Na te hebben vastgesteld dat het buitensporig geslachts-onderscheid
(de over-sexualiteit) in het menschenras bestaat, dienen wij den
gewonen lezer nog duidelijk te maken, wat met dezen term bedoeld
wordt. Volgens de volksmeening, zoowel in ruw-gemeenzame als
in overbeschaafde kringen, beteekent "sexueel" (geslachtelijk)
meestal "sensueel" (zinnelijk), en meent men iemand, die den last
der over-sexualiteit te dragen heeft, daarvan een verwijt te moeten
maken. Deze meening kunnen wij onmiddellijk ter zijde stellen, want
zij toont duidelijk aan dat men de beteekenis van den gebruikten
term niet kent. Een man toch voelt zich niet beleedigd als men hem
"mannelijk" noemt, of een vrouw als men haar "vrouwelijk" noemt. En
toch is alles wat mannelijk of vrouwelijk aan hen is sexueel. Zich
door vrouwelijkheid te onderscheiden, beteekent niets anders dan zich
sexueel te onderscheiden. Over-vrouwelijk te zijn is over-sekst te
zijn. Door op de een of andere wijze de onderscheidingsteekens van
het geslacht, de primaire zoowel als de secondaire, in overmaat te
vertoonen, bewijst men over-sekst te zijn. Om bij ons voorbeeld van
den pauwhaan te blijven, eene te groote en te schitterende staart
zou bewijzen dat hij over-sekst was, doch dit zou voor zijn zedelijk
karakter geen beleediging zijn!
De primaire geslachts-kenmerken zijn in ons ras zoowel als in andere
rassen alleen in de organen en functien aanwezig die een werkelijke
rol bij de voortplanting vervullen. De secondaire kenmerken,--en
hier moeten wij onze grootste overmaat zoeken,--zijn te vinden
in al die kenmerken in orgaan en functie, in gelaatsuitdrukking
en beweging, in gewoonte, manieren, wijze van doen, bezigheid,
gedrag, waardoor mannen en vrouwen uiterlijk van elkaar onderscheiden
worden. Ziet men een troep paarden op een kleinen afstand dan kan men
de geslachten niet van elkander onderscheiden. In een kudde rendieren
zijn de mannetjes door hun gewei onmiddellijk te herkennen. De leeuw
onderscheidt zich door zijn manen, de kater alleen door wat zwaarder
bouw. In sommige soorten van insekten verschillen het mannetje en het
vrouwtje uiterlijk zooveel van elkaar, dat zelfs natuuronderzoekers
gemeend hebben dat zij tot afzonderlijke soorten behooren. Boven deze
verschillen staat het verschil in gedrag. Elke sekse bezit zekere
psychische eigenschappen. De krachtige moederlijke hartstocht is even
goed een geslachts-kenmerk als de manen van den leeuw of de horens
van het hert. Het oorlogzuchtige en heerschende in het karakter van
den man zijn geslachtskenmerken; de bescheidenheid en bedeesdheid
der vrouw zijn geslachts-kenmerken. De zucht om te broeden is een
geslachts-kenmerk van de hen; de zucht om trots en deftig te stappen
is een geslachts-kenmerk van den haan. De neiging tot vechten is
een geslachts-kenmerk der mannen in het algemeen; de neiging om te
beschermen en te verzorgen is een geslachts-kenmerk der vrouwen in
het algemeen.
De beginnende neiging tot geslachts-onderscheid is bij de menschen,
wier voornaamste werkzaamheden van socialen aard zijn, in allerlei
functiën merkbaar. Wij hebben onze industrieele werkzaamheden,
onze verantwoordelijkheid, onze ware deugden, door geslachtslijnen
in tweeën gedeeld. Het is daarom duidelijk dat het buitensporig
geslachts-kenmerk in de menschheid, en in de vrouw in het bijzonder,
geen bepaald "zedelijk" verwijt in zich sluit, ofschoon het in ruimer
beteekenis aantoont dat het op den vooruitgang der menschheid een
beslist slechten invloed uitoefent.
