Na veel gedaal en geklim kwamen zij uit op een vooruitstekenden
rand, vanwaar het mogelijk was het grootste gedeelte van de groeve
der Reuzen te overzien, en vanwaar Redwood zich verstaanbaar kon
maken voor de geheele vergadering. De Reuzen waren reeds verzameld,
beneden hem en op verschillende hoogten, om de boodschap te hooren
die hij zou brengen. Cossar's oudste zoon stond op den wal daarboven,
gadeslaand wat de zoeklichten openbaarden, want zij vreesden dat
de wapenstilstand verraderlijk zou verbroken worden. Zij die het
groote instrument in den hoek bedienden, stonden daar hel verlicht
door hun eigen licht; zij waren bijna geheel naakt; zij wendden hunne
gezichten naar Redwood, doch keken telkens weder naar de gietvormen
die zij niet konden verlaten. Hij zag degenen, die dichtbij stonden
onduidelijk in het weifelende licht en zij die verder af stonden, nòg
onduidelijker. Zij verschenen plotseling uit, en verdwenen weder in
de diepten der duisternis, want deze Reuzen brandden niet méér licht
dan absoluut noodig was in de groeve, opdat hunne oogen dadelijk
elke aanvallende strijdmacht, die hen van uit de duisternis mocht
bespringen, zouden kunnen zien.
Telkens als er toevallig een lichtstraal op hen viel, werd er de een
of andere groep van lange reuzen-gestalten zichtbaar, de Reuzen van
Sunderland gekleed in metalen platen die over elkaar heenvielen,
en de anderen gekleed in leder, in gedraaid touw of in gevlochten
metaal, al naar de omstandigheden hen hadden doen kiezen. Zij zaten
tusschen, of lieten de handen rusten op, of stonden rechtop tusschen
machinerieën en wapenen even machtig als zijzelven, en in hun aller
oogen, als ze zichtbaar werden, lag vastberadenheid.
Hij probeerde te beginnen, doch kwam zoover niet. Toen, in een
plotseling oplaaien van het vuur, zag hij het gelaat van zijn zoon
naar hem geheven, vol liefde en toch sterk; en toen vond hij zijn
stem weder om hem toe te spreken, en was het hem of hij dwars over
een afgrond tot zijn zoon sprak.
"Ik kom van Caterham," zei hij. "Hij heeft mij tot u gezonden, om u
de voorwaarden die hij u aanbiedt, mede te deelen."
Hij zweeg even. "Ik weet, dat zij onmogelijk zijn aan te nemen,
nu ik u hier allen verzameld zie; het zijn onmogelijke voorwaarden,
doch ik breng ze u over, omdat ik u allen wenschte te zien--en ook
mijn zoon. Ik wilde mijn zoon--nog eens zien..."
"Zeg hun de voorwaarden," zei Cossar.
"Dit is wat Caterham aanbiedt: Hij wil, dat jullie van hier gaat en
zijn grondgebied verlaat!"
"Waarheen?"
"Dat weet hij nog niet. Hij zei zoo iets van "een groot terrein ergens
in de wereld reserveeren.... En gij moogt geen Voedsel meer maken,
geen kinderen krijgen, ge moogt leven zooals ge wilt tot ge sterft,
en dan is alles meteen uit."
Hij zweeg.
"Meer niet?"
"Meer niet."
Er volgde een diepe stilte. De duisternis die de Reuzen omhulde
leek hem peinzend aan te staren. Hij voelde dat iemand zijn
elboog aanraakte, en Cossar schoof hem een stoel toe--een typisch
stukje poppenspeelgoed temidden van deze op elkaar gestapelde
reuzen-dingen. Hij ging zitten en sloeg de beenen over elkaar, legde
vervolgens het eene been dwars over de knie van het andere, en hield
zenuwachtig zijn laars vast, en voelde zich erg klein en alleen, en
scherp zichtbaar en belachelijk misplaatst temidden van dit alles. Toen
klonk er plotseling een stem en vergat hij zichzelven weder.
"Ge hebt het gehoord, Broeders," zei deze stem vanuit het duister.