VII

Een toestand die reeds zoolang bestaat, zoo algemeen voorkomt en zoo

standvastig was als de sexueel-economische verhouding in het menschdom,

kon niet in den loop der sociale evolutie opgenomen en gehandhaafd

zijn, indien hij geen natuurlijke oorzaken had gehad. De grootste

kracht van den individueelen wil kon op den duur geen toestand

gaande houden, waardoor de maatschappij zooveel nadeel berokkend

wordt. Kerk en Staat en maatschappelijke vormen gaan met onzen

vooruitgang mede, wij kunnen ze nooit lang tegenhouden, zoodra de

tijd voor verderen vooruitgang gekomen is. Er is dus een tijd geweest

dat de sexueel-economische verhouding voor de maatschappij voordeelig

was. Nu zij dit niet meer is, is "de vrouwenbeweging" ontstaan en wij

zien hoe van jaar tot jaar, van dag tot dag de toestand onder onze

oogen verandert, ondanks ons traditioneel verzet. De verandering

in deze bladzijden besproken, is dan ook niet voorspeld en wordt

hier niet aanbevolen, zij heeft reeds onder de kracht der sociale

evolutie plaats gevonden en zij behoeft alleen tot ons bewustzijn

door te dringen om den nutteloozen maar prikkelenden tegenstand onzer

zelfmisleiding te overwinnen.

De aanvankelijke noodzakelijkheid van deze kenmerkende menschelijke

verschijnselen ligt diep verscholen onder de elementaire

krachten van het maatschappelijk leven. De verhoudingen die

noodig waren om het individueel organisme tot stand te brengen,

lieten ons in den steek toen zij dienst moesten doen bij de

verdere ontwikkeling van organisatie, van het individueel tot het

sociaal organisme. Samenwerking vereischt eerst het bestaan van een

gemeenschappelijk belang en daarna de vestiging der gemeenschappelijke

bewustwording. Het gemeenschappelijk belang der individueele cellen

om op gemakkelijker manier aan voedsel te komen, bracht hen tot

nauwer aaneensluiting. Toen dit nauwer verbond tot stand gebracht

was, werd hun gemeenschappelijk bestaan een éénheid, één zijn,

een iets met een eigen bewust leven. In de hoogste ontwikkeling

van het meest samengesteld en fijnst uitgewerkt organisme gaat dit

altijd door. Er moet een gemeenschappelijk belang bestaan, dat door

al deze samenwerkende bedrijvigheid bevorderd wordt; en er moet

een gemeenschappelijk bewustzijn aanwezig zijn, waardoor het zeer

gemakkelijk wordt het gemeenschappelijk belang te dienen.

Wanneer de samenstellende cellen in onze weefsels beginnen ineen

te krimpen en door gebrek aan voedsel achteruit te gaan; wanneer de

verschillende organen van ons lichaam vermoeid zijn van niets-doen en

knorrig hun natuurlijke beweging eischen, dan zegt de mensch niet,

"mijn weefsels eischen nieuwen toevoer", of "mijn organen verlangen

naar werk", maar hij zegt: "Ik heb honger". Dat "Ik", de persoonlijke

bewustheid, die de gewillige samenwerking van al de deelen van het

lichaam leidt, zet zich aan het werk om voedsel te verkrijgen. De

sociale evolutie berust op dit algemeen belang. Individueele menschen

hebben bij zulk een sociaal verbond voordeel en daarom sluiten zij

zulk een verbond. Zulk een verbond vereischt een gemeenschappelijk

bewustzijn, waardoor de gecoördineerde werking kan plaats grijpen; en

de geheele loop van sociale ontwikkeling wordt door de voortdurende

uitbreiding van dit sociale bewustzijn en zijn noodzakelijk

begeleidende gevolgen gekenmerkt.

De taal is ons beste middel tot onderlinge gedachtewisseling en voert

op tot letterkunde. Het menschelijk verstand is het maatschappelijk

orgaan, waardoor wij onderling verbonden zijn. Daaruit vloeit de stroom

der gedachten, die ons in staat stelt samen te werken. Door datgene

wat het verstand met anderen gemeen heeft, kan men elkander begrijpen;

en het is om die reden dat tot op zekere hoogte gemeenschappelijke

opvoeding onontbeerlijk is voor vrije maatschappelijke ontwikkeling.

In het allervroegste begin van dit proces, toen het menschelijk

dier nog niets dan een dier was,--maar een individu,--ontstond

reeds de gebiedende eisch voor de vaststelling van een algemeen

bewustzijn tusschen deze tot hiertoe onverzoenlijke dieren. De eerste

stap door de natuur in deze richting gedaan, wordt gevonden in de

betrekking tusschen moeder en kind. Waar de jongen na de geboorte

geheel afhankelijk blijven van de moeder; waar de functiën van

een afzonderlijk levend lichaam de hulp noodig hebben van een ander

afzonderlijk levend lichaam, daar bestaat een wederzijdsche behoefte,

het eigenlijk instinkt, dat deze wederzijds op elkaar inwerkende

persoonlijkheden te zamen houdt. Dat instinkt noemen wij liefde. Het

kind heeft de moederborst noodig. De moederborst heeft behoefte aan

het kind. Daardoor werd tusschen moeder en kind reeds liefde geboren,

toen het vaderschap nog niets meer was dan een oogenblikkelijke

gebeurtenis. Maar het gemeenschappelijk gevoel, de wederzijdsche

aantrekking tusschen moeder en kind hield hier onvoorwaardelijk

op. Zij was in omvang tot deze nauwste verhouding begrensd; in duur

tot de periode der kindsheid.