In de primaire kenmerken is onze buitensporigheid niet zoo merkbaar
als in de verdere en fijnere ontwikkeling; doch zelfs daar zijn de
bewijzen duidelijk aanwezig. Geslachts-drift uit zich bij den man ten
eerste veel sterker dan noodig is voor de voortplantings-processen,
zoo sterk inderdaad, dat het geheele proces er door tegengegaan of
benadeeld wordt. Het directe nadeel aan de voortplanting door den
overdreven geslachts-lust van den man, het indirecte nadeel door zijn
verzwakkenden invloed op de vrouw, met het verschrikkelijk kwaad
door buiten-echtelijke geslachts-gemeenschap aan de maatschappij
berokkend--deze zijn de bijna algemeen bekende gevolgen. Eeuwenlang
kenden wij ze reeds en wij hebben het kwaad trachten te beteugelen
door burgerlijke, maatschappelijke en zedelijke wetten. Maar wij
hebben het altijd als een daad van vrijen wil beschouwd en niet als
een toestand van ziekelijke ontwikkeling. Wij hebben altijd gemeend
dat het juist was dat mannen zoo waren, maar dat het verkeerd was
dat zij zoo handelden. Op die wijze werkt de natuur niet. Wie zoo
moet zijn, moet ook zoo handelen. Wie anders moet handelen, moet
ook anders zijn. De overdreven eisch naar geslachts-gemeenschap in
den man is een buitensporig geslachts-kenmerk. Wij vinden in een
zeker soort ruwheid en hardheid, in een te groote heerschzucht en
trots, in een te sterk toegeven aan de macht tot geslachts-lust,
de voornaamste kenteekenen van een buitensporig geslachts-kenmerk
in mannen. Dit werd in hen steeds beteugeld en tegengewerkt door
de gezonde werkzaamheden van het ras-leven. Hunne krachten werden
gebruikt en hun talenten ontwikkeld langs de geheele linie van
den menschelijken vooruitgang. Met den vooruitgang van industrie,
koophandel, wetenschap, fabrieken, regeering, kunst, godsdienst,
werd de man van ons ras mensch, veel meer dan man. Hoe sterk deze
hartstocht in hem is en hoe buitensporig hij er ook aan toegeeft,
toch is hij een veel normaler dier dan het vrouwtje van zijn ras, veel
minder over-sekst. Voor hem is dit veld van bijzondere werkzaamheid
slechts een deel van zijn leven,--een voorbijgaand iets. De geheele
wereld staat daar buiten. Voor haar daarentegen is het de geheele
wereld. In het bekende gezegde van madame de Staël:--"Liefde is
voor den man een episode, voor de vrouw een geschiedenis,"--is
dit zeer goed weergegeven. In de vrouw vinden wij het buitensporig
geslachts-onderscheid van het menschenras, lichamelijk, geestelijk,
maatschappelijk, het volledigst uitgedrukt.
Eerst het lichamelijk onderscheid. Door een voorbeeld zal ik trachten
het verschil tusschen een normaal en een abnormaal geslachts-kenmerk
duidelijk te maken. Beschouw voor dat doel een wilde koe en een
"melkkoe" zooals wij die gemaakt hebben. De wilde koe is een
vrouwtje. Zij heeft gezonde kalveren en melk genoeg om hen te voeden;
dat is al de vrouwelijkheid die zij noodig heeft. Overigens is zij meer
rund dan vrouwelijk. Zij is een licht, sterk, vlug, gespierd schepsel,
in staat als het noodig is te rennen, te springen, te vechten. Voor
ons economisch voordeel hebben wij de eigenschap van de koe om melk
te kunnen voortbrengen, kunstmatig ontwikkeld. Zij is een wandelende
melk-machine geworden, aangefokt en opgeleid voor dat uitsluitend doel,
zoodat haar waarde in liters berekend kan worden. Melk-afscheiden
is een moederlijke functie, een geslachts-functie. De koe is
over-sekst. Breng haar in haar natuurlijken toestand terug en indien
zij de verandering overleeft, dan zal zij na eenige generaties weder
in een eenvoudige koe veranderd zijn, die al haar energie gebruikt
in de algemeene werkzaamheden van haar ras, in plaats van op te gaan
in het produceeren van melk.
