Waarin Craig en Fry officieel aan den nieuwen cliënt van _de
Eeuw_ worden voorgesteld.
»Ja, mijnheer Bidulph, een eenvoudige beursmanoeuvre, een echte
Amerikaansche coup", zeide Kin-Fo tot den hoofdagent van de
verzekeringsmaatschappij.
De deftige William J. Bidulph glimlachte als een kenner.
»Goed gelukt, werkelijk", sprak hij, »iedereen is er dupe van geweest."
»Zelfs mijn correspondent!" antwoordde Kin-Fo. »Het staken der
betalingen, het failliet, het geheele bericht was uit de lucht
gegrepen! Acht dagen later waren de loketten geopend en betaalde
men. De »affaire" was gelukt. De acties, die tachtig percent waren
gedaald, werden tegen den laagsten koers door de centrale bank
opgekocht en toen men den directeur kwam vragen hoeveel percent er
zou worden uitgekeerd, luidde het zeer beleefde antwoord: »Honderd
vijf en zestig percent!" Dat alles werd mij gemeld in dezen brief,
dien ik heden morgen ontving; op het oogenblik dat ik, in de meening
verkeerende dat ik geheel geruïneerd was...."
»De hand aan u zelf wildet slaan?" riep William J. Bidulph uit.
»Neen", antwoordde Kin-Fo, »op het oogenblik dat ik hoogst
waarschijnlijk op het punt sta vermoord te worden."
»Vermoord!"
»Met mijn toestemming, op schrift gebracht, een moord vooraf
toegestaan, bezworen, en die u zou te staan gekomen zijn op...."
»Tweemaal honderdduizend dollars", antwoordde William J. Bidulph,
»wijl alle kansen van sterven verzekerd waren. Wij zouden u diep
betreurd hebben, mijn waarde heer...."
»Wegens het bedrag van de verzekerde som?...."
»En de renten!"
William J. Bidulph nam de hand van zijn cliënt en schudde die hartelijk
op Amerikaansche wijze.
»Maar ik begrijp niet...." voegde hij er bij.
»U zult het begrijpen", antwoordde Kin-Fo.
En hij deed hem mededeeling van de overeenkomst door hem met iemand
getroffen, in wien hij alle vertrouwen stelde. Hij herhaalde zelfs
de termen waarin de brief vervat was welken die man in den zak had,
een brief die hem voor vervolging vrijwaarde en hem straffeloosheid
waarborgde. Maar, en dat was het meest bedenkelijke van het geval,
de belofte zou gehouden worden, het woord zou worden gestand gedaan,
daaraan behoefde niet getwijfeld te worden.
»Is die persoon een vriend van u?" vroeg de hoofdagent.
»Een vriend," antwoordde Kin-Fo.
»En het is dus uit vriendschap?..."
»Uit vriendschap en wie weet? misschien ook uit berekening. Ik heb
hem vijftig duizend dollars op mijn hoofd verzekerd."
»Vijftig duizend dollars!" riep William J. Bidulph. »Dan is het
mijnheer Wang!"
»Hij is het."
»Een philosoof! Die zal er nimmer in toestemmen..."
Kin-Fo stond op het punt te zeggen:
»Die philosoof is een oude Taï-ping. Hij heeft gedurende de helft van
zijn leven meer moorden begaan dan noodig zijn om de Eeuw te ruïneeren,
als al degenen die hij gedood heeft bij de maatschappij verzekerd
waren geweest! Sedert achttien jaren heeft hij zijne woeste neiging
bedwongen; maar nu zich de gelegenheid voordoet, nu hij mij geruïneerd,
ter dood bereid acht, nu hij daarenboven weet dat mijn dood hem een
klein fortuin zal verschaffen, nu zal hij niet aarzelen...."
Maar Kin-Fo zeide niets van dit alles. Hij zou Wang gecompromitteerd
hebben en William J. Bidulph zou waarschijnlijk niet geaarzeld hebben
om den ouden Taï-ping aan den gouverneur der provincie te verraden. Dan
zou Kin-Fo zonder twijfel gered zijn, maar de philosoof ware verloren
geweest.
»Het komt mij voor", zeide daarop de agent der
verzekeringsmaatschappij, »dat de zaak op zeer eenvoudige wijze op
te lossen is."
»Op welke wijze?"
»Men dient Wang te doen weten, dat de toestand veranderd is en van
hem den brief terug eischen."
»Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan" antwoordde Kin-Fo. »Wang is
sedert gisteren verdwenen en geen mensch weet waar hij gebleven is."
»Hm!" was alles wat de hoofdagent liet hooren, een bewijs dat hij
door deze mededeeling geheel overbluft was.
Hij staarde daarop zijn cliënt aandachtig aan.
»En, mijn waarde heer, u hebt op het oogenblik in het minst geen lust
om te sterven?" vroeg hij.
»Neen zeker niet", antwoordde Kin-Fo. »Door de manoeuvre van de
centrale Californischen bank is mijn fortuin bijkans verdubbeld, en ik
ga trouwen! Maar ik zal het niet doen voor ik Wang heb teruggevonden
of voor de bepaalde termijn is verstreken."
»En wanneer verstrijkt die?"
»Op 25 Juni aanstaande. _De Eeuw_ loopt gedurende dit tijdstip gevaar
een groot verlies te lijden. Het ligt dus op haar weg om daartegen
maatregelen te nemen."
»En den philosoof op te sporen", antwoordde William J. Bidulph.
De agent liep eenige oogenblikken met de handen op den rug door het
vertrek, vervolgens zeide hij:
»Wij zullen dien tot alles bereid zijnde vriend vinden; al zat hij
ook in het binnenste der aarde. Maar tot dat het zoover is gekomen
zullen wij u, mijnheer, beschermen tegen elke poging tot moord,
evenals wij u reeds beschermd hebben tegen zelfmoord."
»Wat bedoelt u daarmede?" vroeg Kin-Fo.
»Dat twee mijner agenten, sedert 30 April jl., den dag, waarop de
polis door u onderteekend werd, al uw schreden hebben gevolgd, al uw
daden nauwkeurig bespied!"
»Ik heb niets van die bespieding van mijn persoon gemerkt," zeide
Kin-Fo.
»Het zijn menschen, die hun vak verstaan, allerfatsoenlijkste
lieden!" antwoordde de hoofdagent. »Vergun mij ze u voor te stellen,
nu zij niet meer verplicht zijn in 't geheim te uwen opzichte te
handelen."
»'t Zal mij een genoegen zijn," antwoordde Kin-Fo.
»Craig-Fry moeten hier zijn, omdat u hier zijt!" En William J. Bidulph
riep:
»Craig-Fry?"
Craig en Fry stonden werkelijk achter de deur van het particuliere
kabinetje. Zij waren den cliënt gevolgd tot aan de deur van het bureau
en wachtten daar zijn vertrek af.
»Craig-Fry," aldus liet zich thans de hoofdagent hooren, »je hebt
gedurende de twee maanden, dat voor de polis betaald is, onzen
kostbaren cliënt niet meer tegen zich zelf te behoeden, maar tegen
een van zijn eigen vrienden, den philosoof Wang, die zich verbonden
heeft hem te vermoorden!"
En de twee onafscheidelijken werden op de hoogte der zaak gebracht. Zij
begrepen ze en namen de opdracht aan. De rijke Kin-Fo behoorde hun
toe. Hij kon geen trouwer dienaren hebben.
Wat moest er nu gedaan worden?
Men kan op tweeërlei wijze te werk gaan, meende de hoofdagent, òf
Kin-Fo zoo zorgvuldig in zijn huis te Shang-Haï bewaken, dat Wang
het niet kan binnentreden zonder door Fry-Craig bespeurd te worden,
òf wel alle pogingen in het werk stellen om gezegden Wang te vinden
en hem den brief te ontnemen.
»Het eerste geeft niets, antwoordde Kin-Fo. »Wang zou mij zeer
gemakkelijk kunnen vinden, zonder bespeurd te worden, wijl mijn huis
ook het zijne is. Men moet hem, het koste wat het wil opsporen."
»U hebt gelijk, mijnheer," antwoordde William J. Bidulph. »Het zekerste
is om gezegden Wang terug te vinden en wij _zullen_ hem vinden!"
»Dood of..." zei Craig.
»Levend!" antwoordde Fry.
»Neen! levend!" riep Kin-Fo uit... »Ik wil niet dat Wang een oogenblik
door mijn schuld gevaar loopt!"
»Craig en Fry, voegde William J. Bidulph er bij, »je staat
gedurende zevenenzeventig dagen voor onzen cliënt in. Tot 30 Juni
a. s. vertegenwoordigt mijnheer voor ons een waarde van tweemaal
honderdduizend dollars."
