VI

De eigenaardige vereeniging van functiën welke wij bestudeeren,

heeft niet alleen een onmiddellijk gevolg op individuen door

geslachts-handelingen en door de geslachtelijk-beheerschte individuen

op de maatschappij, maar oefent evenzeer invloed uit op de maatschappij

door economische handelingen en door de economisch beïnvloede

maatschappij op het individu.

Door dit vraagstuk uit een economisch oogpunt te beschouwen, wordt

het tegenwoordig duidelijk dat niet alleen onze eigen gezondheid en

geluk en het voortplantingsproces er mede gemoeid zijn, maar eveneens

de algemeene gezondheid en het algemeene geluk en het verloop der

sociaal economische ontwikkeling. Nu de maatschappij in deze eeuw

tegenover de ingrijpendste economische vraagstukken geplaatst wordt,

hebben wij behoefte aan een duidelijk begrip van de factoren die

daarop inwerken. Deze vraagstukken zijn nagenoeg geheel sociaal,

meer nog dan physisch en betreffen niet de vraag of een bepaalde

maatschappij in staat is om genoeg welvaart voort te kunnen brengen

en te kunnen verdeelen om in haar onderhoud te voorzien, maar

zij betreffen eenige slecht geregelde inwendige processen, die de

voortbrenging en verdeeling belemmeren en die zulke ongeregelde en

ziekelijke uitkomsten van niet-gevoed zijn, slecht-gevoed zijn en

overvoeding opleveren, dat voortdurend de gezondheid en werkzaamheid

van het sociale organisme daardoor benadeeld wordt. De moeilijkheid

voor ons is niet om welvaart uit den grond te halen, maar om die

elkander afhandig te maken. In de ontwikkeling der sociaal-economische

verhoudingen doen zich verschijnselen voor, die analoog zijn met die

welke onze ontwikkeling in de geslachts-verhouding vergezellen.

Toen de maatschappij nog in den primitieven toestand verkeerde en

het menschelijk dier in zijn oorspronkelijken staat, toen waren de

economische processen van zuiver individueelen aard. De hoeveelheid

voedsel die ieder mensch verkreeg stond in rechtstreeksche verhouding

tot zijn persoonlijke inspanning. Andere menschen waren voor hem

zuiver ongewenschte mededingers naar dezelfde goederen, en hoe

geringer hun aantal, hoe meer goederen er voor hem overbleven. Daarom

doodde hij zooveel van zijn mededingers als mogelijk was. Gegeven

een zekere hoeveelheid benoodigd voedsel, zooals de eetbare beesten

of vruchten in een bosch en een zeker aantal individuen, die door

eigen inspanning dit voedsel bemachtigen moesten, dan volgt daaruit,

dat hoe grooter het aantal individuen, hoe geringer de hoeveelheid

voedsel is die door elk van hen verkregen kon worden; en omgekeerd,

hoe kleiner het aantal individuen, hoe meer voedsel door ieder

verkregen kon worden. De oorspronkelijke wilde versloeg daarom zijn

makker op het eerste gezicht op goede economische gronden. Dit is

de individueele concurrentie tot het uiterste doorgedreven, doch

volkomen logisch en in haar tijd economisch te rechtvaardigen. Die

tijd is voor altijd voorbij. De grondslag van het menschelijk leven

is vereeniging; de organische sociale verhouding; de onderlinge ruil

van functioneele diensten, waarbij het individu het meeste voordeel

heeft, is niet inspanning alleen voor eigen goederen, maar de ruil van

zijn inspanning met de inspanning van anderen voor goederen door hen

te zamen voortgebracht. Het ligt niet in mijne bedoeling hier eene

communistische theorie te verdedigen, met gelijke verdeeling der

voortgebrachte welvaart, maar om een eenvoudige waarheid in sociale

economie te constateeren, dat rijkdom een maatschappelijk product

is. Welke meening men ook is toegedaan omtrent de verdeeling der

goederen, niemand kan loochenen dat de voortbrenging dier goederen,

de vereenigde werkkracht van vele individuen vereischt. Van de

eenvoudigste krachtvereeniging die menschen in staat stelt den mammoet

te overwinnen of den steen te lichten, wat één alleen nooit had kunnen

volbrengen, tot den fijn uitgesponnen en ingewikkelden onderlingen ruil

in de verst doorgevoerde verdeeling van arbeid, waardoor het mogelijk

wordt een modern huis te bouwen, rust de vooruitgang der maatschappij

op toenemende samenwerking van de verschillende werkkrachten.

