Nikolajewa is haar naam, een naam bekend ook buiten Rusland. Op de
vrouwenkonferentie, waar zij een der vertegenwoordigsters van de
fabriekarbeidsters te Petrograd was, had ik gelegenheid haar gade te
slaan en in stilte te bewonderen. Alles aan haar was opmerkelijk en
leek mij bewonderenswaardig: haar scherpzinnig gezicht met de
gekoncentreerde uitdrukking der diepliggende donkere oogjes; haar gave
open voorhoofd; de trek van vastberaden energie om haar smallen mond,
haar fijne sterke handjes en gedecideerde gebaren, haar overtuigende
wijze van spreken, rustig logisch beginnend, om weldra te stijgen tot,
toch altijd beheerschte, hartstochtelijkheid.
Ik zag in haar een dier menschen van het nieuwe ras, in den laaienden
gloed der revolutie gelouterd tot klare onzelfzuchtigheid, in haar
geweldige smidse gehamerd tot stalen kracht. Wanneer zij, klein en
tenger, op het podium naar voren trad en begon te spreken, dan was 't
vaak of wij uit een sfeer van onzeker twijfellicht plotseling kwamen
in den grooten helderen dag. De donkere, diepliggende oogjes schoten
vonken; de eerlijke, overtuigende stem vond accenten van felle
verbazing en verontwaardigde smart. Waar bleven onze bezwaren, waar
bleef onze mismoedige twijfel of het mogelijk zou zijn, de arbeidsters
in West-Europa te wekken tot leven? Wat kwamen wij ons zelf
stumperachtig en wankel voor, tegenover dien wil en die overtuiging,
dat rustige vertrouwen en die vlammende energie.
Al onze redevoeringen betoogden, dat het zoo moeilijk was, omdat de
arbeidsters zoo stompzinnig en lijdzaam waren en zoo weinig
ontvankelijk voor de propaganda, en dat wij den weg nog niet wisten
tot hun hart. Maar zij, die kleine magere vrouw met haar gaaf,
verstandig gezicht en haar eerlijken hartstocht, zeide ons dat de weg
gevonden kon worden, zoo wij hem slechts zochten met den vasten wil
hem te vinden. En in ons hart wisten wij, dat zij gelijk had, want
waren de stompzinnigheid en de achterlijkheid en volgzaamheid der
vrouw juist in Rusland niet erger dan waar ter wereld ook? En toch
hadden zij veld gewonnen, wonnen elken dag meer.
Als Nikolajewa dan daarna bij je kwam zitten om wat te vragen over de
beweging in je eigen land en het leven der arbeidsters, als zij je
aankeek met dien vasten, verstandigen blik, waar plotseling een groote
warmte in welde, wat voelde je dan ineens dat diepe gemoed vol
schieten van zachte gevoelens! Hoe versmolt de strenge, bijna
fanatieke ijver van het apostelschap tot eenvoudige menschelijke
mildheid. En op dien avond dat Trotzky kwam, om de konferentie toe te
spreken, met welk een aandoenlijke mengeling van eerbied, schroom en
liefkoozende teerheid legde zij haar handje op zijn arm, haar gezicht
dicht bij het zijne brengend om hem iets te vragen. Wat was dat
menschelijk en vol bekoring, dat opblinken, even, van zachte
kameraadschap tusschen dien man en die vrouw, beide hun arbeids- en
levenssfeer met zoo rustige zekerheid beheerschend.
Nikolajewa is opgekomen uit de rijen der fabriekarbeidsters te
Petrograd; zij heeft een zeer groot aandeel aan hunne organisatie. Zij
is zelve een voorbeeld van het omhoog stijgen tot bewust en volhardend
redelijk willen van wezens, die tot voor kort enkel leefden uit
duistere instinkten. En haar groote kracht trekt velen uit dat
duistere leven tot het helle, stralende, van doelbewust pogen omhoog.