den admiraal vervolgen. Hij stierf in ongenade en in de treurigste
omstandigheden; en schonk zelfs niet zijn naam aan het werelddeel,
dat hij had ontdekt.
Nog een ander huis is in deze stad te vinden, waar in armoede
en ontbering een der grootste genieën van zijn tijd heeft
geleefd. Vroeger stond het buiten de stad; thans is het door
moderne huizen ingesloten. Het is het huis, door Cervantes bewoond,
in 1603. Een nauwe, steile trap voert naar twee kleine, lage kamers,
met zware zolderbalken. De eene, die zeer donker is, diende blijkbaar
als keuken, en als slaapplaats tevens, want in de andere kamer was geen
plaats genoeg voor het zeer talrijke gezin, waarvan de vrouwelijke
leden met borduren of verstelwerk den kost zochten te verdienen,
terwijl Cervantes voor eenige groote heeren hun boeken bijhield,
copiëerwerk verrichtte, en brieven schreef voor lieden, die deze kunst
niet verstonden. Des avonds echter, wanneer zijn dagtaak was geëindigd,
vergat hij zijn zorgen en ontberingen en schreef verder aan het werk,
dat hij reeds begonnen was in den tijd zijner gevangenschap. Onder
zulke omstandigheden ontstond Don Quixote, dat nog na driehonderd jaren
door de gansche beschaafde wereld om strijd wordt geroemd en genoten.
Spanje heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan een vijandige
bejegening van diegenen harer zonen, welke zij veeleer de hoogste
eer had mogen waardig keuren. Tevergeefs zocht ik hier naar den
kerker, waarin de beroemde mystieke dichter, tevens Professor aan
de Universiteit van Salamanca, Fray Luis de Léon, gedurende de vijf
jaren van zijn gevangenschap niet slechts een vertaling van het
boek Job en de Psalmen schreef, doch ook het schoone dichtwerk "de
volmaakte Echtgenoote," 't welk hij opdroeg aan zijn verwante, Dona
Valeria de Osorio, een boek vol wijze en beminnelijke raadgevingen,
die de hedendaagsche vrouwen nog steeds wel zouden doen, te behartigen.
Reeds lang heeft men in de oude hoofdstad van Castilië toegegeven
aan eene neiging, om het oude af te breken, en in de plaats daarvan
het nieuwe te doen verrijzen, dat niet altijd hetgeen voorafging,
in schoonheid overtreft. De gothische kathedraal is verdwenen, en
heeft plaats gemaakt voor een half grieksch, half romeinsch bouwwerk,
dat schijnt te willen wedijveren met de St. Pieterskerk te Rome. Het
is het werk van Herrera en herinnert aan de Kathedraal van Granada,
doch is nuchterder en killer dan deze. Dáár toch werd het kerkgebouw
onder het oppertoezicht der katholieke vorsten begonnen, en voltooid in
de dagen, toen gevoelens van rechtmatigen trots en vurige vroomheid
allen bezielden, die naar hun beste vermogen medewerkten, om het
geheel te volmaken door heerlijk beeldhouw- en schilderwerk. Te
Valladolid echter, waar reeds eeuwen het vuur der godsdienstige
geestdrift, door de godsdienstoorlogen gewekt, was uitgebluscht,
toen met den bouw dezer kerk werd begonnen, is het gebouw, ondanks
zijn grootschen opzet, kil en ledig gebleven. De geloovige inwoners
bezoeken dan ook bij voorkeur andere kerkgebouwen, welke meer werken
op hun fantasie, zooals dat van Santa Maria la Antigua, San Martin,
la Cruz, en Nuestra Senora de las Angustias, welke allen versierd zijn
met dat heerlijk schilder- en beeldhouwwerk, 't welk wij danken aan
den beitel en het penseel van Juan de Juni, Hernandez, Berruguete en
Cristobal de Velasquez, dien kring van beroemde kunstenaars uit het
Noorden, die der school van Sevilla den weg hebben gebaand.