De evolutie van het organisch leven volgt een meetkundige reeks;

cellen vereenigen zich en vormen organen; organen vereenigen

zich en vormen organismen; organismen vereenigen zich en vormen

organisatiën. De maatschappij is een organisatie. De maatschappij

is de vierde macht van de cel. Zij is samengesteld uit individueele

dieren van het geslacht mensch, die in organische betrekking tot

elkander staan. In het verloop der sociale evolutie komt de organische

verhouding tusschen de individuen langzamerhand tot stand en deze

organische verhouding berust op zuiver economische gronden. In de

eenvoudigste samenvoeging van de oorspronkelijke cellen was het de

kracht der economische noodzakelijkheid die hen te zamen dreef en te

zamen hield. Het was een voordeel voor hen om vereenigd te leven. Die

het deden bleven bestaan en die het niet deden gingen te niet. Dit

geschiedde eveneens bij de verschijning der meest samengestelde

organismen, het was een voordeel voor hen om een complex van leden en

organen te vormen in ondeelbare verhouding. Een zoo opgebouwd lichaam

blijft bestaan, terwijl dezelfde massa ongeorganiseerde levensstof

verdwenen zou zijn. En zoo gaat het letterlijk en precies in een

samengestelde maatschappij, met al haar nauwkeurige specialiseering

van individuen in kunsten en ambachten, handel en beroepen. Een zoo

samengestelde maatschappij blijft bestaan, terwijl hetzelfde aantal

levende ongeorganiseerde wezens zou verdwijnen. De verdeeling van

arbeid en de ruil der producten in een maatschappelijk lichaam is

in wezen identiek met de verdeeling en ruil van functiën in het

lichaam van het individu. Volgens den geregelden loop der evolutie

sluit dit proces in zich, dat de individueele inspanning voor het

individueele welzijn langzamerhand ondergeschikt moet worden aan

de collectieve inspanning voor het collectief welzijn, niet uit

een zoogenaamd altruïsme, maar uit economische noodzakelijkheid

voortspruitende. Het is voor het bestaan der maatschappij even

noodzakelijk het leven zoo in te richten dat de individueele burgers

samenwerken voor het sociale welzijn, als het voor het menschelijk

lichaam noodzakelijk is dat handen en voeten, tanden en oogen, hart en

longen samenwerken voor het individueel welzijn. De maatschappelijke

evolutie leidt naar een toenemende verdeeling van functiën en naar

een toenemende onderlinge afhankelijkheid van de samenstellende leden,

met een wederkeerige afneming, door onbruikbaarheid, van den eens zoo

waardevollen individueelen strijd voor het bestaan. Dit is gebaseerd

zoowel op het individueele voordeel als op dat van de maatschappij.

Doch wanneer wij dit ontwikkelingsproces bestudeeren en met bewondering

de progressieve veranderingen in de menschelijke verhouding opmerken,

de nieuwe functiën, de uitgestrekte structuur, het toenemende gevoel

voor de medeburgers met hunne talrijke gelegenheden voor pleizier

en gezonde gevoeligheid voor pijn, dan worden wij getroffen door

de zichtbare aanwezigheid van de een of andere tegenwerkende

macht, die de normale ontwikkeling belemmert en de nadeeligste

uitkomsten oplevert. Even als wij in onzen geregelden voortgang in

geslachts-ontwikkeling belemmerd worden door verouderde impulsiën,

die door valsche toestanden kunstmatig gehandhaafd worden, evenzoo zien

wij in onzen geregelden voortgang in sociaal-economische ontwikkeling

dit zelfde dwaze bestaan blijven van rudimentaire aandriften, die

wij reeds lang gemakkelijk te boven hadden moeten zijn. Het is nu

niet meer voordeelig voor iemand om te strijden voor eigen voordeel

ten koste van anderen: zijn voordeel vereischt nu de gecoördineerde

inspanningen van die anderen; toch blijft hij zoo voortstrijden.