Het gemeenschappelijk belang van de menschen moet echter door de

ras-eigenschappen gediend worden en niet hoofdzakelijk door de

geslachts-functiën der vrouw of de plichten der moeder ten opzichte

van haar kind. Toen het mannetje, door zijn aard gedreven, telkens

inbreuk maakte op de vrijheid van het vrouwtje tot zij ten laatste

tot den staat van economische afhankelijkheid gebracht was, matigde

hij zich daarbij de positie van verzorger aan voor dit schepsel, dat

niet langer in staat was voor zich zelf te zorgen. Hij was echter niet

enkel verplicht in haar behoeften te voorzien, maar hij moest ook een

deel van de gedwarsboomde moederplichten op zich nemen. Hij werd en

bleef tot op heden een soort van man-moeder, in het scheppen van deze

merkwaardige positie alleen staande. Het gemeenschappelijk belang,

dat nu niet alleen tusschen moeder en kind, maar tusschen vader,

moeder en kind bestond, ontwikkelde een verdergaand gemeenschappelijk

gevoel. Aangezien de vader het kind niet door geslachts-functiën,

maar door ras-functiën diende, leidde deze betrekking tot een veel

verdere en duurzamere ontwikkeling dan die van de moeder alleen ooit

kon bereikt hebben. Zoowel liefde als ijver zijn door de kracht der

moederlijke energie in de wereld gekomen. Door den onvermoeiden wensch

der moeder om haar jongen van dienst te zijn, begon zij het eerst met

de beoefening der kunsten en bedrijven, waarvan wij thans leven. Toen

de mannelijke wilde nog niets was dan een jager en strijder, op

die wijze uiting gevende aan mannelijke energie, toen bracht de

vrouwelijke wilde op dezelfde natuurlijke wijze haar behoudende kracht

van vrouwelijke energie tot uitwerking. Zij verzamelde en bewaarde

voedsel voor het kind, evenals de kiemcel, in de onbewuste stilte

der natuur, voedsel verzamelt en bewaart. Zij omhulde het kind met

kleedingstukken en bouwde er een schuilplaats voor, even natuurlijk als

zij te voren de ongeboren vrucht verwarmde en een schuilplaats bood in

haar lichaam. Moederlijke energie, die door ons kunstig samengesteld

lichaam naar buiten werkt, is de bron van productieven arbeid, is de

voornaamste stroom van maatschappelijk leven.