Lichamelijk behoort de vrouw tot een groot, krachtig schoon diersoort,
dat in staat is tot groote inspanning van allerlei aard. In elk ras
en op elk tijdstip waar zij gelegenheid had aan de werkzaamheden
van het ras deel te nemen, ontwikkelde zij zich in overeenstemming
daarmede en zij werd niet minder vrouw door een gezond menschelijk
wezen te zijn. In elk ras en op elk tijdstip waar men haar deze
gelegenheid ontnam,--en haar jaren van vrijheid waren inderdaad zeer
weinige,--heeft zij zich in die richting ontwikkeld waarvoor men haar
bestemde, en die richting was altijd geslachts-werkzaamheid. Daardoor
treedt het geslachts-onderscheid bij de vrouw zeer sterk op den
voorgrond.
De vrouwelijkheid der vrouw,--en "das ewig weibliche" beteekent
eenvoudig het eeuwig sexueele,--treedt in evenredigheid tot haar
menschelijkheid meer op den voorgrond, dan de vrouwelijkheid van
andere dieren in evenredigheid tot hun hond- of kat- of paard-zijn. Een
"vrouwenhand" of een "vrouwenvoet" is altijd te herkennen. Wij hooren
echter nooit spreken van een "vrouwenpoot" of een "vrouwenhoef." Een
hand is een grijporgaan en een voet een bewegingsorgaan. Zij zijn geen
secondaire geslachts-organen. De betrekkelijke kleinheid en zwakheid
van de vrouw is een geslachts-kenmerk. Wij hebben het tot zulk een
uiterste gebracht dat de vrouwen gewoonlijk aangeduid worden als "het
zwakke geslacht." In geen ander hoog ontwikkelde diersoort bestaat zulk
een beschamend verschil tusschen het mannetje en het vrouwtje. Op de
lange zwerftochten der trekvogels, in de onophoudelijke beweging der
grazende kudden die het geheele jaar door over de velden trekken, of
in de wilde, diepe reizen van de zalmen is nooit sprake van een zwak
geslacht. En bij de hoogere carnivoren, die door hun langdurige zorg
voor de jongen dichter bij ons staan, vreest de jager den aanval van
het vrouwtje meer dan van het mannetje. De ongeëvenredigde zwakheid is
een buitensporig geslachts-kenmerk. Haar schadelijke gevolgen kunnen
duidelijk aangetoond worden bij de Oostelijke natiën, waar de vrouwen
in gesloten harems geheel alleen voor geslachts-functiën bestemd zijn
en de uitoefening van elke ras-functie haar verboden is. Bij zulke
volkeren wordt de zwakheid, de fijne beenderenbouw en de sterke
vetontwikkeling van de over-sekste vrouw op den man overgebracht
en bewerkt zoodoende achteruitgang van het geheele ras. Omgekeerd,
bij de vroegere Germaansche stammen brachten de betrekkelijk vrije en
menschelijk ontwikkelde vrouwen,--die groot, sterk en moedig waren,--op
hunne zonen een grootere hoeveelheid menschelijke krachten en veel
minder ziekelijken geslachts-lust over.
De graad van zwakheid en plompheid aan vrouwen eigen, de betrekkelijke
moeilijkheid om te staan, te loopen, te rennen, te springen, te
klimmen, en om andere ras-functiën, die voor beide seksen gelijk
zijn, te verrichten, is een buitensporig geslachts-onderscheid,
en de daaropvolgende overplanting van deze betrekkelijke zwakheid
op hare kinderen, zoowel op de jongens als op de meisjes, houdt de
ontwikkeling van het menschdom tegen. Sterke, vrije, werkzame vrouwen,
de stoere op-het-land-werkende boerin, de last-dragende wilde,
zijn niet minder goede moeders omdat zij zoo krachtig zijn. Maar
onze beschaafde "vrouwelijke teerheid", die zich iets minder teer
voordoet zoodra zij erkend wordt als een uitdrukking van buitensporige
seksualiteit, maakt geen betere moeders van ons, maar slechtere. De
betrekkelijke zwakheid der vrouwen is een geslachts-kenmerk. Zij heeft
dien graad bij hen bereikt dat het moederschap, de huwelijksstaat en
het individu er door benadeeld worden. Het nut dat vrouwen als sekse
en als menschen doen, haar algemeene menschenplicht, wordt door dezen
graad van distinktie zeer sterk aangetast. In elk opzicht oefent de
over-sekste toestand der vrouw een ongunstigen invloed uit op haar
zelf, haar man, haar kinderen en het ras.