In dit gebrek om overeenstemming te brengen tusschen de individueele en

maatschappelijke belangen, liggen onze economische moeilijkheden. Dit

kan men zien in fabrieken van bereide voedingsmiddelen. Dit werk

kan onmogelijk door een enkel persoon gedaan worden, terwijl

het in samenwerking zeer voordeelig is voor het individu;--een

geheel natuurlijk economisch proces, voordeelig in verhouding tot de

hoeveelheid en hoedanigheid van het bereide voedsel. Wij vinden echter

steeds dat de producten van dezen arbeid verdund en vervalscht worden,

ten nadeele van de maatschappij en ten voordeele van een enkel persoon,

den fabrikant. Het is alsof een van de organen van ons lichaam,--de

lever bijvoorbeeld,--haar aandeel in de afscheiding opzettelijk zou

verzwakken of vergiftigen, opdat door minder te geven er meer voor

haar kon overblijven en zij groot en vet kon worden. Een orgaan kan

zoo iets doen, doet het zoo nu en dan, maar dat is een ziekelijke

werking, die ziekte veroorzaakt. Het lichaam wordt dan benadeeld,

verzwakt, verwoest en daardoor gaat ten slotte het orgaan ook te

gronde. Het is een valsch begrip van voordeel, en de valschheid ligt

in de niet-erkenning van de ware verhouding tusschen individueele en

sociale belangen. Dit niet-erkennen of ten minste handelen alsof wij

de sociale belangen niet kenden, door de individueele belangen meer

te doen gelden, is de aanleidende oorzaak van onzen economischen

tegenspoed. Daar de maatschappij uit individuen is samengesteld,

moeten wij hun onze aandacht wijden om de oorzaak van deze ziekelijke

maatschappelijke processen op te sporen, en aangezien de individuen

handelen onder den druk van omstandigheden, moeten wij zien welke

omstandigheden op de individuen invloed uitoefenen om die werking

te veroorzaken.

In het algemeen ontwikkelen zich de menschen onder maatschappelijke

wetten in goede richting, maar de een of andere geheimzinnige oorzaak

schijnt hen telkens in een verkeerde richting te sturen. In de

sexueel-economische verhouding ligt deze geheimzinnige oorzaak voor

ons. Stonden wij nog op den individueel-economischen grondslag, dan

zou de slechte invloed daarvan niet zulke ernstige ziekelijke gevolgen

hebben gehad, maar nu wij in de sociaal-economische verhouding groeien,

nemen de nadeelen met onze beschaving toe. De geslachts-verhouding

is van het begin tot het einde individueel. Zij is een lichamelijke

verhouding tusschen individueele lichamen. Omdat zij zich ook kan

uitstrekken tot een geestelijke verhouding tusschen individueele

geesten, daarom wordt zij nog geen sociale verhouding, hoewel zij

haar persoonlijke ontwikkeling naar de sociale behoeften wijzigt.

De geslachts-verhouding is in haar geheele wezen en in haar

gevolgen persoonlijk, zij werkt door individuen op individuen

en ontwikkelt tot groot voordeel van de maatschappij individueele

karaktertrekken en bijzonderheden. De hoedanigheden die zich door de

sociale verhouding ontwikkelen, worden door de geslachts-verhouding

in het ras opgenomen, maar de geslachts-verhouding zelf is geheel

persoonlijk. Daarentegen is onze economische verhouding, ofschoon

oorspronkelijk individueel, door de sociale evolutie in steeds

toenemende mate collectief geworden. Door nu de menschelijke

geslachts-verhouding te vereenigen met de menschelijke economische

verhouding, hebben wij een bestendig-individueel proces met een

voortgaand-collectief proces vereenigd. Dit verschaft beiden een

kracht, toenemende in directe verhouding tot onze socialisatie, en

waar zulke onvereenigbare krachten op het sociale organisme inwerken,

moet het ten slotte ondergaan.

Deze combinatie heeft, zooals reeds werd opgemerkt, op de

geslachts-verhouding der individuen haar invloed uitgeoefend door

er een neiging tot collectivisme met economisch voordeel in te

brengen, zooals bij de prostitutie, kenmerkend voor ons ras, het

best blijkt. Anderzijds heeft het op de economische verhouding

der maatschappij haar invloed uitgeoefend, door er een neiging

tot individualisme met geslachts-voordeel in te brengen, het best

aangetoond in het veelvuldig opofferen van het algemeen welzijn aan

persoonlijk voordeel, opdat het individu daardoor "zijn gezin kan

onderhouden." Wij zijn zoo gewend om het als een eersten plicht van

een man te beschouwen om "zijn gezin te onderhouden", dat wij een zeer

sprekend voorbeeld van omkoopbaarheid en verdorvenheid noodig hebben

om onze overtuiging in dezen aan het wankelen te brengen; maar als een

sociologische wet wordt ieder stadium van de laagheid om den publieken

dienst tot een persoonlijk voordeel te maken, van de degradatie van den

artist tot de exploitatie van den hulpeloozen onbekwamen werkman, als

een ziekelijke maatschappelijke handeling gekenmerkt. Onze maatschappij

moet gebaseerd zijn op onze algemeene toestemming, algemeen handelen,

algemeene onderwerping aan den algemeenen wil.

