Met zoo'n onmisbare en ingrijpende verandering in het menschelijk
leven als deze verandering van economischen grondslag in de positie
der vrouwen, doen wij goed eindelijk meer aandacht te schenken aan
de verklaring van alledaagsche feiten in ons gewone leven, die door
elken oppervlakkigen lezer begrepen kunnen worden, indien hij ten
minste weet, hoe hij moet lezen. In den regel begrijpen wij niets
van de belangrijkste openbaringen aan de menschheid,--de teekenen
des tijds. Geschiedkundige crisissen, welke langzaam haar hoogtepunt
bereikt hebben, barsten plotseling over ons los, nog voor de overgroote
meerderheid van het volk bemerkt dat er iets gaande is. Het eerste
geweer dat te Fort Sumter werd afgeschoten, was een buitengewone
verrassing voor de meeste burgers der Vereenigde Staten. Toen de adel
van Frankrijk werd vernietigd, hadden slechts weinigen dit genoegzaam
voorzien om het te voorkomen.
Gelukkig wachten de wetten der sociale evolutie niet op onze erkenning
of aanneming er van, zij gaan onverbiddelijk haar gang. Zoo is de
verandering, grooter en belangrijker dan de wereld ooit aanschouwd
heeft, het langzaam oprijzen van de eeuwenlang onderdrukte vrouw
tot volkomen ras-gelijkheid met den man, reeds lang genoeg rondom
ons gaande geweest, om opgemerkt te kunnen worden. Zij verscheen om
velerlei redenen in Amerika eerder en sterker dan ergens elders.
Het Anglo-Saksisch bloed, dat engelsch mengsel waarvan Tennyson
zingt,--"Saksisch, Normandisch en Deensch zijn wij",--toont de
krachtigste uiting van den laatsten stroom van frisch rassen-leven
van het Noorden; van deze krachtige rassen, waar de vrouwen meer
gelijk waren aan de mannen en de mannen er niet minder mannelijk om
waren. De sterke, levendige geest van den godsdienst-opstand in de
nieuwe kerk, die protesteerde tegen en zich los maakte van de oude,
deed de ziel der vrouw even goed als die van den man ontwaken en in de
gelijkheid van het martelaarschap leerden beide seksen naast elkander
staan. Daarna, in het durven en zich blootstellen, het harde werken
en de bittere ontbering van het pioniers-leven der eerste kolonisten,
was de aanwezigheid der vrouwen werkelijk van het hoogste belang en
had haar arbeid groote economische waarde. Geslachts-afhankelijkheid
werd bijna niet gevoeld. Zij die de kogels goot en de geweren
laadde, terwijl de mannen ze afvuurden, was mede-verdediger van
huis en haard. Zij die de wol kamde, verfde, spon en weefde was
mede-kostwinner van het gezin. Mannen en vrouwen zonden te zamen hunne
gebeden op, werkten te zamen en vochten te zamen in betrekkelijke
gelijkheid. De ontwikkeling der democratie heeft ons echter meer dan
alles de volmaaktste individualisatie gebracht die de wereld ooit
aanschouwd heeft. Ofschoon dit in het politieke leven alleen door de
mannen wordt geuit, is toch het karakter dat het heeft voortgebracht,
ook door hun dochters geërfd. De democratische Federatie die in haar
organische vereeniging terugwerkt op individuen, heeft in Amerika den
geest der menschen zoo vrij gemaakt, zoo versterkt, zoo aangemoedigd,
dat zij de slavernij hebben afgeworpen, en, door denzelfden prikkel
in beweging gebracht, den langen strijd voor wettelijke gelijkstelling
der vrouw zijn begonnen.
Deze strijd is in Amerika reeds 50 jaren onvermoeid gestreden en nadert
thans met snelle schreden zegevierend zijn einde. Het is niet alleen
dat in vier Staten ten volle het kiesrecht wordt uitgeoefend door beide
seksen, noch dat in vierentwintig andere Staten het kiesrecht voor een
deel aan de vrouwen is toegekend, wat wij onder vooruitgang rekenen;
maar wij vinden in de wettelijke en maatschappelijke, geestelijke en
lichamelijke veranderingen het bewijs dat de moeder der wereld haar
rechte plaats in de maatschappij gaat innemen. Hebben wij niet reeds
opgemerkt dat de moderne vrouw in grootte, kracht en vlugheid gewonnen
heeft? De moderne vrouw, die geest en lichaam staalt, vertegenwoordigt
het nieuwe type, waarlijk een edel type. De heldinnen van novellen en
drama's hebben tegenwoordig reeds een ander karakter dan die van het
begin dezer eeuw. Niet alleen dat men ze uiterlijk anders schetst, maar
zij gedragen zich ook anders. De valsche sentimentaliteit, de valsche
preutschheid, de valsche teederheid, de buitengewone valschheid van de
overdreven complimenten en kruipende hoffelijkheid, welke met al die
andere valschheden hand aan hand gaan, verdwijnen langzamerhand. De
vrouwen beginnen oprechter, flinker, sterker, gezonder en werkzaam,
bekwaam, vrij te worden, meer menschelijk in elk opzicht.
