1 De gevangenis.

- Me zille goan scheuïen,"[1] sprak Fonske, de oudste: een mooi,

tienjarig ventje met bruin haar, bleeke wangetjes en groote wijze oogen.

- En veugels vangen," riep Guustje, klein en gebrekkelijk,

scheef-steunend op zijn krukje, zijn helderen blik op moeder gevestigd.

Uit Vlaanderen · 第 24 / 40 题