IV. +De propagandiste uit het Roode Petrograd+.

Nikolajewa is haar naam, een naam bekend ook buiten Rusland. Op de

vrouwenkonferentie, waar zij een der vertegenwoordigsters van de

fabriekarbeidsters te Petrograd was, had ik gelegenheid haar gade te

slaan en in stilte te bewonderen. Alles aan haar was opmerkelijk en

leek mij bewonderenswaardig: haar scherpzinnig gezicht met de

gekoncentreerde uitdrukking der diepliggende donkere oogjes; haar gave

open voorhoofd; de trek van vastberaden energie om haar smallen mond,

haar fijne sterke handjes en gedecideerde gebaren, haar overtuigende

wijze van spreken, rustig logisch beginnend, om weldra te stijgen tot,

toch altijd beheerschte, hartstochtelijkheid.

Ik zag in haar een dier menschen van het nieuwe ras, in den laaienden

gloed der revolutie gelouterd tot klare onzelfzuchtigheid, in haar

geweldige smidse gehamerd tot stalen kracht. Wanneer zij, klein en

tenger, op het podium naar voren trad en begon te spreken, dan was 't

vaak of wij uit een sfeer van onzeker twijfellicht plotseling kwamen

in den grooten helderen dag. De donkere, diepliggende oogjes schoten

vonken; de eerlijke, overtuigende stem vond accenten van felle

verbazing en verontwaardigde smart. Waar bleven onze bezwaren, waar

bleef onze mismoedige twijfel of het mogelijk zou zijn, de arbeidsters

in West-Europa te wekken tot leven? Wat kwamen wij ons zelf

stumperachtig en wankel voor, tegenover dien wil en die overtuiging,

dat rustige vertrouwen en die vlammende energie.

Al onze redevoeringen betoogden, dat het zoo moeilijk was, omdat de

arbeidsters zoo stompzinnig en lijdzaam waren en zoo weinig

ontvankelijk voor de propaganda, en dat wij den weg nog niet wisten

tot hun hart. Maar zij, die kleine magere vrouw met haar gaaf,

verstandig gezicht en haar eerlijken hartstocht, zeide ons dat de weg

gevonden kon worden, zoo wij hem slechts zochten met den vasten wil

hem te vinden. En in ons hart wisten wij, dat zij gelijk had, want

waren de stompzinnigheid en de achterlijkheid en volgzaamheid der

vrouw juist in Rusland niet erger dan waar ter wereld ook? En toch

hadden zij veld gewonnen, wonnen elken dag meer.

Als Nikolajewa dan daarna bij je kwam zitten om wat te vragen over de

beweging in je eigen land en het leven der arbeidsters, als zij je

aankeek met dien vasten, verstandigen blik, waar plotseling een groote

warmte in welde, wat voelde je dan ineens dat diepe gemoed vol

schieten van zachte gevoelens! Hoe versmolt de strenge, bijna

fanatieke ijver van het apostelschap tot eenvoudige menschelijke

mildheid. En op dien avond dat Trotzky kwam, om de konferentie toe te

spreken, met welk een aandoenlijke mengeling van eerbied, schroom en

liefkoozende teerheid legde zij haar handje op zijn arm, haar gezicht

dicht bij het zijne brengend om hem iets te vragen. Wat was dat

menschelijk en vol bekoring, dat opblinken, even, van zachte

kameraadschap tusschen dien man en die vrouw, beide hun arbeids- en

levenssfeer met zoo rustige zekerheid beheerschend.

Nikolajewa is opgekomen uit de rijen der fabriekarbeidsters te

Petrograd; zij heeft een zeer groot aandeel aan hunne organisatie. Zij

is zelve een voorbeeld van het omhoog stijgen tot bewust en volhardend

redelijk willen van wezens, die tot voor kort enkel leefden uit

duistere instinkten. En haar groote kracht trekt velen uit dat

duistere leven tot het helle, stralende, van doelbewust pogen omhoog.

Uit Sowjet-Rusland: Beelden en beschouwingen · 第 21 / 43 题