Geen individueele belangen kunnen ook maar voor een oogenblik tegenover

de belangen van het algemeen welzijn staan, zelfs niet wanneer de

oorlog het laatste offer van persoonlijk bezit of het leven eischt,

of wanneer de vrede de volkomen onderwerping vereischt aan de wet,

de vastgestelde uitspraak van den volkswil. Het handhaven van

"wet en orde" sluit den waren socialen geest in,--het opgaan van

persoonlijk belang in het algemeen belang. Dit alles berust op de

ontwikkeling van den maatschappelijken geest, het scherpe gevoel

voor den maatschappelijken plicht, het nauwgezet volbrengen van den

maatschappelijken dienst. Hier treedt het overdreven individualisme

dat door onze sexueel-economische verhouding gehandhaafd wordt, als

een sterke en toenemende nadeelige sociale factor op. Wij hebben

zwakjes erkend dat het samengaan van de geslachts-verhouding met

de economische verhouding van beide zijden niet bestaanbaar is,

door scherp te veroordeelen dat de geslachts-functiën openlijk

tot koopwaar worden gemaakt en door aan te sporen tot het ongehuwd

blijven in collectieve instellingen. Vereenigingen van mannen of

vrouwen, die door de hoogste godsdienstige gevoelens geleid worden

tot een waardig leven en het dienen van de maatschappij, hebben in

onze geslachts-verhouding altijd iets tegenstrijdigs gevonden. Zij

hebben gemeend dat het in de verhouding zelf lag, en zagen niet dat

het de economische zijde was die haar tegenstrijdig maakte. Toch was

deze handeling praktisch geoorloofd in het voortdurend bestaan van

gemengde vereenigingen, waar de geslachts-verhouding bestaat in een

vorm die niet erkend wordt en zonder het element van den economischen

ruil. Het wordt ook aan de gehuwde zendelingen der Protestantsche kerk

toegestaan, die door vrijwillige bijdragen onderhouden worden. Was de

zendeling verplicht voor zich en voor zijne vrouw het levensonderhoud

te verdienen, dan kon hij te weinig voor de zaak der zending doen.

De hoogste deugden in den mensch zijn volkomen vereenigbaar met

de geslachts-verhouding, maar niet met de sexueel-economische

verhouding. Dit wordt ons nog eens bewezen in de neiging tot samengaan

in vereenigingen van ongehuwde mannen,--hun kameraadschappelijkheid,

gelijkheid en onderlinge hulpvaardigheid,--vergeleken met de houding

van diezelfde mannen tot elkander, zoodra zij gehuwd zijn. Hierin

kan men ook de reden vinden waarom het organiseerend vermogen in

mannen zooveel sterker is dan in vrouwen; hunne algemeen economische

belangen dwingen hen met elkander in betrekking te treden, terwijl

de geïsoleerde en zelfs tegenstrijdige belangen der vrouwen haar van

elkander verwijderd houden. De toestand van individueel economische

afhankelijkheid waarin de vrouwen leven, komt overeen met die van de

wilden in het bosch. Zij worden haar economische goederen machtig

door zich door persoonlijke inspanning een man te veroveren, allen

wedijverende voor dit doel. Geen vereeniging is mogelijk. Het groot

aantal meisjes in een badplaats doet ons in haar houding tegenover

den kleinen groep jonge mannen onwillekeurig denken aan de naijverige

wilden op een te klein jachtveld. Hier kan de economische reden

gevonden worden voor de dikwijls opgemerkte bitterheid waarmede de

deugdzame vrouwen haar gevallen zusters beschouwen. In gesloten rijen

staan de deugdzame vrouwen opeen gepakt, weigerend om zich zelf te

geven,--haar eenig economisch goed,--tenzij zij verzekerd zijn van

een wettig huwelijk, een waarborg voor levenslang onderhoud. Wanneer

bij beide geslachten de geboortecijfers gelijk waren, zou elke vrouw

vrij wel zeker zijn dat haar eischen ingewilligd werden. Maar ook in

dat geval komt de ondeugdzame vrouw tusschenbeide en biedt dezelfde

zaken,--ofschoon van minder kwaliteit, dat is zeker,--voor een lageren

prijs aan. Elk van zulke onwettige mededingsters vermindert de kans van

de ongehuwde en het inkomen van de gehuwde vrouwen. Geen wonder dat

dit de vrouwen die zich op waarde houden en op die wijze onderkropen

worden tot bitterheid stemt. Het is dezelfde haat dien een werkman

die lid is van zijn vakvereeniging, voelt voor den "onderkruiper".