De verandering in opvoeding is voor een groot deel de oorzaak hiervan
en zal er later een gevolg van worden. Dag aan dag vallen hinderpalen
neder. Meer en meer worden wegen voor de vrouw geopend waar zij haar
geest kan verrijken, en gretig maakt zij daarvan gebruik. Niet alleen
onze leerlingen, maar zelfs onze onderwijzers zijn meestal vrouwen. En
het heldere en krachtige verstand der vrouwen toont telkenmale hoe
onrechtvaardig de laffe beleediging was, waarmede men vroeger steeds
verachtelijk sprak van "vrouwelijk verstand." Vrouwelijk verstand
bestaat niet. Hersenen zijn geen geslachtsorganen. Wij zouden even
goed van een vrouwelijke lever kunnen spreken.
Aanhoudend gaat de vrouw vooruit in kunsten en wetenschappen, handel
en ambachten; doch het is zeer dom met deze betrekkelijke vorderingen
aanspraak op superioriteit op dit gebied van vrouwen boven mannen te
maken of zelfs hunne gelijkheid hieruit te willen afleiden. Meer voor
dit doel geschikt, en wat ook gemakkelijker aangetoond kan worden,
is de superioriteit der hedendaagsche vrouwen boven die van vroeger
tijden, de onbegrensde nieuwe ontwikkeling van ras-hoedanigheden in
de vrouw. Zouden wij ons nog in spreekwoorden uitdrukken, dan zouden
onze moderne spreekwoorden niet meer met zulk een verpletterende,
onbeteugelde verachting van de hedendaagsche vrouwen spreken, als
deze onfeilbare uitspraken der volksmeening vroeger deden.
De volksgeest van heden wordt weergegeven in novellen en romans,
eenvoudige verzen en humoristische toespelingen. Onze verandering in
omstandigheden en verandering van gevoelens blijkt uit hetgeen door de
meeste auteurs vrij geschreven en door de meeste menschen vrij gelezen
wordt. In oude romans was de vrouw alleen mooi, voornaam, deugdzaam en
soms "talentvol". Zij deed niets dan beminnen en haten, gehoorzamen
of niet gehoorzamen, hier en daar werd zij aan schurken, helden en
slechte ouders overgeleverd, werd uitgescholden, viel in zwijm of
barstte in tranen uit, al naar het best bij de gelegenheid paste.
De hedendaagsche roman ruimt de vrouw hoe langer hoe grooter plaats in
de handeling van het verhaal in. Er worden persoonlijke bijzonderheden
van haar vermeld, buiten en behalve haar lichamelijke schoonheid. En
zij is niet meer tevreden met er eenvoudig "te zijn", zij "doet"
ook werkelijk iets. Onze romanheldinnen bezitten thans eigenschappen
van moed, lijdzaamheid, kracht, overleg, en de macht om een goed
overlegd plan snel uit te voeren. Zij hebben een eigen oordeel en
een eigen doel, en zelfs wanneer, zooals in zoovele gevallen door de
meer reactionaire novellisten beschreven wordt, de pogingen van de
heldin volkomen nutteloos blijken en zij meestal vrij onberedeneerd
ten slotte toch haar toevlucht neemt tot een huwelijk met economische
afhankelijkheid, dan ontbraken toch de pogingen niet. Afkeuren mag
hij, zijn kunst gebruiken om te veroordeelen en te verguizen mag hij,
maar de ware novellist is verplicht om de kenmerkende verschijnselen
van dezen tijd te boekstaven, en geen teeken is meer kenschetsend
voor dezen tijd, dan de steeds toenemende individualisatie der
vrouwen. Lichtelijk, doch met gelijke onfeilbare waarheid, vertoonen
het vernuft en de humor tegenwoordig dezelfde ontwikkeling. De meeste
van onze tegenwoordige aardigheden op vrouwen hebben betrekking op haar
"nieuwheid", haar geavanceerdheid.
Geen sociologische verandering, die in belangrijkheid gelijk was aan
deze duidelijk opgemerkte verbetering van een geheele sekse, heeft
ooit in één eeuw plaats gegrepen. Onophoudelijk gaat de spil waar
alles om draait, de groote verandering in de economische verhouding,
haar gang. Zij volgt een geheel natuurlijke, richting. Even als
het toenemend gebruik van machines de ruwe lichaamskracht in waarde
doet verminderen en ontwikkeld verstand en ervaring in waarde doet
stijgen, zoo eischt ook de druk van industrieele toestanden een steeds
hoogeren graad van arbeidsverdeeling en leidt tot het verdwijnen van
dit overblijfsel uit het patriarchale tijdperk,--het gezin als een
economische eenheid.
