III.

Niemand weet wat de dominé van de Reuzen-Wolfsveesten [14] dacht.

Zonder twijfel was hij een van de eersten die ze ontdekte. Met kleine

afstanden ertusschen waren ze langs het pad verspreid; tusschen den

dichtst bijzijnden heuvel en het einde van het dorp--een pad dat hij

dagelijks bezocht op zijn digestie-wandelingetje. Alles bij elkaar

genomen, waren er van het begin tot het einde, minstens dertig van deze

zwammen. De dominé schijnt naar elk van hen afzonderlijk verbaasd te

hebben staan kijken, en in de meeste een paar maal met zijn wandelstok

te hebben gestooten. Eén ervan trachtte hij met zijne armen te meten,

doch zij barstte bij zijn Ixionische omarming.

Hij sprak er met verscheidene menschen over en zeide dat zij

"wonderbaarlijk!" waren en hij verhaalde aan minstens zeven

verschillende personen de welbekende geschiedenis van den vloersteen,

die opgelicht werd van den keldervloer door een hoop paddestoelen

die er onder groeiden. Hij keek er zijn Sowerby eens op na om te

zien of het Lycoperdon coelatum of giganteum was. Hij hield er een

geliefkoosde theorie op na, dat de benaming "giganteum" niet juist was.

Men weet niet of hij ook opmerkte dat deze witte bollen juist op

het pad groeiden dat die oude vrouw gisteren gevolgd had, en of hij

opmerkte dat de laatste op nog geen twintig passen van het hek van

het huisje van Caddles zijn dikken kop opstak. Zoo hij dit alles al

opmerkte, trachtte hij toch niet er aanteekening van te houden. Zijn

observatie-vermogen in botanische dingen was wat de kleinere

natuurkundigen een "geoefende waarneming" noemen--men zoekt naar

zekere bepaalde dingen en ziet alle verdere dingen over het hoofd. En

hij deed geen moeite om dit verschijnsel in verband te brengen met

het merkwaardig snelle groeien van den zuigeling van Caddles, wat nu

al eenige weken aan den gang was; ja, feitelijk van den dag af dat

Caddles ongeveer een maand tevoren zijn schoonmoeder was gaan bezoeken

en hij zijn schoonmoeder hoorde opsnijden over het fokken van kippen.

Het voedsel der Goden en hoe het op Aarde kwam · 第 50 / 103 题