Doch niet voordat deze reuzenkracht zich met andere krachten kon

vereenigen om coöperatief op te treden en zoodoende den verwoestenden

invloed, die door den blinden wedijver der mannelijke energie

ontstond, kon te boven komen, kon ons menschelijk leven zijn volle

rasontwikkeling intreden. Dit werd door de onderdrukking van de vrije

uiting der moederlijke energie in de vrouw en haar overbrenging

op den man tot stand gebracht. De twee krachten werden daardoor

vereenigd en door den man kwamen zij tot openbaring. Het was een van

de kalme, eenvoudige wonderen der natuur, doch niet wonderlijker

dan dat de natuur de onschuldige, gulzige bij, die meent dat zij

eenvoudig haar voedsel zoekt, tot tusschenpersoon laat dienen om de

vele bloemen gelegenheid tot voortplanting te geven. De bij mocht

zich eens beleedigd toonen als zij wist welk ambt zij vervulde

en dat de natuur het voedsel voor haar juist zoo geborgen had dat

zij verplicht werd dezen dienst te vervullen. De onderwerping van

de vrouw heeft tot een zeer hoogen graad de vermoederlijking van

den man ten gevolge gehad. Hij werd nu gedwongen nieuwe functiën

op zich te nemen, die voor mannelijke energie alleen onmogelijk

waren. Hij moest nu beginnen iemand buiten en behalve zich zelf te

leeren liefhebben en verzorgen. Hij moest leeren werken, dienen,

menschelijk zijn. Door de hevig overprikkelde geslachtsdrift werd

het menschelijk ras het lange, steile pad van vooruitgang opgeleid en

opgedreven over alle hindernissen, door alle gevaren, de vergezellende

verschijnselen van ziekte en zonde medevoerende (en deze overwinnende),

in weerwil van alles hooger en hooger, totdat ten laatste een graad van

ontwikkeling bereikt wordt, waarin de uitbreiding van menschendienst

en menschenliefde een beteren weg mogelijk maakt. Door de werking

van zijn eigen begeerten, door al het bijkomende kwaad, werd de man

voor een deel moeder, waardoor beiden, man en vrouw, in staat waren

mensch te worden. Het was een belangrijke stap in den vooruitgang van

ons ras, een middel om tot een einddoel te geraken. Zij moet niet als

een buitengewone moederlijke opoffering beschouwd worden, maar als een

nieuw en volmaakt systeem van vaderlijke opoffering: het mannetje van

het genus mensch door behoefte aan geslachtsbevrediging gedwongen tot

het uitoefenen van moederlijke plichten. De natuurlijke verwoestende

neigingen van den man werden langzamerhand in de behoudende neigingen

van de vrouw omgezet en wel zoo in 't oogloopend, dat het proces

door de geheele geschiedenis heen opgemerkt werd. Door middel van

de natuurkeus en onafgebroken oefening werden in het mannetje tot

zijn groot voordeel het instinkt en de gewoonten van het vrouwtje

tot ontwikkeling gebracht. In individueel economische verhouding

was de vrouw afhankelijk van den man. Zij leefde in een staat van

hulpelooze slavernij. Zij werd met onuitsprekelijke onrechtvaardigheid

en wreedheid behandeld. Maar de processen in de natuur storen zich

in 't geheel niet aan zulke omstandigheden. Om de tegenstrijdige

geslachtsneigingen van twee dieren zoodanig te vermengen dat zij

een vruchtdragende macht van een zegevierend ras worden, wordt een

pijnlijk proces vereischt, maar dat komt er niet op aan. Het was

noodzakelijk en het werd volbracht. Er moet een eind komen aan de

bittere gevoelens welke in deze eeuw tusschen de beide seksen ontstaan

zijn. Hoewel de vrouw van heden recht heeft op een andere positie,

behoeft zij over het verleden geen wrok te toonen, noch schaamte,

noch gevoel van onrecht. Met een volkomen zekerheid van de vroegere

superioriteit van haar sekse en de sociologische noodzakelijkheid

van hare tijdelijke onderdrukking, behoorde zij alleen hoogen,

teederen trots te voelen over haar eeuwenlang geduldig wachten en

lijden, totdat de man langzaam kon opklimmen om het tot volkomen

ras-gelijkheid met haar te brengen. Zij kon wachten; zij kon lijden.

Het is hoog tijd dat vrouwen hare ware positie beginnen te begrijpen,

voor nu en voor altijd, en te zien hoe weinig de lange jaren van

slavernij die veranderd hebben. Het was niet in het belang van het ras

om de behoudende levensprocessen zoo geheel alleen aan de vrouwen over

te laten, en den man slechts de rol van tijdelijken bemiddelaar in de

voortplanting en niets anders toe te bedeelen. Zijn grootte, kracht en

woestheid,--bewonderenswaardige hoedanigheden tot instandhouding van

een individueel dier,--waren niet de meest gewenschte eigenschappen

om het menschelijk ras te ontwikkelen. Wij hebben het meest behoefte

aan coördinatievermogen,--de gemakkelijkheid van vereenigen,--aan

de macht om te maken en te bewaren, meer dan aan die om te verteren

en te vernietigen. Dat waren vrouwelijke hoedanigheden. Uit eigen

natuur handelende kon de man geen hoedanigheden openbaren die

hij niet bezat. Als de meester van de vrouw zich verheffende, als

haar dienaar geketend, heeft hij door die vreemde samenvoeging van

functiën deze hoedanigheden onder de zware wet der noodzakelijkheid

verworven. Oorspronkelijk werkten man en vrouw op verschillende wijze,

hij verteerde en verwoestte, zij bewaarde en bouwde. Zij was de diepe,

voortgaande voorname stroom van het leven, terwijl hij de werkzame

variant was, die dat leven hielp wijzigen en uitbreiden, doch meer

als helper dan als dader. Er waren en er zijn nog rassen die zich

zelf voortplanten zonder de hulp van het mannelijk organisme,--bij

de hermaphroditen en door parthenogenesis.

Terwijl de evolutie der diersoorten voortschreed, vinden wij een

lange reeks van werkdadige proefnemingen in mannetjes,--zeer zwakke,

voorbijgaande en ondergeschikte verschijningen in den beginne,--zich

langzamerhand ontwikkelende tot voller en voller gelijkheid met de

vrouwtjes. In sommige lagere vormen, zooals in rotiferen, insekten en

crustaceæ, worden de meest inferieure mannetjes gevonden, soms zijn zij

er in het geheel niet, of als zij bestaan dan hebben zij geen ander nut

dan als bemiddelaar bij de voortplanting. Het meest bekende voorbeeld

hiervan komt bij de bijen voor, waar de hommel, nadat hij zijn functiën

verricht heeft, sterft of anders door de krachtige mede-moeders van

den zwerm omgebracht wordt. Ook de gewone spin heeft een zwak mannetje,

dat al bevende zijn éénig klein doel uitvoert en dan door zijn vrouwtje

opgegeten wordt. Zij is de spin, de aanhoudende vliegenvangster. Hij

is niets anders dan een vruchtbaarmakende bemiddelaar. De kleine,

groene plantenluis, die zoo menigvuldig op onze rozestruiken voorkomt,

kan zich door parthenogenesis voortplanten, zoolang de omstandigheden

gunstig zijn, dat wil zeggen, zoolang het warm en er genoeg te eten

is. Zoodra echter de toestanden slechter worden, ontwikkelen er zich

mannetjes en dan vindt de dualistische wijze van voortplanting plaats.