Aan den kant van de vrouw handhaven wij nog steeds de kracht van den

oorspronkelijken individueelen wedijver in de wereld, wat natuurlijk

ook door hare zonen wordt overgeërfd, en wordt daardoor de richting

van den maatschappelijken vooruitgang, die juist co-operatie wil

ontwikkelen, tegengehouden.

Aan den kant van den man ontstaat een zelfde gevolg uit een

ander kenmerk der verhouding. De neiging tot individualisme met

geslachts-voordeel komt in den man door een tegenovergesteld

proces als in de vrouw werkt, tot ontwikkeling. Zij verdient haar

levensonderhoud met het verkrijgen van een man. Hij verkrijgt

zijn vrouw met het verdienen van een levensonderhoud. Het is haar

individueel economisch voordeel om een man te bemachtigen. Het is

zijn individueel geslachts-voordeel om zich economische voordeelen te

verzekeren. De geslachts-functiën zijn voor haar economische functiën

geworden. De economische functiën zijn voor hem geslachts-functiën

geworden. Hierdoor is onze natuurlijke economische wedijver, die leidde

tot economische co-operatie met het element van geslachts-wedijver--een

geheel andere kracht--in de war gebracht.

Wedijver onder mannen, met een vrije keus der vrouwen om den besten

te kiezen, is het proces der teeltkeus, dat tot verbetering van het

ras voert. Voor zoo ver de man met zijne gelijken wedijvert in hooger

en hooger bekwaamheden en de vrouw den winnaar kiest, ontstaat een

direct algemeen voordeel. Maar er bestaat een ingrijpend verschil

tusschen geslachts-wedijver en het huwelijk door koop. In het eerste

geval overwint de man door wat hij kan doen, in het tweede door

wat hij kan krijgen. De toenemende macht om te doen, overgebracht

op de nakomelingen, is van groot voordeel voor het ras. Maar zuiver

bezit, zonder de vraag op welke wijze het verkregen is, behoeft niet

noodzakelijk voordeelig te zijn voor het individu als vader.

Door het geslachts-voordeel van den man op zijn gekochte macht te

gronden, wordt de onmetelijke kracht van den geslachts-wedijver in

het sociaal-economische veld geplaatst, niet enkel als een aansporing

tot werken en uitvoeren, wat goed is, maar ook als een aansporing

om persoonlijke winst te maken, op welke wijze dan ook verkregen,

wat slecht is; zoodoende wordt onze wensch om te bezitten grooter en

sterker en van daar de buitensporige inhaligheid van onze industrieele

bevolking.

Het steekspel in de middeleeuwen was misschien een ruwe sport,

met zijn verminkende kwetsuren, pijn en dood; maar met het

aanvuren van: "Vooruit, moedige ridders, schoone oogen zijn op u

gevestigd!" vertegenwoordigde het een gezonder proces dan onze moderne

handelwijze, van zich eerst een middel van bestaan te verzekeren om

de geslachts-verhouding te kunnen betalen. Door Jean Ingelow werd

dit zeer goed bezongen:

Ik werkte ver opdat ik kon verdienen

Een gezellig tehuis op Engelands grond;

Ik zwoegde hard om veel te kunnen sparen.

En had daarom mijn zwaren arbeid lief.

En steeds fluisterde het in mijn geest zeer zacht:

"Hoe kalm en gelukkig zal mijn leven zijn

Als een lieve vrouw en kleine kinderen

Het door mij verdiende brood mede-eten."

De strijd die tegenwoordig in het hart van ieder goed mensch gevoerd

wordt tusschen hetgeen hij "moest doen" en hetgeen hij "doet",

tusschen zijn goed werk en het werk om den broode, is zijn persoonlijk

aandeel in dezen voortdurenden strijd tusschen sociaal-belang en

eigen-belang. Voor hem zelf en door hem zelf zou hij blijde zijn

als hij zijn beste werk kon leveren, als hij trouw kon zijn aan

zijne idealen, als hij moedig verlies kon dragen ter wille van de

waarheid. Maar het is even als een inschikkelijke kapitalist in:

"Stel U In Zijn Plaats" zeide, toen zijn flinke jonge vriend--een

ongehuwde--zich verwonderde dat hij op onrechtvaardige eischen van

zijne werklieden inging: "Het huwelijk maakt een muis van een man."