De vrouwen zijn door den druk der noodzakelijkheid tegen haar zin op
het veld der economische werkzaamheid aangeland. Voor haar langzaamheid
en begeerigheid, een gevolg van eeuwenlange afhankelijkheid, is
die verandering volstrekt niet aantrekkelijk. Vele vrouwen werken
alleen omdat zij moeten, en niet langer dan tot zij kunnen trouwen en
"onderhouden worden." Ook de mannen, die in de macht van het geld en
in de geringe soort dankbaarheid en toewijding die er mede gekocht
kan worden behagen scheppen, verwerpen en bestrijden de verandering;
maar door dit alles wordt de loop van den socialen vooruitgang slechts
weinig gewijzigd.
Een sprekend feit is de toenemende wensch van jonge meisjes om
onafhankelijk te worden, om een eigen loopbaan te hebben, ten minste
voor een tijd, en het steeds aangroeiend bezwaar van tallooze gehuwde
vrouwen om hun man nederig om geld te vragen, om te bedelen voor
hun onderhoud. Meer en meer geven vaders hun dochters en mannen
hun vrouwen een vast jaargeld--een afzonderlijk bedrag, dat zij
naar eigen goedvinden kunnen gebruiken. Het gevoel van persoonlijke
onafhankelijkheid bij de tegenwoordige vrouwen is een zeker bewijs
dat er verandering is gekomen.
De invoering der machines, waardoor een tijd geleden vele takken van
industrie uit het huis verdreven werden, beroofde de vrouw geheel van
hare economische waarde; maar thans verheft zij zich en volgt haar
verloren spinnewiel en weefstoel naar hun nieuwe plaats, de fabriek. Er
is tegenwoordig nauwelijks een industrie aan te wijzen waarin niet
eenige vrouwen werkzaam gevonden worden. Door heel Amerika vindt men
vrouwelijke werklieden buiten den onbetaalden arbeid van het gezin;
bij de laatste volkstelling waren er reeds drie millioen. Dit is zulk
een bekend feit en wordt op zoo verschillende wijzen door een zoo
groot aantal personen gevoeld dat het tot herhaalde en breedvoerige
bespreking en verschillende opvatting aanleiding geeft. Zonder ons
hier te verdiepen in de onmiddellijke vóór- of nadeelen hiervan voor
de industrie, halen wij dit alleen als een onbetwistbaar bewijs aan
van de radicale verandering in de economische positie der vrouwen,
zooals die zich thans aan ons voordoet. Voor onze oogen zien wij de
vrouw van jaar tot jaar nieuwe banen betreden, maar met deze feiten
uit een persoonlijk oogpunt te beschouwen, bleven wij in gebreke den
aard der verandering naar waarde te schatten.
Overwegen wij eens de veranderde gezins-verhouding, die met
de verandering in de positie der vrouwen gepaard gaat. Geheel
afgescheiden van de gespannen verhouding in het huwelijk, worden ook
de andere takken van het familieleven door de vreemde nieuwe krachten
geïnfluenceerd en beantwoorden er aan. "Toen ik een meisje was", zucht
de grijze moeder, "zaten wij zusters allen stil te naaien, terwijl
moeder ons voorlas. Nu gaan mijn dochters allen naar een verschillende
club!" Zij zucht, laat ons dat niet onopgemerkt laten. Wij voelen
altijd bezwaar veranderingen in die uitingen van het leven te maken,
waaraan wij een ethische beteekenis hebben gegeven. Dat al de dochters
zouden naaien terwijl de moeder hardop voorlas, werd als goed beschouwd
en daarom acht men het verkeerd dat de dochters naar verschillende
clubs gaan, omdat hierin gevaar schuilt voor het huiselijk leven. In de
periode van gezamenlijk naaien en lezen waren de zoo vergaderde vrouwen
even nauw verwant in industrieele en intellectueele ontwikkeling als
in familie-verwantschap. Zij konden allen hetzelfde werk doen en zij
hielden er van om het te doen. Zij konden allen hetzelfde boek lezen
en zij hielden er van om het te lezen. (En lezen werd een halve eeuw
geleden, half als een deugd, half als een kunst beschouwd). Van daar
het gemak waarmede zulk een groep vrouwen hun gemeenschappelijk werk
en hun gemeenschappelijk genoegen opvatten.
De steeds grooter wordende individualisatie door het democratisch leven
brengt onvermijdelijk in onze dochters even goed als in onze zonen
verandering. Niet alle meisjes houden meer van naaien, velen kunnen
het zelfs niet. Nu bij elkaar te gaan zitten naaien, zou in plaats van
een harmonisch proces te zijn, op verschillende wijze rusteloosheid,
afkeer en zenuwachtige prikkelbaarheid te weeg brengen. En wat het
hardop lezen aangaat, het is nu niet meer zoo gemakkelijk een boek
te vinden, waarin een goed onderwezen gezin van moderne meisjes en
de moeder allen te zamen belang zouden stellen. Met het zich meer
specialiseeren, meer differentieeren van het menschenras worden de
eenvoudige banden van het familieleven minder sterk gevoeld, terwijl
de meer samengestelde banden van het sociale leven krachtiger tot ons
spreken; en dit is voor vrouwen zoowel als voor mannen een volmaakt
natuurlijk en gewild proces.
