Daarna was ze een poos lang enkel "eten."

Toen ik haar een cigaret aanbood, was ze een heele poos niets dan

"rooken." En af en toe interesseerde zij zich even voor iets anders,

en heel het kleine beetje leven in dit heerlijke wezen richtte zich

op dit iets, een plooi in mijn kleeren, een haartje in mijn scheiding

of een andere kleinigheid, en opeens, midden onder het bekijken,

schenen haar donkere, als geschilderde oogen deze aangelegenheid te

vergeten, zoo volkomen te vergeten, als wij Europeanen niet meer

in staat zijn te vergeten, en afdwalend naar iets in de verte te

kijken, alsof ze duizendtallen van jaren--het zij vooruitziend of

terugblikkend--vermocht te peilen. Dan was ze als een dichteres. Zoo

kort, zoo vluchtig als een gedachte zijn kan, en toch vol ziel is de

stemming, waarin een dichter zijn werk volbrengt. Dichten is voor een

kort moment natuurlijk zijn, zichzelf zijn--al het overige vergeten.

En ik voelde, dat ik daar in dit, een woudhert gelijkende, onbeschaafde

schepseltje, een wezen voor mij had, dat, als een bloempje tegen

de berghelling, als een vogeltje op den hoogsten boom van den

jungle, als een vischje in de wijde zee was, dat van haar hetzelfde

geheimzinnige eeuwigheid-uitstralende uitging als van de sneeuw van

een onbetreden bergtop, waar begrippen heerschen, die wij, beschaafde

menschen nauwelijks meer verstaan;--en ik, met al mijn angsten en in

de benauwenis van al de mij drukkende "je moet" en "je zult" en "je

mag niet" wist nu, dat ik nooit meer terug zou mogen keeren tot dien

gelukstoestand van den natuurlijken mensch met zijn onbewuste leven.

Toen werd ik ernstig. En Tsin's flakkerende oogen, die mij vragend

aankeken en die als twee donkere vlammen in haar kalm gezichtje

stonden, werden treurig; en haar fluweelen wimpers trilden zacht en

zonken deemoedig neer, alsof ze angstig waren en wilden vragen:

Toean, waarom ben je niet blij? Waarom kan ik het je niet naar den

zin maken?

Maar ik bleef star en als bezeten door deze ééne gedachte: Tsin,

jij hebt de toekomst voor je! Tsin, lach, wees bij, zing--het leven

ligt voor je open.

Het werd heel stil in het kleine kamertje; alleen door de smalle

opening boven de deur drong het duizendvoudige, nooit vermoeide,

nooit voldane leven van den tropennacht in machtige volheid naar

binnen. Tjok, tjok, lachten de gekkohagedissen; en het was één

samenvloeiende jubeling overal in het rond: Tsin heeft de toekomst

voor zich!

En eindelijk zei ik het haar.

Maar Tsin begreep het niet. Ze sloeg nu haar bruine armen om mijn

linkerknie, sloeg met haar teedere handen het wijde zijden kleed

terug en kuste mij op mijn bovenbeen----

In het rijk van Siameezen en Maleiers · 第 10 / 68 题