De jonge handelsman die de kronkelwegen in de geslachts-verhouding

bewandelt, vindt in het dure onderhoud van zijne schoone afhankelijke

een aanhoudende bedreiging voor zijn eerlijkheid en zijne verwachtingen

in zaken. Wanneer diezelfde man trouwt, werken de behoeften van zijne

vrouw dikwijls op dezelfde wijze. Het gevoel van de afhankelijkheid

van het hulpelooze schepsel dat door hem gevoed moet worden, prikkelt

niet tot meer moedbetoon, maar dwingt tot onderwerping. Dit op den

voorgrond tredend onderscheid moet goed in het oog gehouden worden.

Wettige geslachts-wedijver doet al de goede eigenschappen van een man

uitkomen. Om haar te behagen, om haar te winnen streeft hij er naar

zijn best te doen. Maar de economische afhankelijkheid der vrouw van

den man, met de daaruit voortvloeiende koopbaarheid, oefent een geheel

anderen invloed op hem uit; het plaatst hem voor de noodzakelijkheid

om dingen te verkrijgen, niet om dingen te doen. Op de laagste treden

van den arbeidsladder, waar men niets verkrijgt zonder iets te doen

en de werkman altijd meer doet dan hij verkrijgt, heeft dit niet

zulke tastbare slechte gevolgen als op de hoogere treden, waar de

beroepen en kunsten staan en het beste werk altijd boven de markt

staat; werken voor de markt beteekent daar verlaging van arbeid. De

jonge kunstenaar of dichter, de wetenschappelijke jonge man werkt ter

wille van de kunst of van de wetenschap en zoo voor het welzijn van

de maatschappij. Maar zoodra zij huwen, moeten zij geld verdienen,

moeten dan werken voor hen die betalen willen, en die betalen willen

zijn niet diegene die de vlag van den vooruitgang hoog houden. Den

belangeloozen werkers voor het maatschappelijk welzijn is het zeer

goed mogelijk gemeenschappelijke belangen te hebben, doch zoodra de

geslachts-verhouding tusschen beide treedt, scheurt de solidariteit

vaneen en lost zich op in kleine groepen van individuen, die vereenigd

zijn alleen op grond van geslachts-vereeniging en zich druk maken

alleen voor hunne persoonlijke belangen, ten koste van iemand of

van iedereen.

Dat de geslachts-verhouding een slechten invloed uitoefent op

de ras-werkzaamheden is tot de volksovertuiging doorgedrongen

en heeft uiting gevonden in het hartelooze gezegde: "Cherchez la

femme". Wanneer iemand zijn zaken slecht behartigt, den moed laat

zakken, onverschilligheid toont, dan vragen zijn cynische vrienden:

"wie is zij?" Niet voor niets zuchten de goede vrienden van een

man wanneer hij trouwt, vooral wanneer hij iemand is met groote

gaven. Maar naast dit oordeel van de wereld staat eveneens het

vertrouwen in den veredelenden invloed der vrouw. De wereld heeft

gelijk. Het kan evengoed het een als het ander zijn. Beide opinies

zijn juist. De vrouw die alleen door de geslachts-verhouding of

alleen door de individueel-economische verhouding invloed uitoefent,

werkt veredelend op de maatschappij. De vrouw die door hardnekkig

beide verhoudingen te vereenigen, een macht wordt in de maatschappij,

oefent inderdaad een zeer vreemden invloed uit.

Een van de amusante kleine gevolgen van deze omstandigheden is dit:

terwijl wij het gevolg van het huwelijk op de sociaal-economische

verhouding en het gevolg van de sociaal-economische verhouding op het

huwelijk hebben opgemerkt en gezien dat de trouwe dienaar van het gezin

een slechte dienaar van de maatschappij en de trouwe dienaar van de

maatschappij een slechte dienaar van het gezin was, en dat instellingen

waar ongehuwden samenwonen een goed resultaat opleveren, maakten wij

de conclusie dat alleen de ongehuwde staat met collectieve welvaart

kan samengaan, iets dat wij niet wenschen. Daarom is de volksmeening

zoo spoedig gereed om de socialistische theorieën gelijk te stellen

met ondermijning van het huwelijk. Toen men inzag dat het huwelijk ons

minder gezind maakte tot collectivisme, heeft men de gevolgtrekking

gemaakt dat dan ook omgekeerd het collectivisme ons minder gezind

moet maken om te trouwen,--dat "het gezin zal afgebroken worden"

en dat het "de grondslagen van het familieleven zal aantasten."

Wanneer wij ons eerst duidelijk voor den geest hebben gesteld dat

een zuivere, duurzame, monogame geslachts-vereeniging bestaan kan

zonder lokmiddel of koop, zonder de ijzeren boeien van economische

afhankelijkheid, en dat mannen en vrouwen zoo vereenigd in

geslachts-verhouding toch vrij zullen zijn om met anderen vereenigd

te zijn in economische verhouding, dan zullen wij toewijding aan

de menschheid niet meer beschouwen als een onnatuurlijk offer en

collectieve welvaart als een zaak om te vreezen.