De Virgen de los Cuchillos of de los Dolores is een der schoonste van
deze kunstwerken, en in een omgeving geplaatst, die haar tragische
grootheid te meer doet uitkomen. In een kapel, die bijna even groot
is als de kerk, waarvan zij deel uitmaakt, op een verhevenheid,
eenige meters boven den beganen grond, onder een marmeren en bronzen
troonhemel, die verlicht wordt door onder den koepel verborgen
electrische lampen, ligt de moeder der smarten neergezonken aan den
voet van het kruis. Met achterovergeworpen hoofd richt zij in wanhoop
de betraande oogen naar den hemel, terwijl zij de hand krampachtig op
haar hart drukt, als verscheurd door smart. Geen ivoor kon fraaier
en zorgvuldiger zijn bewerkt, noch beter eene beschildering hebben
verdragen, even warm en doorwerkt, als het koloriet der schoonste
schilderij. In tegenstelling met het gelaat en de handen, is de
kleeding niet zoo uitvoerig behandeld; het roodbruin en zwartblauw
van het gewaad is in groote en eenvoudige massa's gehouden, en enkel
door wat goud verlevendigd, dat men op eenigen afstand reeds niet
meer onderscheidt. Doch waarom zijn de geloovigen in hun ijver zoo
ver gegaan, in die hand, den beitel van een Michel Angelo waardig,
zeven blinkende zwaarden te plaatsen? Het heet, dat zij beter
de bedoeling van het kunstwerk doen begrijpen, en de beteekenis
er van verzinnelijken. Voor de groote menigte der geloovigen zou
de uitdrukking van het gelaat op zich zelf niet voldoende zijn;
een stoffelijk symbool was noodig om hen het martelend lijden
der heilige moeder Gods te doen nagevoelen; dus moeten zwaarden
haar hart doorboren. Men kan zich moeilijk iets afstootenders en
meer belachelijk realistisch voorstellen dan deze lompe verzameling
wapentuig, waaraan als waardig pendant een zilveren aureool, met zware,
wijd uitstaande stralen is toegevoegd. De Virgen de los Cuchillos
behoort aan een machtige broederschap. En al zou het zeer wel mogelijk
zijn, dat zich onder de leden daarvan lieden van smaak en ontwikkelden
kunstzin bevonden, geen van hen zou durven voorstellen, deze zwaarden
te verwijderen, die met groote, lompe spijkers in de plooien van het
kleed zijn geslagen. Zulk een daad zou als heiligschennis worden
beschouwd door een volk, waarvan de vroomheid, ofschoon in wezen
verflauwd, toch hardnekkig aan uiterlijke vormen gehecht blijft. Als
men echter in gedachten die storende bijkomstigheden verwijdert,
heeft de lijdende moedermaagd van Juan de Juni de macht, ons door de
uitdrukking alleen van haar door hopelooze smart verwrongen gelaat,
oprecht te ontroeren. Een ander schoon kunstwerk in dezelfde kapel is
een bas-relief, de Blijde Boodschap voorstellend, dat langen tijd aan
Pompeyo Leoni werd toegeschreven, doch het werk is van een kunstenaar
uit Valladolid, Christobal Velasquez.
De verschillende kerken betwisten elkaar hier bijna de eer, de
heerlijkste kunstwerken te bezitten. Velen beweren, dat de Maagd der
Smarten van Hernandez, die in de kerk van la Cruz wordt bewaard, die
van Juan de Juni nog in schoonheid overtreft. Misschien zou ook ik
deze meening zijn toegedaan, als ik het andere beeld had aanschouwd
in een passende omgeving; doch daar het uitkwam tegen een achtergrond
van spiegels met vergulde lijsten, en rondom de tragische hoofdfiguur
engeltjes zweefden, die als echte Cupido's beter bij een triomftocht
van Venus zouden hebben gepast, kreeg ik den indruk, alsof de maagd van
Hernandez hier een vreemde verschijning was, uit een naburig klooster
hierheen overgebracht, en meer uit eerbied, dan uit kunstzin voor dit
altaar geplaatst, waar zij niet behoorde. Toch is zij zeer schoon,
en jeugdiger opgevat, dan de maagd van Juan de Juni, wier trekken
door het lijden verouderd zijn.
