OP EEN AVOND,

toen ik in de beek achter het dorpje baadde------wie kwam daar toen

plotseling aantrippelen?----

De vrouw van den nachtwaker----!

Op klaaglijke jammertonen krijschte ze om haar man, die ergens in

het oerwoud was.----

Dat klonk zoo 's avonds in den schemerenden jungle net zooals wanneer

men in de bergen zoekt naar iemand die verdwaald is en dien men

misschien zelfs wel dood zou kunnen vinden.

Doch Hoeng Song kwam weldra welbehouden terug met een bos

geneeskrachtige wortelen.

Vreemd, ook wanneer ik alleen het oerwoud in ga, is het heele dorp bang

voor een ongeluk. Maar wanneer weerlooze marktvrouwen en onbeschermde

kinderen een verren tocht dikwijls even voor het vallen van den avond

aanvaarden, dan is dat iets vanzelfsprekends.

------Alsof het van deze sierlijke schepseltjes minder jammer is,

dan van Hoeng Song, den nachtwaker, of van mij.

In het rijk van Siameezen en Maleiers · 第 43 / 68 题