Het groeien der wolfsveesten, volgend op het plotseling groeien
van den baby der Caddles, behoorde den dominé de oogen geopend te
hebben. Het laatste dezer twee feiten was hem reeds rechtstreeks in
de armen gevoerd bij het doopen--bijna overweldigend...
De hummel gilde oorverdoovend, toen het koude water, dat zijn goddelijk
erfdeel en zijn recht op den naam van Albert Edward Caddles bezegelde,
op zijn voorhoofd druppelde. Hij ging de moederlijke draagkracht
reeds te boven en Caddles, weliswaar wankelend onder den last, doch
ouders van minder voordeelige kinderen triumphantelijk toegrijnzend,
droeg hem terug naar de bank die door zijn gezelschap werd ingenomen.
"Zóó'n kind heb ik nog nooit gezien!" zei dominé.
Dit was de eerste openlijke aanduiding dat het kleine kind van Caddles,
dat zijn aardsche loopbaan begonnen was ònder een gewicht van zeven
pond, bij slot van rekening zijn ouders toch nog eer aan zou gaan
doen. En heel gauw werd het duidelijk dat het niet alleen voornemens
was hun een eer, doch zelfs een glorie te zijn. En binnen een maand
schitterde hun glorie zoo helder, dat zij, den stand van lieden als
de Caddles in aanmerking nemend, onbehoorlijk was.
De slager woog het kind elf maal. Hij was geen erg spraakzaam mensch
en besteedde niet veel tijd aan dit wegen. De eerste maal zei hij:
"'t is een goeie hoor;" de tweede maal zei hij: "wel allemachtig!" De
derde maal zei hij: "Nou, hm," en daarna blies hij ieder maal slechts
geweldig, krabde zich het hoofd, en keek naar zijn weegschaal met een
tot hier toe nooit gevoeld wantrouwen. Iedereen kwam naar het "Groote
Kind" kijken--zoo werd het algemeen genoemd--en de meesten zeiden:
"'t is een dikzak, hoor!" Juffrouw Fletcher kwam ook kijken en zeide
dat ze nog nooit zóó iets gezien had, wat volkomen juist was.
Lady Wondershoot, de dorps-tyran, kwam op den dag nadat het voor de
derde maal gewogen was aanzetten en bekeek het phenomeen nauwkeurig
door haar lorgnon, wat het kind deed brullen van angst.
"'t Is een merkwaardig "Groot kind,"" vertelde zij de moeder,
met een luide, leerende stem. "Je mag er wel goed voor zorgen,
Caddles. Natuurlijk gaat dat zoo niet dóór, daar het met de flesch
grootgebracht wordt, maar we moeten er voor doen wat we kunnen. Ik
zal je nog wat flanel sturen."
De dokter kwam en mat het kind met een elletje, en schreef de
cijfers in zijn notitieboekje, en de oude meneer Drifthassock, die
een boerderij bij Up Marden had, maakte met een voerage-reiziger een
omweg van een half-uur, om het te zien. De reiziger vroeg drie malen
hoe oud het kind was en zeide eindelijk dat hij "verdompeld" zou
zijn. Hoe en waarom hij "verdompeld" was moest men maar raden. Hij
zei ook dat het in een reuzen-kinderen-tent op de kermis moest
tentoongesteld worden. En den geheelen dag kwamen er kinderen die
zeiden: "juffrouw Caddles, maggen we asjeblief je kind es zien,"
tot juffrouw Caddles er een stokje voor moest steken. En temidden
van al deze verbazingwekkende dingen stond daar juffrouw Skinner,
glimlachend en zich een beetje achteraf houdend, met de puntige
elbogen in haar lange slappe handen, en al maar glimlachend om en
bij haar neus, met een oneindig diepzinnigen glimlach.
"Zelfs die oude heks van een grootmoeder ziet er opgeruimder door
uit," zei Lady Wondershoot. "Al spijt 't mij ook dat ze weer hier in
het dorp terug is."
Natuurlijk, zooals bij de meerderheid der zuigelingen van de armere
dorpelingen, werd het bedeeld, doch door een enorm gekrijt maakte het
kind het weldra duidelijk dat het, wat het vullen van zijn zuigflesch
aanging, nog lang niet genoeg bedeeld werd.
De baby had recht op een negendaagsche bewondering, en iedereen had
schik in zijn verbazenden groei, gedurende tweemaal dien tijd en
langer. En zelfs daarna, inplaats van op den achtergrond te geraken,
en plaats te maken voor andere wonderen, bleef het maar steeds
doorgroeien, nog sterker dan te voren!
Lady Wondershoot luisterde met de uiterste verbazing naar haar
huisbewaarster.
"Caddles al wéér beneden. Geen eten voor het kind! Maar m'n beste
Greenfield, dat kàn niet. Het schepsel eet als een nijlpaard! 't Kan
beslist niet waar zijn."
"Ik mag van harte lijden dat ze u niet bedriegen, barones," zei
juffrouw Greenfield.
