Ik wensch hier nog een woord bij te voegen over het Nederlandsche

foelie, waarvan de oorsprong ook niet zoo dadelijk klaar is. Hetzelfde

woord komt ook voor in de beteekenis van een dun blaadje of laagje

metaal achter edelgesteenten en spiegels. (Hoogd. _Folie_). Ook de

foelie van de muskaatnoot is een blaadje, zij het ook in geheel anderen

vorm. Het woord stamt ongetwijfeld af van het Latijnsche _Folium_, niet

rechtstreeks echter, maar door tusschenkomst van het midden-Latijnsche

_folia_, Ital. _foglia_, en vooral van het Fransche _feuille_, waarmede

foelie in vorm overeenkomt. Volgens Franck, „Etym. woordenboek”,

moeten eenmaal _foglia di noci moscate_ en _feuille de macis_ in het

Italiaansch en Fransch gebruikelijke uitdrukkingen zijn geweest.

Dessa.

Gewone uitspraak der Europeanen van het Javaansche _désô_, dorp, dat

afkomstig schijnt van het Sanskrietsche _désja_, oord, streek. In het

hoog-Javaansch gebruikt men voor _désô_ den vorm _doesoen_, die

overigens eigen is aan het Maleisch. De naam _dessa_ kan niet op de

dorpen van andere eilanden van den Archipel worden overgedragen, daar de

Javaansche dessa een bijzonder karakter heeft, samenhangend met haren

Hindoeschen oorsprong. Zij is steeds de hoofdplaats en het middelpunt

van eene _padésan_ of mark, deels uit bebouwde en duurzaam of tijdelijk

tusschen de bewoners verdeelde, deels uit gemeenschappelijke, voor

gemeene weide en inzameling van boschproducten bestemde gronden

bestaande, en bestuurd door een dorpshoofd, dat met zijne assessoren,

door de bevolking wordt gekozen. Strikt genomen mag men zelfs de

dorpen der Soenda-landen geen dessa's noemen. Zij heeten _lemboers_

en zijn in verschillende opzichten anders ingericht. Echter zijn de

dorpsinstellingen in vele gedeelten van Java door den tijd en den

invloed van het Europeesch gezag verbasterd, zoodat ook het genoemde

verschil niet meer streng is vast te houden, en ook in West-Java van

dessa's gesproken wordt.

Het woord dessa is zoozeer Nederlandsch geworden, dat het met tal

van Nederlandsche woorden is samengesteld. Men vindt dit b. v. in

dessabestuur, dessahoofd, dessapriester, dessagrond, dessagebied en vele

andere.

Kampong.

_Kampong_ of _Kampoeng_ is Javaansch, Soendaasch en Maleisch en

beteekent een _omheind erf_, een kleine verzameling van inlandsche

woningen door paalwerk of heggen omgeven, een gehucht, buurt of wijk. In

de groote steden, die de middelpunten der Europeesche kolonisten zijn,

zooals Batavia, Samarang, Soerabaja, Pasoeroean vindt men tusschen of

naast de Europeesche gedeelten een groot aantal inlandsche kampongs

verspreid; ook de voornamere inlandsche plaatsen, zetels van regenten,

districtshoofden en andere groote dessa's zijn in verschillende kampongs

gesplitst; maar als het geheele dorp uit eene enkele kampong bestaat,

verdwijnt het onderscheid tusschen kampong en dorp en worden die

uitdrukkingen synoniem. Inzonderheid is dit vaak het geval in de

Soendalanden, waar de lemboers gewoonlijk zeer klein zijn, en meestal

een aantal lemboers onder het bestuur van een enkelen loerah vereenigd

zijn tot de grootere eenheid van een _kaloerahan_, die veel overeenkomst

heeft met die vereeniging van een aantal dorpen, welke men in de

provincie Friesland _grietenij_ placht te noemen, en die werkelijk niet

is opgeheven, schoon men thans den grietman burgemeester noemt.

Volgens oude, reeds lang voor de komst der Europeanen ingevoerde

bepalingen, moesten de Chineezen en andere vreemde Oosterlingen steeds

in afzonderlijke wijken en onder hoofden hunner eigen natie bijeenwonen.