Deze beide beelden nemen geregeld deel aan de pasos, of optochten, die
in de Paaschweek plechtig rondgaan, en in hooge mate de belangstelling
en geestdrift der menigte gaande maken. In de Kerk van la Cruz wordt
zulk een beeldengroep vertoond, die gereed is om aan den optocht
deel te nemen; het geheel rust op een voetstuk, dat door vier zware
wielen wordt voortbewogen. Als de poort der kapel wordt geopend, kan
het zonder bezwaar naar buiten worden gereden. De groep stelt voor de
afneming van Christus van het Kruis, met de weenende vrouwen aan den
voet. Elk détail is zoo realistisch mogelijk weergegeven, tot een nog
al leelijke ladder toe, en de geloovigen hebben niet kunnen nalaten,
hun goeden wil te toonen, door de heilige maagd een prachtigen kanten
zakdoek te vereeren, om haar tranen af te wisschen. Het lijkkleed,
waarin Christus zal worden gewikkeld, is van fijn, geborduurd linnen,
en de heilige vrouwen dragen keurig gesteven en gepijpte kanten kragen,
die de strijkster veel werk moeten hebben gekost. Toen ik den pastoor,
een zeer verstandig man, opmerkzaam maakte op de overbodigheid dezer
versiersels, zeide hij: "Die nauwe vereeniging van zulk een ideale
voorstelling met de dingen van het dagelijksch leven, doet het volk
beter de beteekenis van het voorgestelde begrijpen. Als men dit naliet,
zou de groote massa deze dingen minder goed verstaan; alleen de meer
ontwikkelden zouden onder den indruk geraken."
Nog meer kunstschatten zijn in de overige kerken der stad te vinden;
maar op de rijkste verzameling mag zich de school van Santa Cruz
beroemen, die als museum is ingericht voor de vele kunstwerken, die
uit naburige kloosters hier zijn aangebracht, vooral uit San Benito
el Real.
Zoo zien wij daar een prachtigen Christus in het graf van Juan
de Juni; de doop van Christus door Hernandez; de St. Sebastiaan
van Berruguete; een borstbeeld van de heilige Elizabeth, dat door
de forsche behandeling aan Michel Angelo herinnert; St. Theresa,
schrijvend wat de H. Geest haar voorzegt, een werk, dat, hoewel
eenigszins theatraal opgevat, van groote technische vaardigheid
getuigt, en voorts de prachtvolle kop van Paulus door Juan Alonso de
Villabrille, uit het jaar 1707. In plaats van zelf verder over deze
meesterstukken uit te weiden, verwijs ik liever den lezer naar het
werk van mijn echtgenoot over de beschilderde beelden van Spanje,
waarin hij ieder afzonderlijk uitvoerig heeft behandeld. Bij het
prachtige museum der school van Santa Cruz, behoort ook een kerkgebouw,
waar, behalve groote, historische doeken, die ten onrechte aan Rubens
worden toegeschreven, zich twee heerlijke bronzen beelden bevinden, die
den graaf en de gravin de Lerma voorstellen, en vervaardigd zijn door
Pompeijo Leoni. Zij zijn, hoewel misschien niet zoo grootsch ontworpen,
nog uitvoeriger behandeld, dan de groepen, die Karel V en Philips II
met hun verwanten voorstellen, in de kerk van het Escuriaal. Evenals
de koorstoelen, zijn zij afkomstig uit het klooster van San Benito,
waar zich het grafgewelf der grafelijke familie bevond. Het gewaad
van de gravin is zoo getrouw nagebootst en zóó minutieus behandeld,
dat men elken naad en zoom der verschillende kleedingstukken, elken
steek van het borduurwerk volgen kan. Toch schaadt deze uitvoerigheid
niet aan den indruk van het geheel en sluit volstrekt geen dorheid
van behandeling in.
Een fraaie trap leidt naar de bovenverdieping van het gebouw, waarvan
de zalen eveneens tot bewaarplaats dienen van allerlei kunstvoorwerpen;
't zij deze van groote waarde zijn of slechts als herinneringen door de
Spanjaarden in eere worden gehouden. Een bonte mengeling van tapijten,
inlegwerk in hout en ivoor, beeldjes van klei en beschilderd porselein,
naast bijv. een half vergaan ledikant van verguld hout, waarin Napoleon
eens heeft geslapen; en kunstig gesneden renaissance koorstoelen
naast de grafkransen van een onlangs overleden verdienstelijk burger
van Valladolid.
Geheel boven in het gebouw bevindt zich een gothische deur, even
merkwaardig door de rijke versiering, als omdat zij zoo volkomen
ongeschonden is bewaard gebleven.