In de twee groote levensprocessen van zelf-behoud en ras-behoud

is het vrouwtje bij de lagere diersoorten voor het eerste altijd

beter toegerust dan het mannetje en voor het ras-behoud draagt zij

bijna den geheelen last. De korte duur van zijn functioneel nut is

niets in vergelijking van den langen drachttijd voor haar en de

diensten die zij in vele gevallen den jongen nog na hun geboorte

bewijst. Ras-behoud is bijna geheel een vrouwelijke functie geweest,

somtijds zelfs uitsluitend. Maar het is gebleken in het belang

van het ras te zijn om twee hoog ontwikkelde ouders te hebben in

plaats van een. Van daar dat gelijkheid van beide seksen langzaam

ontwikkeld werd, niet alleen door het mannetje bij de voortplanting

een belangrijker plaats te doen innemen, maar door ras-eigenschappen

in hem, die tot nog toe slechts een voortplantende bemiddelaar was

geweest, tot ontwikkeling te brengen. Het laatste stadium in dit

proces was de verheffing van het mannetje van het geslacht mensch tot

volle ras-gelijkheid met het vrouwtje en dit sloot haar tijdelijke

onderwerping in. Haar lichamelijke en geestelijke neigingen zijn

beide in het organisme van den man overgeplant geworden. Hij werd tot

de werkende moeder van de wereld bevorderd. De sexueel-economische

verhouding was noodzakelijk om het mannetje van het menschenras

te verheffen en te verbreeden, te verdiepen en te verzachten,

vrouwelijker en daardoor meer menschelijk te maken. Indien de vrouw

haar geheele persoonlijke vrijheid en werkzaamheid behouden had,

dan ware zij de meerdere van den man gebleven, maar zouden beiden in

ontwikkeling zijn blijven staan. Aangezien de vrouw niet de neiging

bezat om afwisseling in haar werkzaamheden te brengen, waardoor

de man zich onderscheidde, vereenigde zich de uitzettende kracht

van mannelijke energie met de behoudende en opbouwende macht van

de vrouwelijke energie. De expansieve en veranderlijke mannelijke

energie, die in den nieuwen toestand verplicht was te strijden voor

opbouwenden arbeid, heeft dien arbeid meer vooruitgebracht en meer

doen afwisselen dan wanneer dit alleen door toedoen der vrouw had

moeten plaats vinden. Met haar rijkdom van macht en geduld, haar liefde

tot werken en tot geven, verricht zij nog steeds dezelfde primitieve

werkzaamheden. Hij ongeduldig wordende wanneer er hindernissen op zijn

weg liggen, met zijn afkeer van werken, splitst zijn werk in duizende

afzonderlijke werkzaamheden en spoort ontelbare wegen op om zijn taak

te verlichten. Aangezien met mannelijke energie vrouwelijke functiën

volbracht moesten worden, werd onze industrie tot hare tegenwoordige

ontwikkeling gebracht. Zonder de economische afhankelijkheid van

de vrouw, zou de man nog enkel de jager en vechter, de dooder,

de verwoester zijn; terwijl zij nog steeds als de ijverige moeder,

zonder verandering of verbetering, zou fungeeren.

"Wat Israëls kinderen liefst opbouwden,

Egypte's kinderen liefst neerhouwden".

zegt een oud rijmtje, maar op die wijze zou de wereld niet veel verder

komen. De vrouw heeft in haar ondergeschikte positie, onder allerlei

bezwaren en door de dikke muren van haar gevangenis haar opbouwende

kracht op den man overgebracht en door hem de opbouwing der wereld tot

stand doen komen. Zijn zuiver individualistische energie, die alleen

door de macht van geslachts-aantrekking in bedwang werd gehouden, had

juist dezen vereenigingsvorm, met zijn sterk overdreven geslachtsleven

noodig, om die taak te volbrengen. De abnormale geslachtsontwikkeling

van de vrouw, door allerlei wetten in toom gehouden, heeft als een

onstuimige bron gewerkt op den eenigen vrij handelenden persoon in

de maatschappij,--den man. Door dezen sterken prikkel kon hij bergen

verzetten. De geheele wereld heeft het opgemerkt en bewonderend

heeft men geroepen: "O, 't is liefde, 't is liefde, 't is liefde,

waarom de wereld draait". Dat was inderdaad zoo, of ten minste die

heeft den man door de wereld voortgedreven in een langen zwerftocht

van strijd en overwinning, van werken en zwoegen. En ieder man die

bemint en zegt: "Ik ben de uwe, doe met mij wat gij wilt," kent die

macht en vereert haar.

