Gisteren------heeft Li Tiang, mijn Chineesche meesterknecht, mij een
zekere plek om te baden zeer, zeer warm aanbevolen:
"Veel water, niet ver weg en goed achter de boomen!" herhaalde hij
telkens opnieuw.
Kunt gij raden, waarom----------? --------ik geloof, omdat daar,
waar ik gewoonlijk baad,----zijn vrouw mij zien kan (als zij zich
een beetje moeite geeft).
Is dat niet slecht van hem, haar van dit pretje te berooven? Moet niet
het "een-blanke-zien-baden" de schoonste droom dier bruine vrouwen
zijn! Zal zij ooit in haar leven iets lichters vinden------?!
Vandaag------heb ik haar zien baden!
Li Tiang's jonge vrouw is prachtig! Tusschen vier en vijf uur
's middags. Twee-derde van het edelste China, één-derde Siameesch
bruin. De zon drong juist met schuine stralen door het loover en
scheen tot op den bodem van den stillen vijver. Ze is waarschijnlijk
nog geen zeventien jaar. Door het glas-heldere water zag ik alle de
fijnste bizonderheden.----
Morgen wil ik, moet ik------weer op mijn oude plekje baden!