III.

Onmiddellijk na deze zaak, vaardigde Lady Wondershoot, die om zich

heen zocht naar nog meer dingen die zij als reden kon opgeven voor

de uitbranders en het vasten waarmede zij den ongelukkige gestraft

had, eene ukase uit. Het eerst aan haren bottelier en dit erg

plotseling, zoodat zij hem van schrik deed opspringen. Hij was bezig

den ontbijtboel op te ruimen, en zij keek een erg groot raam uit dat

uitzag op het terras waar de reeën altijd gevoederd werden. "Jobbet,"

zei zij op haren meest gebiedenden toon,--"Jobbet, dit Wezen moet

werken voor den kost."

En zij maakte niet alleen Jòbbet duidelijk (hetwelk gemakkelijk ging),

doch ieder ander in het dorp, den jongen Caddles zelf hierin begrepen,

dat zij hierin, als in alle andere dingen, meende wat zij zeide.

"Houdt hem bezig," zei Lady Wondershoot. "Dáár moeten we heen met

den jongenheer Caddles."

"Daar moet het met de geheele Menschheid heen," zei de dominé. "De

simpele plichten, tijd van zaaien, tijd van oogsten--"

"Juist," zei Lady Wondershoot. "Dat zeg ik ook altijd. Ledigheid is

des duivels oorkussen. Dat is tenminste zoo bij de lagere klassen. Wij

voeden onze onder-werkmeiden altijd naar dit principe op. Waar zullen

we hem aan zetten?"

Ja, dit was een lastige vraag. Zij bedachten verschillende dingen,

en ondertusschen wenden zij hem een beetje aan werken, door hèm,

inplaats van een bereden boodschapper te gebruiken bij het bezorgen

van telegrammen en berichten als er dringende haast bij was, en ook

droeg hij bagage en kisten en dergelijke dingen in een groot net,

dat zij voor hem maakten. Hij scheen van bezigheid te houden, en het

te beschouwen als een soort spelletje en Kinkle, Lady Wondershoot's

rentmeester, die hem op zekeren dag een kunstmatig aangelegde

rotspartij voor haar zag verplaatsen, kreeg den schitterenden

inval hem in haar krijt-groeven te Thursley Hanger aan het werk te

zetten. Aan dit denkbeeld werd gevolg gegeven, en het had er allen

schijn van dat hiermede het probleem opgelost was. Hij werkte in de

krijtgroeve, eerst met het pleizier van een spelend kind, en later uit

sleur--gravend, opladend, en alleen al de wagentjes ophijschend, de

vollen de rails naar het wisselspoor opduwend en de leêgen optrekkend

aan het staaldraad van een groote windas--en de geheele groeve alleen

bewerkend.

Ik heb hooren vertellen dat Kinkle een heel aardig sommetje uit hem

sloeg ten bate van Lady Wondershoot, daar Caddles bijna niets anders

verteerde dan zijn voedsel; doch dit belette niet dat zij "het Wezen"

"een reusachtigen parasiet van haar liefdadigheid" bleef noemen...

Te dien tijde droeg hij een soort boerenkiel van zakkenlinnen,

een broek van gelapt leder, en met ijzer beslagen klompen. Op

zijn hoofd droeg hij soms een vreemdsoortig ding--een niet langer

gebruikte stoel-zitting, die gevlochten was uit het stroo van een

bijenkorf, doch gewoonlijk liep hij blootshoofds. Hij bewoog zich in

de groeve met groot overleg, en als de dominé 's middags, op zijn

digestiewandeling daar voorbijkwam, vond hij hem zijn verbazende

hoeveelheid voedsel verorberend, alsof hij er zich eenigszins voor

schaamde, en met zijn rug naar zijne verdere omgeving gekeerd. Zijn

voedsel werd hem dagelijks gebracht--een massa koren in de aar, op

een lorrie--een kleine spoor-lorrie, gelijkend op een van de lorries

die hij voortdurend met krijt vulde, en deze lading placht hij te

roosteren in een ouden kalkput en haar dan te verorberen. Soms ook

vermengde hij haar wel met een zak suiker. Soms zat hij te likken aan

een klomp zout zooals men aan koeien geeft, of at hij een reusachtigen

klomp dadels met pitten en al op, zooals men ze in Londen wel op de

wagens der straatventers ziet. Zijn drinkwater haalde hij uit het

riviertje, dat achter het verbrande terrein der Proef-Hoeve stroomde,

en ging met zijn gezicht voorover in het water liggen en slurpte het

zóó op. Door dit drinken, nadat hij gegeten had, raakte het Voedsel

der Goden op zekeren keer los, en deed zijn werking voelen, eerst

in het opschieten van reuzen-onkruid aan den rivierkant, toen in

groote kikvorschen, grootere forellen en karpers, en dàn nog in een

fantastischen overvloedigen plantengroei, die zich over de geheele

kleine vallei verspreidde.

En na ongeveer een jaar werden de vreemde monsterachtige larven in het

stuk land voor het huis van den smid zóó groot en ontpopten zich in

zùlke vreeselijke torren en kakkerlakken--motor-kakkerlakken noemden

de jongens ze--dat ze Lady Wondershoot het land uitdreven.

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 59 / 103 题