Onmiddellijk na deze zaak, vaardigde Lady Wondershoot, die om zich
heen zocht naar nog meer dingen die zij als reden kon opgeven voor
de uitbranders en het vasten waarmede zij den ongelukkige gestraft
had, eene ukase uit. Het eerst aan haren bottelier en dit erg
plotseling, zoodat zij hem van schrik deed opspringen. Hij was bezig
den ontbijtboel op te ruimen, en zij keek een erg groot raam uit dat
uitzag op het terras waar de reeën altijd gevoederd werden. "Jobbet,"
zei zij op haren meest gebiedenden toon,--"Jobbet, dit Wezen moet
werken voor den kost."
En zij maakte niet alleen Jòbbet duidelijk (hetwelk gemakkelijk ging),
doch ieder ander in het dorp, den jongen Caddles zelf hierin begrepen,
dat zij hierin, als in alle andere dingen, meende wat zij zeide.
"Houdt hem bezig," zei Lady Wondershoot. "Dáár moeten we heen met
den jongenheer Caddles."
"Daar moet het met de geheele Menschheid heen," zei de dominé. "De
simpele plichten, tijd van zaaien, tijd van oogsten--"
"Juist," zei Lady Wondershoot. "Dat zeg ik ook altijd. Ledigheid is
des duivels oorkussen. Dat is tenminste zoo bij de lagere klassen. Wij
voeden onze onder-werkmeiden altijd naar dit principe op. Waar zullen
we hem aan zetten?"
Ja, dit was een lastige vraag. Zij bedachten verschillende dingen,
en ondertusschen wenden zij hem een beetje aan werken, door hèm,
inplaats van een bereden boodschapper te gebruiken bij het bezorgen
van telegrammen en berichten als er dringende haast bij was, en ook
droeg hij bagage en kisten en dergelijke dingen in een groot net,
dat zij voor hem maakten. Hij scheen van bezigheid te houden, en het
te beschouwen als een soort spelletje en Kinkle, Lady Wondershoot's
rentmeester, die hem op zekeren dag een kunstmatig aangelegde
rotspartij voor haar zag verplaatsen, kreeg den schitterenden
inval hem in haar krijt-groeven te Thursley Hanger aan het werk te
zetten. Aan dit denkbeeld werd gevolg gegeven, en het had er allen
schijn van dat hiermede het probleem opgelost was. Hij werkte in de
krijtgroeve, eerst met het pleizier van een spelend kind, en later uit
sleur--gravend, opladend, en alleen al de wagentjes ophijschend, de
vollen de rails naar het wisselspoor opduwend en de leêgen optrekkend
aan het staaldraad van een groote windas--en de geheele groeve alleen
bewerkend.
Ik heb hooren vertellen dat Kinkle een heel aardig sommetje uit hem
sloeg ten bate van Lady Wondershoot, daar Caddles bijna niets anders
verteerde dan zijn voedsel; doch dit belette niet dat zij "het Wezen"
"een reusachtigen parasiet van haar liefdadigheid" bleef noemen...
Te dien tijde droeg hij een soort boerenkiel van zakkenlinnen,
een broek van gelapt leder, en met ijzer beslagen klompen. Op
zijn hoofd droeg hij soms een vreemdsoortig ding--een niet langer
gebruikte stoel-zitting, die gevlochten was uit het stroo van een
bijenkorf, doch gewoonlijk liep hij blootshoofds. Hij bewoog zich in
de groeve met groot overleg, en als de dominé 's middags, op zijn
digestiewandeling daar voorbijkwam, vond hij hem zijn verbazende
hoeveelheid voedsel verorberend, alsof hij er zich eenigszins voor
schaamde, en met zijn rug naar zijne verdere omgeving gekeerd. Zijn
voedsel werd hem dagelijks gebracht--een massa koren in de aar, op
een lorrie--een kleine spoor-lorrie, gelijkend op een van de lorries
die hij voortdurend met krijt vulde, en deze lading placht hij te
roosteren in een ouden kalkput en haar dan te verorberen. Soms ook
vermengde hij haar wel met een zak suiker. Soms zat hij te likken aan
een klomp zout zooals men aan koeien geeft, of at hij een reusachtigen
klomp dadels met pitten en al op, zooals men ze in Londen wel op de
wagens der straatventers ziet. Zijn drinkwater haalde hij uit het
riviertje, dat achter het verbrande terrein der Proef-Hoeve stroomde,
en ging met zijn gezicht voorover in het water liggen en slurpte het
zóó op. Door dit drinken, nadat hij gegeten had, raakte het Voedsel
der Goden op zekeren keer los, en deed zijn werking voelen, eerst
in het opschieten van reuzen-onkruid aan den rivierkant, toen in
groote kikvorschen, grootere forellen en karpers, en dàn nog in een
fantastischen overvloedigen plantengroei, die zich over de geheele
kleine vallei verspreidde.
En na ongeveer een jaar werden de vreemde monsterachtige larven in het
stuk land voor het huis van den smid zóó groot en ontpopten zich in
zùlke vreeselijke torren en kakkerlakken--motor-kakkerlakken noemden
de jongens ze--dat ze Lady Wondershoot het land uitdreven.