De smalle deuropening geeft toegang tot een prachtige zaal, die als
bibliotheek is ingericht. Vijftienduizend boekdeelen staan hier langs
de wanden geschaard, grootendeels afkomstig uit naburige kloosters. In
die stapels manuscripten, in hun perkamenten omhulling, zal wel
veel merkwaardigs zijn te vinden. Vooreerst wordt dit heiligdom nog
voor de meeste reizigers gesloten gehouden; een wijze maatregel;
want dergelijke schatten mogen niet aan de onbescheiden blikken
van nieuwsgierige lieden worden blootgesteld. Een belangrijke
verzameling teekeningen staat echter ten dienste van kunstenaars,
die in dergelijke zaken belang stellen; o. a. een reeks afbeeldingen
van de kleederdracht der verschillende kloosterorden van de geheele
wereld. Onder de schilderijen van zeer verschillende waarde, die hier
in het museum worden tentoongesteld, is er een, die in 't bijzonder
de aandacht trekt, het portret van den stichter dezer school, den
beroemden kardinaal Mendoza, die de vriend, raadsman en getrouwe
dienaar was van Ferdinand en Isabella, en in zoo hooge mate hun gunst
genoot, dat zij er zelfs geen aanstoot aan namen, hem den bijnaam van
"den derden Koning" te hooren geven. Het is een echte spaansche kop,
met groote donkere oogen, volle lippen, die niets ascetisch hebben,
en de gladgeschoren wangen blauwachtig getint. De Mendoza was dapper in
den oorlog, en een wijs raadsman. Hij bezat de deugden en gebreken, die
behoorden bij zijn tijd. Zijn lichaamskracht, zijn strijdlust en zijn
losbandigheid waren even bekend als eenige jaren later de strengheid
van zeden en de ascetische leefwijze van Ximenes. De laatste liet
zijn harde houten legerstede plaatsen naast het sierlijke praalbed
in de met koninklijke pracht ingerichte vertrekken van zijn voorganger.
Wel moet Valladolid de geliefkoosde verblijfplaats van Koningin
Isabella zijn geweest, want bij elken stap dringen zich herinneringen
aan haar op. Al bleef zij het voorbeeld volgen harer vorstelijke
voorgangers, die gewend waren, nu eens in het Noorden, dan in het
Zuiden van hun rijk hun tenten op te slaan; al hield de kamp om
Granada haar langen tijd terug in Andalusië; al moest zij, schoon
met tegenzin, somtijds in Catalonië vertoeven, Valladolid, waar haar
huwelijk was voltrokken, dat haar had bijgestaan in den strijd om
haar gezag te bevestigen, Valladolid, dat omringd was door burchten
en sterke vestingen, zooals Medina del Campo, Rioseco en Simancas,
was haar een machtige en getrouwe steun; en binnen de muren dezer stad
wist zij, dat noch haar, noch het castiliaansche koningschap eenig
gevaar zou dreigen. Onder de naburige vestingen is het kasteel van
Simancas het best bewaard gebleven. Ondanks enkele veranderingen,
die het heeft ondergaan, maakt het nog een strengen en dreigenden
indruk, met zijn zwaren ringmuur van grijzen steen, zijn somberen
kerkertoren, en zijn kale, verlaten omgeving. Men zou geneigd zijn
het voor een gevangenis te houden, inplaats van wat het werkelijk is:
de bewaarplaats der archieven van het koninkrijk.
Pulgar, de kroniekschrijver, die het leven der katholieke vorsten
beschreef, deelt naar aanleiding van deze vesting, een voorval mede,
dat de kloekheid en geestkracht der koningin in het licht stelt,
zoowel als het ontzag, dat zij wist in te boezemen.
Toen Ferdinand zich eens in Aragon bevond, en Isabella alleen in
Valladolid was achtergebleven, ontstond een twist tusschen twee
hovelingen, den jongen Don Fabrique, zoon van graaf Amirante, een
oom des Konings, en Ramiro Nunez de Guzman, Heer van Torral. Daar
de koningin het gerucht van hun geschil was ter oore gekomen, en zij
vreesde dat deze oneenigheid noodlottige gevolgen na zich zou slepen,
beval zij haar majordomo, Garcilaso de la Vega, den jongen Ramiro in
zijn huis te doen bewaken, terwijl zij Don Fabrique liet bevelen,
zich als gevangene te beschouwen in het slot van zijn vader, en
dit niet zonder haar verlof te verlaten. Voorts gebood zij den twee
tegenstanders, erin te berusten, dat zij zelve den strijd tusschen
hen beslechten zou.
