IV.

Het groeien der wolfsveesten, volgend op het plotseling groeien

van den baby der Caddles, behoorde den dominé de oogen geopend te

hebben. Het laatste dezer twee feiten was hem reeds rechtstreeks in

de armen gevoerd bij het doopen--bijna overweldigend...

De hummel gilde oorverdoovend, toen het koude water, dat zijn goddelijk

erfdeel en zijn recht op den naam van Albert Edward Caddles bezegelde,

op zijn voorhoofd druppelde. Hij ging de moederlijke draagkracht

reeds te boven en Caddles, weliswaar wankelend onder den last, doch

ouders van minder voordeelige kinderen triumphantelijk toegrijnzend,

droeg hem terug naar de bank die door zijn gezelschap werd ingenomen.

"Zóó'n kind heb ik nog nooit gezien!" zei dominé.

Dit was de eerste openlijke aanduiding dat het kleine kind van Caddles,

dat zijn aardsche loopbaan begonnen was ònder een gewicht van zeven

pond, bij slot van rekening zijn ouders toch nog eer aan zou gaan

doen. En heel gauw werd het duidelijk dat het niet alleen voornemens

was hun een eer, doch zelfs een glorie te zijn. En binnen een maand

schitterde hun glorie zoo helder, dat zij, den stand van lieden als

de Caddles in aanmerking nemend, onbehoorlijk was.

De slager woog het kind elf maal. Hij was geen erg spraakzaam mensch

en besteedde niet veel tijd aan dit wegen. De eerste maal zei hij:

"'t is een goeie hoor;" de tweede maal zei hij: "wel allemachtig!" De

derde maal zei hij: "Nou, hm," en daarna blies hij ieder maal slechts

geweldig, krabde zich het hoofd, en keek naar zijn weegschaal met een

tot hier toe nooit gevoeld wantrouwen. Iedereen kwam naar het "Groote

Kind" kijken--zoo werd het algemeen genoemd--en de meesten zeiden:

"'t is een dikzak, hoor!" Juffrouw Fletcher kwam ook kijken en zeide

dat ze nog nooit zóó iets gezien had, wat volkomen juist was.

Lady Wondershoot, de dorps-tyran, kwam op den dag nadat het voor de

derde maal gewogen was aanzetten en bekeek het phenomeen nauwkeurig

door haar lorgnon, wat het kind deed brullen van angst.

"'t Is een merkwaardig "Groot kind,"" vertelde zij de moeder,

met een luide, leerende stem. "Je mag er wel goed voor zorgen,

Caddles. Natuurlijk gaat dat zoo niet dóór, daar het met de flesch

grootgebracht wordt, maar we moeten er voor doen wat we kunnen. Ik

zal je nog wat flanel sturen."

De dokter kwam en mat het kind met een elletje, en schreef de

cijfers in zijn notitieboekje, en de oude meneer Drifthassock, die

een boerderij bij Up Marden had, maakte met een voerage-reiziger een

omweg van een half-uur, om het te zien. De reiziger vroeg drie malen

hoe oud het kind was en zeide eindelijk dat hij "verdompeld" zou

zijn. Hoe en waarom hij "verdompeld" was moest men maar raden. Hij

zei ook dat het in een reuzen-kinderen-tent op de kermis moest

tentoongesteld worden. En den geheelen dag kwamen er kinderen die

zeiden: "juffrouw Caddles, maggen we asjeblief je kind es zien,"

tot juffrouw Caddles er een stokje voor moest steken. En temidden

van al deze verbazingwekkende dingen stond daar juffrouw Skinner,

glimlachend en zich een beetje achteraf houdend, met de puntige

elbogen in haar lange slappe handen, en al maar glimlachend om en

bij haar neus, met een oneindig diepzinnigen glimlach.

"Zelfs die oude heks van een grootmoeder ziet er opgeruimder door

uit," zei Lady Wondershoot. "Al spijt 't mij ook dat ze weer hier in

het dorp terug is."

Natuurlijk, zooals bij de meerderheid der zuigelingen van de armere

dorpelingen, werd het bedeeld, doch door een enorm gekrijt maakte het

kind het weldra duidelijk dat het, wat het vullen van zijn zuigflesch

aanging, nog lang niet genoeg bedeeld werd.

De baby had recht op een negendaagsche bewondering, en iedereen had

schik in zijn verbazenden groei, gedurende tweemaal dien tijd en

langer. En zelfs daarna, inplaats van op den achtergrond te geraken,

en plaats te maken voor andere wonderen, bleef het maar steeds

doorgroeien, nog sterker dan te voren!

Lady Wondershoot luisterde met de uiterste verbazing naar haar

huisbewaarster.

"Caddles al wéér beneden. Geen eten voor het kind! Maar m'n beste

Greenfield, dat kàn niet. Het schepsel eet als een nijlpaard! 't Kan

beslist niet waar zijn."

"Ik mag van harte lijden dat ze u niet bedriegen, barones," zei

juffrouw Greenfield.

