II. +Alexandra Kollontay+.

Kollontay, mijn vroolijke, sterke, dappere kameraad: gij zijt de

tweede van de russische vrouwen, die ik wil herdenken. Zooals ik mij

vaak beschaamd voelde door de oneindige offervaardigheid van anderen,

zoo door uw oneindigen levensmoed.

Ge hebt de revolutie doorleefd en haar verschrikkingen; gij die »de

eerste nachten na den òmkeer niet kondt slapen«, wanneer ge niet wist

dat de gevangen-gezette ministers van den tzaar »een kussen hadden

onder hun hoofd«,--ge hebt den burgeroorlog gezien en de terreur zien

opkomen; ge hebt zèlf bevel moeten geven, menschen gevangen te zetten;

ge hebt het bloed zien stroomen op de slagvelden waar het Roode Leger

streed, en dat bloed »verschrikte u niet«--maar ook ànder bloed hebt

ge zien stroomen, bloed van veroordeelde klasse-vijanden, en ge hebt

uw hart voelen huiveren, maar ge hebt uw hart overwonnen, niet

eenmaal, maar duizend malen. Duizendmalen hebt ge tot uw oproerig hart

gesproken: »zwijg mijn hart: het moet, het moet.«

Ge hebt begrepen, dat de kracht der vrouw noodig is om de revolutie te

volbrengen.--Hoe kon het anders zijn? Is zij niet de voortbrengster

van het nieuwe leven?--Ge zijt gegaan tot de groote leiders, uw

broeders, en hebt tot hen gezegd: »Wij moeten de arbeidsters

organiseeren, wij moeten hen inwijden in de revolutie, opdat die

kracht drinke uit hun frissche kracht.« En sommigen van hen

antwoordden: »Laat ons eerst de mannen organiseeren: daarna wordt het

der vrouwen tijd«; en anderen zeiden: »Het is goed: beproef de taak«;

maar in hun oogen verschoot een klein spotlicht van twijfel, want de

man kent nooit de volle kracht der vrouw.

Maar gij hadt het vertrouwen, dappere Kollontay, en anderen hadden

het, helpsters en genooten; en samen vatten zij aan de taak, de

arbeidsvrouwen te organiseeren in Rusland en volvoerden zij haar.

Volvoerden haar zóó, dat ge thans kondt getuigen: »De gezindheid der

fabriekarbeidsters is een der sterkste bolwerken van het sowjetstelsel

in Rusland; de liefde en de geestdrift van honderdduizenden

vrouwenharten voeren het russische communisme nieuwe krachten toe.«

Gij hebt geworsteld tegen onverschilligheid, wanbegrip en tegenwerking

en ze overwonnen. En ge hebt ook geworsteld met vijanden van binnen:

tweestrijd, bitteren twijfel, smart over de donkere onvolkomenheden

die de zuiverheid der revolutie bevlekken. Maar ge hebt uitgehouden en

niet versaagd. Niets berouwd hebt ge en niets verloren; noch uw

menschelijkheid, noch uw vrouwelijke warmte, noch uw spontaan

vertrouwen, noch uw dapperen lach. Ik heb u lief om al uw

bewonderenswaardige eigenschappen: om uw energie, uw ruimhartigheid,

uw takt en uw kloekheid; om uw enthousiast geloof in het scheppend

vermogen der massa's. Maar het liefst heb ik u toch om uw moedige

levensblijheid, om den gezonden levenslust, die plotseling opschittert

uit uw vermoeid-staande oogen en breekt uit uw klankvolle stem. Ik heb

in u lief de onverwoestbare kracht van het russische volk.

Wanneer ik aan u denk, wordt mijn hart verruimd. Want achter u zie ik

staan de duizenden vrouwen, die door uw woord en uw daad gewonnen

werden; achter u zie ik lange risten van vrouwelijke propagandisten en

organisatoren, van afgevaardigden der fabriekarbeidsters, van

vrouwelijke instrukteurs en kommissaressen bij de Roode Legers, lange

risten van oude en jonge vrouwen, van bezorgde moeders en vroolijke

meisjes, allen met één wil willend, dat Rusland communistisch

wordt....

Gij en ik, wij gingen met elkaar om als twee vrouwen, die ruimte

voelen in elkaar en vele verwantheden.

Al te weinig heb ik zulk een omgang genoten in mijn leven en hij

maakte mij zeer gelukkig. Over vele dingen hebben wij samen gesproken:

over de nieuwe moraal der geslachten, zooals zij oprijst uit de

maatschappij-in-wording. Over het harde en bittere der diktatuur en

haar gevaren, over de plicht der partijtucht en hare grenzen. Onze

ervaringen in de beweging wisselden wij uit in vertrouwelijke, soms

spottende woorden. Dan glimlachten onze oogen elkaar toe, met den

glimlach der oude auguren, wanneer zij elkaar ontmoetten....

Ik heb tegen uw meening gesproken op het kongres, omdat ik vind dat

het westersche communisme het russische zoo sterk mogelijk moet

steunen. En zeer voorzichtig zijn met de kritiek. Want wij peilen de

moeilijkheden en problemen waar het russische communisme voor staat

maar ten deele. Maar dit eene weten wij zeker: zijn benardheid is ons

aller gemeenschappelijke schuld.

Het deed mij in mijn ziel leed, dat ik tegen u moest spreken.

Omdat ik u liefheb, en omdat uw geloof in de scheppende energie der

massa's ook het mijne is. Toen wij elkaar weer ontmoetten daarna

zeidet ge enkel dat het ook u leed had gedaan, immers het was noodig

de partij er telkens aan te herinneren, dat alle kracht van beneden

komt..

Daags daarop moest ik spreken voor de arbeidsters. En gij vertaaldet

voor hen mijn rede, met zóó groot begrip en zóó diepe warmte en tevens

zóó uitmuntend aangepast aan het bijzondere milieu, waarin zij werd

gehouden, dat ik na uw vertaling niet anders kòn dan in mijn gebroken

russisch getuigen. »Vrouwen, Alexandra heeft u meer gegeven dan ik had

kunnen doen.«

Zoo eerden wij elkaar en waren gelukkig in elkaars omgang. Voor u was

dat alles heel gewoon. Maar voor mij was het bijzondere lafenis;

immers ik kwam uit een land van kleine omstandigheden en kleine

menschjes, van kleine afgunst en kleinen strijd.

En nu, naar dat land teruggekeerd, herdenk ik u in groote liefde. Ik

zie u voor mij staan, zooals ik u zoo vaak zag op de

vrouwenkonferentie, uw grijze linnen kleed, in vol leven en vuur en

energie. Ik zie uw rijzige gestalte, uw ruime gebaren, als schepen

zeilend voor den wind, ik hoor uw volle, klankrijke stem woorden van

vertrouwen spreken. En ik voel mij, over landen en zeeën heen, in

vertrouwen aan u verbonden, mijn sterke, vroolijke, dappere kameraad.

Uit Sowjet-Rusland: Beelden en beschouwingen · 第 19 / 43 题