Het geestelijk verschil der beide seksen is even duidelijk. De
aanvankelijke behoefte aan geslachts-bevrediging heeft zich onder den
invloed van sociale krachten langzamerhand ontwikkeld tot een bewusten
hartstocht van enorme macht, een innige, levenslange toewijding, die in
zijn kracht overweldigend is. In beide seksen is dit overdreven, maar
toch meer in vrouwen dan in mannen; niet zoo erg in zijn eenvoudigen
physischen vorm, maar in de onredelijke kracht der emotie, die voor
geen rede vatbaar is en degenen, die in haar macht zijn, voortdrijft
om alles aan dit ééne doel op te offeren. Oppervlakkig beschouwd,
lijkt het niet gemakkelijk en het is misschien een oneerbiedige
en ondankbare taak om hier uit te maken wat in "meester-hartstocht"
goed en wat slecht is, vooral nu het eene geslacht meer van dit gevoel
eischt dan het andere; maar het kan toch geschieden.
Het is voor het individu en voor het ras goed de hartstochtelijke
en bestendige liefde tot zulk een graad ontwikkeld te hebben als
noodig is om het geluk der individuen en de voortplanting van het
ras te bevorderen. Het is voor het individu en voor het ras niet
goed, dat dit gevoel zoo krachtig is geworden dat het alle andere
menschelijke eigenschappen overschaduwt, dat het den spot drijft met
de opgedane wijsheid van vele eeuwen en de voorhanden wilskracht, om
het individu--tegen zijn eigen volle overtuiging--tot een vereeniging
te drijven, welke zeker op kwaad uitloopt of hem hulpeloos in een
ongewenschte verhouding houdt.
Zoo is de toestand der menschheid, de slechtste gevolgen voor zijne
nakomelingen en voor zijn eigen geluk medebrengende. En hoewel
bij de mannen de onmiddellijk op den voorgrond tredende kracht van
den hartstocht misschien meer de aandacht trekt, toch heerscht hij
algemeener onder de vrouwen. Want de man heeft tegelijkertijd andere
krachten en eigenschappen in volle werking, waardoor hij de macht
der hartstochten kan ontvluchten; maar de vrouw, die opzettelijk tot
geslachts-wezen gevormd en aan wie elke ras-werkzaamheid ontzegd wordt,
stort haar geheele leven in haar liefde uit en wordt zij hier gekwetst,
dan is zij onherstelbaar gewond. Bij den man is de liefde doorgaans
licht en vergankelijk, en wanneer zij het krachtigst is duurt zij
meestal het kortst.
Bij de vrouw is het een innige, alles-opslorpende kracht, onder
wier macht zij alles wat het leven aanbiedt opoffert, elk gevaar
trotseert, elke ontbering geringschat, elke pijn verdraagt. Zelfs
na levenslang verwaarloosd en misbruikt te zijn, blijft de liefde in
haar voortleven. Dagelijks komt het op de politie-bureaux voor, dat
de wreed mishandelde vrouw weigert tegen haar man te getuigen. Deze
toewijding, tot zulk een hoogte opgevoerd dat het tot paring van niet
bij elkaar passende individuen leidt, met de daaruit voortvloeiende
persoonlijke en maatschappelijke nadeelen, is een buitensporig
geslachts-onderscheid.
Maar in onze gewone maatschappelijke verhoudingen komt het
overheerschen van het geslachts-onderscheid der vrouwen het duidelijkst
uit. Het feit dat de vrouwen, in het algemeen gesproken, uitdrukkelijk
"de sekse" genoemd worden, toont onbetwistbaar aan, dat dit de
voornaamste indruk is, dien zij op waarnemers en geschiedschrijvers
gemaakt hebben. Men behoeft geen verder bewijs te leveren, maar slechts
den lezer te herinneren aan de onafgebroken reeks feiten en gevoelens
aan ieder volkomen bekend, doch tot nu toe beschouwd als volmaakt
natuurlijk en rechtvaardig. Zoo geheel heeft men den staat van de
vrouw als een sexueelen beschouwd, dat het aan de vrouwenbeweging der
19e eeuw werd overgelaten om te strijden voor den eisch, dat vrouwen
ook als personen beschouwd zullen worden. Dat vrouwen behalve wijfjes
ook burgers zijn--welk een ongehoorde eisch!