Buiten en behalve het handhaven van dit oorspronkelijk individualisme

in het steeds toenemend collectivisme van het sociaal-economisch

proces en het brengen van het beginsel van den geslachts-strijd in

het nauwe veld van industrieelen wedijver, bestaat er nog een andere

zijde van den slechten invloed dien de sexueel-economische verhouding

op de maatschappelijke ontwikkeling uitoefent. Dit komt doordat de

vrouw niet produceert en toch consumeert.

In de individueele ontwikkeling van het menschenras, dat wonderbaar

fijne uitwerken en ineenvloeien laten van bepaalde functiën welke

het organisch leven van de maatschappij samenstellen, vinden

wij dat productie en consumptie hand aan hand gaan, maar dat

productie voorafgaat. Iemand kan niet verbruiken, wat nog niet

voortgebracht is. Economische voortbrenging is de natuurlijke

uiting van menschelijke energie,--geen geslachts-energie maar

ras-energie,--de onbewuste plichtsvervulling van het maatschappelijk

organisme. Maatschappelijk georganiseerde menschen hebben de neiging

om voort te brengen, zooals een klier om af te scheiden; dit ligt in

den aard der zaak. De scheppingsdrang, de wensch om te maken, om

de innerlijke gedachte in uiterlijken vorm te brengen,--alleen uit

behoefte om te maken, niet uit behoefte aan het gemaakte,--is het

meest kenmerkend karakter der menschheid. "Ik wil teekenen", roept

het kind, een potlood vragende. Het begeert niet te eten. Het wil

teekenen. Het begeert niet iets in te brengen, maar het probeert iets

uit te brengen. Meestal verlangt het iets te doen wat het heeft zien

doen, om het even of het geldt het maken van een taartekorst of van

scheermessen. De eerste kan het opeten, de laatste niet, maar dat maakt

blijkbaar geen verschil. Dit is het natuurlijk voortbrengingsproces

en wanneer het uitvoerbaar is, wordt het gevolgd door het natuurlijk

verbruiksproces. Maar de consumptie is niet het voorname doel, de

macht die regeert. Onder deze organische maatschappelijke wet komt,

indien zij natuurlijk werkt, de evolutie van die kunsten en ambachten

tot stand, in welker beoefening ons leven bestaat en van wier opbrengst

wij leven. Zoo ontwikkelt de maatschappij in zich zelf,--scheidt af

als 't ware--den socialen bouw met zijn samengestelde inrichting;

en waren andere dingen gelijk, dan zouden wij in de maatschappij even

natuurlijk functioneeren alsof wij zoovele klieren waren.

Maar andere dingen zijn niet gelijk. Het halve menschdom is van de

vrije productieve uiting verstoken en gedwongen zijn menschelijken

drang tot productie te beperken tot dezelfde wegen waar langs ook zijn

geslachtsdrang tot reproductie uiting vindt. Zijn scheppend vermogen

wordt beperkt tot het niveau van den rechtstreekschen persoonlijken

lichamelijken dienst, tot het maken van kleederen en het bereiden

van voedsel voor individuen. Geen maatschappelijke dienst wordt

toegestaan. Terwijl de macht van de vrouw om te produceeren belemmerd

wordt, neemt haar macht om te consumeeren onevenredig toe door den

gullen toevoer van onverdiende gaven van den man. Eerstens heeft

men de vrouw niet toegestaan vrij te produceeren en ten tweede

bestaat er geen verhouding tusschen wat zij voortbrengt en wat

zij verbruikt. Haar werkzaamheid is niet het natuurlijk gevolg van

haar scheppende kracht, niet het werk dat zij doet omdat zij er de

innerlijke macht en kracht toe heeft; noch geeft haar arbeid zelfs

den maatstaf aan van hetgeen zij verdient. Zij bezit natuurlijk den

aangeboren wensch om te consumeeren en men heeft daaraan geen andere

grens gesteld, dan de macht of den wil van haar man.