Het moet in het voorbijgaan even worden opgemerkt, dat een van de
oorzaken van hetgeen men "Americanitis" noemt, gevonden wordt in de
toenemende zenuwachtige inspanning om het familieverband te behouden,
wat voornamelijk op de vrouwen van invloed is. Nu zij persoonlijk
meer zelfstandig worden, lijden zij meer onder de primitieve en
onbeteekenende toestanden van het familieleven uit vroegeren tijd. Wat
"een vrouw" en "een moeder" verondersteld werd volkomen geschikt
te vinden, vindt de ontwikkelde vrouw van heden, die tevens een
persoonlijkheid werd, dikwijls leelijk en ongeschikt,--een wantje waar
zij een handschoen begeert. De huiselijke zorgen en werkzaamheden die
nog niet op de hoogte van den tijd zijn gebracht, laten haar toenemende
ontwikkeling geen vrij spel. Waar de embryonische samenvoeging van
kok-verpleegster-waschvrouw-kamermeid-huishoudster-naaister-kindermeid
tevreden was met een "van alle markten thuis" en niets geheel meester
te zijn, daar lijdt de vrouw, die zich in staat voelt in één van die
zaken uit te munten, doch daarnaast minder van de andere af te weten
dubbel, wanneer zij genoodzaakt wordt te doen waartoe zij zich niet
in staat voelt en te laten wat zij goed zou kunnen doen. Het met zorg
ontwikkeld modern verstand ondervindt door de botsing en schok van het
wel een dozijn keeren daags veranderen van het soort arbeid een bepaald
nadeel, een verlies van zenuwkracht. Met de breeder maatschappelijke
ontwikkeling van de hedendaagsche vrouw gaat gepaard een geschiktheid
en verlangen naar een ruimer arbeidsveld, naar een meer georganiseerde
wijze van werken voor grooter doeleinden, waardoor het algemeen belang
meer gediend wordt, terwijl de sterke persoonlijke grenzen van de meer
primitieve huiselijke plichten, belangen en methoden steeds zwaarder
gaan drukken. En deze druk en spanning moet met den vooruitgang der
vrouwen grooter worden, totdat de nieuwe functioneele macht zich
zelf een organische uiting verschaft en de verouderde huiselijke
werkzaamheden onder handen genomen en georganiseerd worden, evenals
de andere arbeid van het moderne leven.
Onderwijl evenwel lijden de besten en de meest op den voorgrond
tredende vrouwen zeer veel; de maatschappelijke vooruitgang wordt
sterk belemmerd door de moeilijkheid om oude toestanden aan nieuwe
levensvoorwaarden passend te maken. Men moet toch bedenken dat
het niet de wezenlijke verhoudingen van vrouw en moeder zijn,
welke door deze verandering gewijzigd worden, maar dat alleen de
huishoudelijke werkzaamheden die uit de economische afhankelijkheid
van vrouw en moeder voortspruiten en die tot nu toe verondersteld
werden een deel van haar functiën te zijn, veranderen zullen. De
verandering die wij ondergaan maakt in geen enkel opzicht inbreuk
op de ware familieverhoudingen, huwelijk, ouderschap; doch alleen
op die onder-verhoudingen, die in een vroeger tijd tehuis behooren
en nu langzamerhand gaan verdwijnen. De familie als een geheel, een
economisch en maatschappelijke eenheid, blijft niet bestaan zooals
zij was. De banden tusschen broeder en zuster, neven en nichten en
bloedverwanten in het algemeen, worden langzamerhand minder sterk
en zijn verplicht plaats te maken voor nieuwe banden, die een beter
verbond zullen vormen.
De verandering werkt opvallender bij vrouwen dan bij mannen, omdat
onder haar langer de meer oorspronkelijke phasen van het familieleven
bleven bestaan. Een van de meest in het oog vallende teekenen is de
eisch der vrouwen niet alleen van eigen geld, maar van eigen werk,
om zich persoonlijk te kunnen uiten. Zij die zich verzetten tegen
vrouwen-arbeid op grond dat zij niet moeten wedijveren met mannen
of niet verplicht moeten worden te strijden voor haar bestaan,
beschouwen het werken alleen als middel om geld te verdienen. Zij
moeten bedenken dat menschenarbeid een uiting van bekwaamheid is,
dat "te doen" en "te maken" niet alleen hoog genot verschaft,
maar dat het onontbeerlijk is voor een gezonde lichamelijke en
geestelijke ontwikkeling. Slechts weinige hedendaagsche meisjes
blijven in gebreke om op de een of andere wijze dezen wensch voor
persoonlijke uiting te kennen te geven. Dit zien wij niet alleen in
de klassen der maatschappij waar men gedwongen is te werken, maar
zelfs onder de rijke vrouwen vinden wij dezelfde krachtige uiting
van normale ras-energie. Houtsnijden, ijzersmeden, photographeeren,
japonnen maken volgens de regelen der kunst,--om het even wat het is,
maar onze tegenwoordige meisjes willen allen iets doen. Het is een
zeer gezonde toestand die wijst op de ontwikkeling van raskenmerken
in de vrouwen en een evenredige vermindering van geslachtskenmerken,
tot deze hun normale verhouding weder zullen hebben ingenomen.