"Het is zoo moeilijk te zeggen bij zulk soort menschen," zei Lady

Wondershoot. "Doe me een pleizier, m'n beste Greenfield, er vanmiddag

zelf even heen te gaan en je zelf te overtuigen--en blijf erbij als 't

de flesch krijgt. Al is 't werkelijk een groot kind, ik kan me heusch

niet voorstellen dat 't méér dan zes pint per dag zou noodig hebben."

"'t Heeft er geen recht op, barones," zei juffrouw Greenfield.

Lady Wondershoot's hand beefde, met die C. O. S. soort van emotie,

die achterdochtige woede, die in alle ware aristocraten beeft, bij de

gedachte dat mogelijk de lagere klassen bij slot van rekening--even

laag zijn als hun meerderen en--en hier steekt de angel--op dit gebied

nog beter aan toe zijn misschien dan zij.

Doch juffrouw Greenfield kon geen bewijzen vinden dat er op

den zak harer meesteres gespeculeerd werd, en er werd bevel

gegeven, aan Caddles' baby een grooter dagelijksch rantsoen te

verstrekken. Nauwelijks was het eerste rantsoen op, of daar kwam

Caddles alweer aan, met een wanhopig air van "ik kan er niks aan doen."

"Wij hebben er zuinig op gepast, juffrouw Greenfield, 't is waar,

juffrouw, maar ze zijn 'em d'r allemaal gewoon afgesprongen! Ze vlogen

met zoo'n kracht in de rondte, juffrouw, dat er een knoop door een

ruit ging, en een andere me nèt hier tegen m'n hoofd vloog da 'k er

van duizelde."

Toen Lady Wondershoot vernam dat het wonderbaarlijke kind zoowaar

zijn prachtige bedeelingskleeren had doen barsten, besloot zij er

Caddles zèlf eens over te spreken. Hij verscheen vóór haar; zijn haar

inderhaast natgemaakt en gladgestreken met de hand, buiten adem en

zich aan zijn hoed-rand vastklemmend alsof het een zwemgordel was,

en struikelend in zijn rampzaligheid over den rand van het vloerkleed.

Lady Wondershoot mocht Caddles graag afsnauwen. Caddles was in

haar oog het ideaal van iemand die tot de lagere klassen behoort,

oneerlijk, trouw, kruiperig, werkzaam, en onbegrijpelijk ongeschikt om

verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zij zeide hem dat hij werkelijk

niet te licht moest denken over de wijze waarop dat kind zich gedroeg.

"Niks anders dan dat hij zoo'n honger heeft, barones," zei Caddles,

met verheffing van stem.

"En je kunt hem niet tegenhouden ook, barones," zei Caddles. "Hij

ligt daar maar van zich af te trappen en te gillen dat je hooren en

zien vergaat. 't Gaat niet, barones en als we 't al deden, zouden de

buren tusschen beiden komen..."

Lady Wondershoot raadpleegde er den dokter eens over.

"Ik zou wel eens willen weten," zei Lady Wondershoot, "of 't wel goèd

is dat dit kind zulk een verbazende hoeveelheid melk krijgt?"

"De gewone hoeveelheid voor een kind van dien leeftijd," zei de

dorpsdokter, "is anderhalf tot twee pint in de vierentwintig uur. Ik

zie heusch niet in dat u geroepen is om méér te verschaffen. Zóó

u het doet, dan is 't alleen uw eigen edelmoedigheid. Natuurlijk

zouden we het met de hoeveelheid die hem toekomt eens een paar dagen

kunnen probeeren. Maar ik moet toegeven, dat het kind, door de een

of andere oorzaak physiologisch van andere kinderen verschilt. Het

is mogelijk dat het, wat men een "Sport" noemt, is. Een geval van

Algeheele Overvoeding."

"Het is niet eerlijk tegenover de andere dorpskinderen," zei Lady

Wondershoot. "Ik weet zeker dat er klachten inkomen als dit zoo

dóórgaat."

"Ik zie werkelijk niet in dat er van iemand verwacht kan worden

méér te geven dan de hoeveelheid die algemeen aan kinderen van dien

leeftijd gegeven wordt. We zouden er op kunnen staan dat 't zich

daarmede tevreden stelde, of, als 't dat niet wilde, het als een

"geval" naar het ziekenhuis sturen."

"Ontdekt u, nog afgezien van de grootte en den eetlust, ook nog iets

anders dat abnormaal is--niets monsterachtigs?" zei Lady Wondershoot

nadenkend.

"Neen, neen, dat niet. Doch als deze groei doorgaat, zullen wij

ernstige moreele en intellectueele tekortkomingen ontdekken. Men zou

dit reeds nu haast durven voorspellen aan de hand van Max Nordau's

wet. Een zeer begaafde, en beroemde filosoof, Lady Wondershoot. Hij

ontdekte dat het abnormale--abnormaal is, een zeer gewichtige

ontdekking, die wel de moeite waard is onthouden te worden. Voor

mij is zij tenminste van groot belang in mijn praktijk. Als ik iets

abnormaals ontdek, zeg ik dadelijk: "Dit is abnormaal." Zijn oogen

namen een diepzinnige uitdrukking aan; hij liet zijn stem dalen,

zijn houding grensde aan het intiem-vertrouwelijke. Hij hief stijf

een hand op. "En in dien geest behandel ik dan zoo'n geval," zei hij.

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 51 / 103 题