anders slechts op het tijdstip van hun
huwelijk ontvingen; en plaatste hem aan het hoofd van een raad,
samengesteld uit de wijste mannen van Castilië. Voor de eerste maal
nam hij deel aan de Cortes van Almanza, in 1496, toen hij achttien
jaren telde. Zoo begon het leven van den jongeling, die door zijn
natuurlijke gaven bestemd scheen, om een der grootste vorsten van zijn
tijd te worden. Don Juan was even geoefend in den strijd, bij de jacht
en alle lichaamsoefeningen, als gevorderd in de beoefening der schoone
letteren en der kunst. Zijn levensbeschrijver, Gonzale Fernandez de
Oviedo, vermeldt o. a., dat hij een vurig beminnaar was van zang en
muziek, een eigen orkest bezat, en zelf verschillende instrumenten
bespeelde. Elken morgen kwam zijn kapelmeester, vergezeld van eenige
knapen, die een bijzonder schoone stem bezaten, om zich met hem te
oefenen in den zang, en de prins, die een vrij goeden tenor had, vond
hierin steeds veel behagen. In zijn kamer bevonden zich, behalve een
orgel en een clavicordio, guitaren, violen en fluiten, en al deze
instrumenten bespeelde hij met veel vaardigheid. De jeugdige prins
trad in het huwelijk met de lieftallige Margaretha van Oostenrijk. Hun
echtvereeniging werd met groote praal gevierd, en het scheen thans,
alsof voor Ferdinand en Isabella, rustend op de behaalde lauweren,
en een blijde toekomst tegemoet ziende, een gezegende ouderdom zou
aanbreken. Doch thans eerst zou de grootste ramp huns levens hen
treffen. Zij bevonden zich te Valence d'Alcantara, op de grens van
Portugal, toen een bode uit Salamanca hun de verpletterende tijding
kwam brengen, dat Don Juan door heftige koortsen was aangetast,
midden in de feestelijkheden, ter eere van zijn aankomst in die
stad. Ferdinand begaf zich in allerijl naar het ziekbed van zijn zoon,
wiens toestand echter reeds hopeloos was verklaard. Don Juan was bij
zijn volle bewustzijn en wist, dat hij eene wereld ging verlaten, die,
zooals hij erkende, ook voor de grooten der aarde slechts vergankelijk
heil en veel teleurstelling beschoren had. Hij stierf met den moed
en de kalme gelatenheid van den waren Christen, welke hij gedurende
zijn ziekte nimmer had verloochend, op den 4den October 1497, nog
geen twintig jaren oud. Geheel Spanje was door zijn sterven in rouw
gedompeld; want de overledene vereenigde in zich de deugden zijner
ouders, zonder zijns vaders gebreken te bezitten. Met de grootste praal
werd zijn lijk van Salamanca overgebracht naar het klooster St. Thomas
te Avila. Het hof droeg den allerdiepsten rouw over hem; grof zaklinnen
verving thans de witte wollen rouwkleederen, die anders bij dergelijke
gelegenheden waren voorgeschreven. Veertig dagen bleven alle openbare
vermakelijkheden gesloten, en zwarte vlaggen wapperden van de poorten
van alle steden in het koninkrijk. Isabella bleef uiterlijk gelaten,
en droeg haar smart heldhaftig, en ook Ferdinand bleef meester van
zijn aandoeningen. Pedro Martyr schrijft van het vorstelijk echtpaar:
"Zij deden zich geweld aan, om hun leed voor elkander te verbergen;
doch wij gevoelden maar al te zeer, aan welke kwelling hun ziel ten
prooi was. Naast elkander gezeten, wisselden zij somtijds blikken,
die, ondanks hun pogingen tot zelfbedwang, uitdrukten, wat hun gemoed
vervulde. Zes jaren na dit smartelijk verlies, stierf ook Isabella,
wier krachtig gestel door veel grievend leed was ondermijnd.