§ 6. _Beteekenis der principia_ bl. 140-145. De naam ἀρχη, principium
1. Principium essendi 2. Principium cognoscendi, externum en internum
3. Eenheid en onderscheid dezer drie principia 4.
§ 7. _Principia in de wetenschap_ bl. 145-170. Het _Rationalisme_,
dat door heel de geschiedenis der philosophie heenloopt 1, leidt alle
kennis af uit het subject 2, maar miskent het princ. cogn. externum en
vervalt tot idealisme en illusionisme 3. Het _Empirisme_ zoekt de bron
der kennis in de zinlijke waarneming 4, maar miskent het princ. cogn.
internum en leidt tot materialisme 5. Daarentegen gaat het _Realisme_
uit van de algemeene, natuurlijke zekerheid aangaande de objectiviteit
en waarheid der kennis 6, erkent zoowel het princ. cogn. internum als
externum 7, laat alle kennis aanvangen met de zinlijke waarneming 8,
maar schrijft aan het verstand het vermogen toe, om uit de phaenomena
tot de noumena door te dringen 9, omdat de rede in ons en de rede
buiten ons saam haar oorsprong hebben in den Logos 10.
§ 8. _Principia in de Religie_ bl. 171-214. Het _wezen_ der religie,
wier naam van onzekere afleiding is 1, is volgens de H. S. als religio
objectiva identisch met Gods openbaring en als religio subjectiva met
de gezindheid, om in zijne wegen te wandelen 2. Deze onderscheiding
is ter bepaling van het wezen der religie onmisbaar. Als religio
objectiva bevatten alle godsdiensten de elementen van traditie, dogma,
ethos, cultus 3. En als religio subjectiva zijn zij pietas, die cultus
tot vrucht heeft 4. Deze religio subjectiva, die een habitus is, werd
door de zonde bedorven, wordt door wedergeboorte vernieuwd, en bestaat
volgens de H. S. in geloof 5, dat in een cultus naar Gods wil zich
openbaart 6. De _zetel_ der religie is vooral onderzocht, sedert het
wezen der religie, ten onrechte, alleen in de religio subjectiva werd
gesteld 7, 8, is niet uitsluitend het verstand 9, want godsdienst en
wetenschap zijn onderscheiden 10, noch ook de wil 11, want godsdienst
en zedelijkheid zijn twee 12, noch ook het gevoel 13, want godsdienst
is iets anders dan kunst 14, maar da gansche mensch, die God geheel
en altijd en overal dienen moet 15. De _oorsprong_ der religie is
niet vrees, priesterbedrog, onkunde, animisme enz., 16, noch ook de
zucht, om zich tegenover de wereld te handhaven 16, 17. Historische en
psychologische methode zijn tot verklaring van wezen en oorsprong der
religie onvoldoende 18. Godsdienst is alleen verklaarbaar, wanneer het
bestaan van God en de waarachtigheid zijner openbaring aangenomen wordt
19.