Daarop namen de cliënt en de hoofdagent van _de Eeuw_ afscheid
van elkander. Tien minuten later was Kin-Fo, gevolgd door de beide
lijfwachten, die hem vooreerst niet meer zouden verlaten, in zijn
yamen teruggekeerd.
Toen Soun zag dat Craig en Fry officieel in het huis toegelaten werden,
maakte zich een gevoel van spijt van hem meester. Geen vragen meer,
geen antwoorden en vooral geen taëls meer! Daarbij kwam dat zijn
meester zijne oude levenswijze hervatte en zijn onhandigen en luien
knecht weder hard begon te behandelen.
Arme Soun! Wat zoudt gij gezegd hebben als gij geweten hadt welk lot
u boven het hoofd hing!
Het eerste dat Kin-Fo deed was naar Peking, avenue de Cha-Coua te
»phonografeeren" welken keer zijn lot genomen had. De jonge vrouw
hoorde op nieuw hoe de stem van hem, dien zij voor altijd meende
verloren te hebben, haar de teederste namen gaf. Hij zou zijne lieve
jonge zuster terug zien. Eer de zevende maan ten einde was gebracht
zou hij bij haar zijn, om haar niet weder te verlaten. Maar nadat hij
geweigerd had haar ongeluk te zoeken, mocht hij haar niet op nieuw
aan het gevaar blootstellen om haar weder weduwe te maken.
Lé-ou begreep niet best wat deze laatste zin beteekende, zij begreep
slechts één zaak, en wel dat haar verloofde tot haar terugkeerde en
dat hij, vóór er twee maanden zouden verloopen, bij haar zou zijn.
En op dien dag was er geen gelukkiger vrouw in het geheele Hemelsche
Rijk dan de jeugdige weduwe.
Er was, in werkelijkheid, eene geheele omkeering tot stand gebracht in
de gedachten van Kin-Fo, thans, dank zij de voordeelige operatie van
de centrale Californische bank, viermaal millionnair. Hij wenschte te
leven en goed te leven. Twintig dagen van spanning hadden hem geheel
veranderd. Noch de mandarijn Pao-Shen, noch de koopman Yin-Pang,
noch Tim, de bon-vivant, noch Houal, de letterkundige zouden in hem
het onverschillige wezen herkend hebben, van 't welk zij op een der
bloemschepen in de Paarlenrivier afscheid hadden genomen. Wang zou
zijne eigen oogen niet geloofd hebben, als hij het gezien had. Maar
hij was verdwenen zonder eenig spoor na te laten. Hij keerde niet in
het huis te Shang-Haï terug. Dit was een bron van groote zorg voor
Kin-Fo en van angst voor de beide lijfwachten.
Acht dagen later, den 24n Mei, was er nog geen bericht van den
philosoof en bijgevolg geen mogelijkheid om op zijn spoor te komen. Te
vergeefs hadden Kin-Fo, Craig en Fry de vreemde concessies, de bazars,
de verdachte kwartieren, de omstreken van Shang-Haï doorzocht. Te
vergeefs waren de meest bekwame politiedienaars aan 't werk geweest. De
philosoof was niet te vinden. Ondertusschen verdubbelden Craig en
Fry, die hoe langer hoe meer onrust gevoelden, hunne voorzorgen. Zij
verlieten hun cliënt nacht noch dag, aten aan zijn tafel, sliepen
in zijn kamer, wilden hem overhalen om een ijzeren maliënkolder
te dragen ten einde beschermd te zijn voor een dolkstoot en alleen
versche eieren te eten om niet vergiftigd te worden.
Kin-Fo het moet gezegd worden, liet hen praten. Hij kon zich even
goed gedurende twee maanden in de brandkast van _de Eeuw_ laten
opsluiten, onder voorgeven, dat hij tweemaal honderdduizend dollars
vertegenwoordigde!
Toen stelde William J. Bidulph, practisch als altijd, zijn cliënt
voor de gestorte premie te restitueeren en de polis te verscheuren.
»'t Spijt mij zeer," antwoordde Kin-Fo bedaard, »maar de zaak heeft
zijn beslag gekregen en u moet er de gevolgen van dragen."
»Het zij zoo," antwoordde de hoofdagent, zich in het onvermijdelijke
schikkende. »Het zij zoo. U hebt gelijk! U kunt door niemand beter
beschermd worden dan door ons!"
»Noch goedkooper!" antwoordde Kin-Fo.