De opperschrijver Ariabignes, op last van den koning Cambyzes.'

»Nauwelijks had ik dit geschrift in mijne mouwen geborgen, toen de

moeder van den koning, door Atossa geleid, met gescheurde kleederen

de zaal binnenvloog.--Aan huilen, schreien, verwijtingen, vloeken,

beden en bezweringen geen gebrek! Maar de koning was onvermurwbaar,

en ik geloof waarlijk, dat Cassandane en Atossa, Cresus en Bartja naar

de andere wereld zouden zijn nagezonden, indien niet de vrees voor de

schim van zijn vader den zoon had weerhouden, de hand te slaan aan

de weduwe van Cyrus. Althans van woede stond hem het schuim om den

mond.--Ten gunste van Nitetis verspilde Cassandane overigens geen

enkel woord. Zij schijnt, even als wij, ten volle overtuigd te zijn

van hare schuld.--Den verliefden Gaumata hebben wij ook niet meer te

vreezen, want ik heb drie mannen gehuurd, die hem, als hij naar Rhagae

terugkeert, een koel bad in de golven van den Euphraat zullen doen

nemen. De visschen en wormen zullen vroolijke dagen hebben, ha, ha!"

Phaedime stemde van ganscher harte in met dit gelach, overstelpte

den eunuch met de vleiendste namen, die zij van hem geleerd had, en

zich te dezer stonde herinnerde, en hing hem eene zware gouden keten,

met kostbare edelgesteenten bezet, als bewijs harer dankbaarheid om

den hals.

Eene Egyptische Koningsdochter Historische Roman van George Ebers · 第 24 / 38 题