In een "Handboek met Spreekwoorden van alle Volken", vele duizenden
bevattende, zijn deze feiten opgemerkt: 1e dat de spreekwoorden
over vrouwen veel minder talrijk zijn dan die over mannen; 2e dat
de spreekwoorden op vrouwen van toepassing bijna altijd haar in
het algemeen treffen. Die op mannen toegepast worden, bepalen zijn
hoedanigheid, begrenzen, beschrijven of specializeeren hem. Het is een
"luie man", "een driftige man", "een dronken man". Hoedanigheden
en handelingen worden den man individueel toegerekend en niet
het geheele geslacht, tenzij hij gunstig tegenover de vrouw wordt
gesteld, zooals in "Een man van stroo is een vrouw van goud waard",
"Mannen zijn daden, vrouwen zijn woorden", of "Man, vrouw en duivel,
zijn de drie trappen van vergelijking." Maar wanneer er sprake is
van een vrouw, is het altijd en alleen "de vrouw", eenvoudig het
wijfje bedoelende, zonder eenig persoonlijk onderscheid te maken:
"Het is even hard een vrouw te zien weenen als een gans blootvoets
te zien gaan". "Het is even gemakkelijk een aal bij zijn staart
als een vrouw aan haar woord te houden". "Een vrouw, een hond en
een ezelijn, hoe meer men ze slaat, hoe beter zij zijn". Nu en dan
wordt er verschil gemaakt tusschen een "blondine" en een "brunette"
en Salomo's "deugdzame vrouwen", die zulk een hoogen prijs bedongen,
zooals ons allen bekend is. Maar gewoonlijk is het "een vrouw", eeuwig
en altijd. Het bluffen van den losbol dat hij "de vrouwen" kent, werd
niet lang geleden door een der jonge dichters aldus bezongen: "De zaken
die men leert bij negervrouwen en kleurlingen, bevorderen het succes
bij blanken"; iemand die afgewezen is klaagt verdrietig "dat alle
vrouwen precies gelijk zijn"; dat de publieke opinie ten allen tijde
hierin overeenstemde bewijst, dat de eigenaardigheden van het geslacht
de eigenaardige verschillen van het individu hebben overtroffen,--geen
geringe buitensporigheid in het geslachts-onderscheid.
Van het oogenblik dat onze kinderen geboren worden, wenden
wij alle bekende middelen aan om in jongen en meisje beiden het
geslachts-onderscheid te doen uitkomen; de reden dat de jongen er niet
zoo hopeloos door bedorven wordt als het meisje, ligt daarin, dat
de jongen nog het heele veld van menschelijke uiting voor zich open
vindt. In ons bestendig drijven om het geslachts-onderscheid te doen
uitkomen, hebben wij ons aangewend de meest menschelijke eigenschappen
als mannelijke eigenschappen te beschouwen en wel om de eenvoudige
reden, dat zij voor mannen geoorloofd en voor vrouwen verboden waren.
Het verschil tusschen ras-eigenschappen en geslachts-eigenschappen
moet helder en scherp uiteengezet worden. Het leven bestaat uit
daden. Het gedrag van een levend wezen is onder twee hoofdlijnen te
brengen,--zelf-behoud en ras-behoud. Tot de daden van zelf-behoud
behooren al de levensprocessen die dienen om het individu in leven
te houden, van de onwillekeurige werking der inwendige organen tot de
willekeurige daden der uitwendige organen, van het ademhalen tot het
op de jacht gaan voor voedsel, alles dus wat het in stand houden van
het individueele leven bevordert. Tot de daden van ras-behoud behooren
al die processen die dienen om het ras in leven te houden, van de
onwillekeurige werking der inwendige organen, tot de willekeurige
daden der uitwendige organen; van de ontwikkeling der kiem-cellen
tot het verzorgen der kinderen, alles dus wat het in stand houden
van het ras-leven bevordert. Voor ras-behoud hebben mannen en vrouwen
verschillende organen, verrichten zij verschillende functiën, en doen
verschillende handelingen. Voor zelf-behoud hebben mannen en vrouwen
dezelfde organen, verrichten zij dezelfde functiën, en doen dezelfde
handelingen. De processen van ras-behoud hebben bij de menschen
een zekeren graad van volmaaktheid bereikt, maar de processen van
zelf-behoud zijn reeds veel en veel verder gegaan.
