En als hij hierop geen antwoord kreeg, ging hij voort: "Waar diènt
werken eigenlijk voor, moeder? Waarom hak ik krijt en wasch jij,
van dag tot dag, terwijl Lady Wondershoot rondrijdt in haar rijtuig,
moeder, en op reis gaat naar die mooie vreemde landen die jij en ik
nooit zullen zien, moeder?"
"Dat komt omdat zij 'n dame is," zei juffrouw Caddles.
"Zoo zoo," zei de jonge Caddles en verzonk in diep gepeins.
"Als er geen deftige lui waren die werk voor ons maakten, hoe zouwen
wij arme lui dan an de kost kommen?" zei juffrouw Caddles.
Dit moest hij eerst weer verwerken.
"Moeder," waagde hij nog eens, "als er nu es geen adellijke lui waren,
zou dan alles niet aan menschen zooals jij en ik hooren, en als ze--"
"Goeie hemel, hoor me die jongen nou toch es!" zei juffrouw Caddles
dan--met behulp van een goed geheugen had zij zich sinds haar
moeders dood tot een bloemrijk- en krachtig-uitende persoonlijkheid
ontwikkeld--"nadat je arme goeie grootmoeder 'eengegaan is, ben je
onverdragelijk geworden. Zorg jij maar dat je geen vragen doet,
dan krijg je geen leugens te hooren. As ik je es ècht zou willen
gaan antwoorde', dan zou je vader wel eerst iemand anders magge gaan
hale om z'n avondete' klaar te make'--om nog niet eens te spreke'
van de wasch--"
"Nou, goed, moeder," zei hij dan, na haar een oogenblik verwonderd
te hebben aangekeken. "Ik wou 't je niet lastig maken."
En dan verzonk hij weder in gedachten.