Het was niet alles rozegeur en maneschijn met den jongen Caddles.
Daar hadt je bijvoorbeeld die onaangenaamheden die ontstonden uit de
quaestie met de rivier.
Hij maakte kleine bootjes uit heele couranten, een kunst die hij
afzag van den jongen van Spender, en hij liet ze stroomafwaarts
drijven--precies groote papieren steekhoeden. Als ze onder de brug
verdwenen, die de grens vormt van de voor het publiek gesloten gronden
om het kasteel Eyebright, placht hij een luiden kreet te slaken en naar
den anderen kant te loopen, dwars door Tormat's nieuwe veld--goeie
hemel! wat gingen die varkens van Tormat er van door, zóólang tot al
hun goede vet tot mager vleesch werd!--om zijn bootjes aan den anderen
kant bij de doorwaadbare plaats weer op te vangen. Deze papieren
bootjes plachten dwars tusschen de dichterbij gelegen gazons door te
varen, tot vóór het kasteel, waar Lady Wondershoot ze vlak voor haar
neus zag voorbijvaren! die opzichtige opgevouwen couranten! "'t Was
wat moois!"
Stoutmoediger wordend omdat hij niet gestraft werd, begon hij op zijn
kindermanier zich toe te leggen op waterbouwkunde. Hij groef een groote
haven voor zijn papieren vloten met een oude schuurdeur, die als spade
dienst deed, en daar toevallig niemand zijne werkzaamheden gadesloeg,
dacht hij op vernuftige wijze een kanaal uit, dat ongelukkigerwijs
den ijskelder van Lady Wondershoot deed onderloopen, en ten slotte
maakte hij een dam dwars door de rivier met een paar deuren aarde--hij
moet hieraan gewerkt hebben als een lawine--en daar kwam plotseling
en op wonderbaarlijke wijze een stroom water dwars door de heesters
en voerde juffrouw Sprinks en haar schildersezel mede, en liet haar
achter, kletsnat tot de knieën, met druipende rokken, loopend al wat
zij loopen kon in de richting van het huis. En vandaar stortte het
water zich door den moestuin en zoo langs de groene deur het laantje
in en door Short's sloot, zóó weer naar de rivierbedding terug.
De dominé, die in zijn gesprek met den smid gestoord werd, was
verbaasd de visch, die allertreurigst op het droge geworpen was,
te zien opspringen uit een paar overgebleven plassen, en groen wier
opgehoopt te zien in de stroombedding, waar nog geen tien minuten
tevoren acht voet en meer helder koel water gestaan had.
Hierna ontvluchtte de jonge Caddles, ontsteld over de gevolgen zijner
daad, zijn tehuis gedurende twee dagen en nachten. Slechts door den
honger gedreven keerde hij er in terug, om met stoïcijnsche kalmte een
hoeveelheid scheldwoorden te verdragen, die méér aan zijne grootte
geëvenredigd was dan iets anders dat hem in het Gelukkige Dorp ooit
ten deel was gevallen.