De vrouw ondergaat thans in lichaam en geest, in alles wat met het
leven in verband staat een zegenrijke verandering; terwijl zij vroeger
in hoofdzaak een geslachtswezen was, ontwikkelt zij zich thans tot
een volmaakt menschelijk wezen dat niet minder een ware vrouw is,
nu zij meer een waar mensch wordt. Wat ons beangstigt en mishaagt
bij het zien van deze dingen komt voort uit ons dwaas wanbegrip
dat ras-functiën mannelijke functiën zijn. Er wordt veel inspanning
nutteloos verbruikt met te willen aantoonen dat vrouwen geslachtloos
en mannelijk zullen worden, door deze menschelijke plichten op zich te
nemen. Men zegt ons dat het voor de kindsheid en voor den ouderdom
karakteristiek is slechts weinig geslachtelijk onderscheiden te
zijn en dat aanneming van eigenschappen die de andere sekse eigen
zijn, een verval of een onontwikkelden toestand bewijst. Bij elk
ras zijn de jongen minder geslachtelijk onderscheiden en van de
ouden van dagen zijn de kenmerkende geslachts-eigenschappen somtijds
verwisseld, bijv. het kraaien van oude hennen of het groeien van een
baard bij oude vrouwen. Het is om die reden dat men ons overtuigen
wil dat de poging der vrouwen om mannelijke economische functiën
te verrichten een verminderde beschaving bewijst en diep betreurd
moet worden. Er zou eenige reden voor die opvatting zijn, indien de
gewone ras-werkzaamheden van de menschheid, waaraan de vrouwen nu
zoo ijverig deelnemen, inderdaad mannelijke functien waren. Maar
dat zijn zij niet. Wij kunnen onze ziekelijke denkbeelden omtrent
geslachts-onderscheid niet bespottelijker uitdrukken dan door
dezen liefelijken eisch om alle menschelijke levensprocessen
tot geslachts-functien van den man te verklaren. "Mannelijk"
en "vrouwelijk" heeft alleen betrekking op reproductieve
geslachts-functien, op de processen van ras-behoud. De processen
van zelf behoud zijn ras-functien, anders voor iedere diersoort,
doch gelijk voor beide geslachten.
Indien kon aangetoond worden dat de hedendaagsche vrouwen
een baard kregen of bijv. van bekkenbeenderen veranderden, of
basstemmen ontwikkelden, of dat zij in hun nieuwe werkzaamheden de
vernietigende kracht, den ruwen oorlogzuchtigen aard, of de intense
geslachts-ijdelheid van den man vertoonden, dan zou er reden zijn om
zich ongerust te maken. Maar men vond steeds bij elk onderzoek dat
ingesteld werd naar vrouwen die werkzaam waren, dat zij toch vrouwen
bleven, en dit schijnt voor vele eenvoudige zielen een verrassing
geweest te zijn. Een vrouwelijk paard is niet minder vrouwelijk
dan een vrouwelijke zeester, maar zij heeft meer functien. Zij kan
meer dingen doen, is een hooger ontwikkeld organisme, heeft meer
verstand, en met dit alles is zij zelfs vrouwelijker in haar meer
uitgewerkte en verder strekkende voortplantingsprocessen. Zoo zal ook
de "moderne vrouw" niet minder vrouw zijn dan de "ouderwetsche vrouw",
ofschoon zij ook meer functien verricht, meer dingen kan doen, een
fijner ontwikkeld, organisme heeft en meer verstand bezit. Zij zal
met dit alles vrouwelijker zijn, daardoor zal zij veel beter voor
de kinderen zorg dragen dan met onze tegenwoordige verspillende,
betreurenswaardige methode, waarbij wij, evenals een kabeljauw,
vijftig percent van de jongen verloren laten gaan, mogelijk is. Een
gehuwd paar, zegt de wetenschappelijke dictator in allen ernst, heeft
gemiddeld vier kinderen noodig om de bevolking op de tegenwoordige
hoogte te houden, twee om de ouders te vervangen en twee om dood
te gaan,--een pleizierige manier van doen en eene die veel tot den
goeden naam van ons moederschap bijdraagt!