Allerlei werkzaamheden van economische voortbrenging en verdeeling,
alle kunsten en industrieën, beroepen en bedrijven, onze vooruitgang
in wetenschap, ontdekkingen, regeering, godsdienst,--die alle onder
de daden van zelf-behoud gerangschikt moeten worden, deze worden,
of moesten worden uitgevoerd door beide geslachten. Te onderwijzen,
te regeeren, te maken, te decoreeren, te verdeelen,--dit zijn geen
geslachts-functiën, het zijn ras-functiën. Doch zoo buitensporig
is het geslachts-onderscheid in het menschenras dat het geheele
veld van menschelijken vooruitgang als een mannelijk prerogatief
werd beschouwd. Is er sterker bewijs voor een buitensporig
geslachts-onderscheid in het menschenras denkbaar? Dat dit onderscheid
al de natuurlijke grenzen overschreed en over iedere levensdaad werd
uitgebazuind, zoodat elke stap van het menschelijk wezen gestempeld
wordt als "mannelijk" en "vrouwelijk", zekerlijk, dat is genoeg om
onzen over-seksten toestand aan te toonen.
Doch beetje bij beetje, zeer langzaam, onder den onrechtvaardigsten
en wreedsten tegenstand en dikwijls ten koste van alles wat het leven
dierbaar maakt, is trapsgewijze vastgesteld dat menschenwerk zoowel
door vrouwen als door mannen kan geschieden. Harriet Martineau moest
haar schrijfwerk onder haar naaiwerk verstoppen, wanneer er onverwacht
bezoek kwam, want "naaiwerk" was vrouwelijk en "schrijfwerk" mannelijk
werk. Mary Somerville moest zelfs haar werk voor vele familieleden
verbergen, want "wiskunde" was een wetenschap voor mannen. Men heeft
het zoover gebracht dat de geheele menschenwereld beheerscht wordt
door het geslacht,--al de groote levens-uitingen zijn "mannelijk"
genoemd en voor de vrouw heeft men het overgelaten een "wijfje"
te zijn, niets anders.
Maar terwijl de zaken die de mannen dwaas genoeg als "mannelijk"
beschouwden meestentijds "menschelijk" waren, wat zeer goed voor hen
was, waren de weinige zaken die voor de vrouwen overbleven inderdaad
"vrouwelijk"; en altijd hetzelfde deuntje te zingen, hoe mooi dan ook,
is verschrikkelijk eentonig. In een kleeding, waarvan het hoofddoel is
onmiskenbaar het geslacht aan te duiden; met een zucht tot opschik die
overvloedig blijk geeft van geslachts-neiging; met een lichaam zoodanig
vervormd tot een vrouwelijk lichaam dat het op betreurenswaardige wijze
haar natuurlijke verrichtingen belemmert; met manieren en gedrag geheel
in overeenstemming met haar geslachts-belang en dikwijls zeer nadeelig
voor eenig menschelijk belang; met een arbeidsveld zoo streng mogelijk
beperkt tot de geslachts-verhoudingen; met haar over-gevoeligheid,
haar overdreven zedigheid, haar "eeuwige vrouwelijkheid",--is het
wijfje van het geslacht mensch onloochenbaar over-sekst.
Dit buitensporig geslachts-onderscheid vertoont zich evenzeer in
een opvallend vroegrijpe ontwikkeling. Onze kleine kinderen, de
zuigelingen, vertoonen reeds kenteekenen van geslacht in uiterlijk
en kleeding, wanneer de jongen van andere schepselen nog zuiver
geslachtloos zijn. Wij merken deze vroegrijpheid verheugd op. Wij
zijn er trotsch op. Door voorschrift en voorbeeld moedigen wij het
zorgvuldig aan, wij doen moeite om het geslachts-instinkt bij het kind
te ontwikkelen en denken aan geen kwaad. Een van de eerste dingen
die wij het kind, bij het ontwaken van zijn bewustzijn, inprenten
is het feit dat hij een jongen of dat zij een meisje is, en dat zij
daarom elke zaak uit een verschillend oogpunt moeten beschouwen. Zij
moeten verschillend gekleed worden, niet ter wille hunner persoonlijke
behoeften, want die zijn in die levensperiode precies dezelfde, maar
opdat zij niet zelf noch iemand anders een oogenblik zouden kunnen
vergeten dat zij tot een verschillend geslacht behooren.