Daar hij de bedoelingen der koningin wel vermoedde, had Don Fabrique
reeds in 't geheim de stad verlaten, wijl hij voornemens was, zich
met eigen hand te wreken op zijn vijand. Toen de koningin dit vernam,
schonk zij Ramiro Nunez de Guzman zijn vrijheid, en verzekerde, dat
hem geen leed zou geschieden. Doch toen de jonge man, vertrouwend
op de belofte der vorstin, des anderen daags zich op de Plaza Mayor
vertoonde, werd hij door drie gemaskerde personen aangevallen en
zoo geslagen, dat hij bewusteloos bleef liggen. Op het hooren van
dit bericht was de koningin buiten zich zelve van toorn. Zij liet
haar paard zadelen en reed in storm en regen, zonder gevolg, naar het
kasteel Simancas, het eigendom van den vader van Don Fabrique. Toen de
poort haar geopend was, eischte zij op gebiedenden toon de uitlevering
van den schuldige, die haar bevelen niet was nagekomen. Toen Don
Amirante beweerde, niet te weten waar zijn zoon zich bevond, zeide
zij: "Daar gij weigert, mij te gehoorzamen, eisch ik, dat gij mij
deze vesting, zoowel als Rioseco, overgeeft. Gij zijt niet waardig,
hier het bevel te voeren."
Zonder tegenspraak liet de graaf zich zijn eigendom ontnemen; doch
Isabella's toorn was nog niet geweken. Zij liet het kasteel door haar
eigen manschappen bezetten, onder den kapitein Alonso de Fonseca,
en rustte niet, eer men het tot in zijn geheimste schuilhoeken had
doorzocht. Don Fabrique werd echter niet gevonden. Toen de koningin,
welvoldaan over de wijze waarop zij zich van twee sterke vestingen
had meester gemaakt, naar Valladolid was teruggekeerd, werd zij ziek
door de uitgestane vermoeienis, en antwoordde op de deelnemende vragen
naar haar gezondheid, dat zij nog steeds leed door de stokslagen, die
Don Ramiro hadden getroffen, ondanks de door haar beloofde bescherming.
Don Fabrique's vader niet alleen, doch zijn geheele familie moest
van nu af de ongenade der vorsten ondervinden, zoodat men eindelijk
in een familieraad besloot, den jongen man op genade en ongenade aan
de koningin over te leveren. Hoewel zijne verwanten nadruk legden
op het feit, dat hij nog geen twintig jaar was, en door zijn jeugd
nog niet genoegzaam was doordrongen van den eerbied en de volstrekte
gehoorzaamheid, die hij zijn souvereine vorstin was verschuldigd,
baatte dit alles niet, om den toorn der koningin te verzachten. Hoewel
hij smeekte, aan hare voeten schuld te mogen belijden, wilde zij hem
zelfs niet ontvangen, doch liet hem geboeid naar de Plaza Mayor voeren,
het tooneel van zijn misdrijf, en vervolgens gevangen zetten, in den
kerker van Arevalo. Mogelijk had hij nimmer zijn vrijheid herwonnen,
als hij niet op voorspraak zijner verwanten had verkregen, dat zijn
vonnis in levenslange verbanning werd veranderd.
Toen ik het kasteel verliet, waar ik met eigen oogen het handschrift
der groote vorstin had aanschouwd, hoorde ik in de verte muziek. Op
het naburige dorpsplein waren jonge meisjes aan het dansen, en een
blinde man begeleidde haar vroolijk gehuppel op zijn guitaar, terwijl
hij nu en dan zonderlinge klagende keelgeluiden uitstiet. De herfstwind
deed de gele, ritselende bladeren mededwarrelen in dien rondedans; en
toch was er in dat najaarslandschap niets treurigs; want de hemel, niet
langer zoo onverbiddelijk strak-blauw als in den zomertijd, welfde zich
over bosch en veld in harmonische tinten van zacht-grijs en teer rose,
waartusschen zich die wonderbare schakeeringen van groen vertoonden,
welke Velasquez met voorliefde te schilderen placht. De opwekkende,
frissche geur van wilde thijm en rozemarijn vervulde de lucht, de
gezichteinder ging schuil in een gulden waas, en boven ons hoofd
kleurden zich de avondwolken steeds vuriger rood, met een gloed als
van gesmolten metaal. Doch weldra verflauwde het fluweelig purper van
den avondhemel; de schemering viel, geheimzinnig en vervuld van vage,
verwijderde geruchten; vogels en insecten gingen ter rust en de bloemen
sloten haar kelken bij het naderen van den schoonen en kalmen nacht.