Zoodoende hebben wij in ons midden met moeite ontwikkeld en met zorg

gekweekt een groote klasse van on-productieve verbruikers, een klasse

die de halve wereld is en de moeder van de andere helft. Wij hebben

in het menschenras den wensch en de gewoonte gekweekt om "te nemen"

afgescheiden van zijn natuurlijken voorlooper of begeleider van

"te maken". Wij hebben deze eindelooze schare groote bloedzuigers

voor ons zelf gemaakt, die allen roepen: "Geef! Geef!" Om voedsel te

verbruiken, kleederen te verbruiken, huizen en meubelen en schilderijen

en versierselen en amusementen te verbruiken, om eeuwig te nemen, te

nemen, te nemen,--van één man als zij deugdzaam zijn, van velen als

zij slecht zijn,--maar altijd te nemen en er nooit aan te denken om

iets terug te geven dan alleen haar vrouw-zijn; dit is de gedwongen

toestand van de moeders van ons ras. Het is geen wonder dat hare

zonen in "zaken" gaan, om geld te maken. Het is geen wonder dat

de wereld vervuld is van den wensch, om zooveel mogelijk trachten

te krijgen en zoo weinig mogelijk te geven. Wat wonder ook dat wij

hooge, innige liefde slechts bij naam kennen, met hier en daar een

vreemde, mooie uitzondering, waarvan wij door onze bewondering de

zeldzaamheid bewijzen.

Neemt men in aanmerking dat de sterk ontwikkelde mannelijke energie

met ruwe wreedheid op de arbeidsmarkt moet strijden als op een

slagveld en dat de averechtsche toestand der vrouwelijke energie

een onnatuurlijke begeerigheid aangekweekt heeft, dan spreekt het

van zelf dat de industrieele ontwikkeling der menschheid bijzondere

verschijnselen te aanschouwen geeft. Een van de mindere gevolgen

van deze laatste omstandigheid, het beperken van de vrouwelijke

werkzaamheid tot uitsluitend persoonlijke behoeften en de neiging van

haren over-ontwikkelden geslachts-aard, om de zoogenaamde "plichten

der vrouw" te overschatten, heeft een fijn uitgesponnen toewijding aan

personen en persoonlijke behoeften doen ontstaan, niet met het doel

om beter karakters te vormen, maar om de lichamelijke behoeften en

genoegens hooger op te voeren. De vrouw en moeder, die den opkomenden

vloed van de macht van het ras in dezelfde oude kanalen stort als

weleer haar vroegste voorouders deden, voorziet voortdurend en met

toenemende kracht alleen in de physische behoeften van het gezin. Zij

doet dit natuurlijk gaarne. Maar het onderhoudt in de menschen een

overdreven gevoel van waarde voor kleederen, voedsel en versierselen

voor zich zelf, zonder dat men het werkelijk nut en de waarde voor

het algemeen er van beseft. Het ontwikkelt persoonlijke zelfzucht.

Doch ook, de verbruikende vrouw, uitgesloten als zij is van iedere

vrije voortbrenging, is niet in staat het werk te waardeeren dat

noodig was om haar al datgene te verschaffen, wat zij zoo lichtzinnig

verbruikt. En daar haar verbruik zich hoofdzakelijk bepaalt tot

die voorwerpen die haar zinnelijkheid streelen, is zij oorzaak dat

de markt overvoerd wordt met zaken voor opschik en persoonlijke

versierselen, met allerlei dingen die weelderig en ontzenuwend

stemmen en dat wel in zulk een groote en grillige verscheidenheid

dat zij een onoverkomelijk beletsel vormen voor de ware industrie

en echte kunst. Als de priesteres van den tempel der consumptie,

als de onbeperkte vraagster naar voorwerpen die zij verbruikt,

is haar economische invloed reactionair en nadeelig. Veel, zeer

veel van den stroom van nuttelooze productie waarin onze economische

krachten doodloopen,--de kracht van den man uitloopend als water op mul

zand,--is een gevolg van het scheppen en zorgvuldig handhaven van deze

valsche markt, dien put waarin menschelijke arbeid wordt opgeslorpt,

zonder dat er iets van terugkeert. De vrouw in haar valschen

economischen toestand werkt nadeelig terug op industrie, op kunst,

op wetenschap, op ontdekkingen en op vooruitgang. Door den invloed

van de sexueel-economische verhouding op de lichaamsgesteldheid van

het individu wordt in ons de drift naar oorspronkelijk individualisme

levendig gehouden, waaraan wij anders reeds lang ontgroeid zouden

zijn. Het maakt onze industrieele verhouding geslachtelijk en het maakt

onze geslachts-verhouding tot handel. En als zichtbaar gevolg op de

markt, verhindert en bederft de over-sekste vrouw, in haar onverstandig

en voortdurend eischen, de economische ontwikkeling der wereld.

De economische toestand der vrouw Een studie over de economische verhouding tusschen mannen en vrouwen als een factor in de sociale evolutie · 第 7 / 16 题