467. _heydens_, vgl. 291, A.

485/6. Haar rede is geregeld en dudelik; vgl. bene compositus;

oratio bene composita.--Wat zij zegt, is geestig, aardig bedacht;

_soete vonden_, zijn aangename denkbeelden, invallen;

"Men sagher sneegh beleit, men sagher vonden in,

Vry teikens van verstant, en van een diepe min."

Misschien zijn de toen zo in trek zijnde "concetti" bedoeld.

489. _vonck_, vgl. Kil. voncke, fomes, etc.; bij Diefenbach o. a.:

to neghinge, naturliche neigunge.

509. raven, _sing._, zw. subst. rave, vgl. Vondels Taal, I,

p. 75.--Fabel van de vos en de raaf. Vgl. Phaedr. I, 13. Romulus I,

14. De laatste redactie luidt: "Qui se laudari gaudent--verbis subdolis

decepti penitent--de quibus similis est fabula.

Cum de fenestra corvus caseum raperet--alta consedit in arbore--Vulpis

ut hec vidit e contra sic ait corvo--O corvus quis similis tibi? et

pennarum tuarum quam magnus est nitor? Qualis decor tuus esset--si

vocem habuisses claram--nulla prior avis esset--At ille dum vult

placere et vocem suam ostendere--validius sursum clamavit--et ore

patefacto oblitus--caseum deiecit--Quem celeriter vulpis dolosa

avidis rapuit dentibus--Tunc corvus ingemuit--et stupore detentus

deceptum se poenituit--Sed post inrecuparabile factum damnum quid

iuvat poenitere?" Vgl. 760, A.

_met vollen mont_, vgl.:

De vrucht die is te raken,

En met een vollen mont op haren tijt te smaken.

535. wat ik wezen mag, toch ben ick (etc.)--_magh_, vgl. Vondels Taal,

II, § 188. Vgl. 1304.

542. _streelt de sijde rocken_, vleit de vrouwen, die aan het hof zijn;

vgl. m. m. de _bouwen_, _wijlen_ (nonnen);

"Dus gaetet vast dat aen den _broeck_

Hanght al de vreughde van den _doeck_";

vgl. plaet, platen, (soldaten).

_sijde_, hollands, nu nog, voor _sijden_. Vgl. Van Helten, Vondels

taal I, blz. 106.

544. edel pant = reine jeugd; _genit. epexegeticus_: de stad van

Amsterdam, de prijzenswaarde deugd van zelfbeheersching.

Spaens Heydinnetie · 第 37 / 59 题