Deze bepalingen zijn nu eens met meer, dan met minder gestrengheid tot

heden gehandhaafd, en de Indische Regeeringsalmanak bevat in de laatste

jaren eene lange lijst der plaatsen waar wijken voor Chineezen en andere

vreemde Oosterlingen zijn aangewezen. Men vindt die wijken doorgaans

aangeduid door de namen: het Chineesche kamp, het Arabische kamp en

zou daardoor, als men niet beter wist, den indruk krijgen alsof die

vreemde Oosterlingen daar geene vaste woningen houden, maar in tenten

als gekampeerd waren. Die voorstelling zou echter zeer verkeerd zijn,

en _kamp_ zal hier wel eenvoudig een Europeesche afkorting van

kampong wezen. Men zou dus, naar het schijnt, beter doen, althans _de_

Chineesche kamp, in plaats van het Chineesche kamp te schrijven; doch

de kwade gewoonte is zoo diep ingeworteld, dat zij moeielijk zal zijn

uit te roeien.

Kraton.

Het getal der Javaansche, Maleische en andere inlandsche woorden,

dat door de Europeanen in Indië in het dagelijksch gesprek wordt

ingevlochten, is uit den aard der zaak onbegrensd en het zou een ijdel

pogen zijn eene lijst te willen geven, waarin men nooit te vergeefs zou

zoeken, terwijl zij met den dag vermeerderen. Zulk eene volledigheid

is dan ook in deze lijst noch ten opzichte van deze, noch ten aanzien

van eenige andere klasse van vreemde woorden beoogd. Eene scherpe

grenslijn te trekken tusschen hetgeen al en hetgeen niet moest worden

opgenomen, was ook in strijd met den aard dezer verzameling, die met

geen bepaald plan is aangelegd, maar uit ware adversaria bestaat, zaken

die mij ongezocht en als van zelf tegemoettraden. Ik maak dus geene

verontschuldiging over iets, dat ik mocht verzuimd hebben; maar eindig

deze lange lijst met een woord, dat in de laatste jaren zoo algemeen

onder ons gebruikt en toch door de meesten zoo weinig verstaan wordt,

dat eene korte opheldering er wel aan besteed schijnt te zijn.

_Kraton_, samengetrokken uit _Karaton_, is een Javaansch woord,

volkomen regelmatig gevormd van _Ratoe_, d. i. Vorst, en beteekent

vorstenverblijf. Het woord wordt behalve van verschillende andere

vorstenverblijven op Java, waarvan de plaats veelal nog aan eenige

ruïnes kenbaar is, gebruikt van de verblijven van den Soesoehoenan van

Soerakarta, van den Sultan van Jogjakarta, van de onafhankelijke prinsen

Mangkoe Negara en Pakoe alam. Ook de vorstenverblijven te Bangkalan en

Soemenep op Madoera worden kratons genoemd. In het Maleisch is het woord

uit den vreemde ingedrongen, en wellicht is het alleen aan de Europeanen

toe te schrijven, dat het voormalig verblijf der vorsten van Atjeh

gewoonlijk de _Kraton_ genoemd wordt. Nevens Kraton of Karaton bestaat

er in het Javaansch nog een tweede woord van denzelfden grammaticalen

vorm en ongeveer gelijke beteekenis, t. w. _Kedaton_ of _Kadaton_,

afgeleid van _Datoe_, dat in beteekenis niet kennelijk van _Ratoe_

verschilt. Het spraakgebruik heeft echter gewild, dat Kadaton gewoonlijk

gebruikt wordt van dat deel van den Kraton, waarin de vorst zelf met

zijne vrouwen en kinderen verblijf houdt. Men vertaalt het gevoegelijk

door _binnenhof_. De Kraton in zijn geheel is eene aanzienlijke ruimte

omringd door muren, voorzien van poorten, en bedekt door een groot

aantal gebouwen en pleinen, straten en wegen, kanalen en vijvers,

kampongs en lusthoven; want schier allen wonen in den Kraton die, al is

het ook slechts als werklieden, tot het hof in eenige betrekking staan.

De Kraton van den Sultan van Jogjakarta heeft meer dan een uur in

omtrek en zijne bevolking wordt op wel 15000 zielen geschat. De Kraton

van Soerakarta, ons minder nauwkeurig bekend, zal voor dien van het

kleinere rijk wel niet onderdoen.