Onze eigenaardigheid om datgene wat gewoonlijk bij dieren gevonden
wordt om te keeren, waar het mannetje opgesierd is en het vrouwtje
er donker en eenvoudig uitziet, is waarlijk niet zoo zeer een bewijs
van buitensporigheid als wel van onze bijzonder averechtsche positie
in de kwestie van teeltkeus. Bij andere diersoorten wedijveren de
mannetjes in opschik en de vrouwtjes kiezen. Bij ons wedijveren de
vrouwtjes in opschik en de mannetjes kiezen. Indien deze theorie
van sekse-tooi geen instemming vindt en wij geven er de voorkeur
aan om den opschik der mannetjes meer als een vorm van overvloedige
geslachts-lust te beschouwen, die zich zelf in onproductieve overdaad
verbruikt, dan is inderdaad het feit, dat bij ons de wijfjes met zulk
een schitterenden tooi voor den dag komen een ander teeken van een
buitensporig geslachts-kenmerk. In elk geval, om kleine meisjes met
geweld zulke mooie kleederen aan te doen, dat haar lichaamsbewegingen
en natuurlijke vrijheid er door belemmerd worden en een vroegtijdig
geslachts-bewustzijn aangekweekt wordt, is een zoo klaar en dreigend
bewijs van onzen toestand, als maar met mogelijkheid kan aangevoerd
worden. Dat het kleine meisje zoo gekleed wordt dat het daardoor
verschil in zorg en gedrag vereischt, alleen omdat het kind een meisje
is, iets wat op dien leeftijd anders in haar geest niet zou opkomen,
is een brutaal aandringen op geslachts-onderscheid, dat in zijn
gevolgen zeer slecht is. Jongens en meisjes worden dus verondersteld
zich verschillend tegenover elkander en tegenover de menschen in
het algemeen te gedragen,--een gedrag dat wij kortheidshalve in
twee woorden kunnen omschrijven. Tot den jongen zeggen wij "Doe";
tot het meisje "Doe niet." Kleine broer moet zusje "beschermen",
zelfs als zus grooter is dan broer. "Waarom?" vraagt hij den eersten
keer. Wel, omdat hij een jongen is. Om het geslacht. Als zij waarlijk
sterker is, moet zij hem beschermen, al was het alleen daarom dat in
een normaal ras het beschermend instinkt zuiver vrouwelijk is. Het
duurt niet lang of de jongen kent zijn les. Hij is een jongen en
zal een man worden, dat sluit alles in. "Ik dank God dat ik niet als
vrouw geboren ben," luidt het joodsch gebed. Zij is een meisje, "máár
een meisje", "niets anders dan een meisje" en zal een vrouw worden,
alleen een vrouw. Jongens worden van het begin af aangemoedigd te
toonen dat zij de gevoelens, die men veronderstelt mannelijk te zijn,
bezitten. Wanneer de kleine vent rondom zich slaat, schreeuwt en
zijn speelgoed wegsmijt, dan zeggen wij trotsch: "het is een echte
jongen." Wanneer het kleine nufje met bezoekers coquetteert, of in
moederlijk weeklagen uitbarst omdat broer haar pop heeft stuk gemaakt,
wier zaag-meelig overschot zij met liefde verzorgt, dan zeggen wij
trotsch: "zij is reeds op end'op een moedertje!" Wat weet een klein
meisje van moederlijk instinkt? Niets meer dan een kleine jongen
van vaderlijk instinkt. Dat zijn geslachts-instinkten, die zich
niet moesten openbaren vóór de periode van geslachts-rijpheid. Het
meest normale meisje is "de wildzang", waarvan het aantal in deze
wijzere dagen gelukkig toeneemt; een jong, gezond schepseltje dat
door en door mensch is en niet vrouwelijk voordat de tijd daarvoor
gekomen is. De meest normale jongen is evenzeer kalm en vriendelijk
als levendig en moedig. Hij is een menschelijk wezen zoo goed als een
mannelijk wezen, en niet opvallend mannelijk voordat de tijd daarvoor
aangebroken is. De kindsheid is niet de periode voor deze kenmerkende
geslachts-uitingen. Dat wij ze aan anderen toonen, ze bewonderen en
aanmoedigen, bewijst hoezeer wij over-sekst zijn.