"Het is zoo moeilijk te zeggen bij zulk soort menschen," zei Lady
Wondershoot. "Doe me een pleizier, m'n beste Greenfield, er vanmiddag
zelf even heen te gaan en je zelf te overtuigen--en blijf erbij als 't
de flesch krijgt. Al is 't werkelijk een groot kind, ik kan me heusch
niet voorstellen dat 't méér dan zes pint per dag zou noodig hebben."
"'t Heeft er geen recht op, barones," zei juffrouw Greenfield.
Lady Wondershoot's hand beefde, met die C. O. S. soort van emotie,
die achterdochtige woede, die in alle ware aristocraten beeft, bij de
gedachte dat mogelijk de lagere klassen bij slot van rekening--even
laag zijn als hun meerderen en--en hier steekt de angel--op dit gebied
nog beter aan toe zijn misschien dan zij.
Doch juffrouw Greenfield kon geen bewijzen vinden dat er op
den zak harer meesteres gespeculeerd werd, en er werd bevel
gegeven, aan Caddles' baby een grooter dagelijksch rantsoen te
verstrekken. Nauwelijks was het eerste rantsoen op, of daar kwam
Caddles alweer aan, met een wanhopig air van "ik kan er niks aan doen."
"Wij hebben er zuinig op gepast, juffrouw Greenfield, 't is waar,
juffrouw, maar ze zijn 'em d'r allemaal gewoon afgesprongen! Ze vlogen
met zoo'n kracht in de rondte, juffrouw, dat er een knoop door een
ruit ging, en een andere me nèt hier tegen m'n hoofd vloog da 'k er
van duizelde."
Toen Lady Wondershoot vernam dat het wonderbaarlijke kind zoowaar
zijn prachtige bedeelingskleeren had doen barsten, besloot zij er
Caddles zèlf eens over te spreken. Hij verscheen vóór haar; zijn haar
inderhaast natgemaakt en gladgestreken met de hand, buiten adem en
zich aan zijn hoed-rand vastklemmend alsof het een zwemgordel was,
en struikelend in zijn rampzaligheid over den rand van het vloerkleed.
Lady Wondershoot mocht Caddles graag afsnauwen. Caddles was in
haar oog het ideaal van iemand die tot de lagere klassen behoort,
oneerlijk, trouw, kruiperig, werkzaam, en onbegrijpelijk ongeschikt om
verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zij zeide hem dat hij werkelijk
niet te licht moest denken over de wijze waarop dat kind zich gedroeg.
"Niks anders dan dat hij zoo'n honger heeft, barones," zei Caddles,
met verheffing van stem.
"En je kunt hem niet tegenhouden ook, barones," zei Caddles. "Hij
ligt daar maar van zich af te trappen en te gillen dat je hooren en
zien vergaat. 't Gaat niet, barones en als we 't al deden, zouden de
buren tusschen beiden komen..."
Lady Wondershoot raadpleegde er den dokter eens over.
"Ik zou wel eens willen weten," zei Lady Wondershoot, "of 't wel goèd
is dat dit kind zulk een verbazende hoeveelheid melk krijgt?"
"De gewone hoeveelheid voor een kind van dien leeftijd," zei de
dorpsdokter, "is anderhalf tot twee pint in de vierentwintig uur. Ik
zie heusch niet in dat u geroepen is om méér te verschaffen. Zóó
u het doet, dan is 't alleen uw eigen edelmoedigheid. Natuurlijk
zouden we het met de hoeveelheid die hem toekomt eens een paar dagen
kunnen probeeren. Maar ik moet toegeven, dat het kind, door de een
of andere oorzaak physiologisch van andere kinderen verschilt. Het
is mogelijk dat het, wat men een "Sport" noemt, is. Een geval van
Algeheele Overvoeding."
"Het is niet eerlijk tegenover de andere dorpskinderen," zei Lady
Wondershoot. "Ik weet zeker dat er klachten inkomen als dit zoo
dóórgaat."
"Ik zie werkelijk niet in dat er van iemand verwacht kan worden
méér te geven dan de hoeveelheid die algemeen aan kinderen van dien
leeftijd gegeven wordt. We zouden er op kunnen staan dat 't zich
daarmede tevreden stelde, of, als 't dat niet wilde, het als een
"geval" naar het ziekenhuis sturen."
"Ontdekt u, nog afgezien van de grootte en den eetlust, ook nog iets
anders dat abnormaal is--niets monsterachtigs?" zei Lady Wondershoot
nadenkend.
"Neen, neen, dat niet. Doch als deze groei doorgaat, zullen wij
ernstige moreele en intellectueele tekortkomingen ontdekken. Men zou
dit reeds nu haast durven voorspellen aan de hand van Max Nordau's
wet. Een zeer begaafde, en beroemde filosoof, Lady Wondershoot. Hij
ontdekte dat het abnormale--abnormaal is, een zeer gewichtige
ontdekking, die wel de moeite waard is onthouden te worden. Voor
mij is zij tenminste van groot belang in mijn praktijk. Als ik iets
abnormaals ontdek, zeg ik dadelijk: "Dit is abnormaal." Zijn oogen
namen een diepzinnige uitdrukking aan; hij liet zijn stem dalen,
zijn houding grensde aan het intiem-vertrouwelijke. Hij hief stijf
een hand op. "En in dien geest behandel ik dan zoo'n geval," zei hij.