Voor den hoofdingang van den kraton ligt altijd een uitgestrekt plein,

bestemd voor openbare plechtigheden en feesten, _aloen-aloen_ genoemd.

Een tweede, maar veel kleinere aloen-aloen vindt men ook aan de

achterzijde der kratons van de Javaansche hoofdsteden. Het woord

_aloen-aloen_ is echter niet tot de voorhoven der kratons beperkt. Het

wordt ook gebruikt van de dorpspleinen, die in eigenlijk Java worden

aangetroffen op alle plaatsen waar regenten hun zetel hebben, en nog

algemeener zijn in de Soendalanden, waar ze in iedere hoofdplaats eener

kaloerahan (zie op _Kampong_) worden aangetroffen. De aloen-aloen

bevindt zich altijd vóór de woning des vertegenwoordigers van het gezag,

en het teeken van het gezag is de daarop geplante _waringin_-boom,

waarvoor op de aloen van een Vorst, vaak ook op die van een Regent, een

tweetal dezer boomen, ieder afzonderlijk door een sierlijk hek omsloten,

in de plaats komt.

Oudere schrijvers verwarden de aloen-aloen wel eens met de daarop

voorkomende open gehoorzaal, _paseiban_ genoemd, waar de Javaansche

ambtenaren ambtshalve met hunne hoofden samenkomen en waar de

terechtzittingen gehouden worden. Dat woord stamt van _séwa_ of _séba_,

waarvan de beteekenis is zijn opwachting maken aan een vorst of hooger

ambtenaar tot behandeling van dienstzaken. De verbastering van dit

woord tot _Passeerbaan_, waarvan reeds in het art. _Kaalkop_ gewag

werd gemaakt, hangt waarschijnlijk met die verwarring samen; want de

aloen-aloen was dikwijls het tooneel van tornooien of steekspelen en

werd daarom als eene _renbaan_ beschouwd. In „Batavia en derzelver

gelegenheid”, D. I, bl. 22, wordt de aloen-aloen van 't Keizerlijk Hof

te Kartasoera beschreven als: eene zeer groote _Renbaan_, in welke alle

Maandagen door de rijksgrooten en den Keizer zelven, met de lancie,

vermaakshalve wordt gestreden, om elkander uit den zadel te ligten, of

voorbij te rennen.

De waringin- of tjaringin-boom is de baniaanboom, de beroemde heilige

boom der Hindoes, welks naam, tot _benjamin_ verbasterd (zie wederom

art. _Kaalkop_) het _Ficus Benjamina_ van Linnaeus, het _Urostigma

Benjaminum_ der hedendaagsche botanici heeft voortgebracht. Intusschen

worden ook andere nauw verwante Urostigma-soorten (_Microcarpum_,

_nitidum_ enz.) vaak onder den naam van _waringin_ begrepen. De waringin

is de schoonste en reusachtigste boom van Java en krijgt door het

uitschieten van luchtwortels, die weder in den grond dringen, bijstammen

welke hem in staat stellen een loofkroon te dragen van verbazenden

omvang, zoodat hij zich als een berg van groen vertoont. Het is deze

boom van wien Milton zingt:

„Branching so broad and long that in the ground,

„The bending twigs take root, and daughters grow,

„About the mother-tree, a pillared shade—

„High overarched with echoing walks between”

welke verzen ik elders[67] gewaagd heb dus te vertalen:

„Zoo lang en breed strekt hij zijn takken uit

„Tot 't nederhangend twijgje wortel schiet,

„En rond den moederboom de dochters groeien,

„Tot de echo van des wandlaars stap weerklinkt

„In de gewelfde schaûw, die pijlers dragen.”

[67] In mijne schets „Een waringin”, in „Insulinde, twaalf tafereelen

uit Nederlandsch-Indië, volgens teekeningen en studiën naar de

natuur, door A. de Grijs, geëtst door C. L. van Kesteren, met tekst

van P. J. Veth.”

REGISTER.

NB. De _cursief_ gedrukte woorden zijn niet in afzonderlijke artikelen,

maar slechts in het voorbijgaan behandeld.