Terwijl ik mijn tocht door Castilië voortzette, waarbij zich overal
herinneringen opdrongen aan Spanje's groote koningin Isabella,
bezocht ik ook het kasteel van la Mota, niet ver van Medina del
Campo gelegen, eene vroeger zeer welvarende stad, waar de groote
jaarmarkten al de bewoners van het Noorden van Spanje tot zich
trokken, doch die bij den opstand der communeros verbrand, en thans
geheel van hare vroegere glorie beroofd is. Van het kasteel zijn
niet anders overgebleven dan de hooge torens van rooden steen en
de bouwvallen van een zwaren ringmuur. De velden in den omtrek zijn
onbebouwd en verlaten; de eenige levende wezens, die zich vertoonen,
zijn dichte zwermen kraaien, die rondom de torentinnen vliegen, en
de stilte verbreken met hun gekras. Die sombere omgeving is wel in
overeenstemming met den toestand daar binnen, waar alles in een staat
van treurig verval verkeert, en het slotplein ligt bedolven onder het
puin der neergestorte muren. Binnen die muren heeft de groote Isabella
den laatsten adem uitgeblazen; doch niemand wist mij te zeggen, in
welk vertrek zij gestorven was, en nergens zag ik eenig inschrift,
dat mij licht had kunnen geven.
Gedurende de laatste jaren harer regeering, de eerste dus der zestiende
eeuw, had Isabella de vruchten geplukt van haar onvermoeiden arbeid
en haar krachtig beheer.
De grenzen van het koninkrijk waren uitgebreid tot aan de overzijde
van den Oceaan; Sicilië, Napels, de Canarische eilanden behoorden aan
Spanje, en de naburige natiën waren of vriendschappelijk gezind,
of onderworpen. Vrede en voorspoed heerschten in het geheele
land. Ondanks zoo veel oorzaken tot vreugde en voldoening, ging
Isabella onder zwaar leed gebukt. De dood van haar Zoon Don Juan,
van de Infante Isabella, de erfgename van den castiliaanschen troon,
en haar zoontje Don Miguel; de geestestoestand van haar dochter,
prinses Juana, op wie thans de plicht zou rusten, een zoo uitgebreid
rijk te besturen, het waren even zoovele slagen van het lot, die
haar weerstandsvermogen op zware proef stelden, en eindelijk deden
bezwijken. Haar onderdanen moesten haar verliezen, terwijl zij met
het volste recht hadden mogen hopen, nog lang de zegeningen van
haar krachtvolle regeering te genieten. Neergebogen door de smart,
aan zwaarmoedigheid ten prooi, overleed zij in November van het jaar
1504, op drie en vijftigjarigen leeftijd.
Aan haar wijsheid en beleid had Spanje een welvaart te danken, die
zichtbaar verminderde na haar dood; daar haar opvolgers het door haar
gegeven voorbeeld niet navolgden, en het door haar begonnen werk niet
hebben voleindigd.
Als ik mij te Segovia dikwijls heb laten verleiden tot uitingen van
wrevel en ongeduld, dan moet ik tot mijn verontschuldiging zeggen,
dat daartoe wel eenige reden bestond. Men zou daar werkelijk gaan
wenschen, stokdoof te zijn, of tot de zevenslapers te behooren,
als men reeds lang voor het aanbreken van den dag uit den diepsten
slaap wordt gewekt door het aanhoudend gelui van tallooze klokken,
begeleid door het geblaf van een menigte honden, die eveneens heftig
protesteeren tegen dat oorverdoovend gedruisch, dat zij echter helaas
nog vermeerderen door hun uitingen van tegenzin.