De snelle uitbreiding van den werkkring der moderne vrouw heeft niets
te maken met de verwisseling van sommige mannelijke en vrouwelijke
eigenschappen; dit is eenvoudig een voortgang in menschelijke
ontwikkeling waarbij de eigenschappen aan beide seksen eigen, nu
duidelijker aan het licht komen, en wat in zijne gevolgen zeer heilzaam
is. Ieder die het leven rondom ons gadeslaat moet de verandering in
de toestanden opmerken. Het is jammer dat wij het belang er van niet
genoeg weten te waardeeren. Want de groei en het krachtig optreden
van het gemeenschapsgevoel onder ons allen, is een even duidelijk
en merkbaar teeken van het moderne leven als de verandering in de
positie der vrouw, en beide zijn nauw verwant.
Nooit te voren hebben de menschen zooveel voor anderen gevoeld. Van
de beginnende uiting van grooter belangstelling in en hulpvaardigheid
voor andere menschelijke wezens, tot aan de laatste uiting van de vage,
blinde, weifelende beweging voor internationale rechtvaardigheid en
wetten, worden de gemoederen heden ten dage in beroering gebracht. Het
geheele maatschappelijk lichaam krijgt tegenwoordig plotselinge
gevoelsrillingen, wanneer in het een of ander deel van de wereld
groote droefheid of reden tot vreugde heerscht. Toen het bericht van
"de negerhut van Oom Tom" het hart van alle menschen had aangegrepen en
in vuurgloed gezet had; het vuur van menschelijke liefde en medelijden
dat in ons allen latent is en dat steeds verlangt naar een gelegenheid
tot gemeenschappelijke uiting, toen bleek dat in elk beschaafd land de
menschen van onzen tijd over sommige onderwerpen gelijk denken. Niets
kon in den tijd van Perikles, Augustinus of zelfs van Elisabeth den
geest zoo hebben wakker geschud, omdat de menschheid in dien tijd nog
niet zoo ver gesocialiseerd en zoo ver geindividualiseerd was om in
staat te zijn zoo gemeenschappelijk te voelen.
Uitvindingen en wetenschappelijke ontdekkingen werken er voortdurend
toe mede om de wereld thans tot eenheid te brengen. Dikwijls
wordt beweerd dat het verstand van de Grieken of van de groote
denkers der Middeleeuwen sterker en grooter was dan het verstand
der hedendaagsche menschen. Misschien is dat waar. Evenzoo waren
de lichamen van een megatherium (voorwereldlijk gordeldier) en een
ichthyosaurus (voorwereldlijke hagedis) sterker en grooter dan de
lichamen der hedendaagsche dieren. Toch stonden zij in organische
ontwikkeling lager. De maatstaf voor maatschappelijken vooruitgang
ligt niet zoozeer in de bekwaamheid van het individu, als wel in
de organische verhouding der individuen, waardoor de vooruitgang
van ieder afzonderlijk ten bate komt aan allen. Emerson heeft meer
voor Amerika gedaan dan Plato kon doen voor Griekenland. Plato heeft
inderdaad meer voor Amerika gedaan dan hij kon doen voor Griekenland,
omdat door de drukpers en de openbare scholen het denken vrijer werd
en wat gedacht werd gemakkelijker aan anderen kon worden medegedeeld.
Menschelijke vooruitgang moet gezocht worden in het volmaken
der maatschappelijke organisatie, en hierin gaan wij thans
met reuzenschreden vooruit. Terwijl bij de meer oorspronkelijke
volkeren alleen nadeel gevoeld werd, wanneer het individu daardoor
aan zijn lichaam of in zijn persoonlijke belangen getroffen werd,
en later wanneer het zijn natie of kerk betrof, is tegenwoordig het
gevoel reeds zoo ontwikkeld, dat wij in verzet komen wanneer vreemde
natiën onrechtvaardig behandeld worden. De beschaafde wereld heeft
geleden onder de martelingen in Armenië, ofschoon de wijze waarop de
maatschappij aan hare verontwaardiging lucht geeft nog niet de juiste
is om het sociale gevoel en den socialen wil ten volle tot uitvoering
te brengen. [2] Altijd ontstaat eerst de functie en dan het orgaan;
het menschelijk hart en de menschelijke geest, welke het hart en de
geest der maatschappij zijn, moeten eerst lang gevoeld en gedacht
hebben, alvorens het maatschappelijk lichaam zich krachtig kan uiten.