Bladz.

A.

Adat 15

Adonis 320

_Aga_ 208

Agar-agar 234

Akal 317

Alang-alang 347

Alfoer 269

Alizari 187

_Alizarine_ 189

Alkanna 190

Alkatief 49

_Alligator_ 155

_Aloen-aloen_ 389

Amfioen 72

Amok 82

_Amokken_ 82

Ampas 337

Amper 31

Ananas 242

Anemoon 246

_Apotheek_ 282

Areek 226

Assegaai 129

Atap 347

Attar goel 283

Azagai 129

B.

Baadje 170

Baar 138

_Baarsch_ 138

_Baarschap_ 138

Baboe 336

_Babouche_ 174

_Badjo's_ 118

_Bairam_ 206

Bakkeleien 35

_Bakkove_ 244

Bakkeljauw 65

Balé-balé 350

_Balie_ 351

Baljaren, baljaarden 58

Balkon 209

Bamboes 235

Banaan 242

Bandjer 348

_Banjak_, _banje_ 33

Barissan 286

_Basta_ 63

Bataten 239

Batikken 183

_Bayadère_ 59

Beiram 206

Bendi 335

Benteng 344

Benzoë 330

_Berber_ 125

Betel 227

Betelgeuze 195

Bibit 337

_Bindi_ 335

Bodega 282

Boernoes 51

_Boetjongen_ 115

Boha, bohei 357

_Bohea_, _boei_ 201

Bokje 116. Vgl. 115

Bokkenees 116

Bonze 87

Bouw 88

Brani 313

_Bras_ 374

C.

_Caboceër_ 137

_Caboeger_ 122

Cacao 220

Camarilla 54

_Chits_ 43

Chocolade 220

Cigaar 60

_Cigarette_ 60

Cipay 361

_Coraal_ 86

Creool 89

D.

Dajak 265

Dammer 368

_Dervis_ 53

Dessa 384

Dikir 310

Djagoeng 322

Djaksa 349

_Djarik_, _djarit_ 167

_Djati_ 216

_Djoekong_ 289

_Doesoen_ 384

E.

Efendi 208

Eldorado 63

Elixir 46

F.

Fakir 52

Farizeër 194

_Farizeesch_, _Farizeeuwsch_ 194

Fellah 50

Fettor 366

Fezikken 36

_Fiche_ 2

_Foelie_ 383

Fust 81

G.

_Gabah_ 375

Gamĕlan 362

_Gammor_ 262

_Gefezik_ 36

_Geherrie_ 329

Ginggang 176

_Gingham_ 178, 182

Gladakker 254

Goeni 250

Gonje 250

Gorgelet 77

_Guardasol_ 80

Guerilla 333

Gutta-percha 249

Guttegom 247

H.

_Hadat_ 17

Hadji 19

_Hangmat_ 152

_Haverij_ 17

Hegira 318

Henna 190

_Herrie_ 329

_Heulsap_ 189

Hidalgo 71

_Hijodalgo_ 71

_Hok-lo_, _Holy_ 256, 257

I.

_Ikker_ 123

J.

_Jakob Evertsen_ 154

Japon 165

_Jati_, _Jatti_ 217

Jonk 290

Joosje 202

_Joosje's tee_ 206

K.

Kaaiman 155

Kaalkop 151. Vgl. 115

_Kadaton_ 388

Kaffer 124

Kafir 124

_Kain lepas_ 167

_Kain pandjang_ 167

Kajaput 219

Kajaten-hout 215

Kakatoe 147

_Kakketoe_ 147

_Kamfer_ 73

_Kamp_ 386

Kampong 385

_Karaak_ 277

Karboeger 104. Vgl. 122

Kaste 80

Kasties 101

_Kati_, _Katje_ 152, 307

Kazuaris 145

_Kazuaris-boom_ 145

Kĕ, keh 254

Kerrie 328

_Kĕtan_ 375

Kiaten-hout 215

Kipersol 79

_Kitasol_ 79

Klapper 221

_Klapperboom_ 224

_Klapperolie_ 224

_Kodielje_ 63

Koelie 297

Kokos 221

Kondé 273

Kongsi 302

_Kongsihuis_ 303

Korakora 277

Kraak 277

_Kraakporselein_ 279

Kraal 85

Krandjang 253

Kras 29

Kraton 387

Kris, krissen 338

Krom 137

_Kromsgrooten_ 137

_Kwee-kwee_ 375

Kwispedoor 11

L.

