Dit alles is echter nog niets bij het verbazende herstellingsvermogen
van de zoetwaterpoliepen. Het was een Zwitsersch onderwijzer, Trembley,
die, in het jaar 1740, dit wonderbare feit ontdekt heeft en wel: op
vaderlandschen bodem, in de vijvers van het bekende buitengoed
„Sorgvliet” bij den Haag. Het uiterst taaie leven van de _Hydra_ bewees
hij niet slechts daardoor, dat hij haar, zonder dat het haar deerde, als
een vinger van een handschoen het binnenste buiten kon keeren, doch dat
hij het zelfs in een aantal stukken kon snijden, zonder dat het leven
verloren ging, ja zelfs, dat die dieren weer tot nieuwe levende dieren
uitgroeiden.
Bepaald verbluffend echter is een proefneming van den jongsten tijd, die
in fig. G op bladz. 24, bij 5-malige vergrooting voorgesteld is en die
genomen werd met de groene armpoliep. Uit het lichaam _A_ van de _Hydra_
werd bij _a_ een stuk overdwars uitgesneden en ook uit dat, op een
willekeurige plaats afgesneden, stuk ontwikkelde zich weer een volledig
dier. Eerst rondde het zich af, zooals bij _a_, _a₁_ en _a₂_, vervolgens
rekte het zich in de lengte uit (_a₃_ en _a₄_), begon daarna vangarmen
te vormen (_a₄_ en _a₅_) en was eindelijk tot een nieuwe poliep (_a₆_)
uitgegroeid.
* * * * *
Nog veel eenvoudiger van maaksel dan de poliepen, ja zelfs, na de
mikroskopische ~oerdieren~, de primitiefste van de geheele dierenwereld,
zijn de