485/6. Haar rede is geregeld en dudelik; vgl. bene compositus;
oratio bene composita.--Wat zij zegt, is geestig, aardig bedacht;
_soete vonden_, zijn aangename denkbeelden, invallen;
"Men sagher sneegh beleit, men sagher vonden in,
Vry teikens van verstant, en van een diepe min."
Misschien zijn de toen zo in trek zijnde "concetti" bedoeld.
489. _vonck_, vgl. Kil. voncke, fomes, etc.; bij Diefenbach o. a.:
to neghinge, naturliche neigunge.
509. raven, _sing._, zw. subst. rave, vgl. Vondels Taal, I,
p. 75.--Fabel van de vos en de raaf. Vgl. Phaedr. I, 13. Romulus I,
14. De laatste redactie luidt: "Qui se laudari gaudent--verbis subdolis
decepti penitent--de quibus similis est fabula.
Cum de fenestra corvus caseum raperet--alta consedit in arbore--Vulpis
ut hec vidit e contra sic ait corvo--O corvus quis similis tibi? et
pennarum tuarum quam magnus est nitor? Qualis decor tuus esset--si
vocem habuisses claram--nulla prior avis esset--At ille dum vult
placere et vocem suam ostendere--validius sursum clamavit--et ore
patefacto oblitus--caseum deiecit--Quem celeriter vulpis dolosa
avidis rapuit dentibus--Tunc corvus ingemuit--et stupore detentus
deceptum se poenituit--Sed post inrecuparabile factum damnum quid
iuvat poenitere?" Vgl. 760, A.
_met vollen mont_, vgl.:
De vrucht die is te raken,
En met een vollen mont op haren tijt te smaken.
535. wat ik wezen mag, toch ben ick (etc.)--_magh_, vgl. Vondels Taal,
II, § 188. Vgl. 1304.
542. _streelt de sijde rocken_, vleit de vrouwen, die aan het hof zijn;
vgl. m. m. de _bouwen_, _wijlen_ (nonnen);
"Dus gaetet vast dat aen den _broeck_
Hanght al de vreughde van den _doeck_";
vgl. plaet, platen, (soldaten).
_sijde_, hollands, nu nog, voor _sijden_. Vgl. Van Helten, Vondels
taal I, blz. 106.
544. edel pant = reine jeugd; _genit. epexegeticus_: de stad van
Amsterdam, de prijzenswaarde deugd van zelfbeheersching.