_Lantaarn_ 243

Laskar, laskarijn 118

Leguaan 157

_Lekker_ 286

_Liblab_ 106

Liplap 105

_Lomberen_ 62

_Lommer_ 62

_Loerik_ 168, 178

_Lori_ 149

Lorre 148

M.

Maïs 322

_Maïzena_ 323

Mandoor 75

Mandarijn 75

_Manielje_ 63

Manna 191

Mardijker 110

Martavaan 339

Massa 379

_Matador_ 62

Mesties 97

_Mielies_ 324

Miloe 322

_Modin_ 95

Moeson 20

Mogol 306

Moksa 352

Moor, mooriaan 125

Moskiet 164

Mulat 93. Vgl. 121

Muskiet 164

N.

_Nassi_ 375

Neger 120

Negerij, negorij 5

_Nikker_ 123

_Nona_, _nonna_ 106

_Nonja_ 367

O.

Olla podrida 56

_Ollo_ 255

Omberen 61

_Ompaggering_ 366

_Omwanding_ 365

Oorkrab 186

Oorlam 8

_Opium_ 72, 74

Orang oetan 140

_Orang lama_ 8, 139

P.

Paan 134

_Paantje_ 134

_Pabouche_ 174

Padi 374

Padrie 360

Pagaai, pagaaien 294

Pagger 365

_Paggerkoffie_ 365

Palabber 132

Palankijn 44

_Palaver_ 132

Pampoesjes 173

_Panen-goed_ 136

_Papangers_ 113

Papegaai 146

_Parelmoer_ 3

Parlesanten 55

_Passeerbaan_ 115, 152

Passer 363

_Patjollen_ 27

_Pĕranakan_ 255

Pidjetten 39

_Pidjetster_ 40

_Pikel_, _pikelen_ 308

Pikkel 307

Pikeren, pikkeren 314

_Pikkelloon_ 309

_Pikkelstoel_ 309

Pikol 307

_Pinang_ 227

_Pisang_ 242, 245

Pitsjaren 37

_Pitsjaring_ 38

_Poesties_ 101, 102

_Polèng_ 168

Pons 40

_Ponto_ 63

_Potpourri_ 58

Prauw 288

Punch 40

Q.

_Quadroon_ 103

_Quarteroon_ 103

_Quitasol_ 79

R.

Razzia 127

Rigel 45

Ritsje 376

Rotting 237

S.

Sago 345

_Sagoweer_, _saguweer_ 357

Saki 355

Salangane 150

Sambal 373

Sambok 368

_Sampan_ 288, 289

Saraceen 263

_Sarat_ 16

Sarong 167

_Sawah_ 375

Schorseneer 68

_Schuiven (amfioen)_ 72

_Selendang_ 176

_Sepoys_ 361

_Sigaar_ 60

_Signo_ 106

_Sikker_ 262

_Sin-kĕ_ 254

_Sipahi_ 361

_Sirih_ 227

Sits 43

Sjalot 321

Slendang 175

Smous 258

_Sobat_ 27

Soebatten 26

Soesah 285

Soja 353

_Spadielje_ 63

T.

_Taggerijn_ 243

_Tali-api_ 294

Talie 293

Tamarinde 327

_Tandakken_ 27

Tang 315

Tank 42

_Tapoeier_ 121, 122

Tarra 47

Tee 198

Teeboei 198

_Terceroon_ 103

_Testies_ 103

_Thee_ 199

Tijferen 197

Tinka 334

_Tipar_ 375

Tjambok 368

_Tjélé_ 178, 179

Tjoe 356

Toepas 114

_Tôf_ 262

Toko 295

_Tokohouder_ 297

_Tombokken_ 27

_Top_ 262

Topbaan 304

Toptafel 304

Tor 159

_Torbok_ 160

_Trojeender_ 118

U.

Ulema 281

V.

Vanielje 234

Veranda 210

W.