Tot zoo ver is de menschelijke ontwikkeling tot stand gekomen

door de macht der mannelijke energie, die door den prikkel van

de geslachtsdrift en door de opeengehoopte onderdrukte vrouwelijke

energie tot werkzaamheid aangespoord werd. Vrouwen hebben haar periode

van onderwerping betaald gekregen met een overwonnen wereld en de

beschaving van den man.

De vrouwen moeten, ondanks den zielestrijd en de lange donkere

jaren van bitter leed, van schande en van afgrijzen, niet vergeten

dat zij het ten minste zoo ver gebracht hebben en, dank zij de

gezegende macht der heriditeit, niet zoo ten achter zijn gekomen,

dat een paar geslachten van vrijheid hen niet weder op gelijken

voet met hun tijd zal brengen. Wanneer de eeuwen van slavernij en

oneer, van marteling en pijn, van grievende onrechtvaardigheid en

vernederende onderdrukking de vrouwen lang toeschijnen, laten zij

zich dan de geologische tijden, die millioenen en millioenen jaren te

binnen roepen, toen onvolkomen ontwikkelde, pygmeïsche, parasitische

mannetjes streden voor hun bestaan en al of niet door de vrouwtjes

gebruikt werden, zooals dat het beste uitkwam. Welke reeks vrouwen

of bijwijven werd ooit zoo'n onteerende plaats aangewezen als aan

de vele mannetjes der cirrhopedes (een soort weekdieren), die door

hunne zorgdragende vrouwtjes tusschen de schalen worden rondgedragen,

omdat zij bang zijn er een of twee van te zullen verliezen! Geen

verwaarloozing van oude verwelkte vrouwen kan vergeleken worden met

den smadelijken, onopgemerkten dood van den hommelbij, die mishandeld,

uitgehongerd, in was gemetseld en alleen aangehouden wordt om voor een

oogenblik zijn geslachts-functie uit te oefenen en zelfs daarvoor niet

bepaald noodig is! Geen Blauwbaard-geschiedenis of wreedheid van een

bruid-doodenden Oosterschen Koning kan in onbarmhartigheid wedijveren

met de ruwe slachting van het ongelukkig kleine mannetje-spin, dat door

zijn wreede echtgenoote op haar huwelijksmaal genuttigd wordt! In de

geschiedenis der menschheid werd nooit tegen vrouwen zooveel geweld

gepleegd als tegen die hulpelooze mannetjes in lagere diersoorten. Den

grootsten duur van het leven is het vrouwtje de heerscheres op aarde

geweest. Tot ons ras toe is het vrouwtje minstens altijd gelijk

geweest aan het mannetje en in ons ras werd zij gedurende de vroegere

ontwikkelingsperiode door het mannetje onder het juk gebracht voor

zulk een groot rassenbelang, zulk een schoon en edel doel, dat dit

offer nooit moest worden geteld, noch betreurd door de vrouwen die

haar macht kennen. Om de opbouwing van het menschelijk leven op

aarde mogelijk te maken heeft de vrouw zich zelf op den achtergrond

geplaatst, en--inniger, teederder, liefderijker nog,--om haar woeste

geslachtsmakkers tot een vrij en edel broederschap op te heffen,

om de menschelijke ziel in hare dierbare zonen hooger op te voeren,

zoude zij niet alleen dit verdragen hebben, maar zelfs meer,--en zij

zou het glimlachend, edelmoedig, verheugd hebben gedragen voor hun

geluk en dat van de wereld.

Doch nu die lange periode van opoffering voorbij is, nu de tijd

gekomen is dat noch de man, noch de wereld bij haar onderwerping meer

voordeel heeft, nu zij langzamerhand er toe overgaat zich persoonlijk

te uiten, in volle vrijheid te genieten van haar ras-bekwaamheden,

zich te plaatsen op den troon in plaats van er achter, nu zou

het harer onwaardig zijn om leedgevoel te toonen over hetgeen zij

ondervonden heeft.

Zoo moet het opgevat worden, zelfs wanneer men toestemt dat het

individu en de gemeenschap groot nadeel ondervonden door in de vrouw

de ras-ontwikkeling tegen te houden en de geslachts-ontwikkeling,

met hare gevolgen, in de hand te werken. Zelfs wanneer men verder

aanneemt dat onze groote toewijding aan het moederschap niet als een

voordeel voor de menschheid kan worden beschouwd, dan blijft het toch

waar dat onze sexueel-economische verhouding, met het gevolg dat het

menschelijk leven alleen door den man vooruit gestuwd werd, door sterke

geslachtsdrift tot werkzaamheid werd aangespoord, wat het welzijn van

het individu en het ras, zooals reeds werd opgemerkt, op velerlei

wijze heeft bevorderd; en wel door het overnemen van vrouwelijke

functiën door den man; door het vermengen van beider hoedanigheden,

waarvan onze tegenwoordige beschavingstoestand het resultaat is; door

een hooger ontwikkelde strijdmacht in den man, waarvan ras-verovering,

zoowel door oorlog als door handel, het gevolg was; door toenemende

productiviteit, als gevolg van het op zich nemen van moederlijke

functiën; en door dat de geslachts-verhouding in hoofdzaak afhankelijk

werd van de macht van den man om er voor te kunnen betalen. Zelfs het

moederschap heeft bij deze verhouding zijdelings gewonnen. Ofschoon

de moeder zelf in haar moederdiensten rechtstreeks belemmerd werd,

diende zij het ras veel meer door de mannen tot ijver te prikkelen

dan door zelf eenig werk te verrichten; en het kind heeft ten slotte

meer door de moederlijk-vaderlijke diensten geprofiteerd dan het door

de moederdiensten alleen zou hebben genoten.