Het maatschappelijk voelen en denken wordt elken dag krachtiger en
werkzamer. In onze lastige pogingen om tot internationale arbitrage
te komen; in de half-gewilde verbonden en overeenkomsten tusschen
groote volkeren; in de samenwerking der geheele menschheid om zeeën
en bergen en woestijnen door stoom en electriciteit over te steken;
in het vestigen van zulke wereld-functiën als de internationale
postdienst;--in deze uiterlijke zaken begint onze maatschappelijke
eenheid reeds te werken. Wie heeft op het meer bekende terrein van het
huiselijk leven niet opgemerkt hoe velen van ons bestendig worden bezig
gehouden voor de belangen der gemeenschap, zelfs ten koste van hun
eigen-belang. Aanvankelijk werden vrouwen die belangstelling toonden
in den gang der maatschappij met spot overladen door zulke personen
als een juffrouw Pieterse of mevrouw Smit, ofschoon enkele vrouwen,
die zoo groot waren of zoo voor godsdienst en philanthropie ijverden,
dat zij achting afdwongen, vrouwen als de heilige Elisabeth Frij,
Clara Burton en Florence Nightingale, hieraan ontkwamen. Doch beide
categorieën van vrouwen behooren tot denzelfden tijd, maken deel uit
van dezelfde verschijnselen. Tegenwoordig is er in geheel Amerika, om
niet van andere landen te spreken, nauwelijks één verstandige vrouw te
vinden, die niet op de eene of andere wijze werkzaam deelneemt aan een
maatschappelijk belang, die niet erkent, dat zij nog andere plichten
te vervullen heeft, buiten die welke alleen haar eigen bloedverwanten
ten goede komen.
De beweging voor het vormen van verschillende bonden voor vrouwen
is een van de belangrijkste sociologische verschijnselen van deze
eeuw,--eigenlijk van alle eeuwen,--omdat zij de eerste bedeesde
pogingen tot sociale organisatie van deze zoo lang ongesocialiseerde
leden van ons ras aantoont. Het maatschappelijk leven moet
onvoorwaardelijk organisatie ten grondslag hebben. De militaire
organisatie welke vrede bevordert, de industrieele organisatie waardoor
het leven onderhouden wordt en alle opvoedkundige, godsdienstige,
liefdadige organisatiën welke voor onze hoogere behoeften zorgen,
stellen de wezenlijke factoren van die sociale werkzaamheid samen,
waarin wij als individuen leven en opgroeien; en het is daarom
duidelijk dat, terwijl vrouwen aan deze organisatiën vroeger niet
deelnamen, zij ook niet aan het sociale leven deelnamen. Haar
hoofdzakelijke verhouding tot de maatschappij was een persoonlijke,
een dierlijke, een sexueele verhouding. Zij brachten de menschen voort
waaruit de maatschappij was samengesteld, maar zij maakten geen deel
uit van de maatschappij. Natuurlijk waren zij in hunne hoedanigheid
onmisbaar, maar evenmin als wij voedsel een deel noemen van de
maatschappij omdat de menschen niet bestaan kunnen zonder te eten,
evenmin mogen wij de vrouwen een deel van de maatschappij noemen,
omdat menschen niet bestaan kunnen zonder geboren te worden. Vrouwen
hebben menschen gemaakt, die de wereld maakten en men behoeft geen
vrees te koesteren dat zij niet altijd daarmede zullen voortgaan. Maar
tot nu toe speelden zij een zeer onbeteekenende rol in de door haar
zonen gemaakte wereld.
De eenige vorm van organisatie voor de vrouwen was langen tijd de
ongehuwde godsdienstige gemeenschap. Deze is haar altijd dierbaar
geweest. Evenals thans vele vrouwen haar onafhankelijkheid niet
willen opofferen voor een ongewenscht huwelijk, zoo vluchtten er
vroeger velen voor een gevreesd huwelijk naar de gemeenschappelijke
onafhankelijkheid van het klooster. De liefde der vrouwen voor de
Kerk vindt haar grondslag niet alleen in godsdienstige gevoelens,
maar in de zucht van den mensch om gezamenlijke belangen te dienen
en gemeenschappelijken arbeid te verrichten; en de vrouwen konden
daarvoor in de Kerk alleen bevrediging vinden. Daar konden zij ten
minste te zamen zijn. Daar konden zij voelen met anderen, werken
met anderen,--het hoogste menschelijk genot. Toen de Kerk haar
werkzaamheden uitbreidde, vond zij overal in de vrouwen haar vlijtigste
en vertrouwdste arbeiders. Te zamen te werken, te zamen fondsen te
vormen voor een gemeenschappelijk doel, voor een nieuw gebouw of een
nieuwe geestelijke, voor plaatselijke, liefdadige instellingen of voor
zendingen in den vreemde,--als het maar betrof samenwerking voor andere
behoeften dan die van het huisgezin,--dit is altijd met blijdschap
door de strijdende menschelijke ziel der vrouwen aanvaard. Toen
het mogelijk werd samen te werken voor andere dan godsdienstige
doeleinden,--toen de vrouwen groote maatschappelijke belangen mochten
dienen, bijv. het werk mochten doen in de ambulances gedurende den
laatsten Amerikaanschen oorlog, waren zij overal onmiddellijk bereid
in deze behoefte te voorzien. De oprichting en uitbreiding van de
grootste vrouwen-organisatie, de Women's Christian Temperance Union
(christelijke-vrouwen-geheel-onthouders-vereeniging) heeft op nieuw
aangetoond hoe bereidwillig het hart van de vrouw is, om andere
dan persoonlijke belangen te dienen. Door heel Amerika verrijzen
de vrouwenbonden thans als paddestoelen uit den grond. De bonden
vereenigen en verbinden zich tot stedelijke bonden, staatsbonden,
nationale bonden en zelfs tot wereldbonden. Met elken dag neemt het
gevoel van menschelijke eenheid onder vrouwen toe. Dit niet op te
merken is onmogelijk. Deze nieuwe groei in het sociale leven, dit
plotseling en buitengewoon versterken van onze beste krachten in haar
allereerste levensuiting niet met voldoening en bewondering gade te
slaan, is alleen reeds een bewijs hoe blind wij zijn voor den waren
menschelijken vooruitgang en hoe onverstandig wij zijn ons zoo te
hebben gehecht aan ons buitensporig geslachts-kenmerk.
