I, Y

ydelheyt, nietigheid, 1798.

yet, iets, 757.

yet sulcx, 1767, 1775.

yet wes, 1834.

immer, ook, 31, 188, 287.

immers, altans, 1916 A.

in, op, 429.

in dese woorden, 192.

in-beelden, wijs maken, 1520.

in-brengen, 1576: aanvoeren.

in-halen, intrekken, 664.

innigh, het diepste van, intimus, 224.

innemen, bezetten, 801.

insettinge, instelling, 1871.

in-val, opmerking, gedachte, 1459.

yver, vurig verlangen, 1265.

J

jaren, 242 A.

oude --, 673: de oude tyd.

jegenwoordelyck, op het ogenblik, 1812.

jeught, jeugd, (jeugdige) lust, 45, 150, 232, 422, 655 A.

292, 868, 880, 1291.

jeught, jongelingschap, 915.

jock, scherts, 54.

jocken, hof maken, tändeln, 541, 842.

jongen, knecht, 1013.

jonnen, gunnen, 916.

Spaens Heydinnetie · 第 56 / 59 题