Men zal waarschijnlijk toestemmen dat dit alles vroeger zoo geweest is;

maar dan zal onmiddellijk de vraag volgen: indien het zoo duidelijk

is dat de onderwerping der vrouw vroeger nuttig en noodig was en

dat de slechte, afschuwelijke sexueel-economische verhouding toch

ten slotte in het belang van het ras was, hoe weten wij dan dat

de tijd voor verandering is aangebroken? Hoofdzakelijk omdat wij

reeds bezig zijn te veranderen. Maatschappelijke ontwikkeling komt

niet tot stand door het verkondigen van nieuwe theorieën of door

het schrijven van boeken. Toen Rousseau over gelijkheid schreef,

werd het vrije Frankrijk reeds geboren, trilde de geest des tijds

reeds in de menschelijke ziel, en wie ooren had om te hooren hoorde,

wie schrijven kon schreef. De toestand der kettingslavernij, die

haar natuurlijk einde naderde, deed Garrison en Phillips en Harriet

Beecher Stowe ontwaken. Zij maakten de beweging niet. Het einde van

de economische afhankelijkheid der vrouwen is nabij, omdat het nut

er van voor het ras afnemende is. Wij hebben reeds een stadium van

menschelijke verhoudingen bereikt, waarin wij onzen socialen plicht

in botsing voelen komen met onze geslachtsbanden, die gedurende zulk

een langen tijd de eenige banden zijn geweest die wij erkenden. De

algemeene bewustwording der menschheid, de zin voor sociale behoeften

en sociale plichten openbaart zich in mannen en vrouwen beiden. De

tijd is aangebroken dat wij voor dieper en hooger prikkels dan

die van de geslachts-drift vatbaar zijn; het sociale instinkt is

thans sterk genoeg om ons tot volle werkzaamheid aan te sporen. Dit

is duidelijk in den tweelingstrijd die heden ten dage de geheele

wereld beroert,--den strijd tusschen de geslachten en tusschen de

klassen,--"de vrouwenbeweging" en "de arbeidersbeweging". Beide namen

zijn niet geheel juist. Beide stempelen tot een klasse-gebeurtenis,

wat inderdaad een sociale gebeurtenis is, en wat vraagstukken zijn, die

het belang van het geheele menschdom in zich sluiten. Maar natuurlijk

voelen de vrouwen het meest het pijnlijke van eigen toestand. Zij

komen persoonlijk in opstand en meenen dat zij bij de verandering

het meest zullen gebaat worden. Zoo gevoelt ook de arbeidende klasse

het meest de toenemende onrechtvaardigheid van haar toestand en komt

natuurlijk onder dezelfde overtuiging daartegen in verzet. Sociologisch

beteekenen deze beide omstandigheden, welke sommigen zoo pijnlijk

en zoo schrikwekkend vinden, slechts één ding,--de toeneming van

sociale bewustwording. De vooruitgang van sociale organisatie heeft

in gelijke mate individualisatie doen ontstaan, die ten slotte zelfs

tot de vrouwen, zelfs tot den laagsten trap van onbekwame arbeiders,

is doorgedrongen. Deze hoogere graad van individualisatie kenmerkt zich

in een scherp persoonlijk bewustzijn van de gebreken van een toestand,

die voorheen weinig gevoeld werden. Met deze hoogere ontwikkeling

van het individueel bewustzijn en er een deel van uitmakende, gaat

een evenredige toeneming van maatschappelijk bewustzijn gepaard. Wij

hebben de ontwikkelingshoogte bereikt om voor elkander zorg te dragen.

De vrouwenbeweging berust niet alleen op een hooger staande

persoonlijkheid der vrouw en haar diepe verontwaardiging over

onrechtvaardigheid, maar op het breede, diepe solidariteitsgevoel der

vrouwen. De vrouwenbeweging is een harmonische beweging, gegrondvest

op de erkenning van een algemeen kwaad en op het zoeken naar een

algemeen goed. Hetzelfde is het geval met de arbeidersbeweging. Zij

is niet ontstaan doordat de individueele werkman beter opgevoed,

hooger ontwikkeld is dan de domme boer van vroeger, maar door dat met

het scherper persoonlijk bewustzijn een grooter sociaal bewustzijn

gepaard ging, zonder hetwelk geen klasse haar toestand verbeteren

kan. De bijkomende eigenaardigheden van onze sexueel-economische

verhouding hebben zich zóó ver ontwikkeld, dat zij het voortduren

van deze verhouding verbieden. In de economische wereld hebben de

overdreven mannelijkheid met haar woesten wedijver en primitief

individualisme, en de overdreven vrouwelijkheid met haar overmatig

verbruik en hinderlijke afhankelijkheid thans een stadium bereikt,

waardoor zij meer kwaad dan goed uitrichten.