Een van de meest gewaardeerde teekenen van dezen vooruitgang is
de zielegrootheid die in het leven wordt uitgestort. Het is een
overal opgemerkt feit dat onder den druk van ons modern zaken-leven
de eerzucht en het idealisme aan het afnemen zijn en van lager
gehalte worden. Wij worden opgevoed om overtuiging en geweten en
eergevoel ondergeschikt te maken aan de eischen van succes in zaken,
onze edelste gaven op te offeren voor de meest onedele praktijken,
met de laffe verontschuldiging: "een mensch moet leven."
In deze levensphase komt thans een nieuwe geest,--de geest van vrouwen
als Elisabeth Cady Stanton en Susan B. Anthony; van dr. Elisabeth
Blackwell en haar schitterende zusterschaar; van al de vrouwen die
geleden en gestreden hebben een halve eeuw lang, die met kracht den
weg baanden met opoffering van zoo veel wat haar lief en dierbaar was,
naar het veld van vrijheid, haar zoo lang ontzegd,--niet voor zich zelf
alleen, maar ook voor anderen. Wij hebben het luide uitgebazuind dat
de huishouding en het huisgezin onder zulk een loop van zaken zouden
lijden. Wij hebben niet weinig er aan meegedaan de onaantrekkelijke
en onvrouwelijke figuren onder deze vrouwen die de voorhoede vormden
bespottelijk te helpen maken.
Maar weinigen van ons dachten er over na, hoeveel geestkracht er noodig
was om de lieve oude paadjes, door zoo vele voeten plat getreden, te
verlaten en heel alleen nieuwe wegen te banen en die te volgen. De
aard van de inspanning bracht mede en de aard van den tegenstand
dien zij zich op den hals gehaald hadden leidde er toe, om de zachte
bekoorlijkheden en bevalligheden van den over-vrouwelijken staat te
verliezen; doch de vrouwen die volgen en zachtjes de treden beklimmen
die deze groote voorgangsters zoo ijverig op gebouwd hebben, kunnen
het nieuwe werk op de nieuwe wegen verrichten en toch veel behouden
van hetgeen deze krachtige heldinnen hebben moeten opofferen.
Niet doctor zijn maakt een vrouw onvrouwelijk, maar de behandeling
welke de eerste vrouwelijke medische studenten en doctoren van hare
mannelijke collega's ontvingen, was van dien aard dat het mannen
onmannelijk maakte. Die tijd is reeds lang voorbij. De poorten zijn
bijna alle geopend, ten minste in sommige landen;--de ras-bekwaamheden
der vrouwen kunnen zich thans vrij ontwikkelen, zoo als uit den aard
der zaak wel zal geschieden. Het voornaamste struikelblok ligt nu in
het verwrongen karakter van de vrouw zelf.
Hoe groot ook de vrouwen mogen zijn die in elk opzicht den hoogsten
geest des tijds belichamen, de zware erfenis van de jaren die achter
ons liggen blijft toch nog op ons drukken, er bestaan nog tallooze
zwakke, kleinzielige vrouwen, die geen hooger begeerten kennen dan
die van een verliefd guineesch biggetje. Ook deze vrouwen zullen tot
werken gebracht en haar over-ontwikkelde geslachts-aard tot de normale
ontwikkeling terug gevoerd worden, door het onzekere bestaan van een
afhankelijk, onproductief leven. Zij moeten eerst erkennen dat zij
benadeeld worden. Zij moeten de moeilijkheid waarin zij verkeeren
begrijpen en die moedig en flink onder de oogen zien.
Maar dit is een zaak van persoonlijke wilskracht, van subjectieve
bewustwording. Wat wij in de zaak zien en waarin wij ons verheugen is
dat, met of zonder haar bewusten wil, met of zonder de toestemming
en de hulp van mannen, zelfs ondanks de historische dwaasheid van
enkele vrouwen om zwaren tegenstand te bieden aan den vooruitgang der
anderen,--het wijfje van ons ras zekere en snelle vorderingen maakt
in menschelijke ontwikkeling.