Wangkang 292

_Warande_ 211

_Waringin_, _weringin_ 389

Wetanger 108

Wouwouw 142

Z.

Zonnehout 213

Zuurzak 229. Vgl. 152

VERBETERINGEN.

Voorrede eerste bladz. reg. 5 v. o. staat: _Malabaansch_, lees:

_Malabaarsch_.

Bl. 62 r. 14 v. b. staat: _laatstgenoemde_, lees: _het Spaansch_.

Bl. 64 r. 3 v. b. staat _antwoord_, lees: _deelwoord_.

Bl. 76 r. 4 v. b. Voeg in, achter _lastgever_, de volgende woorden:

»Bij Heydt: »_Geographisch- und Topographischer Schauplatz von Afrika

und Ost-indiën (1744)_,” leest men meermalen _mandator_, b. v. bl. 95.”

Bl. 147 r. 4 v. o. Toen ik de woorden nederschreef: »de verbinding van

_kaka_ met _toewa_ geeft geen zin”, dacht ik er niet aan dat men, de

woorden afzonderlijk houdende, _kaka toewa_ in het Maleisch gebruikt

in de beteekenis van een _oude vrouw_, een _oud moedertje_, eigenlijk

_oude zus_. _Toewa_ beteekent _oud_ en _kaka_ eigenlijk zoowel _oudere

broeder_ als _oudere zuster_, maar vooral het laatste. Het is echter

overbodig _toewa_ aan _kaka_ toe te voegen, wijl het er reeds in ligt

opgesloten. Dit alles heeft intusschen met _kakatoe_ als vogelnaam niets

te maken.

Bl. 180, noot 2. Toevallig vind ik een bewijs voor den hoogen ouderdom

van het woord _ginggang_ in (P. van den Broeck): »Curieuse beschrijving

van onderscheyde Oost-indische gewesten” (Rotterdam, 1677). Ik vind

aldaar, bl. 121, onder de in Pegu verkochte lijnwaden _Bore Gingans_

genoemd. Wat _Bore_ beteekent weet ik niet, maar _gingans_ is toch

zeker wel eene andere spelling voor _ginggangs_.

Bl. 182 r. 1 v. b. staat: _Kinkert_, lees: _Klinkert_.

Bl. 353 staat in het opschrift boven de bladzijde: _Moska_, lees:

_Moksa_.

Bl. 361 staat in het opschrift boven het artikel: _Cepay_, lees:

_Cipay_.

Bl. 368 r. 3 v. b. staat: _administrodor_, lees: _administrador_, en r.

4 v. b.: _defazenda_, lees: _de fazenda_.

Ald. staat in het opschrift _Sangbok_, lees: _Sambok_.

Bl. 370 r. 7 v. b. staat: _achterssimbok_, lees: _achterossimbok_.

Bl. 371 r. 6, 8, 9, 11, 12, 14, 21, 22 en 26, te zamen 12 maal, staat in

de woorden _tjaboek_, _tjamboek_, _tjĕmoek_, _samboek_ en _tjamoek_,

_ock_ in plaats van _oek_. Dit is een bij de correctie niet opgemerkte

fout van den zetter. Meermalen heb ik opgemerkt, dat als een woord een

onnederlandsch aanzien heeft, de zetters aan de letterverbinding _oe_

niet gelooven, maar ze door _oc_ vervangen. Op bl. 372 vindt men nog

eens (r. 11 v. b.) _tjabock_ voor _tjaboek_.

Bl. 378 r. 6 v. o. staat: _peide_, lees: _peixe_.

Ald. r. 4 v. o. staat: _senchem ares_, lees: _se enchem aves_.

Bl. 381, noot 1, r. 2 v. o., staat: _hij zelf_, lees: _Rumphius zelf_.

Bl. 390 r. 14 v. o. staat: _boneanboom_, lees: _baniaanboom_, r. 12 v.

o. _bsnjamin_, lees: _benjamin_, r. 4 v. o. _ontschieten_, lees:

_uitschieten_.

In het Register bij _Apotheek_ staat: 252, lees: 282, en bij _Fezikken_

staat: 16, lees: 36.

Uit Oost en West: verklaring van eenige uitheemsche woorden · 第 21 / 22 段