De moderne vrouw die met elken dag zich meer gaat wijden aan een

bepaald vak, waarvoor zij den vereischten aanleg van den zich

voortdurend meer bekwamenden man heeft geërfd, komt door de zich

ontwikkelende ras-hoedanigheden in opstand tegen de primitieve

beperkingen van een zuiver sexueele verhouding. De wensch om te

produceeren,--deze kenmerkende eigenschap van den mensch,--vergenoegt

zich niet langer met een staat waarin alleen de reproductie van het

geslacht wordt toegestaan. In ons tegenwoordig stadium van sociale

evolutie wordt het voor de vrouwen steeds moeilijker en pijnlijker

haar toestand van economische afhankelijkheid te verdragen en

daarom scheppen zij zich een andere positie. Dit wil niet zeggen

dat op een gegeven oogenblik alle vrouwen economisch onafhankelijk

aaneengeschaard zullen staan, maar dat een langzaam aangroeiend aantal

vrouwen, nu reeds zoo groot dat de geheele wereld ze opmerkt, bij de

meest geavanceerde volkeren reeds dit vrije standpunt inneemt. Groote

sociale verbeteringen komen langzaam, gelijk het veel-golvig opkomen

van den vloed; het zijn geen plotselinge sprongen over gapende kloven.

Maar, behalve dat wij voor het eerst duidelijk bemerken dat onze

vreemde verhouding haar einde nadert, kunnen wij ook zien, hoe zij

door eigen werking krachten ontwikkelt, die aan haar bestaan of aan

het onze een einde moesten maken. Door onze eigenaardige vereeniging

der geslachten, waarbij de vrouw zich van den man bedient als middel

om haar doel te bereiken,--de moeder-vader die het werk doet voor het

hulpelooze wezen dat hij aan zijn hart koestert; de parasiet-gezellin

die zelfs verslindt waar zij het meest moest voeden,--is de toestand

geboren reeds herhaaldelijk aangeduid: dat de vrouw door den man

onderhouden wordt uit geslachtslust. Uit vrees dat hij haar zal

verliezen voedt hij haar, en door den nood gedwongen, ook haar

jongen. Zij, haar voedsel verdienende door haar geslachtsleven

wordt oversekst en werkt daardoor met steeds toenemende prikkeling

op zijn geslachts-neigingen en daar deze neigingen verband moeten

houden met zijn economisch kunnen, sporen zij hem tot economisch

handelen aan en bevordert de vrouw zoodoende de nijverheid en elken

vooruitgang. Maar,--en hier volgt nu het natuurlijke einde van een

onnatuurlijken toestand, een toestand die wel is waar een tijdlang zijn

doel diende, doch die de kiemen van eigen ondergang medevoerde--de

geslachtsdrift, versterkt als zij werd door den abnormalen druk van

de economische zijde der verhouding, werd zoo overdreven ontwikkeld,

dat zij strekte tot vernietiging van individu en ras beide; en zulke

karakter-hoedanigheden ontstonden daardoor, dat ook deze strekten

tot ons nadeel en onze vernietiging.

Een verhouding die onvermijdelijk een abnormale ontwikkeling

voortbrengt, kan op den duur niet gehandhaafd worden. Het toepassen

der geslachtsdrift als een sociale kracht heeft zulk een onbegrensde

overdrijving van geslachtslust ten gevolge gehad, dat het sexueel in

de onnatuurlijke ondeugden der moderne beschaving, en maatschappelijk

in de gespannen economische verhouding tusschen voortbrenger en

verbruiker, waardoor de maatschappij in tweeën is gedeeld, tot

uitdrukking komt. De sexueel-economische verhouding dient om de

sociale ontwikkeling tot een zekere hoogte op te voeren. Nadat die

hoogte bereikt is, moet een hooger verhouding aangenomen worden òf

het proces houdt op opheffend te zijn; het ras gaat dan te gronde

door ziekelijke werking van eigen krachten en een jonger ras komt op,

om het geheele verloop van sociale evolutie op nieuw te beginnen.

Onder den prikkel der sexueel-economische verhouding verhief zich de

eene beschavingstoestand na den anderen, om telkens weder onder te

gaan in vermoeiende opeenvolging. Ons is het overgelaten een nieuwer,

een beter vorm van geslachtsverhouding en daarmee gepaard gaande

economische verhouding te ontwikkelen en zoodoende de vruchten te

plukken van voorafgaande civilisatie en opgevoerd te worden tot hooger

wezens. De ware en duurzame maatschappelijke vooruitgang, verder dan

wij thans gekomen zijn, is gebaseerd op onderlinge menschenliefde,

niet uitsluitend op onderlinge geslachtsliefde; hij vereischt een

economisch samenstel dat voor menschelijke behoeften en niet voor

geslachts-behoeften georganiseerd is. De sexueel-economische verhouding

voerde den man tot die hoogte op, waarop hij volkomen mensch kan

zijn. Zij verhief en ontwikkelde den menschelijken geest tot hij in

staat was die groote sociale belangen te begrijpen en te volbrengen,

waarin een opvolgend leven zijn uiting moet vinden. Maar indien het

menschdom deze nieuwe krachten niet ziet, ze niet voelt, ze niet

trouw dient, dan wordt de hoogte van waar elke verdere vooruitgang

moet voortschrijden niet bereikt, en daalt het weder. Telkens en

telkens was de maatschappij reeds tot op die hoogte gestegen, bleef

dan in gebreke de nieuwe plichten te aanvaarden en zonk terug.

Thans zullen wij niet weder dalen, want het sociale bewustzijn is ten

slotte zoo'n bezielende kracht in man en vrouw beide geworden, dat

wij duidelijk gevoelen dat ons menschelijk leven niet ten volle door

het geslachtsleven alleen geleefd kan worden. Wij zijn reeds zoo ver

geïndividualiseerd, zoo ver gesocialiseerd, dat mannen kunnen werken

zonder de aansporing van den overdreven geslachtsprikkel, werken voor

een ander doel dan alleen voor vrouw en kinderen; terwijl de vrouwen,

zonder in den slaafschen toestand van economische afhankelijkheid

gebracht te zijn, kunnen liefhebben en dienen,--ja beter liefhebben en

meer dienen. De geslachtsprikkel begint en eindigt in de individuen. De

sociale zin is een hooger iets, een betere zaak, waar een breeder,

edeler leven mede gepaard gaat, een leven zooals wij het nooit zullen

leeren kennen, zoolang het alleen op een geslachts-basis rust.

Daarenboven moet men goed begrijpen, wat reeds in wijden kring vaag

gevoeld wordt, dat de hoogere ontwikkeling van het sociale leven,

die op de economische onafhankelijkheid der vrouwen volgt, een

hooger geslachtsleven mogelijk maakt dan tot dusver bekend was. Even

snel als de mensch tot op een bepaalde hoogte in maatschappelijken

vooruitgang stijgt, even snel verslijt en vergaat deze oorspronkelijke

vorm van geslachts-vereeniging; dan gevoelt men ook hoe onvoldaan een

zoodanige vereeniging laat en hoe kwetsend zij is. In het hedendaagsche

leven is dit reeds duidelijk merkbaar. De lange, zekere, opgaande

strooming van het menschelijk ras naar het monogame huwelijk wordt

niet langer gesteund, maar belemmerd door de economische zijde van

de verhouding. Het beste huwelijk is dat hetwelk gesloten is door de

beste individuen; doch heden ten dage voelen de beste individuen van

beide seksen zich steeds meer gekwetst door de economische basis van

ons huwelijk, een basis die in mannen en vrouwen die eigenschappen

en de daaruit voortvloeiende industrieele toestanden voortbrengt

en in stand houdt, welke het huwelijk met elken dag moeilijker en

wisselvalliger maken.

Daarom moest de vrouwenbeweging door ieder rechtschapen en helderziend

man zoowel als vrouw begroet worden als de beste vrucht van deze

eeuw. De vooruitstrevende banier voert tot zinspreuk: "gelijkheid

voor de wet", de vrouw een aandeel in het politieke leven; maar

de voornaamste vooruitgang is en zal zijn economische vrijheid en

gelijkheid. Zoolang leven op aarde bestaat, zullen de economische

voorwaarden van elken bestaanden levensvorm er den grondslag van

vormen en den toestand beheerschen; het menschelijk leven maakt hierop

geen uitzondering. Een maatschappij, wier economische eenheid een

geslachts-verbond is, kan zich niet boven een zekere hoogte economisch

ontwikkelen; evenmin als een maatschappij, zooals de patriarchale,

wier politieke eenheid een geslachts-verbond was, zich boven een

zekere hoogte politiek kon verheffen.

De laatste bevrijding van het individu zal de laatste vereeniging

van individuen mogelijk maken. Zoolang de zonen zich moesten

buigen voor den wil van een patriarchalen vader was democratie een

onmogelijkheid. Democratie beteekent, vereischt, is, persoonlijke

vrijheid. Zoolang de sexueel-economische verhouding het huisgezin

maakt tot het doel waarvoor wij werken, is geen hooger samenleven

dan wij thans bereikt hebben mogelijk. Doch zoodra de vrouwen vrije,

economische, maatschappelijke factoren geworden zijn, wordt een

volkomen maatschappelijke vereeniging van individuen met collectieve

voortbrenging mogelijk. Met zulk een vèr strekkende vereeniging,

wordt ook een vereeniging tusschen man en vrouw mogelijk, zooals de

wereld zich die reeds lang te vergeefs gedroomd heeft.

De economische toestand der vrouw Een studie over de economische verhouding tusschen mannen en vrouwen als een factor in de sociale evolutie · 第 8 / 16 题